Sinds het Bosmanarrest van december 1995 zijn de spelers aan de macht, zo luidt het. Verscheidene van onze clubs werden de voorbije weken geconfronteerd met muiterij. Alexis de Sart vertrok met de wet van '78 van STVV naar Antwerp. Marvelous Nakamba zette Club Brugge onder druk om naar Aston Villa te kunnen verkassen. Doelman Michael Verrips stuurde zijn kat naar de training van KV Mechelen en ging in staking.

Alle middelen zijn goed om een club onder druk te zetten en een transfer af te dwingen. Verrips en Nakamba zijn geen pioniers. Jongens als Diego Costa, Raheem Sterling, Dimitri Payet en Carlos Tévez gingen hem voor. George Eastham van Newcastle United was in 1963 wellicht de trendsetter op dit vlak en lag daarmee aan de basis van een gerechtelijke uitspraak, die de eerste stap was naar meer spelersvrijheid.

Internationaal taant de macht van de spelers.

In het post-Bosmantijdperk zette Pierre van Hooijdonk de toon. Pi Air introduceerde de nucleaire optie in de zomer van 1998, toen hij weigerde terug te keren naar Nottingham Forest. Zijn staking duurde maar liefst vier maanden, maar zijn overstap naar PSV ging desondanks niet door. De fans, de media, de ploegmaats en de trainer, allemaal gaven ze af op de Nederlander. Zijn doelpunten werden gevierd met de assistgever in plaats van met hem. Dave Bassett noemt Van Hooijdonk nog steeds 'een rat en een slang'.

Tegenwoordig kijken we er niet meer van op als een voetballer werk weigert. Antoine Griezmann liet Atlético Madrid doodleuk weten dat hij onder geen beding terugkeerde naar het Wanda Metropolitanostadion, tenzij als speler van FC Barcelona. Neymar verlengde zijn vakantie in Brazilië in de hoop een terugkeer naar Barcelona te kunnen forceren. Laurent Koscielny weigerde met Arsenal op oefenkamp naar Amerika te vertrekken.

Neymar zit nog steeds bij Paris Saint-Germain en Paul Pogba in Manchester. De Fransman legde het werk niet neer, maar bracht de onvermijdelijke Mino Raiola in stelling in de hoop een transfer te versieren naar Real Madrid of Juventus. Internationaal lijkt de macht van de spelers te tanen.

Hoe dat komt? Zoals altijd en alles in het voetbal heeft het met geld te maken. Niet dat er geen geld is. Integendeel. In de grote Europese competities hebben veel clubs de centen van transfers helemaal niet nodig. Dat geldt vooral voor de ploegen uit de Premier League, waar het aantal transfers sinds de invoering van de zomermercato in 2002 nooit zo laag was, terwijl de transferperiode vanaf dit seizoen drie weken is ingekort.

Over het Kanaal kennen ook de mindere goden geen financiële zorgen. Elke club begint het seizoen met de zekerheid dat ze minimaal 120 miljoen euro aan tv-rechten beurt. Ter vergelijking: dat is anderhalf keer wat al onze profclubs samen mogen verdelen. Meer inkomsten behoeven Engelse clubs niet echt. Ze hebben dan ook geen behoefte om spelers te verkopen. In de Premier League blijven is belangrijker dan de kassa vullen en dus verkoop je je beste spelers liever niet.

Met als gevolg dat er waanzinnige afkoopsommen worden geëist. Manchester United plakte 160 en 95 miljoen euro op de rug van respectievelijk Paul Pogba en Romelu Lukaku. Crystal Palace wil 95 miljoen van Arsenal voor Wilfried Zaha. Leicester City wil 115 miljoen euro voor Harry Maguire. Voor Harry Maguire! Een toch vrij modale centrale verdediger, die daarmee de op zes na duurste transfer aller tijden zou worden.

Barcelona kon Antoine Griezmann wegplukken bij Atlético Madrid voor 'slechts' 120 miljoen euro, vanwege een clausule in zijn contract. De Catalanen namen geen risico's en stopten een opstapbedrag van 800 miljoen in de nieuwe overeenkomst. Wie al deze bedragen bekijkt, kan alleen concluderen dat Eden Hazard voor een prikje Chelsea mocht verruilen voor Real Madrid:115 miljoen euro.

Maar er speelt nog iets anders dan centen. Volgens de Engelse krant The Telegraph hebben veel fans stilaan de buik vol van al die waanzinnige transferbedragen en zien ze liever jongens uit de eigen jeugd doorstromen. Willen onze clubs dat ook in de oren knopen?

