Een fusie is altijd een moeilijke evenwichtsoefening. Soms haat men elkaar meer dan men elkaar liefheeft of kijkt de grootste club van de twee wat neer op de andere, maar soms gaat het ook heel goed en wordt een fusie een succesverhaal. VK Knesselare mag best een voorbeeld van een geslaagde fusie genoemd worden. In Knesselare, een kleine gemeente in het Oost-Vlaamse Meetjesland, op de grens met West-Vlaanderen, speelden tot de jaren tachtig twee clubs: Harop (een strijdkreet) met als kleuren wit-zwart, en SV met als kleuren geel-zwart. Jarenlang vochten die twee clubs gezellige derby's uit in de...

Een fusie is altijd een moeilijke evenwichtsoefening. Soms haat men elkaar meer dan men elkaar liefheeft of kijkt de grootste club van de twee wat neer op de andere, maar soms gaat het ook heel goed en wordt een fusie een succesverhaal. VK Knesselare mag best een voorbeeld van een geslaagde fusie genoemd worden. In Knesselare, een kleine gemeente in het Oost-Vlaamse Meetjesland, op de grens met West-Vlaanderen, speelden tot de jaren tachtig twee clubs: Harop (een strijdkreet) met als kleuren wit-zwart, en SV met als kleuren geel-zwart. Jarenlang vochten die twee clubs gezellige derby's uit in derde provinciale, maar toen ze in 1988 beide in vierde stonden, achtten ze de tijd rijp om de handen in elkaar te slaan. Dat marcheerde goed: in zijn eerste seizoen promoveerde de fusieclub al naar derde provinciale. Dat seizoen is ook het eerste van de kleine Hans Cornelis, die nog net geen zes is wanneer hij zich bij VK Knesselare aansluit. Zijn talent wordt snel opgemerkt door Luc De Muynck, zijn jeugdtrainer bij de premi-niemen. "Hans was duidelijk een uitzonderlijke voetballer", weet De Muynck nog goed. "Hij was sterk, technisch onderlegd en bezat veel wilskracht. De preminiemen speelden toen ook gewoon op een groot veld en Hans fungeerde als mid-mid. Hij was niet bepaald groot of zo, maar heel energiek: vooraan maakte hij de goals en achteraan hielp hij mee verdedigen. Aangepord hoefde hij niet te worden, eerder afgeremd. Ik moest hem er wel eens op wijzen dat hij een beetje zijn positie moest houden." Hans Cornelis is geboren in oktober en mocht daarom nog een derde jaar bij de preminiemen blijven. "Ze noemden dat een overjaarse preminiem", zegt De Muynck. "Dat seizoen hadden we een heel goeie ploeg. In de lente van 1993 wonnen we de Nationale Jeugdcup van de krant Het Volk. De Oost-Vlaamse finale wonnen we van Oosterzele met 7-2. Dan versloegen we Diksmuide met 2-1 en in de nationale finale klopten we Diegem met maar liefst 8-2. Hans maakte vier doelpunten." Voor een jongen van die leeftijd liet Hans Cornelis al opmerkelijke dingen zien. "Hij kon inwerpen tot aan de eerste paal," herinnert De Muynck zich, "als preminiem! Dat waren telkens bijna corners. En met één trap kon hij het spel van de ene naar de andere vleugel verleggen." Het succes van dat ploegje lokt nog meer scouts dan voorheen naar Knesselare en Cornelis vertrok die zomer dan ook naar Club Brugge. Na enkele jaren Racing Genk is de blonde verdediger sinds vorig seizoen opnieuw in Brugge aan de slag, maar dan wel bij Cercle. Aangezien hij nog steeds in de buurt woont, komt hij nog wel eens naar VK, om zijn broer te zien spelen of gewoon vanwege de oude clubliefde. Maar ook aan VK Knesselare lijkt een einde te zullen komen, want er is een nieuwe fusie in de maak. De onderhandelingen met Sparta, de club uit deelgemeente Ursel, zijn al in een vergevorderd stadium. Meer foto's vind je op www.groundhopping.be Volgende week: Jelle Vossen (JB Eigenbilzen)door peter mangelschots - beelden: jurgen vantomme