D ánielTözsér was onderdeel van een ambitieus transferoffensief waarmee Racing Genk in 2008 dacht het laatste gaatje met de Belgische top dicht te rijden. Dat viel tegen. Tözsér, Daniel Pudil en Adam Nemec losten de verwachtingen niet in en alleen João Carlos stond vast in de basis. Sportief directeur WillyReynders betaalde het gelag, trainer Ronny Van Geneugden zette zelf een stap opzij. Het binnenhalen van de beker van België na winst in de finale tegen KV Mechelen was niet meer dan een pleister op een houten been. Tözsér, een week eerder 23 geworden, kreeg een kwartier speeltijd.

"Hij werd aanvankelijk beschouwd als een miskoop", herinnert Willy Reynders zich. "Enerzijds had hij nog niet de maturiteit die hij vandaag heeft, anderzijds legde hij te weinig werkkracht en hardnekkigheid aan de dag. Hij werd bestempeld als wat lui en als iemand die alleen in balbezit functioneert. Dat is zeker het geval niet meer. Op dat vlak heeft hij een heel goede evolutie doorgemaakt. Hij is een completere speler geworden. Techniek, vista en een laatste pass had hij altijd al. Nu is hij ook een beslissende speler met zijn afstandsschoten en op stilstaande fases."

Qua stijl, maar ook qua persoonlijkheid, is Tözsér een speler die volgens Reynders kan thuishoren bij een club als Anderlecht. Of er ook daadwerkelijk plaats is voor hem, is weer wat anders. "Als je me vraagt of hij de kwaliteiten heeft voor Anderlecht, zeg ik: ja. De rest laat ik aan hen over. Hij is geen 'zes' volgens mij. Wel een 'acht', in een rol naast een iets defensievere middenvelder. Hij zal dan in concurrentie moeten met een speler als Kljestan. In die positie zijn wendbaarheid en explosiviteit iets minder noodzakelijk dan wanneer je twintig meter hoger speelt. Hij mag niet te hoog spelen."

Snelheid. Wendbaarheid. Explosiviteit. Mocht hij het hebben, hij was een absolute topper. "Hij is wel heel slim qua positiekeuze", meent Reynders. "Hij durft ook door te dekken, heeft lef. In het begin voelde hij zich te veel het spelmakerstype. Geleidelijk aan heeft hij beseft dat er in het moderne voetbal harder moet worden gewerkt om ook te kunnen functioneren in de omschakeling en niet alleen in balbezit. Hij is hardnekkiger nu, geeft meer blijk van grinta. Hij moest vooral op mentaal vlak een knop omdraaien."

Mentale boost

Dat gebeurde niet van vandaag op morgen. Logisch, vindt Ronny Van Geneugden. "Heel veel spelers die van club veranderen, en zeker als ze in een nieuw land terechtkomen, hebben een aanpassingsperiode nodig vooraleer hun kwaliteiten optimaal tot hun recht komen. Bij de een duurt dat langer dan bij de ander. Het verwachtingspatroon bij Tözsér lag erg hoog vanaf dag één. Het is menselijk dat hij die verwachtingen niet meteen kon inlossen. Hij heeft tijd nodig gehad om zichzelf te vinden. Zie maar hoe lang Suárez er bij Anderlecht over heeft gedaan."

Tözsér was de linksvoetige centrale middenvelder die Van Geneugden toen hard nodig had in Genk. Een veldbezetting met een diepe en een hangende spits was het plan. Daarachter twee middenvelders die alternerend voor het bijsluiten moesten zorgen en diepgang creëren. Eén van die twee was Tözsér. In een elftal met maar twee centrale middenvelders is gebleken hoe belangrijk het is hem te omringen met spelers die zijn tekortkomingen compenseren. Zonder tweede spits die geregeld naar het midden afzakt, redt hij het niet. Een rol die Jelle Vossen later met verve is gaan vervullen.

Van Geneugden over Tözsér: "Hij is in principe niet de man die een aantal keren over de spits gaat en in de box komt. Zijn hoogste rendement heeft hij gehaald als hij achter de bal speelt. Bij het bouwen van het huis zijn de bakstenen nu eenmaal zo gevallen. Ik denk niet dat onze oorspronkelijke analyse nu in vraag moet worden gesteld. Op een bepaald moment gaat het om rendement. Ik heb hem zien evolueren naar een speler die dominant voetbalt en belangrijk is. Dat dwing je maar af door rendement te halen op je positie."

Want, zegt Van Geneugden: "Je kunt teren op je traptechniek, maar wanneer word je daar pas om geprezen? Wanneer het zich vertaalt in rendement. Vrije trappen binnenschieten, assists geven, beslissende corners trappen. Ik heb het gevoel dat zijn rendement na verloop van tijd groter is geworden. In de eindpassing, de spelverlegging, het opeisen van ballen, meer vertrouwen uitstralen. Daarin is hij enorm gegroeid. Naar mijn mening is hij mee gegroeid met het team en heeft hem dat een mentale boost gegeven die zich heeft vertaald naar zijn functioneren op en naast het veld."

Champions League

"In een elftal dat veel op de helft van de tegenstander speelt, heb je ook mensen achter de bal nodig", analyseert Van Geneugden zonder Anderlecht bij naam te noemen. "Jongens die altijd aanspeelbaar zijn wanneer het vastzit in de kleine ruimte en die met de nodige creativiteit het spel kunnen verleggen. Anderzijds heb je in wedstrijden waarin je iets defensiever opgesteld moet staan, ook jongens nodig die vanuit een verdedigende instelling de tegenaanval kunnen lanceren. Iemand die met zijn traptechniek voor dieptespel kan zorgen. Ten slotte beschikt Tözsér over een traptechniek waarmee hij op stilstaande fasen beslissend kan zijn. In wedstrijden die op slot zitten, kan hij met corners en vrijschoppen een meerwaarde betekenen. Mijn conclusie is dus dat hij toch aan een aantal criteria beantwoordt om bij een club uit de top van het Belgisch voetbal te spelen."

Maar of hij Lucas Biglia kan vervangen, zoals enkele krantenberichten suggereerden? "Dan is de vraag of hij de verbetenheid heeft in de balrecuperatie en in de één tegen één. Met zijn positiespel moet hij dat volgens mij kunnen camoufleren. Belangrijk is ook hoe hij omringd is. Hij heeft een geweldig seizoen gemaakt met David Hubert naast zich. Die nam de meer defensieve taken voor zijn rekening. Nu Hubert er niet bij is, merk je dat er meer druk op zijn schouders terechtkomt en dat hij het iets moeilijker heeft. Bij een topclub zou zich dat kunnen manifesteren in de topwedstrijden of in wedstrijden op internationaal niveau. Een topclub speelt 85 procent van haar wedstrijden op de helft van de tegenstander. Dan ga je uit van balbezit en is het een kwestie van goed positiespel. Maar in de andere 15 procent - zijnde de topwedstrijden en de wedstrijden in de Cham- pions League of de Europa League - weet je dat je er een klein vraagteken achter moet plaatsen."

Praten over Anderlecht is praten over dát niveau. "Maar zij gaan niet uit van elf spelers, maar van een kern die complementair is om op de drie fronten competitief te zijn", aldus Van Geneugden. "Dan heb je profielen nodig voor wanneer je hoog of laag speelt, of voor wanneer je onder ligt in bepaalde wedstrijden. Dan moet je niet uitgaan van speler x die je haalt voor dertig wedstrijden op Belgisch niveau, een zestal in de beker en hopelijk nog eens een stuk of tien op Europees niveau. Dat is te veel. Als een club een speler wil halen, kan het zijn dat ze dat doet voor het Belgische niveau waarop ze bijna altijd op de helft van de tegenstander speelt, en waarvoor die speler specifieke kwaliteiten bezit om rendement te halen voor het team. Het kan zijn dat zo'n speler iets te weinig is voor de Europese wedstrijden, waarvoor iemand anders dan wél de specifieke kwaliteiten heeft op die positie."

