Het is hoogzomer in Central Scotland. De grasmat van Ochilview park in Stenhousemuir ligt er bij als het snookerlaken van de Crucible theatre in Sheffield. Vlak en groen. De sproeiinstallatie van het onooglijke clubje uit de Second Division werk. Op een bijveldje gaat het er in een partijtje vijf tegen vijf hevig aan toe. De voetballende jeugd is getooid in shirts van Celtic en Rangers. Ook hier in Stenhousemuir - Stenny voor de vrienden - waar de plaatselijke club al sinds mensenheugenis een grijs en grauw bestaan lijdt. Amper weg te denken uit de kelders van de Schotse League, nooit uitzicht op promotie. Maar voetbal staat er wel synoniem met plezier en met a pint in the local pub after the game.
...

Het is hoogzomer in Central Scotland. De grasmat van Ochilview park in Stenhousemuir ligt er bij als het snookerlaken van de Crucible theatre in Sheffield. Vlak en groen. De sproeiinstallatie van het onooglijke clubje uit de Second Division werk. Op een bijveldje gaat het er in een partijtje vijf tegen vijf hevig aan toe. De voetballende jeugd is getooid in shirts van Celtic en Rangers. Ook hier in Stenhousemuir - Stenny voor de vrienden - waar de plaatselijke club al sinds mensenheugenis een grijs en grauw bestaan lijdt. Amper weg te denken uit de kelders van de Schotse League, nooit uitzicht op promotie. Maar voetbal staat er wel synoniem met plezier en met a pint in the local pub after the game. In het stadionnetje is plaats voor 3520 toeschouwers, maar het raakt op zaterdagmiddag amper voor één tiende gevuld. Achter één van beide doelen zijn de behoorlijk onderhouden terraces een tastbare herinnering aan een iets roemrijker verleden. Achter het stadionnetje tekenen de schoorstenen zich scherp af in het licht van de ondergaande zon. Sunset in Stenhousemuir. Er zijn romantischere plaatsen om een zomeravond door te brengen. Ooit trokken de Warriors, zoals de club wordt genoemd, 12.500 fans voor een wedstrijd in de vierde ronde van de Schotse FA Cup tegen East Fife. Het was maart 1950 toen Stenhousemuir en wijde omgeving niks meer dan alleen maar voetbal te bieden had. Intussen heeft de industrie zich in het dal van Forth verder ontwikkeld. Waar in het verleden de ijzerindustrie hoogtij vierde, zijn het nu de lampen en fakkels van de petrochemische raffinaderij van BP in Grangemouth die het landschap sieren. Voor wie naar Schotland met vakantie gaat, is deze streek absoluut te mijden. Het zakencentrum uit de regio, iets ten noorden van het bloeiende economische centrum tussen Glasgow en Edinburgh, is Falkirk. Maar er valt geen bal te beleven. FC Falkirk biedt de enige afleiding maar slaagt er evenmin een behoorlijk aantal toeschouwers naar zijn stadion, Brockville Park, te lokken maar wil zich kandidaat stellen als gaststad voor Euro 2008 ( zie kader) om terug met het verleden aan te knopen. Het is een van de schuchtere pogingen van vele clubs om uit de verstikkende greep te geraken van de almachtige reuzen uit Glasgow, Celtic en Rangers. Samen goed voor drie vijfde van het totale toeschouwersaantal in de hoogste klasse en de helft van de televisiegelden. In het dichtbevolkte voetbalgebied tussen Glasgow en Edinbrugh is het hoofd boven water houden het hoofddoel. Airdie, Motherwell, Partick Thistle, Saint Mirren : namen met nogal wat voetbalbekendheid zijn weggemoffeld in de anonimiteit. Airdrieonians ging recent op de fles en moest de competitie staken. Steve Archibald, ex-international en gewezen Barcelonaspits, bood zich onlangs aan als redder van de club maar talmde blijkbaar wat te lang en het bestuur stuurde hem wandelen. Saint Mirren, in een vorig decennium nog tegenstander van KV Mechelen in de Europacup, is net als zijn Belgische tegenstander teruggevallen tot het vagevuur. De