A gatha Christie, Stephen King en John Grisham hebben navolging gekregen in het Belgische volleybal. De afgelopen twee weken ontpopten Greenyard Maaseik en Knack Roeselare zich immers tot ware thrillerauteurs. Vijf bestsellers op rij serveerden ze in Limburg en West-Vlaanderen, met een ontknoping waar zelfs Alfred Hitchcock jaloers op zou geweest zijn. Zaterdag moest, voor de vierde keer in deze finale, een tiebreak de beslissing brengen.
...

A gatha Christie, Stephen King en John Grisham hebben navolging gekregen in het Belgische volleybal. De afgelopen twee weken ontpopten Greenyard Maaseik en Knack Roeselare zich immers tot ware thrillerauteurs. Vijf bestsellers op rij serveerden ze in Limburg en West-Vlaanderen, met een ontknoping waar zelfs Alfred Hitchcock jaloers op zou geweest zijn. Zaterdag moest, voor de vierde keer in deze finale, een tiebreak de beslissing brengen. De emoties na afloop spraken boekdelen: dit was een van de meest felbevochten finales in de Belgische volleybalgeschiedenis. 'Ik heb tranen in mijn ogen. Het is de eerste keer dat dat gebeurt voor volleybal', reageerde de winnende coach Joel Banks als eerste voor de camera's van Sporza. Bij zijn kapitein Jelte Maan klonk het gelijkaardig. 'Ik ben normaal niet iemand die huilt na een wedstrijd, maar ditmaal was de spanning zó groot.' Ook aan de andere kant van het net vloeiden tranen, want de ontgoocheling bij Roeselare was enorm. Hendrik Tuerlinckx zat minutenlang wezenloos voor zich uit te staren en kwam nadien, erg ongebruikelijk voor zijn doen, heel moeizaam uit zijn woorden, terwijl de afscheidnemende libero Stijn Dejonckheere ongewild ode bracht aan Simple Minds' Tears of a guy. Dat het een spannende finale ging worden, stond in de sterren geschreven, want al heel het seizoen lag het niveau van Roeselare en Maaseik bijzonder dicht bij elkaar. Verrassend en ongezien was wel dat geen van beide ploegen er in de play-off-finale in slaagde om thuis een wedstrijd te winnen. 'Misschien moeten we volgend jaar niet meer proberen om het thuisvoordeel te pakken', verwoordde Tuerlinckx het met een boutade, die hij nadien zelf als 'een belachelijke uitspraak' bestempelde. Een verklaring voor dit bizarre 'uitvoordeel' kon hij niet geven en waarschijnlijk is die er ook niet. Alle grote zalen die geschikt zijn voor internationaal volleybal lijken sterk op elkaar. Bovendien spelen Maaseik en Roeselare gedurende het seizoen al zo vaak bij elkaar op verplaatsing dat het voor de spelers weinig of geen verschil maakt of ze nu in de Steengoed Arena dan wel in Schiervelde moeten aantreden. Op de derde wedstrijd na was het telkens zo close dat het eerder toeval was dat er gewonnen werd in de uitwedstrijden dan dat er een verklaring voor bestaat. In een duel tussen twee ploegen die zo erg aan elkaar gewaagd zijn, is de zoektocht naar wat de doorslag gaf, er eentje naar details. Opvallend in minstens twee wedstrijden was de opslagdruk die Maaseik ontwikkelde. Nadat Roeselare in de beslissende wedstrijd de twee eerste sets pakte en zijn tegenstander leek uit te tellen, veranderde het team van coach Joel Banks het geweer van schouder en nam het meer risico's aan de servicelijn, met een wonderbaarlijke comeback tot gevolg. Ook de opslagcijfers van het derde titelduel, het enige dat niet tot een vijfsetter kwam nadat een aangeslagen Roeselare Ruben Van Hirtum geblesseerd zag uitvallen, spreken voor zich: Maaseik sloeg acht aces tegenover slechts eentje voor Roeselare, dat in die wedstrijd ook een laag aantal positieve recepties bracht. Knap was het dan ook hoe Roeselare zich zonder zijn geblesseerde steunpilaar in receptie herpakte in de vierde wedstrijd. Steven Vanmedegael startte daarin met Lou Kindt als vervanger van Van Hirtum. Maar de Knackcoach verving Kindt, die stilaan de switch maakt van receptiehoekspeler naar opposite, al in de eerste set door de amper 19-jarige Mathijs Desmet, het enige alternatief aangezien de Amerikaan Sam Holt dit seizoen door de mand viel en ronduit mag bestempeld worden als een mislukte transfer. Desmet, die vorig jaar nog op de Topsportschool zat en dit seizoen nauwelijks op het veld had gestaan, kwam aanvallend duidelijk tekort (slechts 3 punten op 16 aanvallende acties). Maar hoewel hij het eerste target was van Maaseik aan service, bleef het jeugdproduct van Roeselare in receptie heel goed overeind. Desondanks, en begrijpelijk in volle titelrace, wilde Roeselare alsnog gebruikmaken van een zogenaamde medical joker. Elke club heeft bij blessureleed namelijk het recht om twee internationale transfers te doen. Maaseik deed dat dit seizoen met succes, want zowel de Bulgaarse middenman Aleks Grozdanov als (vooral) de Duitse spelverdeler Jan Zimmerman rendeerde uitstekend. Met oud-speler Tomas Rousseaux, die dit seizoen uitkwam voor het Poolse Katowice, dacht ook Knack de ideale medical joker gevonden te hebben. De federatie gaf Knack echter geen toestemming om de Belgische international op te stellen aangezien het ging om - we citeren het perscommuniqué - 'een club en een speler die allebei behoren tot dezelfde federatie van oorsprong.' Volley Belgium oordeelde dus dat het geen internationale transfer betrof. Roeselare stapte met de zaak naar de burgerlijke rechtbank, die de club aan de vooravond van de laatste wedstrijd in het gelijk stelde. Maar omdat de bond van geen wijken wilde weten, namen de West-Vlamingen uiteindelijk het zekere voor het onzekere en stelden ze Rousseaux niet op. Deze medical joker-affaire wierp hoe dan ook een schaduw over het sportieve gevecht dat beide teams op het terrein leverden. Op dat terrein was het volleybaltechnisch niet altijd even hoogstaand, maar de echte volleyballiefhebber/-kenner kreeg naast een uiterst spannende finale ook een tactisch boeiend kijkstuk voorgeschoteld. Zo gaf Vanmedegael zijn spelers in de eerste wedstrijd de opdracht om vooral Jelte Maan te viseren bij de opslag. Meer dan één bal op twee werd op de Nederlandse kapitein van Maaseik gespeeld, mogelijk om zijn aanvalsrichtingen af te nemen of om hem vermoeid te krijgen in de wetenschap dat het allicht een lange strijd zou worden. In de vierde wedstrijd serveerde Roeselare dan weer meer dan de helft van de ballen richting libero Just Dronkers. Het is één voorbeeld van de vele, bij beide ploegen/coaches, dat aangeeft dat elke tactiek extreem aangepast kon worden en ook daadwerkelijk aangepast wérd. Maar meer nog dan een tactische werd de zoveelste Maaseik-Roeselare een fysieke en mentale uitputtingsslag, waarbij de Limburgers uiteindelijk aan het langste eind trokken en hun titel verlengden.