Orlando Engelaar

Van Tözsérs gebrek aan snelheid maakt de OHL-trainer niet zo'n punt. "De snelheid van een speler wordt bepaald door de snelheid van de bal. Met één pass kan hij één of meer tegenstanders uitschakelen. Hij heeft daar geen individuele actie voor nodig. Dan ga ik natuurlijk uit van balbezit en daarin wil ik niet discussiëren over zijn kwaliteiten of zijn snelheid. De vraag is alleen: wat in balverlies, als het korter en heviger wordt? Op verplaatsing in de Champions League hebben we gezien dat hij het dan moeilijk krijgt. Daarom is hij in die wedstrijden een vraagteken voor mij, maar niet voor het overgrote deel van de wedstrijden. Daar heeft hij wel voldoende kwaliteiten voor, denk ik. Precies omdat je veel sterker bent dan de meeste tegenstanders."

Een andere vaststelling is dat het voetbal van Anderlecht anders is dan dat van Genk. Daar houden Kevin De Bruyne en Thomas Buffel het veld heel breed. In de spits wordt naar diepgang gezocht. Dat laat Tözsér toe zijn prima dieptezicht en dito dieptepass aan te spreken. Anderlecht speelde tegen Lokomotiv Moskou voorin met Milan Jova-novic, Fernando Canesin, Matías Suárez en Guillaume Gillet. Vier jongens die ín de bal spelen. Van Geneugden: "Dan val je terug op kort combinatievoetbal en probeer je geduldig via positiespel naar het doel van de tegenstander te voetballen."

"In Genk hebben we Orlando Engelaar gehad", plaatst Willy Reynders een slotbemerking. "Als tweede spits op de 'tien', als valse linksbuiten ook, maar bij Twente nadien is hij via de 'zes' in de nationale ploeg gekomen. Weinigen hadden verwacht dat hij dat kon. Het hangt er dus maar van af wat je verwacht van een 'zes'. Zie je hem als een libero op het middenveld, dan denk ik dat Tözsér het kan. Hij kán ook scherp zijn in de duels, maar hij is een ander type."

DOOR JAN HAUSPIE - BEELDEN: IMAGEGLOBE

"Over zijn kwaliteiten in balbezit wil ik niet discussiëren. De vraag is alleen: wat in balverlies?" Ronny Van Geneugden

