Twee dagen na de aanslag in de kantoren van Charlie Hebdo vliegt Franck Ribéry met zijn maats van Bayern naar hun trainingskamp in Qatar. Hij draagt een opvallend ruige baard.
...

Twee dagen na de aanslag in de kantoren van Charlie Hebdo vliegt Franck Ribéry met zijn maats van Bayern naar hun trainingskamp in Qatar. Hij draagt een opvallend ruige baard. Ribéry is moslim, een van de bekendste moslims in Frankrijk. In 2004 bekeerde hij zich op vraag van zijn echtgenote tot de islam en daarbij nam hij de naam 'Bilal Yusuf Mohammed' aan. In zijn vaderland worden er gemene grapjes over hem gemaakt, genre 'de bekeerde boer met zijn baard'. Er werden in zijn naam denigrerende tweets verstuurt onder de hashtag 'J'êtreCharlie' ('ik zen Charlie') in plaats van 'Je suisCharlie' ('ik ben Charlie'), een sneer naar zijn gebrekkige kennis van de Franse grammatica. Gaat de baard er nu af? Die vraag werd hem op de persconferentie na aankomst in Qatar gesteld. Hij vertelde dat hij die baard tijdens de laatste zomervakantie had laten groeien omdat hij geen zin had zich te scheren. Er zat dus niks achter, geen politieke bijbedoelingen, geen statement. "Na het trainingskamp moet ik me scheren, dan probeer ik een andere stijl uit", gaf hij nog mee. Allemaal een kwestie van looks. Franck Ribéry heeft het liefst dat het leven eenvoudig is, niet meer dan een rugnummer op een voetbalshirt. Hij wil alleen maar antwoorden op vragen als: hoeveel goals hij al gemaakt heeft, van welke stijl hij houdt? Hij wil geliefd zijn als voetballer, geen verdere verantwoordelijkheid dragen dan de goals die hij maakt. In Frankrijk gaat die vlieger niet op, daar wil men altijd van alles van hem weten. Daarom woont hij zo graag in München, in Duitsland. Daar kan hij gewoon voetballer zijn. "Ik wil hier nooit meer weg, ik was nergens zo populair", zegt hij. Toen hem onlangs gevraagd werd of hij het zich kon voorstellen ooit de Duitse nationaliteit aan te nemen, antwoordde hij: "Waarom niet?" Zijn raadsman Jean-Pierre Bernès vertelt: "Als iemand ooit had beweerd dat Franck op een rustige plek met uitzicht op de Alpen gelukkig zou zijn, dan had ik hem niet geloofd." Daniel Van Buyten, die jaren met hem samen speelde, zegt: "In München heeft Franck definitief zijn geluk gevonden. Elke ochtend rijdt hij met een glimlach op zijn gezicht naar de Säbener Straße." Het is een opmerkelijke liefde: een Fransman die Duitsland bemint. Een Fransman die zich zelfs kan voorstellen ooit Duitser te worden. Echt? In Frankrijk geldt Duitsland niet echt als een paradijs. Duitsland - zo werd het vroeger ook aan Ribéry verteld - is koud, regenachtig en de zon schijnt er zelden. Zijn grote liefde voor Duitsland kan ook geïnterpreteerd worden als een steek naar zijn vaderland, als een trotse zucht naar erkenning. Ribéry was ooit de grote hoop van het Franse voetbal. Hij droeg de erfenis van Zinédine Zidane, die Les Bleus in 1998 wereldkampioen had gemaakt. Maar daar bleef niks van over op het WK 2010 in Zuid-Afrika, dat voor Frankrijk een mislukking over de hele lijn was. Na een opstand tegen bondscoach Raymond Domenech, die mee gevoerd werd door Ribéry, mochten de Fransen al na de eerste ronde hun biezen pakken. In datzelfde jaar werd hij ervan beticht seks gehad te hebben met een minderjarige prostituee. Het was een openlijke vernedering van de man die ooit Frankrijks hoop was. De Brigade de répression du proxénétisme, de zedenpolitie, trok tegen hem van leer en onverkwikkelijke details over een verjaardagsfeestje in het Münchense hotel Kempinski deden de ronde. Uiteindelijk werd hij toch vrijgesproken. Negentig procent van de Franse bevolking wilde hem niet opnieuw in de nationale ploeg zien. Ribéry behoorde tot de drie meest gehate Fransen. In september 2013 hield het blad France Football een enquête in Frankrijk en Duitsland en kwam daarbij tot een interessante vaststelling: slechts 29 procent van de Fransen heeft een positief beeld van hem, onder de Duitsers is dat met 64 procent ruim dubbel zoveel. Zijn fans houden van zijn kleine kinderlijke trekjes. Ze vinden het grappig dat hij op trainingskamp zout in het drinkwater van zijn ploegmaats strooit, dat hij een dode vis in iemands kofferbak verstopt of dat hij de teambus kaapt en twee verkeersborden omver rijdt. Ze lachen met de emmer water over het geföhnde kapsel van Oliver Kahn, de verstopte voetbalschoenen of de