Terugblikkend op 2010 zei Ariël Jacobs vier maanden geleden in Sport/Voetbalmagazine: "Door een monumentaal onevenwicht tussen links- en rechtsvoetigen kunnen we onze linkerflank niet altijd tot uiting laten komen. Achterin spelen we met drie rechtsvoetigen, voor de verdediging staan twee rechtsvoetigen, van de drie spelers in steun van de diepste spits is Kanu de enige linksvoetige, en van de acht middenvelders is er ook maar één linksvoetig: Diandy, die we nu bezig zijn om te schakelen tot linksachter."
...

Terugblikkend op 2010 zei Ariël Jacobs vier maanden geleden in Sport/Voetbalmagazine: "Door een monumentaal onevenwicht tussen links- en rechtsvoetigen kunnen we onze linkerflank niet altijd tot uiting laten komen. Achterin spelen we met drie rechtsvoetigen, voor de verdediging staan twee rechtsvoetigen, van de drie spelers in steun van de diepste spits is Kanu de enige linksvoetige, en van de acht middenvelders is er ook maar één linksvoetig: Diandy, die we nu bezig zijn om te schakelen tot linksachter." Jacobs' woorden lieten aan duidelijkheid weinig te wensen over. Een monumentaal onevenwicht - dat klonk hard, maar een verrassing was het niet. Zeker niet voor de directie van Anderlecht, die het standpunt van haar trainer al langer kent (maar er nooit rekening mee hield). Jacobs heeft wat hij noemt "een heilig principe": evenwicht in de as van het veld. Volgens hem hoort een linksvoetige naast een rechtsvoetige te staan. Om te beginnen in het centrum van de verdediging. Drie jaar geleden werd om die reden Arnold Kruiswijk bij Groningen weggehaald, maar de Nederlandse belofte-international loste de verwachtingen nooit in en verdween al snel. Ondrej Mazuch en Roland Juhász werden het vaste centrale duo. Twee rechtsvoetigen met een linkerbeen dat slechts als steunbeen dienstdoet. In noodgevallen sprong Olivier Deschacht weleens in, maar dat was vorig seizoen toen Jelle Van Damme er nog was om de linksachter te bezetten. Anderlecht werd kampioen en als enige speler uit het kampioenselftal hield Van Damme een lucratieve transfer over aan de landstitel. De middenvelder zag zijn sterke seizoenseinde bekroond met een vierjarig contract bij Wolverhampton Wanderers. Jacobs verloor een van zijn weinige linkervoeten en daarmee ook het door hem beoogde evenwicht op het middenveld. Niet voor het eerst wees de trainer zijn directie toen op de noodzaak van een bijkomende linkermiddenvelder. Zijn opmerking werd in de wind geslagen. Jacobs kreeg Sacha Kljestan, een rechtsvoetige Amerikaan. Tot overmaat van ramp raakte de als wisselspeler aan het seizoen begonnen Kanu geblesseerd, waardoor Christophe Diandy als eenzame linkspoot overbleef. De timide Senegalees, nog groen achter de oren, kon het probleem onmogelijk oplossen. Bovendien was de trainersstaf begonnen hem tot linksachter om te scholen. Het was uiteindelijk Jan Polák die enigszins verrassend linksvoor in de driehoek kwam te staan. Verrassend, omdat er voor de Tsjech lang geen plaats meer leek te zijn op Anderlecht. Spelers die hun laatste contractjaar ingaan en weigeren bij te tekenen, worden in het Vanden Stockstadion in de tribune gezet. Polák schermde met Turkse interesse, maar toen een transfer niet doorging, koos hij eieren voor zijn geld en zette zijn handtekening onder een nieuwe overeenkomst. Anderlecht had er dan wel geen linkerbeen bij, Polák stond wel voor een pak ervaring. Daar had de ploeg evenmin overschot van. Met Polák op de positie van Van Damme behield Jacobs zijn 4-3-3. Beide spelers echter zijn verschillende types. Zelfde veldbezetting dus, maar met een andere invulling. In de ruimte voor Polák liep bovendien Mbark Boussoufa, ook al een rechtsvoetige en iemand die graag een vrije rol opeiste. Linksbuiten was zijn startpositie, maar van daar ging hij graag op wandel. Van Damme ging voortdurend buitenom. Zo bleven alle posities mooi bezet. Dat was niet het geval met Polák (of Kljestan, of Cheikhou Kouyaté). Door zijn rechtsvoetigheid was hij net als Boussoufa naar binnen georiënteerd. Daar zat een dubbel nadeel aan. Enerzijds dreigde hij Lucas Biglia voor de voeten te lopen, anderzijds