Augustus 1976, de Nürburgring. De Ferrari van Niki Lauda vat vuur na een crash tegen de vangrails. Het circuit maakte de Oostenrijker gek. Hij haatte het, vond het 'nodeloos gevaarlijk'. Enkele dagen voor de grand prix gaf hij interviews waarin hij zei: 'Ik wantrouw het komende weekend. Het wordt erg riskant. Het belangrijkste voor mij is dat ik er levend doorheen kom. (...) Als alles goed verloopt, zal dat een mirakel zijn, let op mijn woorden! (...) Als je op dit circuit het minste probleem hebt met je wagen, ben je gegarandeerd dood. (...) Ik heb mijn buik vol van de Ring.'
...

Augustus 1976, de Nürburgring. De Ferrari van Niki Lauda vat vuur na een crash tegen de vangrails. Het circuit maakte de Oostenrijker gek. Hij haatte het, vond het 'nodeloos gevaarlijk'. Enkele dagen voor de grand prix gaf hij interviews waarin hij zei: 'Ik wantrouw het komende weekend. Het wordt erg riskant. Het belangrijkste voor mij is dat ik er levend doorheen kom. (...) Als alles goed verloopt, zal dat een mirakel zijn, let op mijn woorden! (...) Als je op dit circuit het minste probleem hebt met je wagen, ben je gegarandeerd dood. (...) Ik heb mijn buik vol van de Ring.' Wanneer Lauda uit het brandende wrak wordt gehaald, leeft hij nog, maar zijn verwondingen zijn vreselijk. Zijn aangezicht is ernstig verbrand, maar dat is zelfs niet de grootste bezorgdheid van de artsen. Daar zullen ze zich later wel mee bezighouden. De prioriteit zijn de longen, die het dreigen te begeven. Daarin schuilt het levensgevaar. In het ziekenhuis van Mannheim komt een priester langs om hem de laatste sacramenten toe te dienen. En toch maakt Niki Lauda tweeënveertig dagen later zijn comeback, in Monza. Hij is nog in de running voor de wereldtitel en wil geen tijd verliezen. In de GP van Italië zal hij als vierde eindigen. In een biografie die onlangs verscheen bij de Franse uitgeverij Talent Sport staat een intens hoofdstuk dat gewijd is aan Lauda's verblijf in het ziekenhuis. Enkele fragmenten. De levensbedreigende schade was niet uitwendig vast te stellen. De luchtpijp en de longen van Niki Lauda waren verschroeid door de gassen die vrijgekomen waren door het verbranden van de petroleum, de carrosserie, en de in geval van een crash vervormbare structuur, en door de bijtende producten in de brandblusapparaten. In verscheidene interviews later dat jaar en in 1980 vertelde Lauda over zijn herinneringen aan het moment dat hij werd binnengebracht op de brandwondenafdeling in Ludwigshafen, na een vlucht per helikopter van zo'n 150 kilometer vanaf de Nürburgring: 'In zekere zin heb ik geluk gehad. Ze hadden me eerst naar het ziekenhuis van Adenau gebracht, waar ze zeiden dat mijn toestand te kritiek was en dat zij me daar niet konden helpen. Daarom hebben ze me naar het beste ziekenhuis in Duitsland overgebracht. Toen ik in Ludwigshafen arriveerde, bleek het diensthoofd aanwezig te zijn. Vergeet niet: het was een zondag, dus ik had veel geluk dat die daar was. Hij bekeek me snel en besliste meteen dat de brandwonden aan mijn gezicht ondergeschikt waren aan mijn longen en dus stuurde hij me naar de dienst intensieve zorgen in Mannheim. Daar heb ik weer geluk gehad. Heel toevallig was de jongste professor van Duitsland die zondag aan het werk. Aan professor Peter - dat is zijn naam - heb ik mijn leven te danken. Hij heeft alles gedaan wat hij kon en hij heeft geen enkele fout gemaakt. 'Je moet weten dat de medische kennis over het behandelen van longtrauma's lang niet zo uitgebreid is als die in andere domeinen. Hadden ze me bijvoorbeeld zuurstof toegediend - wat logisch lijkt bij iemand die longschade geleden heeft - dat was ik onmiddellijk gestorven. Mijn longen waren in slechte staat en toen ik op dinsdag een radiografie onderging, hebben ze gezien dat hun toestand nog achteruitging. Wat de artsen het meest verontrustte, was het zuurstofgehalte in mijn bloed, dat onder de kritieke drempel zat. In theorie is dat fataal. De dokter heeft toen gezegd, ook aan mijn vrouw, dat er geen enkele hoop was dat ik het zou redden. 