D ánielTözsér was onderdeel van een ambitieus transferoffensief waarmee Racing Genk in 2008 dacht het laatste gaatje met de Belgische top dicht te rijden. Dat viel tegen. Tözsér, Daniel Pudil en Adam Nemec losten de verwachtingen niet in en alleen João Carlos stond vast in de basis. Sportief directeur WillyReynders betaalde het gelag, trainer Ronny Van Geneugden zette zelf een stap opzij. Het binnenhalen van de beker van België na winst in de finale tegen KV Mechelen was niet meer dan een pleister op een houten been. Tözsér, een week eerder 23 geworden, kreeg een kwartier speeltijd. "Hij werd aanvankelijk beschouwd als een miskoop", herinnert Willy Reynders zich. "Enerzijds had hij nog niet de maturiteit die hij vandaag heeft, anderzijds legde hij te weinig werkkracht en hardnekkigheid aan de dag. Hij werd bestempeld als wat lui en als iemand die alleen in balbezit functioneert. Dat is zeker het geval niet meer. Op dat vlak heeft hij een heel goede evolutie doorgemaakt. Hij is een completere speler geworden. Techniek, vista en een laatste pass had hij altijd al. Nu is hij ook een beslissende speler met zijn afstandsschoten en op stilstaande fases." Qua stijl, maar ook qua persoonlijkheid, is Tözsér een speler die volgens Reynders kan thuishoren bij een club als Anderlecht. Of er ook daadwerkelijk plaats is voor hem, is weer wat anders. "Als je me vraagt of hij de kwaliteiten heeft voor Anderlecht, zeg ik: ja. De rest laat ik aan hen over. Hij is geen 'zes' volgens mij. Wel een 'acht', in een rol naast een iets defensievere middenvelder. Hij zal dan in concurrentie moeten met een speler als Kljestan. In die positie zijn wendbaarheid en explosiviteit iets minder noodzakelijk dan wanneer je twintig meter hoger speelt. Hij mag niet te hoog spelen." Snelheid. Wendbaarheid. Explosiviteit. Mocht hij het hebben, hij was een absolute topper. "Hij is wel heel slim qua positiekeuze", meent Reynders. "Hij durft ook door te dekken, heeft lef. In het begin voelde hij zich te veel het spelmakerstype. Geleidelijk aan heeft hij beseft dat er in het moderne voetbal harder moet worden gewerkt om ook te kunnen functioneren in de omschakeling en niet alleen in balbezit. Hij is hardnekkiger nu, geeft meer blijk van grinta. Hij moest vooral op mentaal vlak een knop omdraaien." Dat gebeurde niet van vandaag op morgen. Logisch, vindt Ronny Van Geneugden. "Heel veel spelers die van club veranderen, en zeker als ze in een nieuw land terechtkomen, hebben een aanpassingsperiode nodig vooraleer hun kwaliteiten optimaal tot hun recht komen. Bij de een duurt dat langer dan bij de ander. Het verwachtingspatroon bij Tözsér lag erg hoog vanaf dag één. Het is menselijk dat hij die verwachtingen niet meteen kon inlossen. Hij heeft tijd nodig gehad om zichzelf te vinden. Zie maar hoe lang Suárez er bij Anderlecht over heeft gedaan." Tözsér was de linksvoetige centrale middenvelder die Van Geneugden toen hard nodig had in Genk. Een veldbezetting met een diepe en een hangende spits was het plan. Daarachter twee middenvelders die alternerend voor het bijsluiten moesten zorgen en diepgang creëren. Eén van die twee was Tözsér. In een elftal met maar twee centrale middenvelders is gebleken hoe belangrijk het is hem te omringen met spelers die zijn tekortkomingen compenseren. Zonder tweede spits die geregeld naar het midden afzakt, redt hij het niet. Een rol die Jelle Vossen later met verve is gaan vervullen. Van Geneugden over Tözsér: "Hij is in principe niet de man die een aantal keren over de spits gaat en in de box komt. Zijn hoogste rendement heeft hij gehaald als hij achter de bal speelt. Bij het bouwen van het huis zijn de bakstenen nu eenmaal zo gevallen. Ik denk niet dat onze oorspronkelijke analyse nu in vraag moet worden gesteld. Op een bepaald moment gaat het om rendement. Ik heb hem zien evolueren naar een speler die dominant voetbalt en belangrijk is. Dat dwing je maar af door rendement te halen op je positie." Want, zegt Van Geneugden: "Je kunt teren op je traptechniek, maar wanneer word je daar pas om geprezen? Wanneer het zich vertaalt in rendement. Vrije trappen binnenschieten, assists geven, beslissende corners trappen. Ik heb het gevoel dat zijn rendement na verloop van tijd groter is geworden. In de eindpassing, de spelverlegging, het opeisen van ballen, meer vertrouwen uitstralen. Daarin is hij enorm gegroeid. Naar mijn mening is hij mee gegroeid met het team en heeft hem dat een mentale boost gegeven die zich heeft vertaald naar zijn functioneren op en naast het veld." "In een elftal dat veel op de helft van de tegenstander speelt, heb je ook mensen achter de bal