Op aanraden van Tomislav Ivic trok Luciano D'Onofrio in 1998 naar Split. Bij het plaatselijke Hajduk speelde een doelman die wel een en ander in zijn mars had, zo beweerde Ivic. En dus werd Vedran Runje de opvolger van clubmonument Gilbert Bodart onder de lat bij Standard. Drie seizoenen lang verdedigde Runje het doel bij de Rouches. Twee keer verkozen zijn collega-voetballers hem tot Doelman van het Jaar.
...

Op aanraden van Tomislav Ivic trok Luciano D'Onofrio in 1998 naar Split. Bij het plaatselijke Hajduk speelde een doelman die wel een en ander in zijn mars had, zo beweerde Ivic. En dus werd Vedran Runje de opvolger van clubmonument Gilbert Bodart onder de lat bij Standard. Drie seizoenen lang verdedigde Runje het doel bij de Rouches. Twee keer verkozen zijn collega-voetballers hem tot Doelman van het Jaar. Zijn prestaties leverden hem niet alleen waardering op, ook een lucratieve transfer naar Olympique Marseille. "Marseille was het seizoen voor ik er kwam als 15de geëindigd", herinnert Runje zich. Het eerste jaar met Runje in doel nestelde Marseille zich in de middenmoot van de Franse hoogste klasse. Over de doelman waren ze het in de Zuid-Franse havenstad eens : hij had zijn werk meer dan naar behoren gedaan. "Maar toen kwam Alain Perrin als trainer", zucht Runje. "Het eerste wat hij me vroeg was : 'Beschik jij over voldoende kwaliteiten om bij een club als Marseille tussen de palen te staan ?' Op zijn minst een vreemde kennismaking. Maar goed, ik bleef voorlopig eerste keus en we maakten een uitstekend seizoen door : een derde plaats werd bekroond met een ticket voor de Champions League." Ook vorig seizoen begon Runje als titularis. "Maar in december kondigden ze plots de komst van Fabien Barthez aan. Nochtans stonden we tweede in het klassement en hadden we de beste verdediging. Bovendien kreeg ik van France Football een gemiddelde van 3,5 op 5, waarmee ik bij de beste vier keepers van de competitie behoorde. Ik zou er allemaal zo zwaar niet aan tillen, mocht ik een eerlijke kans gekregen hebben. De beste moet spelen, zo zie ik dat. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Barthez, die niet in de basis stond bij Manchester United, absoluut móest spelen om zijn plaats bij de nationale ploeg niet te verliezen. Perrin zei me ook : 'Dit is Fabien Barthez, en hij zal spelen.' En wie was ik dan ? Ik had alles gegeven voor de club, maar dat bleek van geen tel meer. Perrin had zijn doel bereikt : iemand die hem bekritiseerde uit de ploeg zetten." Met de resultaten ging het bergaf en de kritiek op Perrin werd onhoudbaar. Maar ook onder de nieuwe trainer, José Anigo, kwam Runje niet meer aan spelen toe. "Barthez bleef eerste keeper. Euro 2004 kwam eraan, versta je ? Ik schoof zelfs nog twee rijen achteruit, werd maar vierde keus. Daar kon ik me niet mee verzoenen, ondanks mijn nog twee jaar lopende contract wilde ik koste wat het kost naar een andere club." En die andere club werd... Standard. "Luciano D'Onofrio loste mijn probleem op. Marseille leent me voor één seizoen uit. Het voelt aan als terug thuiskomen. Of het geen stap terug is ? Nee, want Standard speelt de Uefabeker, Marseille niet. Deze club is ambitieus en beschikt over een goede trainer en een sterke spelersgroep, met name een ideale mix tussen ervaren ratten en gretige jongeren." (PB)PB