' Percy Tau is te goed voor België', luidde de kop op de cover van het januarinummer van het Zuid-Afrikaanse voetbalmagazine Kick. Een intrigerende en provocerende titel, maar het viel allemaal best mee. Het was geen quote van de Zuid-Afrikaan zelf, maar van landgenoten die in België hadden gevoetbald. Bovendien bedoelden ze niet de hoogste klasse, maar 1B, wat ze 'een onbegrijpelijke competitie met slechts acht ploegen' noemden.

Hoe dan ook, Percy Tau moest in de gaten worden gehouden. Zelfs in een leeg Koning Boudewijnstadion werd snel duidelijk waarom de Unionist in zijn vaderland omschreven wordt als 'de zijden spits'. Technisch begaafd, snel en in staat nog eens hoger te schakelen en een meester in het langs verdedigers glijden die er geen touw aan kunnen vastknopen.

Kick leerde dat hij twee seizoenen geleden met Mamelodi Sundowns niet alleen kampioen was geworden, maar ook de Nedbank Cup (de nationale beker), de CAF Champions League en de CAF Supercup won. Tau had zo'n belangrijk aandeel in de successen dat hij Zuid-Afrikaans Voetballer van het Jaar werd en genomineerd was voor de titel van Afrikaans Voetballer van het Jaar.

Waarom komt zo'n jongen dan zijn tijd verspillen tegen ploegen als Roeselare, Tubize en Lommel en waarom kon een club als Union hem strikken? Soms is voetbal echter heel simpel. Tau werd bij Mamelodi weggeplukt voor 50 miljoen rand (3 miljoen euro, een gigantisch bedrag in Zuid-Afrika) door Tony Bloom, de eigenaar van Brighton & Hove Albion. Percy kreeg echter geen werkvergunning, omdat hij in de twee laatste seizoenen geen 75 procent van de matchen met Bafana Bafana (de nationale ploeg) had gespeeld.

De miljoenen uit de Premier League drogen na de Brexit wellicht op.

In plaats van een goede club voor zijn aanwinst te zoeken, waar die echt stappen vooruit kon zetten, stalde Bloom hem bij Union, waarvan hij ook eigenaar is. Deze zomer had Tau alsnog naar Brighton moeten trekken, maar hij kwam nog een paar interlands tekort.

Langer dan één seizoen zal hij zijn kunsten niet in ons land vertonen. Club Brugge kon hem immers slechts huren. Zonde, denkt Vincent Mannaert ongetwijfeld, want deze knaap zou straks flink wat geld kunnen opleveren. Maar laat het een wake-upcall voor alle clubs zijn. Na een zomer waarin in ons land aan de lopende band records werden gebroken voor vertrekkende spelers, is het goed te realiseren dat het feest wellicht voorbij is.

De Premier Leagueclubs van de rechterkolom blijven niet met miljoenen smijten naar de Pro League. Niet omdat ze het niet meer willen en nog minder omdat ze het niet meer kunnen, maar omdat ze het niet meer mogen.

Na de Brexit vallen Europese voetballers immers onder dezelfde regels als alle andere. Ook zij moeten dan het vereiste aantal interlands gespeeld hebben. Jongens als Leander Dendoncker en Leandro Trossard, om maar hen te noemen, zouden niet meer voor een Engelse club kunnen aantreden. En het is zeer twijfelachtig of zij in aanmerking komen voor de uitzonderingsregel. Dertig procent van het huidige buitenlanderscontingent in de Premier League mocht aan de andere kant van het Kanaal voetballen vanwege de hoge transferprijs (bijvoorbeeld Wesley) of omdat het 'uitzonderlijke talenten' zijn.

Bovendien dreigt die regel ook weg te vallen. Onderzoek van de universiteit van Harvard leert dat van de oprichting van de Premier League in 1992 tot 2018 maar liefst 591 van de 1022 jongens uit de Europese Unie die in de Premier League emplooi vonden dan geen werkvergunning zouden gekregen hebben.

De Engelse voetbalbond werkt aan een post-Brexit-immigratiemodel voor voetballers om de komst van 'uitzonderlijke talenten' mogelijk te blijven maken. Maar eerst moet er overeenstemming worden bereikt over het aantal in eigen land opgeleide spelers op het wedstrijdblad.

Een rechts kabinet als dat van Boris Johnson stelt zich wellicht weinig inschikkelijk op. Priti Patel, de kersverse minister van Binnenlandse Zaken, wil volgens The Times alvast de kennis van het Engels als extra voorwaarde stellen. Geen probleem voor Percy Tau, want na de play-offs zal het ons allemaal duidelijk zijn dat hij 'te goed is voor België'.