dichtgeplakte lockers. Ze vinden het komisch wanneer hij op badslippers naar een tv-interview gaat. Hij is de deugniet, de sympathieke schelm. Ribéry komt in Duitsland overal mee weg, ook met zijn kinderachtigheden. Eind januari is Ribéry te gast bij fanclub De Rot-Weiß'n Tinninger in Oberfeldkirchen. Ribéry is een halfuur vroeger dan gepland aangekomen - wat door de gastheren verklaard wordt door de Audi RS6 die hij voor de polyvalente zaal geparkeerd heeft. De 270 bezoekers zitten dicht op elkaar, de jeugdfanfare van muziekschool Trotsberg speelt het Bayernlied 'Stern desSüdens'. Ribéry verschijnt op het podium, dat in de clubleuren getooid is. Hij draagt een zwarte leren outfit, zwarte baggy pants en zwarte design-gympies met goudkleurige zolen. Een buitenaards wezen op de boerenbuiten. Ze hebben voor hem om te beginnen een spelletje voorbereid waarvan ze denken dat het bij zijn karakter past: spijkers in een houtblok kloppen met grappig versierde hamers. Maar nadien mogen de kinderen hem vragen stellen, in het Duits. Het gaat er immers ook om te zien hoe goed hij de taal van Goethe onder de knie heeft, hoeveel hij al begrijpt. Hoe lang hij nog bij Bayern gaat blijven, wil de kleine Sophia weten. "Tot in 2080", zegt Ribéry. Gelach. Gaat de liefde voor Ribéry in Beieren een stapje te ver? Na de match tegen Braunschweig stapte Ribéry fris gedoucht uit de kleedkamer in de Allianz Arena. Hij stak de mixed zone over, liep de camera's en de wachtende journalisten voorbij tot in de verste hoek, waar Detlef Sünkel staat, een kale Teutoon met een stierennek, amper groter dan Ribéry zelf: het is zijn trouwste fan. Twee jaar geleden, na de treble van Bayern liet Sünkel het rugnummer 7 van Ribéry op zijn rug tatoeëren, even groot als het origineel. Nu wil hij zijn idool vertellen dat hij nog een tatoeage gepland heeft: hij wil midden in die grote zeven de geboortedatum van Ribéry laten zetten, in het Frans: '7 avril1983'. Sünkel geraakt van opwinding amper uit zijn woorden. "Franck, ik heb een verrassing voor je verjaardag", zegt hij. Verder geraakt hij niet. Ribéry klopt hem op de schouder, als bij een oude kameraad die hij moed inspreekt. Een verjaardagsgeschenk? Een ogenblik lang denkt Ribéry na, dan heeft hij een idee. Met een brede grijns richt hij zich voor Sünkel op en wacht een moment, als een leeuwentemmer die zijn beste circusnummer opvoert. Dan heft hij zijn wijsvinger en vraagt: "Wanneer verjaar ik?" Sünkel weet alles over Ribéry. Hij weet dat hij kledingmaat M draagt. Dat hij 72 kilo weegt. Dat hij 1,70 meter groot is. Hij kent de merken van Ribéry's auto's en heeft de nummerplaten ervan uit het hoofd geleerd - die eindigen allemaal op 07, zijn shirtnummer. Natuurlijk kent hij ook de datum van Ribéry's verjaardag. Maar hij heeft een black-out, een gevolg van de zenuwen. "Ik had eerst een pint moeten drinken", zegt Sünkel nadien. Bij elke thuiswedstrijd komt hij met zijn vrouw Anja van Oberlauter bij Coburg naar München om Ribéry te zien spelen. Hij heeft een abonnement en rijdt op één dag 300 kilometer heen en 300 kilometer terug. In de Arena Bistro, het supportersrestaurant in de Allianz Arena, drinkt hij van zijn cola en vertelt hij zijn verhaal. Van hem en Ribéry. Het fascineert Sünkel hoever Ribéry het gebracht heeft. Die kleine schriele jongen uit Chemin Vert, een achterstandswijk van Boulogne-sur-Mer, een havenstad aan het Kanaal. Opgegroeid in een arm gezin van vier kinderen en sinds zijn derde levensjaar getekend door een groot litteken op de rechterkant van zijn gezicht, het gevolg van een auto-ongeval met zijn vader, waarbij hij niet vastgegespt zat en van de achterbank naar voren werd gekatapulteerd. Hij was als bultenaar Quasimodo, het lelijke eendje, artsen spraken over "een lichamelijke ontwikkelingsachterstand". Hij wilde altijd alleen maar voetballer worden. Toen hij als twintigjarige nog altijd niet van de sport kon leven, hielp hij zijn vader François in de bouw, met schoffel en drilboor maakte hij geulen en legde hij leidingen. Voor Sünkel klinkt dat een beetje als zijn eigen leven, zijn job op de drankafdeling van supermarkt Netto, waar hij 8,50 euro per uur verdient. Ribéry's nummer draagt hij als een teken van eeuwige trouw op zijn rug. Op vakantie aan het strand wordt achter zijn rug wel gefluisterd, maar dat maakt hem niets uit. Ribéry weet nu tenminste wie hij is: de man met de tattoo. Bijna acht jaar is Ribéry nu in Duitsland. In het eerste elftal van Bayern München hebben alleen Philipp Lahm en Bastian Schweinsteiger een langere staat van dienst. Met een transfersom van 25 miljoen was hij destijds de duurste Bayernspeler. Op de Odeonsplatz in München werd hij in 2007 op een affiche van 250 vierkante meter afgebeeld, gekleed in hermelijnbont. 