Zaterdag zagen we nog iemand van Antwerp, het doet er even niet toe wie. Of ze er klaar voor waren? Mmm, was het voorzichtige antwoord. We staan minder ver dan vorig seizoen, was zijn indruk. En toen, rond deze tijd, moest Dieumerci Mbokani nog tekenen. Of Lior Refaelov, de twee smaakmakers van vorig seizoen.

Zondagavond konden 's mans zenuwen voor wat Philippe Clement zaterdag nog 'de eerste schooldag' noemde, de prullenmand in. Antwerp imponeerde in Eupen en bleek er meer dan klaar voor. Mbokani gaf present, veel meer dan tijdens de voorbereiding. Spitsen op leeftijd tonen zich alleen als het om de knikkers gaat. Ook anderen toonden zich: Rodrigues, die eindelijk wat rendement koppelde aan talent, of Hairemans, wiens talent ook nooit iemand in twijfel trok, maar die alle moeite had om het om te zetten in statistieken in 1A.

Opvallend: van de vijf nieuwkomers tot dusver stond er maar eentje in de basis: Alexis de Sart, node gemist bij STVV leek het zaterdagavond wel. Eentje die dus al de competitie kende. Júnior Pius, de Nigeriaanse bonk centraal achterin, moet nog wat geduld oefenen, ook al was het daar puzzelen na het vertrek van Van Damme en de blessure van Arslanagic. Op Antwerp weten ze dat nieuwkomers aanpassingstijd nodig hebben aan onze competitie.

Leider na één speeldag, ze namen het maandag op de Bosuil voor wat het waard is: mooi, maar véél te vroeg voor conclusies. Of het een opsteker was voor wat toch een moeizame oefencampagne leek, met gelijke spelen tegen Valenciennes (offensief niks), Uerdingen en SV Meppen? Ach, een oefencampagne is ontzettend belangrijk om spelers in te passen, systemen uit te werken, te labeuren op fysiek vlak en op te peppen op mentaal gebied. Maar resultaten zijn daarin van geen belang. Zeker op oefenkamp niet, als de dag zelf nog hard wordt getraind en een match maar een tussendoortje is. Ze waren alleen blij met één ding, daar op de Bosuil: dat AA Gent Europees tegen Viitorul mocht openen, en niet Antwerp. Niet dat er openlijk over was gezaagd, dat vonden ze ook weer niet kunnen. Als je na 25 jaar nog eens Europees mag spelen én je via de competitie maar het vierde en dus slechtste ticket wist af te dwingen, dan geeft het geen pas te gaan zeuren dat je door alle juridische spitstechnologie in de zaak Propere Handen pas laat weet of je twee weken vroeger of later aan de bak moet. Dat was sportief een probleem, inzake het inplannen van oefenwedstrijden of het scouten van de tegenstand, maar ook organisatorisch, Antwerp moet zijn Europese wedstrijden in het Koning Boudewijnstadion afwerken. Maar daarover klagen wilden ze dus terecht niet. Al waren ze wel blij dat ze met frisse benen de bus naar Eupen konden nemen, om er overtuigend te openen.

Minder gelukkig zijn ze er met het spelletje dat de coach in de media speelt en zijn verzuchtingen om (aanvallende) versterking. Een bede bij elke coach tot begin september. Versterking is er al: vijf nieuwe namen meldden zich present en er zijn er nog op weg. Maar, zo signaleert de top: de transferperiode duurt nog tot 2 september. Kan het dus nog even, coach? Het geraamte is er bovendien al een tijdje, vlak voor de oefenmatch tegen Valenciennes meldden zich de voorlopig laatste nieuwkomers en die wedstrijd was op 13 juli. Het was dus niet puzzelen tot de laatste seconde voor de flinke zestiger (en dus ervaringsdeskundige) die Bölöni is.

Ervaringsdeskundige, ook met moeilijke jongens. Blijvend is ook het probleem met Lamkel Zé immers niet. Intern werd voor diens 'terugkeer' binnen de plannen van de coach een strategie uitgewerkt. Die in de media uit de doeken doen wil men niet, maar noem het: in het hoofd van Lamkel Zé proberen te geraken. Hem kneden tot werkbaar talent, niet via een psycholoog, maar op het veld, met de B-kern. Lukt het, dan zien we hem straks op de Belgische velden terug. Mislukt het, dan wordt het een transfer. Het clubbelang staat daarbij voorop, de coach zal moeten plooien. Voorlopig is re-integratie in de A-kern het doel. Niet een transfer.

