Van kop tot teen in stijlvol zwart gestoken. De haren, glanzend van de gel, netjes naar achteren gekamd. Het is best een trendy verschijning die de vergaderzaal komt binnengewandeld. Michel Preud'homme vlijt zich neer in één van de lederen fauteuils en maakt het zich gemakkelijk. Voor hem, op een klein tafeltje, staat een kop koffie - zwart - en ligt een doosje tabak. Hij neemt er een plukje uit, steekt het routineus achter zijn bovenlip.
...

Van kop tot teen in stijlvol zwart gestoken. De haren, glanzend van de gel, netjes naar achteren gekamd. Het is best een trendy verschijning die de vergaderzaal komt binnengewandeld. Michel Preud'homme vlijt zich neer in één van de lederen fauteuils en maakt het zich gemakkelijk. Voor hem, op een klein tafeltje, staat een kop koffie - zwart - en ligt een doosje tabak. Hij neemt er een plukje uit, steekt het routineus achter zijn bovenlip. Ondanks de soms scherpe toon laat de technisch directeur van Standard zich kennen als een levendige verteller - het interview wordt geanimeerd met hevige lachbuien. Is deze man, tien jaar geleden beschouwd als de beste doelman van de wereld, een gespannen direc- teur ? Neen, helemaal niet. Beetje lo- gisch ook : het gaat goed met de ploeg en het zo fel begeerde ticket voor de Champions-Leaguevoorronde komt almaar dichterbij. Michel Preud'homme : "Het was geen persoonlijke kwestie en het is ook nooit een juridisch geschil geworden, maar als ik aan het belang van de club dacht, vond ik dat Sport/Voetbal Magazine er soms óver ging. Niet tegenover mij, als coach, want ik vind dat ik correct werd beoordeeld - en zelfs gesteund werd in mijn kijk op het spelletje. Maar ik vond dat jullie te veel aandacht besteedden aan problemen die niets met het voetbal te maken hadden. Jullie gaven te veel het woord aan misnoegde spelers." "Akkoord, maar dat is nu voorbij. De huidige evolutie bewijst ons gelijk.""Het omgekeerde zou vreemd zijn, hè. In de eerste plaats omdat de resultaten er zijn, maar ook omdat Standard weer een naam is geworden die leeft bij de Belgische voetbalfans. Er wordt weer rekening gehouden met onze stem.""Bij Standard ben ik technisch directeur en ook persverantwoordelijke, samen met algemeen directeur Pierre François. Ik ben me weer op Vlaanderen gaan richten omdat Standard een nationale club is, met ook Vlaamse supporters. Ik wil hen laten zien dat Standard niet die club is zoals veel Vlaamse journalisten - waarvan de meesten nog nooit een voet op Sclessin hebben gezet - haar neerzetten." "Dat hangt af van het moment. Tijdens de transferperiode ben ik constant met Standard bezig. Voor de dagelijkse leiding en het contact met de spelers en de trainersstaf steun ik voornamelijk op de vergaderingen met Pierre François en Luciano D'Onofrio." "Hij is raadgever van Standard en, laten we daar eerlijk in zijn, een goudmijn voor deze club. Hij weet altijd wat kan en wat niet. Wij voeren voortdurend discussies en samen maken we plannen of vinden we oplossingen. Luciano heeft een slechte naam omdat men denkt dat hij een club enkel doet draaien om zijn investeringen te laten renderen. Daar ga ik niet mee akkoord. Samen met Robert Louis-Dreyfuss en anderen heeft Luciano 1,3 miljard Belgische frank in deze club gestoken. Dan is het toch niet meer dan normaal dat zij van Standard een gezonde club willen maken ?" "Wij willen evolueren naar een situatie waarin Standard niet langer afhankelijk is van investeerders. Daarvoor moeten we spelers verkopen, zoals alle andere Belgische clubs.""Ik zweer dat iedereen een inspanning doet. Emile leverde een financiële inspanning door naar hier terug te keren en wij hebben ons geëngageerd om hem geen stokken in de wielen te steken