Wanneer dit blad in november 2006 een reportage over Olivier Deschacht maakt, praat die al een tijdje niet meer met Sport/Voetbalmagazine. In een eerdere reportage werd gesuggereerd dat binnen Anderlecht getwijfeld werd of hij het Belgische topniveau wel aankon. Dat vond hij erover.
...

Wanneer dit blad in november 2006 een reportage over Olivier Deschacht maakt, praat die al een tijdje niet meer met Sport/Voetbalmagazine. In een eerdere reportage werd gesuggereerd dat binnen Anderlecht getwijfeld werd of hij het Belgische topniveau wel aankon. Dat vond hij erover. Nochtans bestond die twijfel in eigen huis wel degelijk. Vraag één aan Aimé Anthuenis, de man die Deschacht bij Anderlecht liet debuteren op 18 december met een invalbeurt tegen SK Beveren: zag u meteen een eersteklassespeler in hem? Antwoord van Aimé: 'Neen. Maar ik was in eigen huis niet de enige. Hij heeft mogelijkheden, zegden bestuursleden, maar misschien niet in eerste klasse op ons niveau.' Ook Frank Vercauteren, die de linksachter eerst bij de beloften en later bij het eerste elftal onder zijn hoede krijgt, is niet meteen overtuigd, zegt hij in 2006: 'Toen ik Deschacht voor het eerst zag, miste hij een aantal vaardigheden. Hij was iemand die men in dit huis niet beschouwde als een mogelijk potentieel voor Anderlecht. Hij stond achter qua coördinatie, was ook vrij gesloten, moeilijk bereikbaar voor commentaar en zeker voor kritiek, maar hij presteert wel op training én in de match. Hij is een laatbloeier, die zijn potentieel later toonde dan anderen die vroeg veel tonen maar dan soms al aan hun maximum zitten.' Wim De Coninck herinnert zich nog de jeugdspeler Deschacht uit zijn jaren bij KAA Gent: 'Al bij de miniemen van AA Gent stond hij ter discussie. De trainer stelde hem toen niet op en zei, gevraagd waarom hij dat niet deed: ik stel de beste elf op. Daar was Olivier op dat moment niet bij. Maar van die elf die toen wel speelden, is in 2006 niemand overgebleven op het hoogste niveau.' Na het vertrek van Didier Dheedene wordt Marc Hendrikx Anderlechts nieuwe linksachter. Aanvallend gaat dat goed, maar defensief brengt hij minder dan verwacht. Op training manifesteert Deschacht zich toen al. Anthuenis herinnert zich een oefenwedstrijd tegen Metz waar de Franse rechterflankspeler te sterk is. Dus brengt de Anderlechttrainer twintig minuten voor tijd de jonge Oost-Vlaming in met maar één opdracht. 'Bij het eerste duel lag die Fransman al meteen op de piste, het tweede duel ging hij al niet eens meer aan. In mijn jaren als coach heb ik weinig spelers op korte tijd zo veel beter zien worden als Ollie. Maar in het begin was het nog niet genoeg. Wat ik wel zag was een enorme honger om beter te worden, Deschacht was hard voor zichzelf, ook bij het analyseren van de eigen prestaties.' Maar wat staat er in de voorbeschouwing op de competitiespecial voor het seizoen 2002/03 bij Anderlecht? Voor de post van linkerverdediger haalde de nieuwe trainer Hugo Broos Michal Zewlakow omdat hij Olivier Deschacht als nog iets te braaf evalueert. Elders in dat magazine zegt Gunter Jacob bij een vooruitblik op dat seizoen: 'Jammer voor Deschacht, maar als je mikt op onmiddellijk rendement, is de komst van Zewlakow een goeie zaak.' Maar Zewlakow is na Hendrikx de volgende in het rijtje linksachters die de duimen leggen voor de blonde verdediger. Later zal Deschacht daar zelf over zeggen: 'Opgeven staat niet in mijn woordenboek. Ik ben misschien niet de beste voetballer in België en geen supertalent, maar qua inzet en mentaliteit kunnen er weinigen mij overtreffen.' Hoe harder de tegenwind, hoe beter zijn wedstrijdprestaties. Niet abnormaal bij iemand die al heel zijn voetballeven de wind van voor krijgt. Deschacht is ook geen typische voetballer, hij komt niet uit een sociaal minder hoog aangeschreven milieu. Integendeel. Zijn vader heeft een bedrijf en had liever gezien dat zijn zoon hem opvolgde. Kortom: Deschacht moest geen voetballer worden, hij wou voetballer worden. Er was niets wat hij liever wilde. Uit de kleedkamer van het Anderlecht van toen herinnert men zich een absolute, extreme winnaar. Eén die zich, als hij hoort dat er op winterstage een quiz zal georganiseerd worden, al opwindt omdat hij die ook wil winnen, en koortsachtig gaat lobbyen, op zoek naar in wiens team hij voor winst moet belanden. Eén die niet om aan te spreken is na een nederlaag. Na een verloren wedstrijd leidde dat ooit tot een dispuut met Anthony Vanden Borre, de enige na die nederlaag een beetje onnozel zat te doen. Toen Deschacht zich daar boos om maakte, grinnikte Vanden Borre dat hij op zijn manier op zijn 40e nog altijd zou voetballen. Waarop de linksachter woedend repliceerde: 'Nee, het is omgekeerd. Ik zal op mijn 40e nog voetballen, en jij niet.' Het leidde tot een weddenschap die de Oost-Vlaming alvast in zijn voordeel afsloot. Een echte leider was hij niet in de kleedkamer, daarvoor was hij te veel in zichzelf gekeerd en te weinig bezig met de rest. Hij kwam als laatste aan net voor de training begon en was als eerste ook weer weg. Maar hij toonde zich wel altijd ongelofelijk nuttig op het veld. Het type waarmee je naar de oorlog kon, dat er stond wanneer het hard ging. 'Als je met Ollie naar Sclessin trok om tegen Standard te spelen, wist je vooraf: die zal overeind blijven', zegt een insider van toen. 'Een rots in de branding, een speler die nooit ontgoochelde. Eén die perfect wist wat hij kon, maar ook en vooral wat hij niet kon, zoals hij op een dag opmerkte: 'Moet ik een type Roberto Carlos worden? Die laat opvallend veel ruimte in de rug. Drie goals maken en er twee op je rekening mogen schrijven: daar pas ik voor.'' Al zijn concurrenten vallen, met hoeveel egards ze ook binnengehaald zijn, één voor één af: Aleksandar Ilic, Fabrice Ehret, Ivan Obradovic, Jan Lecjaks,... Ook Jelle Van Damme komt als linksachter, maar verhuist noodgedwongen naar het middenveld. De enige die echt een bedreiging voor hem vormt, is Behrang Safari die in 2011 gehaald wordt maar het uiteindelijk ook niet haalt. De niet aflatende tegenwind stoort Ollie niet. Integendeel. Deschacht was iemand die op een of andere manier frustratie nodig had om te presteren: 'Ah, ze hebben er wéér één gekocht op mijn positie? Awel, ik zal het ze nog eens laten zien!' Als extreem winnaarstype zat Deschacht altijd in competitiemodus. Tot hij een tegenstander trof van wie hij besefte dat hij het niet meer zou kunnen winnen: de tijd, en zijn eigen ouder wordende lichaam. Zijn eergevoel maakte dat hij absoluut dat ene jaar te veel wilde vermijden.