Zaterdag zagen we nog iemand van Antwerp, het doet er even niet toe wie. Of ze er klaar voor waren? Mmm, was het voorzichtige antwoord. We staan minder ver dan vorig seizoen, was zijn indruk. En toen, rond deze tijd, moest Dieumerci Mbokani nog tekenen. Of Lior Refaelov, de twee smaakmakers van vorig seizoen. Zondagavond konden 's mans zenuwen voor wat Philippe Clement zaterdag nog 'de eerste schooldag' noemde, de prullenmand in. Antwerp imponeerde in Eupen en bleek er meer dan klaar voor. Mbokani gaf present, veel meer dan tijdens de voorbereiding. Spitsen op leeftijd tonen zich alleen als het om de knikkers gaat. Ook anderen toonden zich: Rodrigues, die eindelijk wat rendement koppelde aan talent, of Hairemans, wiens talent ook nooit iemand in twijfel trok, maar die alle moeite had om het om te zetten in statistieken in 1A. Opvallend: van de vijf nieuwkomers tot dusver stond er maar eentje in de basis: Alexis de Sart, node gemist bij STVV leek het zaterdagavond wel. Eentje die dus al de competitie kende. Júnior Pius, de Nigeriaanse bonk centraal achterin, moet nog wat geduld oefenen, ook al was het daar puzzelen na het vertrek van Van Damme en de blessure van Arslanagic. Op Antwerp weten ze dat nieuwkomers aanpassingstijd nodig hebben aan onze competitie. Leider na één speeldag, ze namen het maandag op de Bosuil voor wat het waard is: mooi, maar véél te vroeg voor conclusies. Of het een opsteker was voor wat toch een moeizame oefencampagne leek, met gelijke spelen tegen Valenciennes (offensief niks), Uerdingen en SV Meppen? Ach, een oefencampagne is ontzettend belangrijk om spelers in te passen, systemen uit te werken, te labeuren op fysiek vlak en op te peppen op mentaal gebied. Maar resultaten zijn daarin van geen belang. Zeker op oefenkamp niet, als de dag zelf nog hard wordt getraind en een match maar een tussendoortje is. Ze waren alleen blij met één ding, daar op de Bosuil: dat AA Gent Europees tegen Viitorul mocht openen, en niet Antwerp. Niet dat er openlijk over was gezaagd, dat vonden ze ook weer niet kunnen. Als je na 25 jaar nog eens Europees mag spelen én je via de competitie maar het vierde en dus slechtste ticket wist af te dwingen, dan geeft het geen pas te gaan zeuren dat je door alle juridische spitstechnologie in de zaak Propere Handen pas laat weet of je twee weken vroeger of later aan de bak moet. Dat was sportief een probleem, inzake het inplannen van oefenwedstrijden of het scouten van de tegenstand, maar ook organisatorisch, Antwerp moet zijn Europese wedstrijden in het Koning Boudewijnstadion afwerken. Maar daarover klagen wilden ze dus terecht niet. Al waren ze wel blij dat ze met frisse benen de bus naar Eupen konden nemen, om er overtuigend te openen. Minder gelukkig zijn ze er met het spelletje dat de coach in de media speelt en zijn verzuchtingen om (aanvallende) versterking. Een bede bij elke coach tot begin september. Versterking is er al: vijf nieuwe namen meldden zich present en er zijn er nog op weg. Maar, zo signaleert de top: de transferperiode duurt nog tot 2 september. Kan het dus nog even, coach? Het geraamte is er bovendien al een tijdje, vlak voor de oefenmatch tegen Valenciennes meldden zich de voorlopig laatste nieuwkomers en die wedstrijd was op 13 juli. Het was dus niet puzzelen tot de laatste seconde voor de flinke zestiger (en dus ervaringsdeskundige) die Bölöni is. Ervaringsdeskundige, ook met moeilijke jongens. Blijvend is ook het probleem met Lamkel Zé immers niet. Intern werd voor diens 'terugkeer' binnen de plannen van de coach een strategie uitgewerkt. Die in de media uit de doeken doen wil men niet, maar noem het: in het hoofd van Lamkel Zé proberen te geraken. Hem kneden tot werkbaar talent, niet via een psycholoog, maar op het veld, met de B-kern. Lukt het, dan zien we hem straks op de Belgische velden terug. Mislukt het, dan wordt het een transfer. Het clubbelang staat daarbij voorop, de coach zal moeten plooien. Voorlopig is re-integratie in de A-kern het doel. Niet een transfer.