Volgende zaterdag, 16 november, viert Arie Haan zijn 65e verjaardag. Of hij een groot feest zal geven? Het is de laatste jaren stil rond de Nederlander en die haast beklemmende anonimiteit past eigenlijk niet bij Haan, altijd al een man geweest met flair en branie. Als voetballer en als trainer. Haan zette Anderlecht mee op de internationale kaart en hij was niet eens drie jaar in België toen er al een boek over hem verscheen. Haanderlecht heette het werk, een titel die model moest staan voor de innige band tussen de Groninger en Anderlecht.
...

Volgende zaterdag, 16 november, viert Arie Haan zijn 65e verjaardag. Of hij een groot feest zal geven? Het is de laatste jaren stil rond de Nederlander en die haast beklemmende anonimiteit past eigenlijk niet bij Haan, altijd al een man geweest met flair en branie. Als voetballer en als trainer. Haan zette Anderlecht mee op de internationale kaart en hij was niet eens drie jaar in België toen er al een boek over hem verscheen. Haanderlecht heette het werk, een titel die model moest staan voor de innige band tussen de Groninger en Anderlecht. Het zegt veel over zijn impact. Arie Haan was geen wereldvoetballer, maar wel een intelligente en lepe leider, een centrale middenvelder met een fabuleuze lange voorzet en een snoeihard afstandsschot. Enige zakelijkheid was hem niet vreemd. Toen Het Laatste Nieuws kort nadat hij bij Anderlecht arriveerde, medio 1975, een interview met hem wilde maken, vroeg hij of hij daar geld voor kon krijgen. En in zijn eerste seizoen al sprak Haan met voorzitter Constant Vanden Stock de premies af voor al de Europese wedstrijden, tot en met de finale. Zijn ploegmaats keken vreemd op, maar Haan bleek niet alleen op het veld een strateeg: Anderlecht won in die voetbaljaargang 1975/76 de Europabeker voor Bekerwinnaars. Ontelbare keren hebben we Arie Haan geïnterviewd. Dat was nooit een karwei. Haan had altijd iets te vertellen, hij formuleerde goed en helder, met een rijk taalgebruik en steeds weer zichzelf uitmuntend verkopend. Sommigen vonden hem arrogant en berekend, anderen bestempelden hem als idealistisch en goud-eerlijk. Haan leek door zijn voetbaldoorzicht en analytisch vermogen een geboren trainer, maar vreemd genoeg lagen er op die trainersroute veel kronkels: sinds hij in 1984 in dit vak stapte, bij Antwerp, veranderde hij zeventien keer van werkgever. Na enkele Chinese avonturen wacht hij nu op een nieuwe uitdaging. Arie Haan is nooit een diplomaat geweest. En diplomatie, vindt hij, heb je nodig om het in de trainerswereld lang vol te houden. Haan zei altijd wat hij dacht. Hij kon veel incasseren, gehard door zijn periode bij Ajax, waar hij opgroeide in een rauw klimaat en overeind moest blijven onder de bijtende en soms vernederende kritiek. Als voetballer was het eergevoel van Haan grenzeloos. Toen Anderlecht hem na zes seizoenen niet meer wilde, trok hij naar Standard en maakte de ploeg twee keer kampioen. Hij bleef buiten schot toen een omkoopaffaire in 1984 de Belgische voetbalwereld op zijn grondvesten deed daveren en hij in Hongkong voetbalde, ver van de storm. Als trainer liet Arie Haan zich al helemaal niet in de hoek zetten. Memorabel was zijn tweede passage bij Anderlecht, in 1997, toen hij verbaasd vaststelde dat de spelers het abc van het voetbal niet kenden. Bovendien zag Haan zich toen geconfronteerd met twee spelmakers, Enzo Scifo en Pär Zetterberg,die volgens hem moeilijk samen konden functioneren. Daarom moest Zetterberg weg, vond hij, maar Roger Vanden Stock verhinderde dat. Amper acht maanden zou Haan bij Anderlecht blijven, na een gedenkwaardige 6-0-nederlaag op Westerlo werd hij ontslagen. Later zou Haan roepen niet te begrijpen dat Anderlecht vasthoudt aan een voetballer als Zetterberg die nog niets heeft bewezen. De Zweed, vond hij, vertraagde het spel. Hij zocht vaak de moeilijke weg, Arie Haan. Bij Feyenoord botste hij met Ronald Koeman, bij VfB Stuttgart zette hij Asgeir Sigurvinsson op de bank en bij FC Nürnberg bleef hij overeind in een wespennest waarin de voorzitter hem aan de kant wilde schuiven, maar hij uiteindelijk zelf diende op te stappen. En graag kijkt hij terug op zijn periode bij Standard waarin hij met André Cruz en Stéphane Demol achteraan op één lijn speelde, alternerende verdedigers die voortdurend elkaars positie overnamen - dat was toen nieuw voor België. Eén zaak heeft Arie Haan in al die jaren wel geleerd: voetbalverstand alleen volstaat allang niet meer om een voetbalclub te leiden. Je moet op alle niveaus weten wat er gebeurt. Daarom vergelijkt hij het gebeuren in een voetbalclub met een toneelstuk. Als trainer, roept hij, moet je proberen de regie in handen te krijgen. Dat lijkt hem moeilijk. Want vaak weet je niet waarover het stuk gaat. ?