Paniek in de kelder van de Jupiler League. De laatste vijf uit de rangschikking hebben in de loop van het seizoen hun trainer aan de deur gezet en proberen met een paar late aankopen een duik naar tweede klasse te vermijden. Het legertje Balkanjongens in onze topklasse is weer wat groter geworden.
...

Paniek in de kelder van de Jupiler League. De laatste vijf uit de rangschikking hebben in de loop van het seizoen hun trainer aan de deur gezet en proberen met een paar late aankopen een duik naar tweede klasse te vermijden. Het legertje Balkanjongens in onze topklasse is weer wat groter geworden. Elke club beeft en siddert bij de gedachte aan tweede klasse. Logisch, het is de hel van ons voetbalbestel. De clubs uit tweede zijn als meisjes van dertien: te groot voor de poppen, te klein voor de jongens, zoals Paul van Vliet ooit zong. Zowat de helft van de teams uit tweede is momenteel getroffen door een transferverbod. Racing Mechelen besloot geen licentie voor tweede afdeling aan te vragen. Hadden maar meer besturen het verstand te beseffen dat ze noch qua traditie, noch qua achterban, noch qua infrastructuur iets te zoeken hebben in het betaald voetbal. De overkoepelende organisatie van de tweedeklassers blijft de kop in het zand steken. In de hoop zo'n twee miljoen euro van de Pro League op zak te steken (het aanbod geldt tot 15 maart) werd een competitiehervorming voorgesteld. Tweede klasse zou van achttien naar zestien afslanken en de nummers vijftien en zestien van eerste klasse zouden een eindronde spelen met de vicekampioen van tweede en de drie periodewinnaars. Hiermee zou de draak van play-off 3 verdwijnen, maar voor het overige zou er niets opgelost worden. Om de tweede stijger (of niet-daler) te kennen, moet een nacompetitie (met tien speeldagen) georganiseerd worden die parallel loopt met play-off 1 en 2. Moeten de kampioen en de tien andere tweedeklassers dan vanaf eind maart met de vingers draaien? Bovendien blijven er 32 profclubs over in ons land en dat is geen realistisch aantal. Roland Duchâtelet haalde daarom het plan-Wijnants met twee reeksen van 12 weer van onder het stof. Dit voorstel heeft twee heel belangrijke pluspunten: het aantal betaalde clubs wordt teruggebracht tot 24 en degradatie uit de hoogste klasse hoeft geen drama meer te betekenen. Alle clubs zouden immers een stuk van de tv-koek krijgen. Toch heeft dit plan ook veel zwakke punten. Om te beginnen is het de vraag of 24 profclubs niet al te optimistisch is. Nog belangrijker is de vraag of de competitie aantrekkelijker wordt voor het leeuwendeel van de clubs. De reguliere competitie duurt in het huidige systeem 30 speeldagen. Van dan af telt nog alleen play-off 1. Play-off 2 en 3 worden in de grootste anonimiteit afgehaspeld. In een competitie met 12 ploegen duurt de reguliere competitie slechts 22 speeldagen. Voor 16 van de 24 clubs is de competitie dan eigenlijk al rond Nieuwjaar voorbij. Nadien wordt immers overgeschakeld naar drie reeksen van acht formaties. De A-reeks zal evenveel aandacht opeisen als play-off 1 nu. De B-reeks (met de vier zwakste broers van eerste en de vier beste teams van tweede divisie) zal volledig in de schaduw verdwijnen omdat er niet echt iets op het spel staat en van wat de laatste acht van de tweede klasse gedurende veertien speelweken opvoeren, zullen zelfs de honden geen brood lusten. Geen wonder dat de Schotse profclubs twee jaar terug dit systeem afwezen. Angst voor verandering hoeft echter niemand te koesteren. De Pro League besliste in haar onmetelijke wijsheid enkele jaren terug dat voor een wijziging van de reglementen tachtig procent van de clubs akkoord moet gaan. Dat betekent dat drie dwarsliggers volstaan om alles te blokkeren. Leve het status quo, ook al weet iedereen dat stilstaan gelijk staat met achteruitgaan. Op de korte termijn is het misschien een goede zaak. Holderdebolder (voor 15 maart) een nieuwe format invoeren die de problemen niet echt oplost, is niet de toekomst. Er moet een volledige hervorming van onze voetbalpiramide komen, die ook de clubs uit het niet-betaald voetbal vooruithelpt. Bijvoorbeeld met de invoering van een nationaal kampioen niet-betaald voetbal. Er moet ook nagedacht worden over de mogelijke inbreng van de B-elftallen (min-23) van de profclubs. Bij voorkeur moeten ook goede afspraken gemaakt worden om elkaar niet te beconcurreren met de speeluren en -dagen. Dit is dus een zaak van heel de voetbalbond en niet alleen van de profclubs. DOOR FRANÇOIS COLINDe hervorming van de voetbalpiramide is een zaak van alle clubs, niet alleen van de profs.