Op 1 november begon (ex-) triatlete Kathleen Smet aan haar nieuwe carrière als topsportcoördinator bij de Vlaamse Triatlon en Duatlon Federatie. "En meteen met een dag verlof, ik ben op een ideaal moment begonnen", zegt ze met een kwinkslag. Op 12 november loopt ze nog een laatste feestelijke triatlon voor familie en vrienden in haar thuisstad Lommel (voor info surf naar www.vtdl.be). Daarna houdt ze er definitief mee op.
...

Op 1 november begon (ex-) triatlete Kathleen Smet aan haar nieuwe carrière als topsportcoördinator bij de Vlaamse Triatlon en Duatlon Federatie. "En meteen met een dag verlof, ik ben op een ideaal moment begonnen", zegt ze met een kwinkslag. Op 12 november loopt ze nog een laatste feestelijke triatlon voor familie en vrienden in haar thuisstad Lommel (voor info surf naar www.vtdl.be). Daarna houdt ze er definitief mee op. Jammer, want op haar 35ste lijkt de Limburgse net haar top bereikt te hebben. In augustus zette ze haar grootste prestatie ooit neer : wereldkampioene op de triatlon lange afstand. Is dit dan wel het moment om ermee te kappen ? Smet : "Ik had me vorig jaar al voorgenomen om te stoppen na dit seizoen. Liever aan de top dan na een jaar te veel." Een onherroepelijke beslissing. Of toch niet ? "Ik sluit niet uit dat ik af en toe nog aan een wedstrijd zal meedoen. Ik zou bijvoorbeeld graag nog eens een marathon lopen. En zomaar deelnemen zie ik mezelf niet doen : ik stel mezelf doelen, dat zit er nu eenmaal ingebakken."De indrukwekkende carrière van Kathleen Smet, aan de hand van negen momenten - hoogtepunten en laagtepunten. Kathleen Smet : "In 1994 mocht ik voor het eerst deelnemen aan een Universiade. Ik was daar binnengeraakt via een achterpoortje. Een van de meisjes kon niet mee wegens herexamens en daardoor mocht ik mee. Tot dan toe was ik altijd zwemster geweest. Ik was 24, wat eigenlijk heel laat is om met de sport te beginnen. Als je op je eerste internationale wedstrijd dan meteen een heleboel atletes die al jaren bezig zijn met triatlon achter je laat, denk je toch : wauw, ik kan dat hier vrij goed. "Als tiener zwom ik in een Antwerpse club. Mijn vader was een fervente loper en op mijn zeventiende liep ik eens een halve marathon mee met hem. Tot 1994 ben ik blijven zwemmen, in 1993 stond ik zelfs nog naast Brigitte Becue op het podium en in de jeugdreeksen zwom ik altijd tegen Ingrid Lempereur (bronzen medaille op de Olympische Spelen in 1984, nvdr). De eerste jaren combineerde ik zwemmen met triatlon, maar op den duur ga je je meer concentreren op lopen en fietsen.""In feite was die titel in 1996 geen verrassing. Mieke Suys, altijd al mijn grootste concurrente, was er toen niet bij. In 1998 werd ik voor een tweede keer Belgisch kampioene, deze keer met Mieke erbij. Die tweede titel deed mij daarom meer deugd dan de eerste. Weet je, de Belgen genieten in het buitenland een zeer goede reputatie inzake triatleten en duatleten. Ik denk dat we dit jaar opnieuw aan een stuk of elf medailles komen op de EK's en WK's samen. In het buitenland vragen ze ons : hoe doen jullie dat toch ? Ik denk dat het die typische Flandrien-mentaliteit is die ons zo ver brengt. Opgeven staat niet in ons woordenboek.""Dat was wél een verrassing. Vanaf 1999 kon je je via het EK plaatsen voor de Spelen. Tot dan toe was het voor mij altijd net niet geweest en in 2000 wou ik alles op alles zetten. Ik had twee kansen : het EK en het