nodig", analyseert Van Geneugden zonder Anderlecht bij naam te noemen. "Jongens die altijd aanspeelbaar zijn wanneer het vastzit in de kleine ruimte en die met de nodige creativiteit het spel kunnen verleggen. Anderzijds heb je in wedstrijden waarin je iets defensiever opgesteld moet staan, ook jongens nodig die vanuit een verdedigende instelling de tegenaanval kunnen lanceren. Iemand die met zijn traptechniek voor dieptespel kan zorgen. Ten slotte beschikt Tözsér over een traptechniek waarmee hij op stilstaande fasen beslissend kan zijn. In wedstrijden die op slot zitten, kan hij met corners en vrijschoppen een meerwaarde betekenen. Mijn conclusie is dus dat hij toch aan een aantal criteria beantwoordt om bij een club uit de top van het Belgisch voetbal te spelen." Maar of hij Lucas Biglia kan vervangen, zoals enkele krantenberichten suggereerden? "Dan is de vraag of hij de verbetenheid heeft in de balrecuperatie en in de één tegen één. Met zijn positiespel moet hij dat volgens mij kunnen camoufleren. Belangrijk is ook hoe hij omringd is. Hij heeft een geweldig seizoen gemaakt met David Hubert naast zich. Die nam de meer defensieve taken voor zijn rekening. Nu Hubert er niet bij is, merk je dat er meer druk op zijn schouders terechtkomt en dat hij het iets moeilijker heeft. Bij een topclub zou zich dat kunnen manifesteren in de topwedstrijden of in wedstrijden op internationaal niveau. Een topclub speelt 85 procent van haar wedstrijden op de helft van de tegenstander. Dan ga je uit van balbezit en is het een kwestie van goed positiespel. Maar in de andere 15 procent - zijnde de topwedstrijden en de wedstrijden in de Cham- pions League of de Europa League - weet je dat je er een klein vraagteken achter moet plaatsen." Praten over Anderlecht is praten over dát niveau. "Maar zij gaan niet uit van elf spelers, maar van een kern die complementair is om op de drie fronten competitief te zijn", aldus Van Geneugden. "Dan heb je profielen nodig voor wanneer je hoog of laag speelt, of voor wanneer je onder ligt in bepaalde wedstrijden. Dan moet je niet uitgaan van speler x die je haalt voor dertig wedstrijden op Belgisch niveau, een zestal in de beker en hopelijk nog eens een stuk of tien op Europees niveau. Dat is te veel. Als een club een speler wil halen, kan het zijn dat ze dat doet voor het Belgische niveau waarop ze bijna altijd op de helft van de tegenstander speelt, en waarvoor die speler specifieke kwaliteiten bezit om rendement te halen voor het team. Het kan zijn dat zo'n speler iets te weinig is voor de Europese wedstrijden, waarvoor iemand anders dan wél de specifieke kwaliteiten heeft op die positie." Van Tözsérs gebrek aan snelheid maakt de OHL-trainer niet zo'n punt. "De snelheid van een speler wordt bepaald door de snelheid van de bal. Met één pass kan hij één of meer tegenstanders uitschakelen. Hij heeft daar geen individuele actie voor nodig. Dan ga ik natuurlijk uit van balbezit en daarin wil ik niet discussiëren over zijn kwaliteiten of zijn snelheid. De vraag is alleen: wat in balverlies, als het korter en heviger wordt? Op verplaatsing in de Champions League hebben we gezien dat hij het dan moeilijk krijgt. Daarom is hij in die wedstrijden een vraagteken voor mij, maar niet voor het overgrote deel van de wedstrijden. Daar heeft hij wel voldoende kwaliteiten voor, denk ik. Precies omdat je veel sterker bent dan de meeste tegenstanders." Een andere vaststelling is dat het voetbal van Anderlecht anders is dan dat van Genk. Daar houden Kevin De Bruyne en Thomas Buffel het veld heel breed. In de spits wordt naar diepgang gezocht. Dat laat Tözsér toe zijn prima dieptezicht en dito dieptepass aan te spreken. Anderlecht speelde tegen Lokomotiv Moskou voorin met Milan Jova-novic, Fernando Canesin, Matías Suárez en Guillaume Gillet. Vier jongens die ín de bal spelen. Van Geneugden: "Dan val je terug op kort combinatievoetbal en probeer je geduldig via positiespel naar het doel van de tegenstander te voetballen." "In Genk hebben we Orlando Engelaar gehad", plaatst Willy Reynders een slotbemerking. "Als tweede spits op de 'tien', als valse linksbuiten ook, maar bij Twente nadien is hij via de 'zes' in de nationale ploeg gekomen. Weinigen hadden verwacht dat hij dat kon. Het hangt er dus maar van af wat je verwacht van een 'zes'. Zie je hem als een libero op het middenveld, dan denk ik dat Tözsér het kan. Hij kán ook scherp zijn in de duels, maar hij is een ander type." DOOR JAN HAUSPIE - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Over zijn kwaliteiten in balbezit wil ik niet discussiëren. De vraag is alleen: wat in balverlies?" Ronny Van Geneugden