Sinds het Bosmanarrest van december 1995 zijn de spelers aan de macht, zo luidt het. Verscheidene van onze clubs werden de voorbije weken geconfronteerd met muiterij. Alexis de Sart vertrok met de wet van '78 van STVV naar Antwerp. Marvelous Nakamba zette Club Brugge onder druk om naar Aston Villa te kunnen verkassen. Doelman Michael Verrips stuurde zijn kat naar de training van KV Mechelen en ging in staking. Alle middelen zijn goed om een club onder druk te zetten en een transfer af te dwingen. Verrips en Nakamba zijn geen pioniers. Jongens als Diego Costa, Raheem Sterling, Dimitri Payet en Carlos Tévez gingen hem voor. George Eastham van Newcastle United was in 1963 wellicht de trendsetter op dit vlak en lag daarmee aan de basis van een gerechtelijke uitspraak, die de eerste stap was naar meer spelersvrijheid. In het post-Bosmantijdperk zette Pierre van Hooijdonk de toon. Pi Air introduceerde de nucleaire optie in de zomer van 1998, toen hij weigerde terug te keren naar Nottingham Forest. Zijn staking duurde maar liefst vier maanden, maar zijn overstap naar PSV ging desondanks niet door. De fans, de media, de ploegmaats en de trainer, allemaal gaven ze af op de Nederlander. Zijn doelpunten werden gevierd met de assistgever in plaats van met hem. Dave Bassett noemt Van Hooijdonk nog steeds 'een rat en een slang'. Tegenwoordig kijken we er niet meer van op als een voetballer werk weigert. Antoine Griezmann liet Atlético Madrid doodleuk weten dat hij onder geen beding terugkeerde naar het Wanda Metropolitanostadion, tenzij als speler van FC Barcelona. Neymar verlengde zijn vakantie in Brazilië in de hoop een terugkeer naar Barcelona te kunnen forceren. Laurent Koscielny weigerde met Arsenal op oefenkamp naar Amerika te vertrekken. Neymar zit nog steeds bij Paris Saint-Germain en Paul Pogba in Manchester. De Fransman legde het werk niet neer, maar bracht de onvermijdelijke Mino Raiola in stelling in de hoop een transfer te versieren naar Real Madrid of Juventus. Internationaal lijkt de macht van de spelers te tanen. Hoe dat komt? Zoals altijd en alles in het voetbal heeft het met geld te maken. Niet dat er geen geld is. Integendeel. In de grote Europese competities hebben veel clubs de centen van transfers helemaal niet nodig. Dat geldt vooral voor de ploegen uit de Premier League, waar het aantal transfers sinds de invoering van de zomermercato in 2002 nooit zo laag was, terwijl de transferperiode vanaf dit seizoen drie weken is ingekort. Over het Kanaal kennen ook de mindere goden geen financiële zorgen. Elke club begint het seizoen met de zekerheid dat ze minimaal 120 miljoen euro aan tv-rechten beurt. Ter vergelijking: dat is anderhalf keer wat al onze profclubs samen mogen verdelen. Meer inkomsten behoeven Engelse clubs niet echt. Ze hebben dan ook geen behoefte om spelers te verkopen. In de Premier League blijven is belangrijker dan de kassa vullen en dus verkoop je je beste spelers liever niet. Met als gevolg dat er waanzinnige afkoopsommen worden geëist. Manchester United plakte 160 en 95 miljoen euro op de rug van respectievelijk Paul Pogba en Romelu Lukaku. Crystal Palace wil 95 miljoen van Arsenal voor Wilfried Zaha. Leicester City wil 115 miljoen euro voor Harry Maguire. Voor Harry Maguire! Een toch vrij modale centrale verdediger, die daarmee de op zes na duurste transfer aller tijden zou worden. Barcelona kon Antoine Griezmann wegplukken bij Atlético Madrid voor 'slechts' 120 miljoen euro, vanwege een clausule in zijn contract. De Catalanen namen geen risico's en stopten een opstapbedrag van 800 miljoen in de nieuwe overeenkomst. Wie al deze bedragen bekijkt, kan alleen concluderen dat Eden Hazard voor een prikje Chelsea mocht verruilen voor Real Madrid:115 miljoen euro. Maar er speelt nog iets anders dan centen. Volgens de Engelse krant The Telegraph hebben veel fans stilaan de buik vol van al die waanzinnige transferbedragen en zien ze liever jongens uit de eigen jeugd doorstromen. Willen onze clubs dat ook in de oren knopen?