WK. Het WK vond in Australië plaats en ik was samen met mijn vader vier maanden op voorhand naar daar getrokken om te trainen. Uiteindelijk heeft men ons door een organisatorische fout maar zeven kilometer laten lopen in plaats van tien. Daardoor haalde ik niet het beoogde resultaat. Het EK werd in het Nederlandse Stein gehouden, vlakbij de deur. Nadat ik het parcours een paar keer had verkend, wist ik : zonder pech win ik dit EK. "Lopen was tot dan toe mijn pijnpunt, maar ik was in de winter daarvoor veel gaan veldlopen, dat wierp zijn vruchten af. In het begin was zwemmen mijn sterkste punt, een enorm voordeel omdat je dan een mentale opkikker krijgt wanneer je als eerste uit het water komt. In mijn eerste triatlon kwam ik zelfs voor de mannen uit het water. Je moest de mensen zien kijken : 'Hé, 't is een vrouw !' Dat zwemmen is een echte hel, als je zou weten wat daar allemaal onder water gebeurt : trekken, duwen, slaan, krabben... In Hawaï dit jaar zwom er een enorme lastpost naast mij, die vent was constant aan het duwen en trekken. Ik keek opzij en wie zag ik : Rutger Beke. Ik had hem bijna een mot verkocht (lacht).""Ik verkeerde in bloedvorm, maar twee weken voor de start van de Spelen van 2000 in Sydney viel ik met de fiets. Over de kop, recht op mijn gezicht. Overal open wonden. Als je daarmee dan in het zout water moet trekken en sleuren... Dat is een helse pijn. Na de zwemproef wist ik al dat de wedstrijd verloren was. "Na Sydney was het de bedoeling om de definitieve stap te zetten van kwart naar de lange afstand, maar door die ontgoocheling en omdat ik mijn Europese titel wilde verdedigen, bleef ik ook de korte afstand meedoen. Het grootste verschil tussen een Iron Man (lange afstand) of een kwarttriatlon is dat je de eerste vooral tegen jezelf loopt en de tweede tegen andere concurrenten. De kwart is ook veel tactischer. Vooral in het fietsen, waarbij je sinds 1996 in groepen mag rijden. Ik zou mezelf toch ook veeleer bestempelen als een tactische triatlete, ik koos bijvoorbeeld de wedstrijden uit waarbij het fietsparcours zwaar genoeg was, omdat ik behoorlijk bergop kon fietsen.""In Nice, in 2002. Een sterke prestatie, en toch een ontgoocheling. Ik had mijn zinnen op winnen gezet. Maar ik kende mijn concurrentes toen nog niet goed omdat ik pas kwam kijken op de lange afstand en ik was dus misschien wel wat overmoedig in mijn ambitie. 2002 was een eerste topjaar, want ik stond dat jaar vierde op de wereldranglijst.""2004 was opnieuw een topjaar. Ik eindigde eerste in de wereldbekerstand en greep net naast het podium op de Olympische Spelen. Ik had me voorgenomen dat het mijn laatste seizoen zou zijn. Ik wilde de wereldbeker winnen en een goede prestatie neerzetten op de Olympische Spelen. Ik had een minutieus voorbereidingsplan uitgestippeld, ik wist dat Athene een parcours was voor mij. Mijn hele seizoen stond in het teken van die 25 augustus. Mijn eerste gevoel na de finish was er één van opluchting dat ik het einde gehaald had. Vierde op de Spelen is niet niets, hé. Achteraf ga je natuurlijk denken : wat als ik dit of dat gedaan had ? Waar was ik dan geëindigd ? Had ik bijvoorbeeld vijftien seconden sneller gezwommen, dan stond ik op het podium. Of als de twee Amerikaanse atletes op mij hadden gewacht tijdens het fietsen, dan zat er ook een medaille in.""Mijn voornaamste doel voor 2005 was kwalificatie voor de Iron Man in Hawaï, daarna