Liefst tien journalisten zijn in oktober 1981 met Lokeren mee naar het Franse Nantes. Minder dan de zestien die met Anderlecht naar het Poolse Lodz trekken, maar voor een Vlaamse provincieclub is dat toch heel wat. Dat heeft Lokeren in de eerste plaats sportief afgedwongen, als vicekampioen achter het ongenaakbare Anderlecht. Het reist naar Nantes als fiere competitieleider, mét een groeiende reputatie in Europa.
...

Liefst tien journalisten zijn in oktober 1981 met Lokeren mee naar het Franse Nantes. Minder dan de zestien die met Anderlecht naar het Poolse Lodz trekken, maar voor een Vlaamse provincieclub is dat toch heel wat. Dat heeft Lokeren in de eerste plaats sportief afgedwongen, als vicekampioen achter het ongenaakbare Anderlecht. Het reist naar Nantes als fiere competitieleider, mét een groeiende reputatie in Europa. Van de voorgaande twaalf Europabekermatchen won het er zes en speelde het vier keer gelijk. Alleen het grote Barcelona met Johan Cruijff en het AZ'67 (nu gewoon AZ) van trainer George Kessler klopten de Tricolores nipt. Het vorige seizoen verloor Lokeren in de kwartfinales van de UEFA Cup tegen de latere verliezende finalist AZ'67, nadat het zelf de scalp pakte van Dinamo Moskou, Dundee United en Real Sociedad. Die Europese campagne leverde de Wase club 8 miljoen frank (200.000 euro) op, maar manager Aloïs Derycker onthoudt vooral dat de thuismatchen tegen Dundee en Sociedad slechts 9000 man lokten. Tegen AZ'67 zat het wél vol, maar achteraf bleek dat duizenden gratis waren binnen geraakt omdat het stadion nog niet goed afgesloten was.Robert Budzinski, technisch directeur van Nantes, is Lokeren wel drie keer gaan bekijken. Hij raakt flink onder de indruk van de fysieke kracht en de snelle aanvallen van de Belgen. 'Lokeren speelt zo sterk als de Belgische nationale ploeg', laat hij in de plaatselijke pers afdrukken. Kortom: FC Nantes, de voorgaande jaren twee keer Frans kampioen en drie keer derde, is bang. Dat de pers in die dagen graag naar Lokeren komt, heeft naast een sportieve nog een andere reden. Men wordt er namelijk uitstekend in de watten gelegd door voorzitter en grootindustrieel Etienne Rogiers. Voor zijn trip naar Nantes is hij al van vijf uur 's ochtends onderweg. Eerst voor twee meetings naar Den Haag, dan van Schiphol naar Parijs, waar weer een vergadering gepland was, en vervolgens met het vliegtuig naar Nantes. De volgende middag nodigt de voorzitter uit in het chicste restaurant van Nantes. Delphin, goed voor één Michelinster. 'Het heet dat je bij Delphin slechts één moeilijk moment beleeft', schrijft de verslaggever van Sportmagazine later. 'Wanneer l'addition gepresenteerd wordt. Maar dat zal Rogiers een zorg zijn.' Die nacht zwaait de voorzitter persoonlijk de laatste Lokerse fan na wanneer de bar sluit om vier uur 's ochtends. Na de match neemt hij het chartervliegtuig mee terug, en stapt in Brussel over op een vlucht naar Frankfurt, waar hij die dag nog een zakenvergadering heeft. Hoe hij het doet? Erg simpel, zegt Rogiers: 'Wij hebben geen kinderen. Ik leef voor mijn zaken en Sporting Lokeren.' Rogiers' mecenaat verklaart het succes maar is tevens de achillespees van de club, die groot gemaakt is door hem, door ondervoorzitter en bouwondernemer Gaston Keppens en Fiel Laureys. Laureys is net als zijn vriend Antoine Vanhove van Club Brugge een groothandelaar in groenten en fruit, die elke ochtend om vier uur opstaat, op de Brusselse vroegmarkt inkopen doet en 's avonds nog eens langs loopt op de club. Dat werkt, tot Lokeren amper vier jaar na de fusie van 1974 in eerste klasse belandt. Plots is er met een profploeg nood aan iemand die voltijds beschikbaar is voor de spelers en de pers. De trainer kan dat niet. De 38-jarige Urbain Haesaert is ook nog leraar technische vakken in Hoboken. Kortom: Lokeren heeft een man nodig die tijd en een goeie babbel heeft, die overdag de kleine problemen van de spelers kan oplossen en journalisten goed ontvangt. 