Welk perspectief was er bij Standard nog om met Guy Luzon door te gaan? Al bijna drie maanden lang zocht de Israëli radeloos en reddeloos naar de juiste puzzel: 29 spelers in elf competitiewedstrijden, vreemde keuzes, warrige afspraken, onzekerheid achteraan, geen brains in het middenveld, te weinig stootkracht: het rapport van de Rouches is ontluisterend.
...

Welk perspectief was er bij Standard nog om met Guy Luzon door te gaan? Al bijna drie maanden lang zocht de Israëli radeloos en reddeloos naar de juiste puzzel: 29 spelers in elf competitiewedstrijden, vreemde keuzes, warrige afspraken, onzekerheid achteraan, geen brains in het middenveld, te weinig stootkracht: het rapport van de Rouches is ontluisterend. Guy Luzon verrichtte vorig seizoen goed werk en profiteerde van de sportieve stabiliteit die er in de club was gekomen. Dat hij zich langs de kant als een ongeleid projectiel gedroeg, stuitte eerst op verbijstering, maar werd vervolgens voor kennisgeving aangenomen. Luzon zag vorige zomer belangrijke spelers vertrekken. Daar stond hij machteloos tegenover. Toch mag je verwachten dat hij de huidige groep, met nog altijd voldoende kwaliteit, aan het voetballen krijgt. Standard mist al weken houvast. Er zijn geen automatismen, geen patronen. Wel een almaar groeiende apathie. Eén enkele thuisoverwinning, vier punten op vijftien op Sclessin, de Rouches zijn op het veld al langer het spoor kwijt en hebben dringend nood aan een nieuwe weg. In de groep werd Luzon geprezen vanwege zijn menselijke kwaliteiten, maar los daarvan kon hij de spelers duidelijk niet meer inspireren. Standard heeft dringend nood aan rust. De clubs is van oudsher een vulkaan die ieder moment kan exploderen. Die grimmigheid heeft de afgelopen twee jaar alle grenzen overschreden. De mensen die zondag het veld bestormden, kan je bezwaarlijk nog supporters noemen. Ze komen naar het stadion om hun frustraties te ontladen, de woede die ze uitstralen, is huiveringwekkend. Voor de Europese wedstrijd die Standard drie weken geleden op Feyenoord speelde, zocht een deel van de aanhang openlijk de confrontatie met de supporters van de Rotterdamse club. Belgische stewards plaatsten zich als een schild tussen de beide clans en konden de gemoederen bedaren. Standard had de afgelopen jaren al herhaaldelijk te maken met vormen van volksopstand. Roland Duchâtelet zag zich begin vorig seizoen in zijn bureau geconfronteerd met woedende supporters en sleepte deze ervaring lang mee als een trauma. Afgelopen zondag moest de voorzitter voortijdig het stadion ontvluchten. Of je nu voor of tegen het beleid van Duchâtelet bent, voetbal mag nooit uitgroeien tot een podium voor agressie. Clubs kunnen niet hard genoeg optreden tegen dat soort mensen. Het is de vraag of ze dat wel voldoende doen. Lang was het hooliganisme een plaag in het voetbal. Die leek de afgelopen jaren onder controle te zijn. Nu steekt die oproer weer de kop op. Ook clubs die zich vroeger wentelden in een sfeer van gezelligheid ontsnappen er niet aan. Dirk Degraen kreeg vorig seizoen een kassei in het raam van zijn huis, er moet niet veel meer gebeuren of er vallen slachtoffers. Supporters hebben het recht om hun onvrede te uiten. Ze vormen uiteindelijk het kapitaal van iedere club. Maar het moet wel op een fatsoenlijke manier gebeuren. Clubs doen er ook goed aan naar hun aanhang te luisteren. Dat de nieuwe Genkse directeur Patrick Janssens vorige week de supporters te woord stond, is daarom zeer lovenswaardig. Tot een volwassen confrontatie kwam het niet. De emoties laaiden hoog op, de toon was wrang. RC Genk heeft in het verleden de fout gemaakt het DNA van de club te minachten. In de technische staf werden mensen geïnstalleerd die niet passen bij de identiteit van de club. Het is een van de werkpunten van Patrick Janssens om dat recht te zetten. Ook Roland Duchâtelet is door de aanhang van Standard nooit echt in de armen gesloten. Mindere resultaten dreigen zich tegen hem te keren. De voorzitter sprak de afgelopen weken herhaaldelijk zijn steun uit aan Guy Luzon. Op zich is dat moedig. In crisissituaties worden trainers veel te snel als wegwerpartikelen beschouwd. Dat Duchâtelet nu op die uitspraak is moeten terugkomen, moet hem hebben geraakt. Maar een andere uitweg was er niet. DOOR JACQUES SYSVoetbal mag nooit uitgroeien tot een podium voor agressie.