Geralaan, Sint-Kruis, een van de deelgemeenten van Brugge. Het is zaterdagnamiddag en, zoals elk weekend, bijzonder druk aan het Sportpark De Gulden Kamer. De zes velden van Padelclub Brugge, een initiatief van Lokerenspits Tom De Sutter en enkele vrienden, zijn onophoudelijk bezet. Even verderop wordt er krachtbal, cricket en frisbee gespeeld, overjaarse cafévoetballers en jonge snaakjes van Dosko Sint-Kruis lopen zich op een van de twaalf voetbalvelden de ziel uit het lijf. Het sportpark, waar volgend jaar ook nog een veld voor de Brugsche Rugby Club wordt afgewerkt, bruist.
...

Geralaan, Sint-Kruis, een van de deelgemeenten van Brugge. Het is zaterdagnamiddag en, zoals elk weekend, bijzonder druk aan het Sportpark De Gulden Kamer. De zes velden van Padelclub Brugge, een initiatief van Lokerenspits Tom De Sutter en enkele vrienden, zijn onophoudelijk bezet. Even verderop wordt er krachtbal, cricket en frisbee gespeeld, overjaarse cafévoetballers en jonge snaakjes van Dosko Sint-Kruis lopen zich op een van de twaalf voetbalvelden de ziel uit het lijf. Het sportpark, waar volgend jaar ook nog een veld voor de Brugsche Rugby Club wordt afgewerkt, bruist. Een handvol ouders en grootouders zoekt beschutting onder de kleine betonnen staantribune van Dosko - Door Onderling Samenspel Komt Overwinning - of in de grote kantine. De kleedkamers zijn klein, maar netjes. Het was ooit anders. Midden de jaren zeventig, toen de gewestelijke jeugdploegen van de provincialer nog in dezelfde reeks van Club en Cercle Brugge waren ingedeeld, moesten spelertjes zich in twee aftandse kleedkamertjes omkleden, zaten ze op een rij van afgedankte cinemastoelen naar hun trainer te luisteren en moesten ze zich na de wedstrijd buiten met een klein teiltje (vaak koud) water wassen. De club beschikte over één veld dat in de wintermaanden in een modderpoel was herschapen, te midden braakliggende grond. Op de achtergrond keken de wezen en verlaten kinderen van het Gesticht van het Heilig Hart - 't Wezenhuis in de volksmond - hoopvol mee. 'Ik heb er gezeten tussen 1962 en 1967 en zeg je: 'Een gevangenis had er niets aan.' Mij ma was overleden en ze staken me daar gewoon binnen, in een jail. Geen sociaal contact meer, weggestoken, honger en veel slagen', getuigde Theo, een van de vele ontheemde kinderen die hun jeugd noodgedwongen onder de hoede van kloosterzusters moesten doorbrengen. Jongeren zonder dromen, voor wie de voetbalwedstrijdjes in het weekend schaarse lichtpuntjes waren. Flashback naar mei 1968, in wat toen nog het Heizelstadion was. Club Brugge wint tegen Beerschot zijn eerste beker van België, in de strafschoppenreeks eist Fernand Boone een hoofdrol op. De 33-jarige Brugse doelman pakt vier strafschoppen (7-6) en steekt trots de beker omhoog, tijdens de ereronde loopt verdediger John Moelaert aan zijn zijde. De twee kennen elkaar al meer dan vijftien jaar. Boone was begin de jaren vijftig een kwieke halfback bij de scholieren van Dosko Sint-Kruis, waar de vader van Moelaert meer dan 500 wedstrijden in het eerste elftal had gespeeld en de kleine John als mascotte mee op de foto mocht. Boone was 17 jaar toen scouts van Club Brugge in Sint-Kruis doelman Gaston De Graeve gingen bekijken. Maar: De Graeve was geblesseerd, waarna de trainer Boone onder de lat zette. Hij maakte, ook de volgende weken, indruk en kreeg in de lente van 1952 het bezoek van Clubvoorzitter Emile De Clerck. Zijn vader, schepen in Sint-Kruis en een van de beste vrienden van Cerclemonument Robert Braet, was razend. Maar de doelman-per- toeval was koppig en zette door. Hij kreeg 10.000 frank (250 euro) om een tweedehands... Skoda te kopen en tekende blindelings. Boone zou negentien seizoenen in het eerste elftal spelen, won als eerste speler van Club de Gouden Schoen (1967) en speelde acht keer voor de nationale ploeg. Een verhaal uit de romantiek van het voetbal, toen toeval nog carrières kon maken of breken. Lièvin Monbailliu, die Boone op achtjarige leeftijd overtuigde om het geel-blauwe shirt aan te trekken, voetbalde er ook. Tot hij, net als zijn ouders, bezweek voor de lokroep van de horeca en een koksopleiding volgde. Hij werd op vraag van Ernst Happel de vaste kok van Club Brugge en reisde in 1982 met de Rode Duivels mee naar het WK in Spanje, waarna hij bijna twintig jaar kok van de nationale ploeg bleef. Boones lopen er bij stamnummer 4168 niet meer rond. De hoogtepunten van geel-blauw, gesticht in 1924 en na Club (1891) en Cercle (1899) de oudste voetbalclub in Brugge, zijn op een hand te tellen. De club leek voor eeuwig en altijd geparkeerd in vierde provinciale, tot het vorig seizoen - als eerste in West-Vlaanderen - de titel pakte. 'Ik herinner me nog dat Dosko in een ver verleden ooit de eindronde voor promotie naar tweede provinciale heeft gespeeld, maar in de meer dan 20 jaar dat ik bij het bestuur ben betrokken, is dit pas het eerste seizoen dat we in derde spelen', zegt voorzitter Filip Van Gheluwe. Het gaat geel-blauw, na het boerenseizoen en promotie, opnieuw voor de wind. Iets voor halfweg staat het aan de leiding, waardoor Dosko zich door de afwezigheid van Brugse clubs in eerste en tweede provinciale de op twee na beste club van de Breydelstad mag noemen. 'Daar had ik nog bij niet stilgestaan', lacht Van Gheluwe, een van de bestuurders die na de zware financiële problemen in de jaren negentig aan boord kwam en Dosko 2.0 mee in de steigers zette. De jeugdopleiding, die van kwaliteitsaudit Double Pass twee sterren kreeg, werd prioritair. Ongeveer 300 spelers, verdeeld over 22 ploegen en 5 terreinen, die door de stad Brugge gratis ter beschikking worden gesteld. 'Dat we sinds een paar jaar met onze jeugd in de provinciale reeksen kunnen spelen, is een groot voordeel. Sterkere ploegen, meer competitie en dus jongens die op termijn naar de eerste ploeg kunnen doorstoten. Een nadeel: we verliezen elk jaar toch een drietal spelertjes aan Varsenare of Oostkamp, die met hun jeugd interprovinciaal spelen.' 'Maar', benadrukt de voorzitter, 'we blijven, ook wat ons eerste elftal betreft, inzetten op de jeugd. Om en bij de helft van de A-kern bestaat uit jongens die hier werden opgeleid. Na de titel van vorig seizoen besloten we om met dezelfde groep, aangevuld met een tweetal nieuwelingen, verder te doen. Dat we nu opnieuw aan kop staan, is buiten alle verwachtingen. Tweede provinciale? Daar durven we nog niet aan te denken.'