'De zondagavond hebben ze een tube door mijn keel in mijn longen gestoken. Die was verbonden aan een pomp om vocht en andere vuiligheid die zich daar had opgestapeld af te voeren. Dat was een zeer delicate ingreep, want als ze die pomp te veel zouden gebruiken, zou het mijn longen kapotmaken. Vanaf de zondagavond werkte mijn brein normaal, maar ik voelde dat mijn lichaam bezig was met het op te geven.''Ik weet nog dat ik op een bepaald moment voelde dat het einde nabij was. Je voelt je zo zwak, zo uitgeput... Het is geen pijn, het is gewoon een gevoel dat alles zo lastig en zwaar is dat je maar één wens meer hebt: alles loslaten en gewoon inslapen. Dat gevoel maakte me echt bang. Het is alsof je in een groot zwart gat valt. Je laat je erin vallen zonder je ergens aan vast te grijpen. Op hetzelfde moment werd ik doordrongen van die angst en zei ik tegen mezelf: nee, verdomme, op zo 'n manier wil ik niet gaan! En wat later riep ik mezelf toe: doe iets! 'Een verpleegster vroeg of ik een priester wilde zien. Ik kon niet spreken, maar ik dacht: een priester, dat kan in elk geval geen kwaad. Opeens moet hij mijn schouder aangeraakt hebben. Eerst dacht ik dat het de verpleegster was die me aanraakte, maar dan dacht ik: verdomme, dat moet die priester zijn. Hij heeft geen woord tegen mij gezegd, hij is me gewoon de laatste sacramenten komen geven en hij is weer vertrokken, dat is al. Ik vind dat dat het ergste is wat je iemand kunt aandoen. Hij had op zijn minst iets kunnen zeggen, zoals: 'Voilà, mijn zoon, alles komt goed. Je bent wat toegetakeld, maar maak je geen zorgen, met de hulp van God kom je er wel weer bovenop.' Enfin, hij had iets moeten zeggen, maakt niet uit wat. 'Mijn toestand is nadien een beetje verbeterd en ik hield me voor dat het enige wat ik kon doen meewerken met de artsen was en me zo goed mogelijk laten behandelen. Hoe meer medewerking ze van mijn kant kregen hoe beter. Alles lag in hun handen en als ik hen hielp, zouden zij mij op hun beurt kunnen helpen. Dus dat heb ik gedaan. Bijvoorbeeld: ze konden de pomp die met mijn longen verbonden was nooit langer dan een uur na elkaar gebruiken, maar wanneer ik voelde dat mijn longen opnieuw volliepen, riep ik hen om de pomp opnieuw aan te zetten, ook al was de pijn afschuwelijk. De artsen hebben me gezegd dat het de eerste keer was dat een patiënt er zelf om vroeg om de pomp weer aan te zetten. 'Drie dagen na het ongeval begon de toestand van mijn longen te verbeteren, maar het zuurstofgehalte in mijn bloed was nog altijd zo laag. Niemand wist of mijn gestel opnieuw zou in gang schieten en genoeg zuurstof naar mijn bloed zou sturen. Als dat niet het geval zou zijn, dan zouden ze af en toe mijn bloed kunnen vervangen, maar dan zou ik maar één of twee jaar meer te leven gehad hebben. Ze hebben me een bloedtransfusie gegeven en afgewacht wat het resultaat zou zijn. Na vier dagen was mijn toestand lichtjes verbeterd en hebben ze een nieuwe transfusie gedaan. Die gaf meteen goeie resultaten en mijn zuurstofniveau werd weer normaal. 'De donderdag na het ongeval hebben ze de tubes voor de eerste keer verwijderd en kon ik praten. De verpleegster kwam naar mij en vroeg of ik een spiegel wilde. Ik zei: oké, doe maar. Ze hebben mijn oogleden geopend want die waren helemaal opgezwollen, ik had twee spleetjes. Het leek alsof ik een dikke varkenskop had, helemaal opgeblazen. De verpleegster zei dat dat gebeurde wanneer je wordt blootgesteld aan een temperatuur van 800 graden Celsius. Ik zei tegen mezelf: je ziet er wat vreemd uit, ouwe jongen!' Van zodra Lauda buiten levensgevaar was, nam de gezichtschirurg het over. De belangrijkste operatie bestond erin om lappen huid van zijn rechterdij op zijn voorhoofd te enten. Lauda vertelt verder: 'Ik was aanvankelijk bezorgd over hoe ik er zou uitzien. Ik maakte me geen illusies: ik wist dat het niet mooi zou zijn met de huid van mijn dijbeen in mijn gezicht. De eerste dag, toen het bloed weer begon te circuleren, zag alles blauw. Toen ik mezelf zo zag, dacht ik: ik ga de rest van mijn dagen zo'n hoofd hebben, dus als ik me daar nu druk ga om maken, gaat dat voor de rest van mijn leven op mij wegen. Dus ben ik definitief gestopt om het met mezelf over mijn uiterlijk te hebben. 