'Een voetbalclub heeft een totem nodig, waar mensen kunnen rond dansen', antwoordde Fiel Laureys op de vraag waarom hij nooit een job in de schijnwerpers opnam. 'Daarom hadden we eerst Aloïs Derycker. Later was ook Roger Lambrecht zo'n totem.' Aloïs Derycker heeft vijftien jaar als handelsvertegenwoordiger in damesondergoed gewerkt wanneer hij in 1971 aan de slag gaat als voltijds manager bij Beerschot, maar na een conflict in 1974 met de voorzitter staat hij op straat. De ideale man voor Lokeren, bedenken Rogiers, Keppens en Laureys. Derycker is goedlachs, heeft een goeie babbel en gaat vlot met mensen om. De nieuwe eersteklasser werkt als een magneet op talentvolle spelers uit binnen- en buitenland. De club betaalt goed en heeft een neus voor talent. Het is algemeen geweten dat voorzitter Rogiers elk jaar het tekort uit eigen zak bijpast en de buitenlandse verplaatsingen van de pers zelf financiert, net als het jaarlijkse feest voor de 200 vrijwilligers, waar op geen pint of glas wijn wordt gekeken. Ook voor extra premies is hij altijd goed. 'Hij kan het geld niet in zijn zakken houden', lacht Derycker. Toch moet een club in een provinciestad van net geen 40.000 inwoners, met gemiddeld amper 10.000 toeschouwers, haar beperkte middelen nuttiger aanwenden dan de grote clubs. De meeste spelers hebben bij manier van spreken enkele repen chocolade gekost, sommen omgerekend tussen de 4000 en 6500 euro. Dat geldt voor Arnór Gudjohnsen, Bob Hoogenboom, Roland Ingels, Wlodzimierz Lubanski, Raymond Mommens en James Bett. De eerste buitenlandse topper die Lokeren binnenhaalt, is Lubanski, die met Polen goud pakte op de Spelen van 1972 en in een interland tegen Engeland in 1973 zo zwaar aan de knie aangetrapt wordt dat men overtuigd is dat hij nooit meer op niveau zal voetballen. Wanneer beheerder Fiel Laureys verneemt dat Lubanski onderhandelt met AS Monaco, stuurt hij gauw een werknemer uit zijn fruit-en-groentebedrijf, een Pool die in België is blijven hangen, naar Polen om met Lubanski te praten. Het helpt ook dat voorzitter Rogiers een plasticfabriek heeft in Warschau. Lubanski's knie blijkt niet helemaal kapot. In 1979/80 lijkt hij Lokeren in zijn eentje kampioen te maken, maar een te smalle kern en zware langdurige blessures van sterkhouders doen de herfstkampioen op het einde helemaal ineenstorten. In de zomer van 1978 halen de Tricolores in IJsland de onbekende 20-jarige Schot James Bett, die als verdedigende middenvelder de ontbrekende schakel wordt in het Lokerse geheel, omdat hij met zijn inzet en zijn scherpe tackle René Verheyen ontlast. Eigenlijk ging Lokeren naar IJsland voor Pétur Pétursson, maar Feyenoord was de fusieclub net voor. Geen nood: Bett is niet alleen sportief een schot in de roos, maar ook zakelijk. Zo goed als gratis gehaald, en twee jaar later voor 12 miljoen frank (300.000 euro) verkocht aan Glasgow Rangers. Een jaar later heeft Lokeren weer prijs in IJsland. De 17-jarige Arnór Gudjohnsen is al papa van de drie maanden oude Eidur, die later nog bij Barcelona, Chelsea, Cercle en Club Brugge passeert. Arnór kan ook naar Manchester United, dat 7 miljoen frank biedt (175.000 euro) en naar Standard, maar hij wil naar Lokeren. Voor het hele gezin, zussen en ouders incluis, wordt een mooi huis ingericht en de papa van Arnor krijgt een job in het bouwbedrijf van ondervoorzitter Keppens. Jef Jurion, die de promotie naar eerste klasse op het veld doorzette, speelde in tweede op zijn 38e soms nog de pannen van het dak. 