De sportverenigingen in Brussel en de rand vertonen dezelfde kleurrijke verscheidenheid die het leven in de hoofdstad typeert: je hebt er Franstalige clubs, Vlaamse clubs, tweetalige clubs, migrantenclubs ... Ook daar is de sport een doorslag van de maatschappij. Van de politiek ook wel een beetje, want sommige verenigingen profileren zich in deze of gene richting. Dilbeek Sport kiest duidelijk de Vlaamse richting: het ambieert bovendien 'de beste Vlaamse Amateurclub' uit de Brusselse rand te zijn. Een ambitie die de grootte van de gemeente weerspiegelt: met ruim 40.000 inwoners is Dilbeek na Leuven de dichtst bevolk...

De sportverenigingen in Brussel en de rand vertonen dezelfde kleurrijke verscheidenheid die het leven in de hoofdstad typeert: je hebt er Franstalige clubs, Vlaamse clubs, tweetalige clubs, migrantenclubs ... Ook daar is de sport een doorslag van de maatschappij. Van de politiek ook wel een beetje, want sommige verenigingen profileren zich in deze of gene richting. Dilbeek Sport kiest duidelijk de Vlaamse richting: het ambieert bovendien 'de beste Vlaamse Amateurclub' uit de Brusselse rand te zijn. Een ambitie die de grootte van de gemeente weerspiegelt: met ruim 40.000 inwoners is Dilbeek na Leuven de dichtst bevolkte gemeente van Vlaams-Brabant. Het heeft nochtans jaren geduurd vooraleer Dilbeek Sport uitgroeide tot de solide bevorderingsclub die het nu is. Vanaf de aansluiting bij de KBVB in 1960 tot halverwege de jaren tachtig speelden de geel-blauwen in derde en af en toe zelfs vierde provinciale. Pas in de loop van de jaren negentig kregen ze de status die ze nu hebben: een ploeg die stevig verankerd is in vierde klasse (slechts even was er een terugval naar eerste provinciale in 2007/08) en zelfs voorzichtig omhoog kijkt, naar derde klasse. De grondige herstructurering die de club aan het begin van dit seizoen doormaakte, mag daar het bewijs van zijn. Toen Steve Colpaert in 1994 als net geen achtjarige bij Dilbeek Sport begon, was daar nog geen sprake van. Eigenlijk was Colpaert voorbestemd om zijn eerste aansluitingskaart bij RWDM, de voorloper van FC Brussels, te tekenen, want zijn vader had tot de reserven bij Daring gespeeld (in de periode van Jan Boskamp) en door de aderen van de familie liep tweekleurig bloed: het rood en zwart van Molenbeek. De kleine Steve was ook geen Vlaamse jongen, maar een echte Brusselse ket: in het Nederlands opgevoed, maar van klein af perfect zijn weg vindend in het Frans. De lagere school waar hij naartoe ging, heeft een Nederlandstalige en een Franstalige vleugel. Op de speelplaats werden beide talen gesproken. Het is op die speelplaats dat Steve door de voetbalmicrobe besmet raakt. Een blikje wordt een bal, houten banken een doel. Een aantal van zijn schoolkameraadjes voetballen bij Dilbeek Sport en zeuren tot hij daar mee naartoe gaat. Vader Eddy Colpaert vindt dat best, want hij is zelf net uit het bestuur van RWDM gestapt. Hij zal zelf de voornaamste leermeester van de kleine Steve worden. Aan een carrière als prof denkt die dan nog allerminst. Dat komt pas veel later, wanneer hij zijn diploma aan de topsportschool van Leuven behaald heeft en aan de poort van de eerste ploeg klopt. De eerste ploeg van ... FC Brussels is dat dan. Het lot heeft ervoor gezorgd dat Steve Colpaert uiteindelijk toch het rood en zwart van de Molenbeekse club draagt. In 1997 verliet hij Dilbeek voor Eendracht Aalst, in 2001 keerde hij terug richting hoofdstad. Tussen 2004 en 2008 zal Colpaert 61 wedstrijden in het eerste elftal van FC Brussels spelen. Dan komt Zulte Waregem de belofte-international er weghalen. Meer foto's vind je op www.groundhopping.be Volgende week: Yves De Winter (KFC Bevel) DOOR PETER MANGELSCHOTS - BEELDEN: JURGEN VANTOMME