'Het enige wat ik daar nadien aan gedaan heb, is observeren hoe de mensen naar mij keken, want ik had daar zelf geen enkel probleem mee. Wanneer ik ergens kwam, observeerde ik de reacties. Er zijn er die je in het begin recht aankijken en dan de blik afwenden. Er zijn er anderen, die normaal met je praten, alsof er niets aan de hand is. Ik kan de mensen in twee categorieën opsplitsen. En er zijn er die zich uitsluitend baseren op wat ze zien. Als ze vinden dat iemand lelijk is of er niet sympathiek uitziet, dan zullen ze die persoon niet aanspreken. 'Na mijn huidtransplantatie begon mijn toestand te verbeteren. Maar nu begon ik gek te worden omdat ik weer op krachten kwam, maar ze er niet in slaagden om me te doen slapen of te doen recupereren. Dus heb ik hen gevraagd om me naar huis te laten gaan. Daar is de lucht anders en daar voel ik me thuis. Een van de artsen liet me gaan. In het ziekenhuis kon ik maar één of twee uur per nacht slapen, maar van zodra ik thuis was, sliep ik meteen zes uur aan een stuk. 'Na mijn thuiskomst ging het veel beter, behalve dan al die mensen die kwamen kijken wat er aan de hand was. Ze hadden me discreet uit het ziekenhuis naar buiten geloodst en me door de lucht naar Salzburg getransporteerd. Er waren dus maar enkele mensen die wisten dat ik weer thuis was, maar het nieuws ging snel rond. Op een bepaald moment hebben we de politie moeten bellen, zo gek werd het. Eerlijk waar, het was belachelijk. De mensen wilden naar binnen, gewoon om te kijken. Er waren ook kranten die foto's wilden nemen van mijn hoofd. Toen ik nog in het ziekenhuis lag, was er een man in mijn kamer binnengekomen, hij nam foto's - klik, klik, klik - en ging op de loop.' In een interview veel jaren later onthulde zijn fysiektrainer Willi Dungl een deel van de behandeling: 'Toen ik hem na het ongeval terugzag, was zijn hoofd opgeblazen als een ballon. Fysiek en mentaal was hij er erg aan toe, zijn handen waren verbrand. Je moet op zo'n moment met kleine stappen gaan. Hij zag erg af en had behoefte aan veel massages met olie. Maar geen enkele van al de olies die we geprobeerd hadden, had het gewenste effect. 'Dan herinnerde ik me een plant, de smeerwortel, die op vochtige plaatsen en aan de kust groeit. Ik vond er aan zee, in de buurt van Niki, en die heb ik meegenomen en klaargemaakt. Ik smeerde het op het hoofd van Niki en tien uur later was dat veel minder gezwollen. Hij had geslapen als een roos en toen hij was ontwaakt, had hij geen pijn meer, niks. Dan gingen we naar Ibiza en ik zette Niki daar met zijn verbrand lichaam in zee en na vijf dagen ging het veel beter met hem. Wat later kwam hij naar mij en hij zei me: 'Hoor eens, het WK... Denk je dat het mogelijk is dat ik een comeback maak?' Ik antwoordde hem: 'Wel, eerst moet je fysiek en conditioneel in orde zijn en dan gaan we aan het mentale aspect werken.' En zo zijn we eraan begonnen.' Naast de intensieve oefeningen bij hem thuis en op Ibiza droegen ook de reacties van de fans bij tot het buitengewone herstel van Lauda. 'Dat had een groot effect op mijn moreel. Het was erg bemoedigend, zelfs ontroerend', zei Lauda. 