Met Philippe Clement won KRC Genk in 1998 voor de eerste keer de beker. Club Brugge werd in de finale met 4-0 verslagen, waarna Clement naar de Premier League overstapte. Aimé Anthuenis was toen trainer en hij zou de Limburgse club ook naar de eerste titel leiden. Om dan met een kampioenschap op zak naar Anderlecht te gaan. Genk als opstap naar hogere oorden. Gebeurt het straks weer? Voor de trainer en voor een aantal sleutelspelers?

In zijn vierjarige ambtsperiode in Genk had Aimé Anthuenis vrijwel alle spelers zelf gehaald en werden transfercommissies afgeschaft. Hij zette de groep meteen naar zijn hand. Anthuenis wist bijvoorbeeld dat de meeste spelers op maandagavond al eens een stapje in de wereld zetten. Hij zei daar niets van, maar paste zijn trainingen aan: op dinsdag eerst een pittige oefensessie van twee uur en in de namiddag een duurloop van 12 kilometer. Aan uitspattingen op maandag dacht niemand nog.

Anthuenis kon vooraan rekenen op een koningskoppel: Branko Strupar- Souleymane Oulare. Hij maakte van beide individualisten een complementair duo. Toen Strupar in 1995 bij Genk neerstreek, samen met Anthuenis, was dat voor hem een bevrijding. De Kroaat vertrok net op het moment dat het leger hem wilde inlijven om mee te vechten in de burgeroorlog. Aanvankelijk leefde Strupar in Genk als een eenzaat. Na één seizoen wilde de club hem verkopen. Zijn vervanger stond al klaar. Er werd luid gelachen met de houterig ogende Kroaat die kansen de nek omwrong. Maar hulptrainer Pierre Denier verzette zich tegen een vertrek. Hij had op training geconstateerd dat Strupar over een verbijsterende traptechniek beschikte. Toen hij dan uiteindelijk ook in de wedstrijden zijn kwaliteiten toonde, lachte niemand meer.

Groot was ook het geloof in Souleymane Oulare. Aimé Anthuenis reed om zeven uur 's ochtends naar de luchthaven van Zaventem om de uit Afrika terugkerende spits op te halen. Hij duwde hem in de auto en reed ermee naar Genk. Anthuenis kende Oulare, die eerder twee jaar voor SV Waregem voetbalde, al langer. Die wist amper waar hij een contract zou tekenen, maar had vertrouwen in zijn trainer. Uiteindelijk vormde de Guinees met Strupar een twee-eenheid waarop KRC Genk zijn successen bouwde. Oulare had zulke zware en dikke billen dat de handen van de masseur te klein waren om die te masseren.

Met Philippe Clement won KRC Genk in 1998 voor de eerste keer de beker. Club Brugge werd in de finale met 4-0 verslagen, waarna Clement naar de Premier League overstapte. Aimé Anthuenis was toen trainer en hij zou de Limburgse club ook naar de eerste titel leiden. Om dan met een kampioenschap op zak naar Anderlecht te gaan. Genk als opstap naar hogere oorden. Gebeurt het straks weer? Voor de trainer en voor een aantal sleutelspelers? In zijn vierjarige ambtsperiode in Genk had Aimé Anthuenis vrijwel alle spelers zelf gehaald en werden transfercommissies afgeschaft. Hij zette de groep meteen naar zijn hand. Anthuenis wist bijvoorbeeld dat de meeste spelers op maandagavond al eens een stapje in de wereld zetten. Hij zei daar niets van, maar paste zijn trainingen aan: op dinsdag eerst een pittige oefensessie van twee uur en in de namiddag een duurloop van 12 kilometer. Aan uitspattingen op maandag dacht niemand nog. Anthuenis kon vooraan rekenen op een koningskoppel: Branko Strupar- Souleymane Oulare. Hij maakte van beide individualisten een complementair duo. Toen Strupar in 1995 bij Genk neerstreek, samen met Anthuenis, was dat voor hem een bevrijding. De Kroaat vertrok net op het moment dat het leger hem wilde inlijven om mee te vechten in de burgeroorlog. Aanvankelijk leefde Strupar in Genk als een eenzaat. Na één seizoen wilde de club hem verkopen. Zijn vervanger stond al klaar. Er werd luid gelachen met de houterig ogende Kroaat die kansen de nek omwrong. Maar hulptrainer Pierre Denier verzette zich tegen een vertrek. Hij had op training geconstateerd dat Strupar over een verbijsterende traptechniek beschikte. Toen hij dan uiteindelijk ook in de wedstrijden zijn kwaliteiten toonde, lachte niemand meer. Groot was ook het geloof in Souleymane Oulare. Aimé Anthuenis reed om zeven uur 's ochtends naar de luchthaven van Zaventem om de uit Afrika terugkerende spits op te halen. Hij duwde hem in de auto en reed ermee naar Genk. Anthuenis kende Oulare, die eerder twee jaar voor SV Waregem voetbalde, al langer. Die wist amper waar hij een contract zou tekenen, maar had vertrouwen in zijn trainer. Uiteindelijk vormde de Guinees met Strupar een twee-eenheid waarop KRC Genk zijn successen bouwde. Oulare had zulke zware en dikke billen dat de handen van de masseur te klein waren om die te masseren.