als hij zich op internationaal niveau kan verbeteren. Maar we gaan het maximum doen om hem op Sclessin te houden." "Natuurlijk, op het veld staan is fantastisch. Als trainer heb ik prachtige momenten beleefd, maar ik realiseerde me al vrij snel dat er tal van latente problemen op te lossen waren vooraleer deze club goed zou functioneren. Er was geen communicatie tussen de directie en de spelersgroep en ik had in Benfica - waar ik eerst speler en dan technisch directeur was - gezien hoe een grote club gerund moet worden. Toen ik het probleem aankaartte, werd het me duidelijk dat het van mij zou afhangen om er iets aan te doen. Dus gaf ik het veldwerk op.""Uiteraard. Ik besefte dat het opnieuw zwaar zou worden, maar zo zijn de spelregels. Ik kan je verzekeren dat je als technisch directeur niet minder gedreven bent, hoor ! Mijn leven is zeker niet rustiger dan voordien. Maar het is nodig voor het welzijn van de club.""Neen. Mijn contract loopt af in juni.""Neen, we hebben er nog niet over gepraat. We hebben allemaal te veel werk. Maar ik ben niet van plan om er mee te stoppen, er is nog genoeg werk te doen. Mijn taak zit er pas op wanneer de club financieel en sportief stabiel is. Het is te zeggen : wanneer de ploeg altijd binnen de eerste drie eindigt en op vijf jaar tijd één of twee keer landskampioen is geweest.""We hebben hem al twee keer gepolst, maar het is tot mijn grote spijt nooit doorgegaan. In de eerste plaats omdat hij zijn lopende contract wilde respecteren, maar ook omdat hij financieel aantrekkelijker voorstellen had uit het buitenland. Het feit dat hij overal verklaart dat Standard de club van zijn hart is, wil nog niet zeggen dat hij zwaar wil inleveren om bij ons te komen werken. Althans voorlopig niet.""Er is nooit sprake geweest van Wilmots. Tenzij als voetballer, drie jaar geleden." " Dominique blijft omdat hij goed werk levert. Ik heb hem goed leren kennen toen hij mijn adjunct was. Het was moeilijk om hem ertoe te bewegen als hoofdtrainer te tekenen, omdat hij droomde van een lange carrière in de sportieve staf van deze club. We konden hem uiteraard niet de garantie bieden dat hij weer als hulptrainer aan de slag kon, als het hoofdtrainerschap hem niet zou afgaan. Hij is dus gebleven op onze voorwaarden, met een normaal trainerscontract dus." "... dan is dat een club waar de directeur beslist, de trainer traint en de spelers spelen."" Drago is aanvoerder omdat wij hem daarvoor de kwaliteiten toedichten. Als hij beslist om zijn stem te verheffen en zijn ploegmaats aan bepaalde afspraken te herinneren, dan doet hij zijn werk goed." "Samen met Pierre François vertegenwoordig ik Standard in de Profliga en in het Uitvoerend Comité ben ik één van de zes vertegenwoordigers van de Profliga. Ik ben de eerste voormalige profspeler die deel uitmaakt van het Uitvoerend Comité. Vanuit die achtergrond voel ik me vooral genoodzaakt me in het sportieve beleid te mengen. Zoals de besprekingen over een eventuele BeneCup of de situatie van de uitsluitingen en de schorsingen in de invallerscompetitie. Dat kampioenschap dient vooral om revaliderende spelers ritme te laten opdoen, dus zijn we teruggekeerd naar het principe van twee gele kaarten is een rode (voordien betekende een gele kaart al de uitsluiting, maar mocht die speler vervangen worden, nvdr). En in geval van een schorsing telt een uitgestelde wedstrijd ook mee als een schorsingsdag." "Daar hebben we het nog niet over gehad, maar ik vind het een geniaal idee. Toen ik zelf nog trainer was, heb ik er ook al aan gedacht. Zowel voor de doelman als voor de veldspelers. Een ploeg wordt alleen maar sterker als ze in staat is om op het veld voortdurend van positie te wisselen.""Ik