DEFENSIEVE OPSTELLING IN EEN 4-4-2

Redelijk klassiek voor ploegen die de bal cadeau doen aan de tegenstander (zeker tegen de grote clubs uit de Jupiler Pro League) om dan snel te kunnen counteren.
...

Redelijk klassiek voor ploegen die de bal cadeau doen aan de tegenstander (zeker tegen de grote clubs uit de Jupiler Pro League) om dan snel te kunnen counteren. Als de tegenstander aanvalt, verdedigt STVV met een laag centraal blok, waardoor de tegenstander niet geneigd is om door het centrum te spelen: de zone waar het verdedigende vierkant met Erichot-Artabe en Schoofs-Angban heel compact opereert. De voorlijn met twee spitsen blokt de aanvallen af die de centrale verdedigers van de tegenstander opzetten. Ze spelen als 'ruitenwissers': de ene snijdt de passlijnen naar de vijandelijke nummer 6 af, de andere zet de centrale verdediger onder druk zodat die de bal naar de zijkant moet passen. De looplijnen zijn van cruciaal belang, zowel die van Mbombo (Boli) als die van Ono, omdat ze zo de centrale verdediger gaan dwingen om de backs aan te spelen. Dit voorbereidende werk is belangrijk om collectief pressing te kunnen spelen: de anderen weten op die manier wanneer het druk zetten begint. We hebben het al eerder gezien: STVV zet druk op een manier dat ze de tegenstander verleiden om naar de flank te spelen. Dat is iets wat je heel vaak ziet in hun wedstrijden. Yannick Ferrera heeft met zijn drie offensieve middenvelders, zijn diepe spits en zijn twee flankspelers enkele bijzonder snelle voetballers, die technisch onderlegd zijn in een-tegen-eensituaties en vlug de diepte in duiken na het veroveren van de bal. Zoals het schema illustreert, speelt Mbombo (Boli) een belangrijke rol in het bijhouden van de bal na de eerste diepe pass (inherent aan de omschakeling). De aanvallende middenvelder die het dichtstbij staat - Dompé in het geval dat we hier bekijken - levert directe steun om vervolgens in de diepte te gaan, gesteund door het opkomen van Bagayoko (dit soort omschakeling komt veel voor, zowel op links als op rechts). Hun grote sterkte is om volk in de zestien meter te krijgen om in te lopen op de voorzetten. We hadden het eerder al over de herpositionering in een laag centraal blok en de omschakelingen die eruit voortvloeien bij het veroveren van de bal, vaak ten gevolge van een interceptie. De Limburgers weten die breukmomenten goed te kiezen bij hoge pressing. In tegenstelling tot de vorige uitleg besluiten ze daar om de vijandelijke aanval 'aan te vallen'... Anders gezegd: ze vallen op een intense en agressieve manier de tegenstander aan die van achteren uit het spel probeert op te bouwen. Door die fases van balverovering kunnen ze natuurlijk dicht bij de zestien meter komen, wat ideaal is voor goede schutters als Dompé en Edmilson. Nogmaals: het kwartet Ono/Mbombo/Dompé/Edmilson moet meewerken. Let op de felle ritmeveranderingen (vooral in eigen huis) die direct druk zetten op de tegenstander. Een onnauwkeurige lange bal wordt voor de tegenstander de enige manier om onder de druk uit te komen, wat in de kaart speelt van torens als Angban, Artabe en Erichot. Een zogezegd 'klassiek' spelconcept, maar zeer goed toegepast en vooral erg geschikt voor een promovendus die zo snel mogelijk het behoud moet verzekeren met jonge spelers en spelers die op revanche uit zijn en van wie men gezien hun potentieel een reële meerwaarde bij een verkoop mag verwachten. Ze profiteren van zaken die voor de tegenstander verrassend zijn: *De relatieve onbekendheid bij de scouts van spelers die wel een naam hebben in tweede klasse maar veel minder in eerste klasse. Daaraan gekoppeld: het enthousiasme dat samenhangt met de bijzondere sfeer op Stayen. *Thuis is hun kunstgrasveld een echte troef (geen enkele andere eersteklasser speelt op kunstgras): de snelheid en het botsen van de bal zijn parameters waaraan je je moet kunnen aanpassen. *De aanwervingspolitiek van STVV hangt samen met het voorgaande punt: offensief ingestelde spelers die vinnig, snel en technisch zijn, en in een-tegen-eensituaties een actie in huis hebben. De fout die de ploegen maakten die tot nog toe op bezoek gingen naar Stayen, was dat ze zelf het spel in handen wilden nemen. En inderdaad: het is net wanneer ze balbezit hebben dat ze het grootste gevaar lopen (de statistieken tonen dat de uitploeg doorgaans het meeste balbezit had). Club Brugge en KRC Genk hebben dat tot hun scha en schande ondervonden... Zonder technisch meesterschap en een permanente controle over de wedstrijd (zowel bij balbezit als bij balverlies) is het duidelijk dat je jezelf blootstelt aan counters, die erg pijn kunnen doen als het verdedigende blok van de tegenstander wat hoger staat en er daardoor veel ruimte in de rug ligt waarvan STVV naar hartenlust kan profiteren. Intensiteit, overgave en fysieke inzet zijn van kapitaal belang. Het gevaar is dat men te voortvarend kan zijn, met spelers als Rherras en Bagayoko die verdedigend vooral teren op hun snelheid en minder op een goed positiespel, of iemand als Edmilson die soms overdrijft met zijn inzet. Dat kostte hen sinds het begin van het seizoen al enkele gele en rode kaarten. Dat enthousiasme juist kanaliseren zal een sleutelaspect worden van het project dat door Yannick Ferrera op stapel werd gezet. Hij is een rationele, analytisch denkende en pragmatische coach. Het is dan ook geen toeval dat hij nogal gecharmeerd is van het systeem van Diego Simeone, de coach van Atlético Madrid, die zelf een adept is van snel voetbal en een strak georganiseerde defensie. DOOR ALEX TEKLAK'Net wanneer de bezoekende ploegen balbezit hadden, bleken ze op Stayen het grootste gevaar te lopen.' ALEX TEKLAK