'Alleen tegen René Verheyen van Turnhout vermocht ik niets. Toen ik Lokeren verliet, gaf ik de tip: koop die man.' Zo kaapte Lokeren Verheyen weg onder de neus van het eveneens geïnteresseerde Anderlecht. Eerder bracht Jurion van KAA Gent Josef Vacenovsky mee, die eerst als speler maar later vooral als hulptrainer en scout van goudwaarde bleek. Via hem komt in 1980 verdediger Karol Dobias, in 1976 basisspeler in het team van Tsjechoslovakije, dat toen Europees kampioen werd. Jurion scoutte ook Preben Larsen bij FC Köln, waar de nukkige Deense spits bij de reserven verkommerde. Het klikte niet tussen de vrijbuiter en de op discipline hamerende trainer Hennes Weisweiler. Die vraagt de Deen op een dag vlakaf of het klopt dat hij op een avond gespot was in het gezelschap van een vrouw, met een fles whisky. 'Dat klopt niet', antwoordt de Deen ferm. 'Het waren twéé flessen whisky.' Wanneer de Deense nationale ploeg succes krijgt onder de nieuwe bondscoach Sepp Piontek, stelt die een boetesysteem in voor internationals die na een interland op stap gaan en na het afgesproken uur terugkeren. Soms legt Preben Larsen al die 500 Kronen (50 euro) neer voor hij vertrekt, omdat hij weet dat hij gegarandeerd te laat komt. Zijn nieuwe club betaalt 150.000 euro voor de spits, die in februari 1978 arriveert en een halfjaar niet speelt, behalve voor de beker. Dat treft, want in de kwartfinales staat Lokeren bij de rust 0-3 achter tegen Standard wanneer het dan maar die nieuwe onbekende Deen inbrengt. Met dank aan een totaal ontketende Larsen zet Lokeren de verloren situatie recht tot 3-3 en plaatst zich met 5-3 na verlengingen. Het gevolg? Eind 1979 hangen Werder Bremen en tal van andere Bundesligaclubs aan de lijn. Larsen, die in Lokeren zijn vrouw Nicole ontmoet, die in deelgemeente Doorslaar een kapsalon runt, vindt het fantastisch: 'Ik hoop dat alle Bundesligaclubs me opbellen. Alleen maar voor het plezier om ze allemaal te kunnen afschepen.' Het had ook met hem te maken, geeft hij toe: 'Indertijd had ik overal lak aan. Ik kwam voor het eerst op training bij FC Köln en ik blafte meteen Wolfgang Overath, hét idool daar, af.' In 1984 verkoopt Lokeren hem voor een veelvoud van wat het zelf betaalde aan Hellas Verona, waarmee hij in 1985 de enige landstitel uit de clubgeschiedenis zal behalen. Spelend voor Lokeren wordt hij in 1984 derde bij de prestigieuze prijs voor de beste Europese voetballer, de Ballon d'Or, na Michel Platini en Jean Tigana. Het is nog maar de tweede en tevens de laatste keer dat een speler uit de Belgische competitie in de top drie eindigde, na Anderlechts Rob Rensenbrink die in 1978 tweede werd. In 1985 wordt Larsen als voetballer van Hellas Verona ook nog tweede, na Platini. In 1980 haalt Lokeren na Lubanski nog een wereldtopper, met wie het zijn beruchte voorhoede L-L-L compleet heeft. Met de 30-jarige Grzegorz Lato, die topschutter was geworden op het WK in 1974 en 93 keer voor Polen was uitgekomen, had het een jaar eerder al een persoonlijk akkoord, maar de Poolse autoriteiten lagen dwars: jonger dan 30 mocht geen enkele voetballer het land uit. Een jaar later is er interesse van Eintracht Frankfurt, FC Köln, Hamburger SV, New York