Een gesprek met Vince Briganti brengt ons onvermijdelijk bij Robert Waseige, zijn voorbeeld, zijn baas, zijn vriend. "Toen hij door enkele journalisten een leugenaar werd genoemd op de dag dat hij zijn vertrek bij de nationale ploeg bekendmaakte," vertelt Briganti op zachte toon, "vreesde ik het ergste. Toen dacht ik : als hij nu in een colère schiet, kunnen we hem ter plekke reanimeren. Hij had al een hartoperatie achter de rug en ik hield het mijne vast. De confrontatie met de pers op de Parijse luchthaven was ongetwijfeld de afschuwelijkste dag van zijn leven."
...

Een gesprek met Vince Briganti brengt ons onvermijdelijk bij Robert Waseige, zijn voorbeeld, zijn baas, zijn vriend. "Toen hij door enkele journalisten een leugenaar werd genoemd op de dag dat hij zijn vertrek bij de nationale ploeg bekendmaakte," vertelt Briganti op zachte toon, "vreesde ik het ergste. Toen dacht ik : als hij nu in een colère schiet, kunnen we hem ter plekke reanimeren. Hij had al een hartoperatie achter de rug en ik hield het mijne vast. De confrontatie met de pers op de Parijse luchthaven was ongetwijfeld de afschuwelijkste dag van zijn leven." Waseige had de avond voordien zijn assistenten ingelicht over zijn mogelijke vertrek, maar Briganti zag de bui hangen. De dag van het vertrek naar Japan, schoot de bond het laatste voorstel van Waseige af, waarna de Luikenaar zijn lot aan Standard zou verbinden. "Het ging heus niet om het bedrag, wel om de betalingsmodaliteiten", weet zijn vriend. "Robert wilde zich door de bond laten uitbetalen op de bvba van één van zijn zonen. Maar de bond wilde daar om redenen die ik niet ken - het zijn bovendien mijn zaken niet - niet op ingaan."Ook Briganti zelf stond voor een voldongen feit. Hij kon niet terug voltijds in het onderwijs aan de slag. "Ik moest mijn halftijdse loopbaanonderbreking vóór 1 mei opzeggen, en daarvoor was het dus te laat. Van de RVA mocht ik bovendien geen enkele andere bijverdienste hebben, waar ik op dat moment geen drie maanden mee bezig was. Daardoor heb ik een trainersfunctie bij een club uit een lagere reeks en een deeltijdse job aan de Vlaamse trainersschool van Bloso noodgedwongen aan mij laten voorbijgaan. Na een periode met veel administratieve rompslomp heb ik intussen toch de zekerheid dat ik vanaf volgend schooljaar wel weer voltijds in het onderwijs aan de slag kan. Ik hou me, ook nu al, bezig als computerleraar. We hebben een apart klasje met veertien computers, waar ik de leerlingen leer internetten en e-mails versturen."Uiteraard was hij veel liever in het voetbal actief gebleven. Hij polste bij Aimé Anthuenis ook voor de post van assistent-bonscoach, maar na beraadslaging met de bond koos de Waaslander voor Eddy Snelders. "Ik heb daar nooit echt een probleem van gemaakt", zegt Briganti. "Intussen voer ik voor Anthuenis wekelijks diverse scoutingopdrachten uit. Daar kruipt ook veel tijd in. Het huiswerk nadien vergt bijzonder veel aandacht en concentratie. Niks ontgaat het oog van de alziende scout : het aantal goede en slechte korte en lange passes, gewonnen en verloren duels, de zone die de betreffende speler of spelers op het veld bestrijken, hun gedrag tegenover de tegenstander, de ploegmaats en de scheidsrechter, tot zelfs de staat van het veld en de weersomstandigheden. Eén of twee spelers tegelijk bekijken gaat nog, maar als je er in één wedstrijd plots verscheidene moet volgen, wordt het moeilijker en neem ik een vriend mee die me assisteert. Als je, zoals in mijn geval, veel wedstrijden in de Duitse en Nederlandse competitie volgt, gebeurt het wel eens dat er soms drie tot vier kandidaat-internationals op het veld staan. Dan ben ik heel blij dat er iemand naast me zit."Van scouting was er amper sprake in de tijd dat Briganti zijn trainerscarrière begon. "Ik zag het voor het eerst in de Verenigde Staten. Toen we daar met de Uefa's van Winterslag een toernooi gingen spelen, kwam ik in contact met een basketbalcoach die de bewegingen van de eigen spelers nauwgezet bijhield. Ik heb dat dan aangepast aan het voetbal en het bij Robert Waseige geïntroduceerd, die hoofdtrainer was bij Winterslag. Door mijn scoutingopdrachten zie ik soms tot drie wedstrijden per weekend. Zo blijf ik ook in het voetbal. Niet dat ik er rijk van word : we moeten het stellen met een eerder bescheiden onkostenvergoeding van de voetbalbond."Zijn periode bij de nationale ploeg blijft voor Briganti de rijkste van zijn leven. "Dat was drie jaar genieten," glundert hij, "een echt succesverhaal dat begon met de onwaarschijnlijke 5-5 tegen Nederland in de Kuip en eindigde met de onverdiende nederlaag in Japan tegen Brazilië. De enige valse noot was de 4-0 in Finland, nauwelijks twee maanden na Euro 2000, waar we ondanks de uitschakeling in de eerste ronde toch veel lof kregen voor het voetbal dat we brachten. Gelukkig betrof het in Finland maar een vriendschappelijke wedstrijd. Een coach moet nu en dan toch de kans krijgen om te experimenteren. Maar zelfs daar krijg je van de media amper de tijd voor."Als er iets is waar ik echt wel van geschrokken ben, is het de druk die door de pers wordt opgelegd. In Winterslag kwamen er dagelijks twee journalisten langs die eigenlijk meer vriend dan vijand waren; bij de Rode Duivels waren het Vlamingen, Walen en Brusselaars en was de sfeer veel vijandiger.door Stefan Van Loock'De nationale ploeg, dat is drie jaar genieten geweest.'