' Percy Tau is te goed voor België', luidde de kop op de cover van het januarinummer van het Zuid-Afrikaanse voetbalmagazine Kick. Een intrigerende en provocerende titel, maar het viel allemaal best mee. Het was geen quote van de Zuid-Afrikaan zelf, maar van landgenoten die in België hadden gevoetbald. Bovendien bedoelden ze niet de hoogste klasse, maar 1B, wat ze 'een onbegrijpelijke competitie met slechts acht ploegen' noemden. Hoe dan ook, Percy Tau moest in de gaten worden gehouden. Zelfs in een leeg Koning Boudewijnstadion werd snel duidelijk waarom de Unionist in zijn vaderland omschreven wordt als 'de zijden spits'. Technisch begaafd, snel en in staat nog eens hoger te schakelen en een meester in het langs verdedigers glijden die er geen touw aan kunnen vastknopen. Kick leerde dat hij twee seizoenen geleden met Mamelodi Sundowns niet alleen kampioen was geworden, maar ook de Nedbank Cup (de nationale beker), de CAF Champions League en de CAF Supercup won. Tau had zo'n belangrijk aandeel in de successen dat hij Zuid-Afrikaans Voetballer van het Jaar werd en genomineerd was voor de titel van Afrikaans Voetballer van het Jaar. Waarom komt zo'n jongen dan zijn tijd verspillen tegen ploegen als Roeselare, Tubize en Lommel en waarom kon een club als Union hem strikken? Soms is voetbal echter heel simpel. Tau werd bij Mamelodi weggeplukt voor 50 miljoen rand (3 miljoen euro, een gigantisch bedrag in Zuid-Afrika) door Tony Bloom, de eigenaar van Brighton & Hove Albion. Percy kreeg echter geen werkvergunning, omdat hij in de twee laatste seizoenen geen 75 procent van de matchen met Bafana Bafana (de nationale ploeg) had gespeeld. In plaats van een goede club voor zijn aanwinst te zoeken, waar die echt stappen vooruit kon zetten, stalde Bloom hem bij Union, waarvan hij ook eigenaar is. Deze zomer had Tau alsnog naar Brighton moeten trekken, maar hij kwam nog een paar interlands tekort. Langer dan één seizoen zal hij zijn kunsten niet in ons land vertonen. Club Brugge kon hem immers slechts huren. Zonde, denkt Vincent Mannaert ongetwijfeld, want deze knaap zou straks flink wat geld kunnen opleveren. Maar laat het een wake-upcall voor alle clubs zijn. Na een zomer waarin in ons land aan de lopende band records werden gebroken voor vertrekkende spelers, is het goed te realiseren dat het feest wellicht voorbij is. De Premier Leagueclubs van de rechterkolom blijven niet met miljoenen smijten naar de Pro League. Niet omdat ze het niet meer willen en nog minder omdat ze het niet meer kunnen, maar omdat ze het niet meer mogen. Na de Brexit vallen Europese voetballers immers onder dezelfde regels als alle andere. Ook zij moeten dan het vereiste aantal interlands gespeeld hebben. Jongens als Leander Dendoncker en Leandro Trossard, om maar hen te noemen, zouden niet meer voor een Engelse club kunnen aantreden. En het is zeer twijfelachtig of zij in aanmerking komen voor de uitzonderingsregel. Dertig procent van het huidige buitenlanderscontingent in de Premier League mocht aan de andere kant van het Kanaal voetballen vanwege de hoge transferprijs (bijvoorbeeld Wesley) of omdat het 'uitzonderlijke talenten' zijn. Bovendien dreigt die regel ook weg te vallen. Onderzoek van de universiteit van Harvard leert dat van de oprichting van de Premier League in 1992 tot 2018 maar liefst 591 van de 1022 jongens uit de Europese Unie die in de Premier League emplooi vonden dan geen werkvergunning zouden gekregen hebben. De Engelse voetbalbond werkt aan een post-Brexit-immigratiemodel voor voetballers om de komst van 'uitzonderlijke talenten' mogelijk te blijven maken. Maar eerst moet er overeenstemming worden bereikt over het aantal in eigen land opgeleide spelers op het wedstrijdblad. Een rechts kabinet als dat van Boris Johnson stelt zich wellicht weinig inschikkelijk op. Priti Patel, de kersverse minister van Binnenlandse Zaken, wil volgens The Times alvast de kennis van het Engels als extra voorwaarde stellen. Geen probleem voor Percy Tau, want na de play-offs zal het ons allemaal duidelijk zijn dat hij 'te goed is voor België'.