Na de US Open vindt deze week al het ATP Masters 1000-toernooi in Rome plaats. Daar is voor de spelers geen 5,2, maar nog 'slechts' 3,5 miljoen euro te verdienen. Vooral omdat de cheque van de winnaar drastisch werd verkleind: van 958.000 euro naar 205.000 euro. Die zal nu nog 'slechts' 50 keer meer opstrijken dan een speler die er in de eerste ronde uitvloog, ook omdat diens verdienste verhoogd wordt. Ter vergelijking: die ratio bedroeg vorig jaar nog 264/1...
...

Na de US Open vindt deze week al het ATP Masters 1000-toernooi in Rome plaats. Daar is voor de spelers geen 5,2, maar nog 'slechts' 3,5 miljoen euro te verdienen. Vooral omdat de cheque van de winnaar drastisch werd verkleind: van 958.000 euro naar 205.000 euro. Die zal nu nog 'slechts' 50 keer meer opstrijken dan een speler die er in de eerste ronde uitvloog, ook omdat diens verdienste verhoogd wordt. Ter vergelijking: die ratio bedroeg vorig jaar nog 264/1... Hetzelfde gold (weliswaar in mindere mate) voor de afgelopen US Open, waar de totale prijzenpot zakte van 48 naar 45 miljoen euro. Met vooral eindwinnaars Naomi Osaka en Dominic Thiem als grootste 'slachtoffers': zij streken geen 3,25 miljoen euro op, zoals de winnaars in 2019, maar 2,53 miljoen. Het prijzengeld voor spelers die in de eerste ronde niet overleefden steeg dan weer met vijf procent, van 49.000 tot 51.500 euro. Op Roland Garros, dat op 21 september start, is de spreiding van het prijzengeld nog iets groter. De totale daling van 10 procent (van 42,3 naar 38 miljoen euro) haalt de organisatie ook vooral bij de winnaars (1,6 in plaats van 2,3 miljoen euro). Spelers die er in de eerste ronde uitgeschakeld worden krijgen zo 60.000 euro (+ 30 procent vergeleken met 2019). Het doel van de solidariteit: de lager gerangschikte tennissers helpen, want zij werden het meest getroffen door de maandenlange corona-onderbreking. Veel meer dan de top 10/20-spelers dekken zij hun grote kosten met prijzengeld. Voor de absolute toppers was het wegvallen van dat prijzengeld, en nu de vermindering ervan, geen probleem. Roger Federer moest door een knieblessure zelfs voor het hele seizoen forfait geven, maar hij zal er geen boterham minder om eten. Volgens het zakenmagazine Forbes was hij tussen juni 2019 en juni 2020 zelfs de topverdiener over alle sporters, met 89 miljoen euro. Zijn prijzengeld, gepuurd uit tien toernooien, bedroeg echter slechts vijf procent van zijn totale inkomsten. Dat gold, in iets mindere mate, ook voor de twee andere van de 'Grote Drie': Novak Djokovic (72 procent van zijn 37 miljoen euro aan inkomsten uit sponsorcontracten) en Rafael Nadal (65 procent van 34 miljoen euro). Gezien Nadals grote coronazorgen was zijn forfait voor de US Open en het prijzengeld in New York 'opofferen' dan ook geen groot dilemma. Zoals ook sommige toppers bij de vrouwen, onder andere nummer één van de wereld Ashleigh Barty (goed voor 12 miljoen euro per jaar), het risico niet wilden nemen om naar New York te vliegen. De twee topverdieners bij de dames, Naomi Osaka (31 miljoen euro) en Serena Williams (30 miljoen euro), deden dat wel, maar ook voor hen is prijzengeld maar een deeltje van hun grote inkomsten. Die vedetten hebben bovendien sponsorcontracten die niet of amper in waarde zakken als ze niet spelen. In tegenstelling tot de mindere goden wiens verbintenissen wel vaak clausules bevatten als zij geen resultaten kunnen voorleggen, al dan niet wegens een blessure, of zoals dit jaar, een pandemie. In mei kregen zij ook hulp via het Player Relief Programme, een noodfonds van goed vijf miljoen euro opgericht door de ATP, de WTA, de ITF (International Tennis Federation) en de vier grandslamtoernooien, met steun van de top 100-spelers. Zo'n 800 tennissers werden zo geholpen, al ontstond er ook een discussie over wie daarvoor in aanmerking zou komen. Uiteindelijk werden dat de spelers tussen plaats 100 en 500 op de wereldranglijst, maar de ITF trok ook nog 300.000 euro uit om de tennissers tussen plaats 501 en 700 te helpen. Om extra inkomsten en speelgelegenheden te creëren voegde de WTA ook een extra toernooi toe aan de kalender, in het Tsjechische Ostrava. De ATP gaf zelfs een licentie aan vier nieuwe ATP 250-toernooien. Zo is de ATP-kalender, met ook de European Open in Antwerpen (19 tot 25 oktober), helemaal vol tot half november, wanneer de ATP Finals in Londen plaatsvinden. Op die manier kunnen de tennissers van de tweede/derde rij hun financiële coronaverliezen beperken, mede door de solidariteit.