Universiteiten zwaaien niet met centen om onderzoek te voeren naar supporterschap in het voetbal, daarvoor neemt de wetenschappelijke wereld het onderwerp (nog) niet serieus genoeg. Maar professor Filip Boen (46), hoofd van het departement Bewegingswetenschappen aan de KU Leuven, geeft tegengas. Als fanatiek Beerschotaanhanger ondervindt hij aan den lijve dat een voetbalstadion een dankbare omgeving is om groepsprocessen te bestuderen. Volgende week presenteert Boen Iedereen supporter?, een lezenswaardig boek waarin hij zijn theoretische inzichten als sociaal psycholoog fris houdt met treffende anekdotes uit zijn supportersleven.
...

Universiteiten zwaaien niet met centen om onderzoek te voeren naar supporterschap in het voetbal, daarvoor neemt de wetenschappelijke wereld het onderwerp (nog) niet serieus genoeg. Maar professor Filip Boen (46), hoofd van het departement Bewegingswetenschappen aan de KU Leuven, geeft tegengas. Als fanatiek Beerschotaanhanger ondervindt hij aan den lijve dat een voetbalstadion een dankbare omgeving is om groepsprocessen te bestuderen. Volgende week presenteert Boen Iedereen supporter?, een lezenswaardig boek waarin hij zijn theoretische inzichten als sociaal psycholoog fris houdt met treffende anekdotes uit zijn supportersleven. Filip Boen: 'Dat is zo. Een van de werktitels van het boek was De pijn van het fan zijn. Dat hangt ook samen met mijn persoonlijke historiek. Ik was net supporter geworden toen Beerschot de beker won in1979. Nadien volgde bijna veertig jaar van miserie. Daarnaast denk ik dat veel voetbalfans lijden onder het fanschap, want er zijn elk seizoen maar enkele clubs die een ultieme prijs behalen. 'Wat ik in het boek wil aantonen, is dat supporterschap enerzijds te veel plaats kan innemen in een mensenleven, mede door de overdreven media-aandacht voor het voetbal. Anderzijds zijn andere groepsgedragingen even irrationeel als het supporterschap. In een voetbalstadion is alles gewoon heel expliciet, op andere plaatsen is het vaak wat meer gemaskeerd. Dat merk ik in vergaderingen aan de universiteit. In wezen gebeurt er net hetzelfde als in een voetbalstadion, alleen zitten we in de universiteit niet aan tafel met een sjaal rond onze nek, omdat dat de norm niet is. Hetzelfde zie je in de Kerk en in de politiek. Priesters en politici vertonen dezelfde groepsgedragingen, waarbij de Kerk of een partij als groep wordt verabsoluteerd. Ze doen met de Kerk of hun partij hetzelfde als supporters met hun club. 'Supporters zijn dus helemaal niet zo gek als de mensen denken. Iedereen is een beetje een supporter, maar niet noodzakelijkerwijs van een voetbalclub. IS-strijders zijn ook supporters. Bij hen hangt er wel een ideologie aan vast, maar de onderliggende groepsprocessen zijn gelijkaardig. De basis is telkens weer: mensen identificeren zich op een bepaald niveau met een groep en gaan de normen van die groep overnemen. En dan word je in sommige situaties gedepersonaliseerd. Dan doe je weleens dingen die je niet zou doen als een situatie je persoonlijke identiteit in de verf zet.' Boen: 'Als je over groepsgedrag praat, zeggen veel mensen: 'Ik ben geen groepsmens.' Maar we zijn allemáál een beetje groepsmensen. En door de juiste prikkels kan iemand in zijn groepsgedrag zover meegezogen worden dat hij dingen doet die wij objectief als onethisch beschouwen. Bij dat Goots-incident nam ik zonder nadenken even de normen over van de mensen rondom mij. Maar al gauw besefte ik dat ik te ver ging. Misschien kon ik vlug uit de situatie stappen omdat ik dit thema bestudeer. Maar op zo'n moment realiseer je je wel hoe sommige mensen heel ver kunnen meegesleurd worden.' Boen: 'Ik maakte het in de jaren zeventig nog mee dat je zonder problemen tussen supporters van de tegenpartij kon zitten. Ik herinner mij zo nog een kwartfinale van de beker van België tegen Lokeren. Mijn vader en ik zaten naast Lokerensupporters. Beerschot won met een betwistbare goal. Toch wensten die Lokerenfans en wij elkaar succes voor de volgende match. Zo zou het moeten zijn. Als je supporters kriskras door elkaar zet, creëer je veel minder het wij-versus-zij-effect.' Boen: 'Nu nog niet, zeker niet als je bekijkt wat er onlangs in Mortsel gebeurde. (zogenaamde Antwerpfans vielen er bussen van Beerschot Wilrijk aan, nvdr) Er zou nog te veel misbruik van gemaakt worden door harde kernen die er andere normen op na houden dan de gemiddelde supporter. Maar het is een goede vraag: hoe kunnen we weer naar een positievere vorm van supporterschap? Ik zou daar graag over discussiëren met de bond en de clubs. Persoonlijk zou ik niks liever willen dan terugkeren naar de situatie van de jaren zeventig, met fans van beide teams die door elkaar zitten. Dan zie je vooral de mens in de supporter van de tegenpartij. Vandaag is het oorlogsachtig. Net zoals indertijd op de slagvelden zie je de zogenaamde vijand niet scherp voor ogen, er doemt aan de overkant een pakweg rood-witte massa op, allemaal mensen die hetzelfde uniform dragen. Dat is een situatie waarbij die mensen volledig gedepersonaliseerd worden. 'Ken je het verhaal van de Christmas Truces (waarbij Duitse en geallieerde soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog rond Kerstmis uit hun loopgraven kropen om vriendschappelijke voetbalpartijtjes te spelen, nvdr)? Daarbij ontdekten die soldaten plots dat de mannen van de overkant ook maar gewone jongens waren. Dat is het tegenovergestelde van depersonalisatie. Vandaar dat de legertop in de Eerste Wereldoorlog zo tegen die Truces was. Het is moeilijker om iemand een kogel door zijn kop te schieten dan de atoombom op Hiroshima te laten vallen. 'We zouden elkaar minder moeten zien als fans van tegenstanders, maar meer als allemaal supporters. Het besef dat we allemaal samen supporter zijn, kan zorgen voor meer begrip voor elkaar. Maar het is moeilijk als je in een stadion gescheiden zit.' Boen: 'Ik vind van niet. De bond en clubs moeten een slogan als 'We hate Antwerp' kunnen verbieden. Haatboodschappen van IS tolereren we toch ook niet? Daar ageren we als maatschappij toch ook tegen? Wel dan. Misschien klink ik naïef, maar als sociaal psycholoog ben ik iemand die de context wil modificeren richting goed gedrag. De vraag is dan wel: wat is goed gedrag en waar ligt de grens? Even je teleurstelling uiten of eens lachen als de grote rivaal verloren heeft, moet wel kunnen, vind ik.' Boen: 'Je hebt gelijk. Onze normen zijn misschien een beetje gekaapt door die luidruchtige harde kern die anti is. Onlangs ontmoette ik Philippe Muyters (Vlaams minister van Sport, nvdr) op een receptie. Hij is een Antwerpman. Maar hij zei meteen: 'Ik ben niet tegen Beerschot.' Dan krijg je direct een ander gesprek. Nu is het bijna de norm: als je Beerschotsupporter bent, ben je sowieso anti-Antwerp, en omgekeerd.' DOOR KRISTOF DE RYCK - FOTO'S BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS