De Tour in Duitsland: het was het ultieme luik van een grote verzoeningsoperatie, een overal luid bejubelde poging om een besmet verleden definitief te begraven. Ook Tourbaas Christian Prudhomme had het over 'een land dat de Tour in zijn hart had gesloten, tot de liefde plots over was'. Prudhomme sprak nu met de nodige pathetiek over een terugkeer naar een oude liefde, in een land dat een prioriteit heeft gemaakt van de strijd tegen doping.
...

De Tour in Duitsland: het was het ultieme luik van een grote verzoeningsoperatie, een overal luid bejubelde poging om een besmet verleden definitief te begraven. Ook Tourbaas Christian Prudhomme had het over 'een land dat de Tour in zijn hart had gesloten, tot de liefde plots over was'. Prudhomme sprak nu met de nodige pathetiek over een terugkeer naar een oude liefde, in een land dat een prioriteit heeft gemaakt van de strijd tegen doping. Was het daarom dat Jan Ullrich niet werd uitgenodigd? Niet door de Tourorganisatie, maar al evenmin door de Duitse wielerbond of de plaatselijke inrichters in Düsseldorf? Duitsland blijft Ullrich na zijn dopinggebruik aan de schandpaal nagelen, voor de media lijkt hij wel een paria, voor dezelfde mensen die in massahysterie vervielen toen de voormalige Oost-Duitser in 1997 de Ronde van Frankrijk won en er in de laatste week een leger van 80 journalisten de karavaan binnenviel. Maar niet iedereen die hem verkettert: UIlrich kan nog altijd niet in een restaurant zitten zonder dat de mensen zich rond zijn tafel verdringen voor een handtekening. Maar de start van de Ronde van Frankrijk in Düsseldorf moest Ullrich dus thuis op televisie volgen, op Mallorca waar hij sinds dit jaar woont en fietsevenementen voor bedrijven verzorgt. Zijn huis in Zwitserland, aan de Bodensee, staat te koop. Jan Ullrich heeft vrede met zichzelf. Hij weegt nu 83 kilo, dertien kilo meer dan zijn competitiegewicht. Dat valt mee voor iemand die zich al tijdens zijn loopbaan volpropte met zoetigheden. Ex-ploegmaats hebben nog altijd de mond vol van de ex-Tourwinnaar die een pot Nutella in de microgolfoven stak en met een rietje de chocopasta tot de laatste druppel opzoog. Ullrich noemde zich na zijn dopingbekentenissen in 2013 nooit een bedrieger, wel een slachtoffer van het systeem. Hij weet dat hij fouten heeft gemaakt, ook toen hij in 2014 een ongeval veroorzaakte en veel te veel gedronken had. Maar iedereen, zegt hij, verdient een tweede kans. Natuurlijk stoort het hem dat alle dopingverhalen steeds weer worden opgerakeld, zei hij vorige week in een zeldzaam interview met de Duitse boulevardkrant Bild. Dat hij de sportieve leiding zou krijgen van de wedstrijd Rund um Köln, als opvolger van de vorig jaar overleden Rudi Altig, maar alles uiteindelijk niet doorging, heeft hij achter zich gelaten. Het verleden, zegt Ullrich, zal hem altijd weer inhalen. Dat hij niet uitgenodigd werd voor de Tourstart in Düsseldorf? Ullrich glipt om de vraag heen. Het past niet, zegt hij. Omdat zijn dochter Sarah Maria net die dag haar veertiende verjaardag viert. Maar hij zei wel dat hij tijdens de tweede rit ergens langs het parcours zou staan. En hij hield effectief woord. In het kleine stadje Korschenbroich volgde Ullrich de Tour bij vrienden. En hij verscheen zelfs even in het openbaar. De mensen juichten hem enthousiast toe. 'Als iemand een vraag wil stellen over doping, dan moet die nu zijn vinger opsteken', zei de presentatrice. Niemand die dat deed. Jan Ullrich werd bedolven onder de geschenken. Hij kreeg vooral... chocolade. Kennelijk wordt er met zondaars op een totaal verschillende manier omgesprongen. Richard Virenque en Alex Rasmussen waren wel aanwezig in Düsseldorf. Niet geïnviteerd door de organisatie weliswaar, maar als consultants van de televisie. Amicaal klopten ze iedereen op de schouder. Dat soort hypocrisie valt niet te bannen uit het peloton. Eerst hekel je het dopinggedrag van renners, vervolgens laat je ze de koers analyseren. Geen moeite heeft Düsseldorf zich bespaard om de stad via de Tourstart op de internationale kaart te zetten. Zoals Berlijn dat precies 30 jaar geleden deed, in een politiek geladen context en in het kader