Als u dit leest met een Duvel op het salontafeltje of, beter, een exquis glas Château Mont Redon van 1997 dat u nog in de kelder had liggen, dan bent u beter af dan Michael Schumacher. De Duitser zit zich op dit eigenste moment, miljarden (in euro) op de bank en de kaap van de veertig al voorbij, immers de pleuris te trainen in de gymzaal. Onder begeleiding van een persoonlijke coach en een batterij artsen. Om tijdig fit te raken voor de GP F1 van Europa, in Valencia. Op 23 augustus serveert de F1 daar een van de grootste comebacks. Dan zit ...

Als u dit leest met een Duvel op het salontafeltje of, beter, een exquis glas Château Mont Redon van 1997 dat u nog in de kelder had liggen, dan bent u beter af dan Michael Schumacher. De Duitser zit zich op dit eigenste moment, miljarden (in euro) op de bank en de kaap van de veertig al voorbij, immers de pleuris te trainen in de gymzaal. Onder begeleiding van een persoonlijke coach en een batterij artsen. Om tijdig fit te raken voor de GP F1 van Europa, in Valencia. Op 23 augustus serveert de F1 daar een van de grootste comebacks. Dan zit Schumi opnieuw achter het stuur van een Ferrari, als vervanger van Felipe Massa. Vergelijkbaar met Pelé, die in 1974 zijn truitje van FC Santos in zijn souvenirkast legde maar zich zes maanden later bedacht, verleid door het grote geld van New York Cosmos, om opnieuw te gaan sjotten. Of Lance Armstong die op het podium finisht tijdens de Tour. Zo een comeback is dit, alleen met een veel grotere spanne dan zes maanden tussenin. Het was immers geleden van april 2008 dat Michael S. nog eens met een F1-wagen had gereden, tijdens oefensessies in Barcelona. Een wereldkampioen die terugkeert uit pensioen, het is geen unicum. Anderen deden het Schumacher voor, vaak met behoorlijk wat succes. Zoals Niki Lauda. In 1979 was hij het spuugzat, die rondjes draaien. In Canada stapte de Oostenrijker tijdens de kwalificaties plots uit en vloog meteen naar huis. Waar hij een vliegtuigmaatschappij oprichtte en bijna failliet ging. Het dikste contract ooit, 8,5 miljoen euro, haalde hem terug. Iedereen zette vraagtekens achter zijn motivatie, maar Lauda kon meteen het ritme volgen. Hij won bovendien een van de eerste GP's waaraan hij deelnam en werd in 1983 zelfs voor de derde keer wereldkampioen met een McLaren-Porsche. Minder succes had Alan Jones, de wereldkampioen van 1980. Hij was eind 1981 gestopt, in volle glorie. Keerde twee jaar en tien kilo later terug met een Arrows, ging na amper een koers weer naar huis wegens veel te traag en probeerde het twee jaar later nog eens met een Beatrice-Ford. Alweer een complete afgang werd dat. En in 1994 was er Nigel Mansell, die terugkeerde uit een pensioen dat amper een paar maanden had geduurd. Hij had de F1 eind 1992 verlaten, als wereldkampioen, omdat hij bij Williams geen nieuw contract kreeg. Mansell bleef wel in de autosport: in 1993 reed de Brit immers in de Amerikaanse CART, waar hij ook de titel pakte. Dan hing hij de helm aan de wilgen, tot Williams hem in 1994 terugriep om de verongelukte Ayrton Senna in vier GP's te vervangen en Damon Hill te helpen in diens titelstrijd. Mansell won de laatste van het seizoen, in Adelaide. De succesrijkste comeback is evenwel die van Alain Prost. In 1991 was hij ontslagen bij Ferrari, maar in 1993 keerde hij terug in de Williams-Renault. Waarmee de Fransman bijna alle races won en voor de vierde keer wereldkampioen werd. DOOR JO BOSSUYT EN ERIC FAURE