'Bayern heeft weer een koning', stond erop. Die slogan werd het symbool van de Ribérymanie. In de Franse media kan men geregeld over Ribéry's sterrendom lezen. Het magazine M herinnert aan zijn optreden tijdens het kampioensfeest in 2010, toen hij op het balkon van het stadhuis zijn contractverlenging publiek maakte: "Ik heb getekend vijf jaar bij." In die zin gebruikte hij een foutieve woordvolgorde, merkte M op. 'Maar dat deert de fans op de Marienplatz niet, zij gaan uit hun dak van vreugde.' In Frankrijk is Ribéry vanwege zijn gebrekkige taalgebruik vaak het voorwerp van spot. Hij komt uit het noorden van Frankrijk, waar men een slissend dialect spreekt dat in de rest van Frankrijk als boers geldt, en hij worstelt bovendien geregeld met de grammatica. In het satirische programma 'Les Guignols de l'info' op Canal+ speelt een Ribérypop mee die hem als hillbilly karakteriseert. Op YouTube circuleren montages van zijn ergste missers, die de indruk geven dat hij de taal niet beter beheerst dan een kind. In Duitsland is het net omgekeerd, daar vindt men dat vertederend. Ribéry heeft na de training aan de Säbener Straße in zijn Audi plaatsgenomen en bolt de parkeergarage uit. Langs de oprit wachten fans hem op voor een handtekening. Hij stopt even en laat het raampje zakken. Een paar selfies, dat kost niets. Hij trekt er een halve minuut voor uit en doet het raampje weer omhoog. Dan scheurt hij ervandoor, links de Säbener Straße in, richting Grünwald, de villawijk buiten München waar hij woont. Dat vindt hij zo fijn aan München: de terughoudendheid van de mensen, de bescheidenheid. Dat hij het raampje omhoog kan doen zonder dat iemand hem naroept. "Ik kan gaan en staan waar ik wil", zegt hij. "Dat is een totaal andere mentaliteit." Hij praat graag over zijn gelukkige tijd in Duitsland. Voor een interview trekt hij naar Trattoria Eboli, zijn vaste Italiaan in Grünwald. Bij een gegrilde dorade spreekt hij over worsten, die hij vanwege zijn geloof dan wel niet eet, maar waarover hij toch een mening heeft. Wie over Duitsland spreekt, spreekt immers ook over worsten. "Hoe heet die dure worst ook alweer?", vraagt hij. Naast hem zit zijn begeleider van Bayern, een Duitser die Frans spreekt en hem kan helpen als het nodig is. De vraag verbaast hem. "Welke dure worst? Er bestaan geen dure worsten, Franck." "Maar jawel! Hoe heten die worsten? Ze zijn duur." "Het hangt ervan af wat je duur noemt. Meer dan één of twee euro?" Ribery spreekt redelijk goed Duits. Uiteraard met beperkingen. Zijn begeleider herinnert hem er af en toe aan dat hij het gesprek gerust in het Frans mag voeren, maar Ribery negeert dat aanbod. Slechts zelden, wanneer het in het Duits te ingewikkeld wordt, schakelt hij voor een paar zinnen over op Frans. "Duitsland", zegt hij, "houdt van mij om wat ik geef, niet om wie ik ben, begrijp je?" Hij zegt voortdurend: "Begrijp je?" En hij zegt 'je' ook als hij met 'u' wordt aangesproken. Ribéry vertelt over de Duitse les die hij bij Bayern krijgt en over zijn problemen om een noisette te bestellen, een espresso met notensmaak en melk die hier niet te krijgen is. Hij vertelt over zijn dochters, die in München naar school gaan en veel beter Duits spreken dan hij. Over zijn jongere broer die in de B-ploeg van Bayern speelt en die hij eens verplichtte om tien kilo af te vallen. Na twee uur spreekt hij ook over Frankrijk en meteen zit daar een andere Ribéry. Minder vrolijk. Hij zegt dat Les Bleus zonder hem vorig jaar nooit het WK gehaald hadden, maar dat hij in zijn land un merde blijft, een stuk vuil. "Als ze maar over mij kunnen roddelen", zegt hij. "Maar ik hoor of lees niks meer. Dat ze mij gerust begraven, mij om het even." "Enterrer, begrijp je?" Dan wil hij niet meer verder praten. Het is genoeg geweest. Hij vraagt alleen nog de rekening. "Il conto, per favore", zegt hij. DOOR MARC HUJER"Ik kan hier gaan en staan waar ik wil." "Ik hoor of lees niks meer. Dat ze mij gerust begraven, mij om het even." "Hoe lang ik bij Bayern blijf? Tot 2080."