pas had ik mezelf een podiumplaats op het WK vooropgesteld. Aan het begin van het jaar kende ik moeilijkheden om mij te motiveren, ik vreesde voor het jaar te veel. Samen met mijn echtgenoot Niko besloot ik om het jaar stap per stap door te werken. Eerst de Iron Man in Zuid-Afrika en dan zien we wel. In Zuid-Afrika finishte ik als tweede achter Natasha Badmann. Ik beschouw mezelf als een evenknie van haar, alleen fietst zij veel beter en dat is zeker in Hawaï doorslaggevend. "Het WK is veel meer waard dan het EK, omdat de Australiërs en de Amerikanen toch een groot deel van de wereldtop vertegenwoordigen. Er zijn maar enkele Europeanen die met hen mee kunnen. In Fredericia werd ik wereldkampioene, voor een Australische (glundert). Ik werd door mijn collega-atletes overladen met felicitaties. De meesten zijn ook heel verwonderd en tegelijkertijd blij voor mij dat ik een job bij de federatie kon bemachtigen. Nu ja, ik was al hoofd van de atletencommissie en in augustus werd ik verkozen voor de raad van bestuur van de Europese Triatlon Unie. Ik stond binnen het wereldje altijd al bekend als iemand met veel verantwoordelijkheidszin.""Ik heb mijn vader voor het laatst gezien in Fredericia, vlak na mijn wereldtitel. 's Avonds was hij op het feest nog zo fier als een gieter foto's aan het trekken. Daarna trok hij de bergen in, iets wat hij tijdens de zomer wel vaker deed. Meer dan 30 jaar ervaring, dan houd je er geen rekening mee dat er iets kan gebeuren. Het laatste berichtje dat ik van hem kreeg, was de dag voor hij verongelukte. Ik zat op een congres in Lausanne. "Mijn vader is diegene die me altijd gestimuleerd heeft om topsport te doen. Vroeger is hij zelfs nog een tijdje mijn zwemcoach geweest. Ik had een heel hechte band met hem. Hij wist dat ik zou stoppen na dit jaar. De Iron Man in Hawaï zou de laatste wedstrijd zijn, voor hem en voor mij. Dat hij er nu niet bij was, viel mij emotioneel heel zwaar. Ik ben met een fotootje van hem in mijn handen over de streep gelopen. Mijn moeder wachtte me op. De trainingen voordien waren heel bizar. In feite waren de trainingen een uitweg. Twee dagen na het overlijden van mijn vader ben ik alweer beginnen trainen.""Rutger is een goede collega en vriend van mij. Ik wist van in het begin : dit kan niet. Wij zijn omringd door dezelfde mensen en ik weet gewoon van die mensen dat zij resoluut tegen doping zijn. Vorig jaar zijn Rutger en ik trouwens samen op stage getrokken en uiteraard wordt daar ook over die zaken gepraat. Dat was juist in de periode dat Filip Meirhaeghe gepakt werd en Rutger zei toen dat hij het gebruik afkeurde, maar dat hij wel waardeerde dat Filip er eerlijk voor uitkwam. Daarom wist ik dat Rutger eerlijk ontkende. Zijn reactie was ook zo hevig, dat kon geen toneel zijn. Ik heb hem in heel die affaire altijd gesteund en geloofd. "Natuurlijk ben je tegen doping. Ik zou het erg vinden als achteraf blijkt dat de eerste drie op de Olympische Spelen gedopeerd waren, terwijl ik dan als cleane vierde werd. Anderzijds zou het naïef zijn om te denken dat onze sport helemaal proper is. Ik kan soms begrijpen dat je in de harde topsportwereld naar zulke middelen grijpt, maar dan vind ik ook dat je de consequenties moet dragen als je betrapt wordt. Zelf ben ik nooit in de verleiding gekomen om te experimenteren. Zowel principieel als om gezondheidsredenen. Er is nog een leven na de sport." l MATTHIAS STOCKMANS