Cosmos, Club Brugge, SK Beveren en Beerschot, maar Lato kiest voor Lokeren, waar zijn gabber van bij de nationale ploeg speelt, Lubanski. Met het overlijden van de zwaar zieke Rogiers in mei 1984 is de hoogconjunctuur afgelopen, in 1993 volgt zelfs de degradatie naar tweede klasse. Wanneer de club in 1995 dreigt af te glijden naar derde, vinden Laureys en co een nieuwe totem. Roger Lambrecht is geboren in het centrum van Lokeren. Tijdens zijn legerdienst voetbalt hij in het verre zuiden van het land, bij een club uit Aarlen. Terug thuis trekt hij zowel voor het katholieke Standaard Lokeren als het liberale Racing Lokeren de voetbalschoenen aan, tot hij begint met een bandencentrale, in Berchem. Het verschil tussen Keppens en Lambrecht? Lambrecht heeft centen, Keppens teerde lang op Rogiers' geld. Voortaan wordt Lambrecht alleenheerser, met twee grote frustraties: dat Lokeren nooit meer dan 6000 toeschouwers lokt en dat er geen grote bedrijven in de regio zijn. Via haar geprivilegieerde contacten geraakt de club nog aan talent. In 1996 vindt Lokeren bij Sparta Praag twee spelers die voormalig hulptrainer Josef Vacenovsky tipte: Roman Vonásek en Václav Budka. Zij raden de Lokerse delegatie aan om er een lange slungelachtige spits bij te nemen die bij de reserven van Sparta speelt en die men quasi gratis krijgt. Drie jaar later verkoopt Lokeren deze Jan Koller voor liefst 3 miljoen euro aan Anderlecht, dat hem twee jaar later aan Borussia Dortmund slijt voor 10 miljoen. Kort daarvoor zat Fiel Laureys al eens met Sparta Praag aan tafel voor Zdenek Svoboda die uiteindelijk niet komt. Er komt een ploegmaat bij zitten, die zegt dat hij ook graag naar Lokeren wil komen. Maar de verantwoordelijke van Sparta waarschuwt dat er niet met die speler kan gepraat worden vooraleer er één miljoen euro onder tafel betaald wordt. In 1996 verlaat die speler Sparta Praag. Niet met bestemming Lokeren, maar Lazio. Zijn naam? Pavel Nedved. Elke keer opnieuw moet Lokeren op zoek naar andere inkomsten om het jaarlijkse gat in de begroting weg te werken. Het idee van een fusie slaat niet aan. Eendracht Aalst haakt af, het samengaan met Sporting Sint-Niklaas werkt niet. Een fusie in het Waasland noemt Fiel Laureys FC Dwaasland: 'Men denkt dat 5000 plus 5000 plus 1000 in totaal 11.000 maakt', zegt hij, verwijzend naar de toeschouwersaantallen van Beveren, Lokeren en Sint-Niklaas. 'Maar dat klopt niet. Dat maakt hooguit 6000. ' Laureys, sinds 1946 lid van eerst Racing en later Sporting Lokeren en daarmee het oudste lid van de KBVB, zal tot zijn overlijden in 2017 benadrukken dat Lokeren geen Wase club is: 'Wij zijn Durmejongens.' Om het jaarlijkse gat van 4 tot 5 miljoen euro te dichten bewandelt Lambrecht steeds nieuwe wegen. Eerst rekruteert sportief directeur Willy Verhoost in Afrika, tot die bron opdroogt omdat hij zijn tussenpersonen met peanuts afscheept. Later helpt Dejan Veljkovic Lokeren opnieuw aan voetballers uit Oost-Europa, maar die hebben niet langer het niveau van Lubanski of Lato, waardoor ze niet met winst kunnen verkocht worden, terwijl er enorme commissies gaan naar de betrokken makelaars. In 2012 stelt Lokeren verbaasd vast dat de toegewezen 17.500 tickets voor de bekerfinale op de Heizel in geen tijd uitverkocht zijn. Twee jaar later gebeurt net hetzelfde. Beide keren wint Lokeren de beker. Op 27 november 2014 wordt op Daknam voor het laatst Europees gevoetbald, tegen Legia Warschau. Twee weken later wint Lokeren uit bij het Oekraïense Metalist Charkiv zijn 38e en laatste Europese wedstrijd met 0-1.