werd Anderlecht kwetsbaar op zijn linkerflank. Zijn verdedigende positiespel was de minste van Boussoufa's zorgen. Zolang Van Damme er was, vormde dat geen probleem. Door zijn omtrekkende acties hield hij de rechtsback van de tegenstander doorgaans achterin. Die acties had Polák niet. Na Van Dammes vertrek kreeg de tegenstander vaker vrij baan. Het zware thuisverlies tegen Zenit Sint-Petersburg, vroeg op het seizoen, sprak in dat opzicht boekdelen. Nog voor de rust incasseerde Anderlecht drie doelpunten. Bij het eerste verzuimde Boussoufa negatieve press te zetten, de Russische rechtsachter rukte op, er kwam een voorzet van en Aleksandr Kerzjakov kopte in de rug van Víctor Bernárdez binnen. Ariël Jacobs beklaagde het zich achteraf dat hij had vastgehouden aan zijn 4-3-3 met Boussoufa op de flank. Tegen Bilbao bijvoorbeeld, in de vorige Europese campagne, had hij hem centraal geposteerd en Kanu links op het middenveld. Qua defensieve organisatie scheelde dat een slok op de borrel. Zeker omdat ook de linksachter op Anderlecht een zorgenkind is. Twee Russische doelpunten ontstonden vanaf de Brusselse linkerkant, waar Deschacht in geen velden of wegen te bespeuren viel. Het is geen geheim dat hij en Jan Lecjaks niet het beste positiespel hebben. Met zijn grote actieradius dekte Van Damme dat grotendeels af. Toen hij weg was, kwam die kwetsbaarheid sneller aan het licht. Zeker omdat Boussoufa zelden mee verdedigde, of toch minstens negatieve press zette. Dat doen Jonathan Legear en Matías Suárez beter waardoor de paars-witte rechtsback minder snel onder druk komt te staan. Niet toevallig spraken Boussoufa en Deschacht zich het felst uit voor een terugkeer van Van Damme. Het zou hun beider leven een stuk makkelijker hebben gemaakt. Deschacht-Van Damme-Boussoufa. Van de linkerflank waarmee Anderlecht vorig seizoen onweerstaanbaar op zijn dertigste landstitel afstevende, blijft op dit moment niets meer over. Kon Polák nog uit de voeten op links, toen hij tijdens de winter toch zijn transfer beet had (naar Wolfsburg), wist Jacobs hoe laat het was. Zeker toen wat later ook Boussoufa het in Brussel voor bekeken hield. Zijn potentiële vervanger Ziguy Badibanga deed het even niet onaardig, maar raakte snel geblesseerd. Iets wat hij verontrustend vaak is, zeker gezien zijn jonge leeftijd. Bovendien is ook hij rechtsvoetig. Een andere linksbuiten heeft Anderlecht echter niet. Noodgedwongen schakelde Jacobs over naar een 4-4-2 met twee centrumspitsen. Op het Brusselse middenveld blijven de rechtervoeten elkaar ondertussen zeg maar voor de voeten lopen, maar geen een die er zijn plan trekt zoals Polák nog wel deed. Meer dan ooit zijn de ogen daarom gericht op Kanu. Een toekomstgerichte aankoop drie jaar geleden en nog steeds omgeven door niet ingeloste verwachtingen. Flitsen van zijn klasse laten slechts vermoeden tot wat hij in staat zou kunnen zijn. Voorlopig blijven zijn wisselvalligheid en blessures de bovenhand halen. Sinds hij op het einde van de reguliere competitie op het veld van Eupen aan de enkel geblesseerd raakte, sleept hij zich met veel oplapwerk door de play-off. De negentig minuten krijgt hij niet meer vol, waardoor Diandy toch weer speelminuten vergaart. Als middenvelder. Uit dat "monumentale onevenwicht", het directe gevolg van sportief non-beleid, probeert Ariël Jacobs nu al maandenlang het schier onmogelijke te halen. "Na onze dertigste titel voorspelden journalisten mij een drukke tijd omdat een hoop spelers zouden vertrekken", zei manager Herman Van Holsbeeck in oktober. "We hebben gezegd dat we zouden proberen de groep bijeen te houden, vanuit de overtuiging dat die nog beter kon. Nu stellen we vast dat het evenwicht is verstoord, mede door de blessure van Kanu. Op het einde van het seizoen maken we de evaluatie." Van Holsbeeck kan zich de moeite besparen. Zijn trainer had die evaluatie namelijk vórig seizoen al gemaakt. Er werd niets mee gedaan. Als Anderlecht naast de titel grijpt, zou het kunnen overwegen zich die nalatigheid te beklagen. DOOR JAN HAUSPIE Dat Deschacht en Lecjaks niet het beste positiespel hebben, is geen geheim.