'Mensen schreven me en wilden huid doneren of een van hun oren. Ze vertelden me hun eigen ervaringen met brandwonden, transplantaties enzovoort. Een jongetje stuurde mij zijn speelgoedautootje van Ferrari omdat ze hem gezegd hadden dat de mijne verbrand was.' Het originele project, dat een comeback voorzag in de GP van Canada op 3 oktober, werd meteen een race vervroegd, naar de GP van Italië op 12 september. Lauda vertelde over zijn plannen op een persconferentie in Salzburg. Gerhard Kuntschik, journalist van de Salzburger Nachrichten, was die dag aanwezig en herinnert zich het volgende: 'Niki Lauda had een verband rond heel zijn hoofd. Iedereen dacht dat hij gek was, dat het nooit zou lukken.' Achtendertig dagen na de crash ging Lauda naar Maranello om aan Ferrari en de hele wereld te tonen dat hij klaar was om opnieuw een formule 1-bolide te besturen. Daniele Audetto, die in het management van de renstal zat, vertelt over dat moment: 'Alles was klaar, we verwachtten hem in Fiorano. En dan zag ik die gast die naar mij kwam, in een pak dat twee maten te groot voor hem leek, lijkbleek, met verbanden en korsten bloed rond zijn hoofd. Iedereen was in shock. We dachten dat we een spook zagen, het was precies een film. 'Hij kroop in de wagen en reed twee rondjes, nogal traag. We dachten allemaal hetzelfde: arme kerel. Hij stopte en zei dat hij het veiligheidsharnas wilde bijstellen omdat hij zich niet comfortabel voelde. Hij vertrok opnieuw en na vijf, zes, zeven rondes werd hij almaar sneller. Na een rondje of tien kwam hij terug naar de pits en vroeg hij om een paar dingen anders af te stellen. Zodra dat gebeurd was, ging hij weer de baan op voor een lange run en opnieuw reed hij van ronde tot ronde sneller. Niet veel boven het baanrecord. Ik ging naar mijnheer Ferrari, die me naar Niki's tijden vroeg en het aantal rondes dat hij gereden had. Hij zei meteen dat we hem naar Monza moesten sturen. Contractueel waren we daartoe verplicht, want hij had getoond dat hij daartoe in staat was en ook snel genoeg.' Niki Lauda vertelde zelf over de aanstaande race in Monza: 'Veel mensen zeggen dat ik gek ben om zo snel terug te keren op een circuit. Ze zeggen dat iemand met een gezicht dat er niet uitziet als dat van een mens maar eerder als van een lijk, eigenlijk zin zou moeten hebben om alles zo snel mogelijk op te geven. De mensen die dat denken, zouden waarschijnlijk heel blij zijn als ze ziek zijn zodat ze thuis kunnen blijven en niet naar hun werk moeten gaan. Dat is niet mijn levenshouding. Ik heb het nodig om doelen te bereiken, ik moet werken. Als ik een arbeidsongeval heb, dan moet mijn doel zijn om zo snel mogelijk te herstellen met alle hulp die de moderne geneeskunde me kan geven. Toen ik de beslissing nam om mijn comeback te maken, had ik geen andere keus dan dat zo snel mogelijk te doen. Daarom ga ik naar Monza. 'Na onderzoek heeft men mij verzekerd dat mijn longen en mijn capaciteiten honderd procent in orde zijn. Ik voel me zelfs beter dan voordien. Ik heb twaalf uur per dag getraind. De artsen hebben me gezegd dat ik in perfecte conditie verkeer. Ik heb mijn Ferrari uitgetest en mijn houding tegenover het racen is niet veranderd. Ik hou van mijn sport en ik hou van mijn werk. Er was één ding dat ik moest uitzoeken tijdens die test in Fiorano, en dat was of de aangepaste helm zou passen, vanwege mijn rechteroor. Dat deed vreselijk veel pijn. Maar voor de rest ging alles goed. Het is heel erg dat het ongeval gebeurd is, maar nu heb ik maar één wens en dat is zo snel mogelijk de competitie te hervatten. 'De autosport is gevaarlijk, dat weten we allemaal. Toen ik mijn ongeval had, was ik niet zo verrast dat het mij overkwam. In het beroep dat ik uitoefen, is dat het risico dat ik moet nemen. Het probleem waar ik voor stond na mijn crash, was te weten komen of ik nog van racen hield en welk effect het ongeval op mij zou hebben. Niemand kan dat zeggen, tenzij hij iets gelijkaardigs meegemaakt heeft. Ik ben erachter gekomen dat ik van de positieve aspecten van het racen houd, waarom zou ik dan stoppen?' Niki Lauda stierf op 20 mei 2019. Hij werd 70 jaar.