van het 750-jarige jubileum van de stad. Vanuit de DDR keken ze afgunstig over de muur, Berlijn was ook de hoofdstad van Oost-Duitsland en het gigantisch feest aanzagen ze als een provocatie of tenminste een poging om dat te minimaliseren. Dat de Pool Lech Piasecki uiteindelijk Berlijn zou verlaten als leider had niettemin een zekere symboliek: een Oost-Europeaan in het geel, op een steenworp van het Oostblok. Berlijn wreef zich tevreden in de handen na deze tweedaagse waarvoor - inclusief de organisatiekosten - 90 miljoen Belgische frank was betaald, zo'n 2,25 miljoen euro. Omgerekend was dat 600.000 frank (15.000 euro) per kilometer om de stad te presenteren als een frisse, groene en levendige metropool. Dat beeld wilde ook Düsseldorf ophangen. Een stad met evenveel flair, maar met een ander profiel en met zijn eigen attractiepunten: een indrukwekkend mooi oud centrum, een sociale plek vol terrassen en restaurants, een prachtige boulevard langs de druk bevaren Rijn. En met de één kilometer lange Königsallee, een van de mooiste winkelstraten van Duitsland. De tijden veranderen en dus is er qua investering geen vergelijking mogelijk met 30 jaar geleden: veertien miljoen euro heeft Düsseldorf in totaal moeten betalen om de Tour binnen de stadsmuren te krijgen, ruim zes keer zoveel als Berlijn. Dat bedrag wordt voor een deel gecompenseerd door de reclame-inkomsten die hoger liggen dan de gebudgetteerde 6,3 miljoen euro. Voor iedere meter op Duitse grond moest betaald worden. De doortocht door Mönchengladbach bijvoorbeeld, een flits als het ware, ondanks de inlassing van een tussensprint, kostte deze vooral vanwege het voetbal bekende stad 100.000 euro. Het bedrag dat Düsseldorf spendeerde zorgde hier en daar voor kritiek. Het had beter aangewend kunnen worden voor andere projecten, zoals scholen, straten en de socialewoningbouw. Dat was al zo toen er over de kandidatuur werd gestemd in de stadsraad en de uitslag zeer nipt was: 40-39. Niettemin werd er al 100 dagen voor de start afgeteld. Op een duidelijk zichtbare plaats, op de Burgplatz, tikte de klok. 'Bonjour le Tour', heette het overal en in de stad kon je niet naast het evenement kijken. 'Allez, allez, allez' stond er op andere borden te lezen. Het paste bij Düsseldorf dat zichzelf graag Klein-Parijs noemt en er zowaar aan herinnerde dat Napoleon vanuit Düsseldorf zijn rijk een paar dagen had geregeerd. In groot ornaat was de Duitse televisie, samen met 190 andere zenders, verzameld om alles in beeld te brengen. 'Ein Volksfest', werd er gejubeld. Zou iemand de klok nog eens tien jaar hebben teruggedraaid toen de nationale televisiezenders ARD en ZDF uit de Tour de aftocht bliezen omdat Patrick Sinkewitz uit de wedstrijd was gezet, toen bleek dat hij bij een onaangekondigde dopingcontrole op training positief werd bevonden op testosteron? Twee dagen later werd er toch weer een ploeg naar Frankrijk gestuurd om in een samenvatting van 20 minuten over de wedstrijd te berichten. En of het allemaal zo'n vaart zou gelopen hebben indien Sinkewitz niet voor de Tour was geselecteerd, is nog maar de vraag. Allicht niet, ook al lag de wielersport in Duitsland door de aanhoudende dopingstormen toen in puin. Maar was het eigenlijk verantwoord om toen een televisieploeg van 130 man naar huis te sturen omdat één renner tijdens een training positief test? Is het geen journalistieke plicht om over een mondiaal evenement te blijven berichten, ook en vooral in de meest donkere momenten? De verantwoordelijken van de Duitse televisie wensten er niet meer aan herinnerd te worden. En op de vraag wat er zou gebeurd zijn indien er een nieuw dopingschandaal zou losbarsten, ging niemand in. Dat de Portugees André Cardoso net voor de start op het gebruik van epo werd betrapt, ging haast achteloos voorbij. Het leek wel een voetnoot. Tony Martin in het geel. Zo zagen de Duitsers het allemaal voor de start van de Ronde van Frankrijk. Daarom werd er ook een individuele tijdrit georganiseerd, op een parcours dat bij de mogelijkheden van de hardrijder past. Christian Prudhomme, altijd op zoek naar iets nieuws, had een ploegentijdrit voorgesteld, maar de burgemeester