problemen van de kleinere Schotse en Belgische clubs zijn overigens vergelijkbaar : er zijn er te veel op een te kleine oppervlakte. Al hebben ze er in Schotland in verhouding nog minder dan bij ons. Met tien verdelen ze de andere helft van de koek. Een verhuis van de grote twee naar de Engelse Premier League zou voor de meeste een geschenk uit de hemel zijn, maar die dromen mogen ze intussen opbergen omdat dat het internationale voetbal plots door elkaar zou halen en de clubs ontslag zouden moeten nemen uit de Schotse FA. Nochtans stonden de voorbije maanden nogal wat waarnemers te popelen voor een verhuis van de Old Firm, maar het hoefde niet perse naar Engeland te zijn. Eén krantencolumnist vond zelfs dat Rangers maar in het protestante Noord-Ierland moest gaan spelen, waar het op een grote aanhang kan teren, het katholieke Celtic zou zich wel in de omgeving van Dublin het best thuis voelen. In Glasgow werd alles dan weer rustig. Eén zaak staat hoe dan ook vast. Zo lang beide grootmachten niet in Engeland of een andere competitie gaan spelen, zullen ze alle titels onder hen blijven verdelen, iets wat ze al doen sinds 1986. Aberdeen was het jaar voordien de laatste kampioen die niet uit de metropool aan de River Clyde kwam. Naast Aberdeen moeten ook Dundee United, Heart of Midlothian, Hibernian of Saint Johnstone zich tevreden stellen met een rol in de schaduw. Om maar te zwijgen van Kilmarnock, FC Dundee en Dunfermline. Zij verzeilen, met een gemiddeld toeschouwersaantal dat amper de tienduizend overstijgt, in de anonimiteit, ver weg van de dampende arena's in Glasgow. En toch waait er nu en dan een frisse wind. FC Livingston, halfweg tussen Edinburgh en Glasgow maakt dit seizoen zijn debuut op het hoogste niveau. De club werd pas in 1974 opgericht en dankt zijn plaats in de eerste plaats aan de overname van Meadowbank Thistle, de derde club uit de hoofdstad Edinburgh die de concurrentie met Hearts en Hibs niet aankon en zich liet overhalen om enkele mijlen westwaarts te gaan spelen waar een gloednieuw stadion werd opgetrokken met 8000 zitplaatsen. Kleiner en sfeervoller dan het Commonwealth stadium aan de rand van de hoofdstad, dat tot één van de meest sfeerloze van het land behoort. Toch ademt Livingston nog weinig voetbalsfeer uit. Het stadion aan Almondvale Road ligt in een fonkelnieuw commercieel centrum. Dit lijkt Nederland wel. In de verste verte is helaas geen pub te bekennen. Livingston heeft zijn competitiestart op het hoogste niveau alvast niet gemist en speelde zowel thuis tegen Celtic als op Rangers 0-0 gelijk.Zelfs in de dunbevolkte Highlands lijkt de Premier Division niet meer zo ver af als enkele jaren terug, toen Inverness Caledonian Thistle nog in de regionale Highland League actief was. Inverness Caledonian Thistle, Caley Thistle voor de plaatselijke bevolking, ontstond zeven jaar geleden na een fusie tussen Inverness Caledonian en Inverness Thistle. De fel bevochten derby's aan de boorden van de river Ness behoren definitief tot het verleden, maar de hoofdstad van de Highlands kijkt reikhalzend uit naar de confrontaties met de gevestigde waarden uit het Schotse voetbal. Zeker nadat Inverness in februari vorig jaar de smaak al te pakken had gekregen toen Celtic in eigen stadion in de derde ronde van de FA Cup werd uitgeschakeld. In geen tijd was alle whiskyvoorraad uit de streek op. Die avond in Glasgow is voor de Highlanders nog altijd the night to remember. Maar in het nieuwe Caledonian stadium zaten ze niet stil en de hoop om binnen twee jaar daadwerkelijk deel uit te maken van de Premier Division is bijzonder groot. De Highlanders kennende, zullen ze hun gebied met hart en ziel verdedigen net zoals ze dat in de middeleeuwen met hun kastelen deden. door Stefan Van Loock