maak deel uit van de G5, dus... Trouwens, de naam is nu veranderd in Het Pro-ject. Het is een vreemde situatie : als je met elk van de andere clubs afzonderlijk praat, kunnen ze zich allemaal vinden in de voorgestelde projecten. Maar zodra we allemaal samen gaan zitten, verdwijnt de sereniteit en drijft een consensus steeds verder af. "Het doel is een sterke competitie te creëren, maar daarvoor moet je soms in je eigen vel snijden. Het is een kwestie van perspectief. Bepaalde stemmen gaan op om het aantal clubs te verminderen, maar ik denk niet in die termen. Of we nu met dertien, zestien of zeventien clubs spelen in eerste klasse, dat doet er weinig toe. Je moet in de eerste plaats de clubs herstructureren en waar nodig tot een fusie komen. Stérke clubs, dat is wat we nodig hebben. Vroeger had je verschillende clubs in Luik, nu blijven enkel wij nog over. Wat moet je dus doen als je met meerdere clubs op een kleine oppervlakte in moeilijkheden komt ? Strijden maar toch sterven, of proberen tot een huwelijk te komen ? "Maar ik besef dat dit hartenpijn veroorzaakt. Het valt heel zwaar afscheid te moeten nemen van clubkleuren of een naam. Soms beschouwen mensen zelfs een stamnummer als een deel van zichzelf.""We vergaderen één keer per maand, maar houden veel contact via fax of e-mail. En bij Standard ontvangen we twee uur vóór de wedstrijd de bestuursleden van de tegenpartij, zodat we wat tijd hebben om belangrijke zaken te bespreken.""Maar nu worden we veel meer ge- respecteerd. Standard heeft altijd getracht zijn principes te verdedigen. Dat hebben we gedaan in de discussies over de fankaart, de verantwoordelijkheid over de supporters bij verplaatsingen en het portretrecht.""Ja. Het is een groot probleem voor clubs die niet veel abonnees tellen. Standard heeft er momenteel zo'n tienduizend : dat is weinig voor de actuele gang van zaken. En het is frustrerend om op de wedstrijddag zelf beperkt te worden in de mogelijkheden tot ticketverkoop.""Door het seizoen dat we totnogtoe draaien, is dat ook normaal. Ons doel was een Europees ticket te behalen en daarvoor zijn we nog steeds in de running. We doen zelfs beter : in normale omstandigheden zitten we nu zelfs op kampioensschema. Spijtig genoeg zet Anderlecht net nu een ongelooflijke reeks neer op verplaatsing. Wij zijn wel op hun veld gaan winnen, maar dat weegt daar niet tegenop.""Er waren de schorsingen (Dragutinovic, Bisconti en Sorondo, nvdr), de blessure van Moreira en de Afrikacup (Enakarhire, nvdr). Dit gezegd zijnde, vind ik dat we het te vaak moeilijk hebben om onze wedstrijden te controleren eens we op voorsprong komen. Op Sclessin schreeuwt het publiek de ploeg altijd naar voren, maar dat is niet altijd de goede tactiek. Soms moet je temporiseren, lateraal spelen en dan ineens een versnelling plaatsen. Maar hier wordt een laterale pass als heiligschennis beschouwd. Bovendien moet ons spel op de flanken beter verzorgd worden, ook Dominique hamert daar altijd op. En we moeten werken op het veroveren van de afvallende bal, want daar moet je meer mee doen. De spelers uit de tweede lijn moeten steeds klaarstaan. Maar we moeten ook leren beheerst te zijn." "Ja, ik bezit een Uefadiploma. Omdat ik graag afmaak waar ik aan begin en omdat het verplicht is dat één van de trainers het heeft zolang Dominique de opleiding niet volgt. Bovendien kan het snel gaan in het leven. Er kunnen zoveel zaken gebeuren.""Ik heb Gilbert Bodart geregeld aan de lijn. We discussiëren dan over voetbal, tactiek, spelers. Hij levert daar goed werk..." door John Baete'Laten we eerlijk zijn : Luciano D'Onofrio is een goudmijn voor deze club.''Standard heeft altijd getracht zijn principes te verdedigen.'