van Düsseldorf, Thomas Giesel, had hem kunnen overhalen om het toch bij een individuele chronorit te houden. Daar kon de Tourbaas zich in vinden: een zege van Martin zou de wielersport in Duitsland verder in de etalage zetten. Geen land trouwens dat de afgelopen drie jaar meer ritten won in de Ronde van Frankrijk dan Duitsland: negentien. Veel druk dus voor Tony Martin. Het leek er wel op dat hij de enige renner was die voor Duitsland aan de start verscheen. Of althans: de enige renner die in de Duitse media werd opgevoerd. In een eindeloze reeks interviews. In de weken voor de Tour had Martin geroepen dat 98 procent van de renners clean rijdt. Dat hij zelf voor de jaren gecontesteerde Katjoesjaploeg rijdt, veegt de wereldkampioen tijdrijden van tafel. In vergelijking met toen, zei hij, is er niemand van het personeel van de ploeg overgebleven. Dat soort taal past in het huidige wielerlandschap. UCI-baas Brian Cookson hoort het graag en roept voortdurend dat er elk jaar zes miljoen euro in de strijd tegen doping wordt geïnvesteerd, hij wijst naar het biologisch paspoort en naar allerhande testen. Maar hoe zit het eigenlijk met de commissie die de hele dopingcultuur in het peloton, vroeger en nu, in kaart zou brengen? Maanden aan een stuk had Tony Martin zich op die veertien kilometer van Düsseldorf toegelegd. Hij ging het parcours zelfs verkennen toen het nog niet afgesloten was voor het verkeer. Een tweede of derde plaats zou voor hem een gigantische ontgoocheling zijn. Zo liet hij vooraf weten. Martin wist dat het erop aankwam in de laatste drie, vier kilometer een enorme power te ontwikkelen. Juist dan kon hij het moordende ritme niet meer aanhouden. Op het natte parcours werd Tony Martin uiteindelijk vierde. De ontgoocheling was groot. Bij hem en bij het publiek. Zo groot dat een andere topprestatie in het niets verdween: de sprinter Marcel Kittel eindigde in die tijdrit negende, hij reed amper acht seconden trager dan Martin. Düsseldorf moest even naar adem happen. Ook al omdat het niet tot het gigantisch spektakel was gekomen dat iedereen verwachtte. Over 700.000 tot één miljoen toeschouwers was er gesproken. Uiteindelijk waren het er 500.000. En die zorgden in het druilerige weer niet overal voor een uitgelaten sfeer. Straten waren niet beschilderd, huizen amper versierd. Veel meer dan uit passie keken de mensen uit nieuwsgierigheid naar het spektakel. Minder dan een uur na de wedstrijd waren alle dranghekken op het parcours alweer verdwenen. Intussen was het opgehouden met regenen. Eén miljoen toeschouwers langs de weg, ze waren er de dag daarop wel op Duits grondgebied, tussen Düsseldorf en Luik. Om half twee 's middags verliet de karavaan uiteindelijk Düsseldorf, uitgewuifd door een dit keer wel uitzinnige menigte. In alle andere steden die het peloton doorkruiste verdrongen de mensen zich langs de weg. Organisatorische mankementen waren er niet. Er was een indrukwekkende politiemacht aangekondigd, maar die zorgde nooit voor een grimmige sfeer. Sterker zelfs: de politie hield zich discreet op de achtergrond. Zo groeide de Tourstart in Düsseldorf uit tot een mijlpaal in de geschiedenis van de Duitse wielersport. Maar iedereen was weemoedig na het einde van het wielerfeest. 'Eindelijk weer vrede', bromde een bejaarde Düsseldorfer. En de oppositiepartijen hebben intussen al berekend dat de hele operatie geen veertien maar zestien miljoen euro zal kosten. Een verlies voor de stad. Het is maar hoe je het bekijkt: de horeca zag zijn inkomsten wel met 57 miljoen euro stijgen. Zo viel het leven in de hoofdstad van Noordrijn-Westfalen zondagnamiddag weer in zijn gewone plooi. Alleen in het centrum wapperden nog een paar Franse vlaggen. Niet alleen voor de Tour, maar vooral voor een groot Frans feest dat volgend weekend geprogrammeerd staat. In de Duitse media sprak niemand nog over Tony Martin. Wel over Marcel Kittel, de ritwinnaar in Luik. DOOR JACQUES SYS IN DÜSSELDORF - FOTO'S TIM DE WAELEVeertien miljoen euro betaalde Düsseldorf voor de Tourstart. Meer dan zes keer zoveel als Berlijn in 1987. Het leek erop dat er voor de Duitse media maar één renner bestond: Tony Martin.