Steven (20): "Ik ben geboren in Frankrijk. Eerst groeide ik daar op, bij mijn moeder, in Tourcoing. We waren er met ongeveer twaalf kinderen. Op mijn dertiende vertrok ik daar; ik besloot mijn vader op te zoeken, die naar Moeskroen verhuisd was. Hij woonde er samen met zijn vriendin en hun vier kinderen. Ik trok bij hen in en bleef er tot mijn achttiende. Toen werd de sfeer in huis slechter; mijn vader en zijn vriendin gingen uit elkaar. Ik wilde zoiets niet nog een keer meemaken, ik had mijn moeder en mijn vader al zien scheiden. Dus pakte ik weer mijn boeltje. Ik trok opnieuw naar mijn moeder. ...

Steven (20): "Ik ben geboren in Frankrijk. Eerst groeide ik daar op, bij mijn moeder, in Tourcoing. We waren er met ongeveer twaalf kinderen. Op mijn dertiende vertrok ik daar; ik besloot mijn vader op te zoeken, die naar Moeskroen verhuisd was. Hij woonde er samen met zijn vriendin en hun vier kinderen. Ik trok bij hen in en bleef er tot mijn achttiende. Toen werd de sfeer in huis slechter; mijn vader en zijn vriendin gingen uit elkaar. Ik wilde zoiets niet nog een keer meemaken, ik had mijn moeder en mijn vader al zien scheiden. Dus pakte ik weer mijn boeltje. Ik trok opnieuw naar mijn moeder. Maar daar ging het ook weer mis. Mijn stiefvader steunde me niet; ik kreeg geen zakgeld. En in die periode was ik ook veel bezig met mijn vriendin; die had problemen. Mijn moeder en mijn stiefvader zeiden: ofwel kies je voor ons, ofwel voor je vriendin. Ik koos voor mijn vriendin en vertrok opnieuw. Even kon ik terecht in een opvangcentrum, maar het lukte me niet om daar de huur te blijven betalen. Ik raakte in de problemen. Ik nam de bus en de metro zonder te betalen, ik werd gepakt en begon zo schulden te maken. Ik vroeg mijn moeder of ik nog eens terug bij haar mocht komen. Ze zei ja. Maar bij mijn vader had ik altijd veel vrijheid gekregen; mijn moeder en mijn stiefvader vroegen te veel van mij. Omdat er bij hen zo veel kinderen waren, was het ook niet makkelijk om elke dag genoeg eten op tafel te krijgen. Uiteindelijk zagen ze mij daar gewoon als een extra mond die gevoed moest worden. Ik vertrok nog maar eens. En toen begon de moeilijkste periode. Ik had geen geld; ik kon nergens naartoe. Het was ook net winter. Ik was compleet verloren. Ik sliep in metrostations en bedelde om een sandwich te kunnen kopen. Ik haalde ook stommiteiten uit. Na enkele maanden ging ik mijn vader opnieuw opzoeken. Ik mocht me bij hem laten domiciliëren, zei hij, maar lang bij hem blijven mocht ik niet. Hij had het zelf ook niet breed. En hij wou zijn leven weer heropbouwen, vanaf nul. "Uiteindelijk belandde ik in Terre Nouvelle, een opvanghuis in Moeskroen. Ik moet er minder dan 400 euro betalen voor een kamer. Dat kan ik dankzij mijn uitkering van het OCMW. Ik volg nu ook een opleiding tot keukenhulp. Het gaat weer goed met mij. Natuurlijk voel ik me nog altijd verwaarloosd door mijn ouders en dat doet nog altijd pijn, maar één iemand is wel altijd achter mij blijven staan: mijn vriendin. Met haar wil ik verder. "In Terre Nouvelle vroegen ze of ik wilde voetballen bij het Homeless Team van Mouscron-Péruwelz. Ik doe nu elke keer mee. In het voetbal kan ik me afreageren; het bevrijdt me even van alle zorgen. En er is een leuke groepsgeest, ik kom goed overeen met de mensen van het Homeless Team; dankzij hen vond ik weer levenslust. Deze ploeg voelt aan als een tweede familie. "Vroeger was ik een zachte jongen. De straat maakte me hard, gemeen zelfs. Ik was mezelf niet op de straat. Die jongen die je nu op het voetbalveld ziet, dát is wie ik ben." DOOR KRISTOF DE RYCK"Deze ploeg voelt aan als een tweede familie."