Met het vertrek van Regi Van Acker naar Bregenz krijgt er eindelijk weer een Belgische trainer de kans om in het buitenland aan de slag te gaan. En dat was toch de bedoeling van de voetbalbond toen ze enkele jaren geleden de Pro Licence invoerde. Dat is een ambitieuze opleiding waarvoor je 250.000 frank betaalt en waarin je een echt supplementaire educatie krijgt. Dat moest de kwaliteit van onze trainers wel ten goede komen. Met dit initiatief werd paal en perk gesteld aan het feit dat onze clubs zomaar naar eigen goeddunken traine...

Met het vertrek van Regi Van Acker naar Bregenz krijgt er eindelijk weer een Belgische trainer de kans om in het buitenland aan de slag te gaan. En dat was toch de bedoeling van de voetbalbond toen ze enkele jaren geleden de Pro Licence invoerde. Dat is een ambitieuze opleiding waarvoor je 250.000 frank betaalt en waarin je een echt supplementaire educatie krijgt. Dat moest de kwaliteit van onze trainers wel ten goede komen. Met dit initiatief werd paal en perk gesteld aan het feit dat onze clubs zomaar naar eigen goeddunken trainers aanstellen. Evenzeer werd de cursus in het leven geroepen met het oog op een trainerscarrière elders in Europa. Vandaag moet je constateren dat dit laatste nog niet echt is gelukt. Alleen Erik Gerets kon zich bij PSV waarmaken, maar hij verwierf zijn diploma dan nog in Zeist. Andere Belgische trainers zijn in het buitenland nauwelijks gevraagd. Uiteraard heeft dat voor een stuk te maken met het feit dat de Belgische clubs zich internationaal onvoldoende profileren. Een andere verklaring is dat Hugo Broos de enige Belg is die een topclub traint. Toch vraag ik me af waarom er in het buitenland zo weinig belangstelling is voor Belgische trainers. Komt het omdat we ons niet goed genoeg verkopen ? Of is het omdat onze trainers met een management werken dat er niet in slaagt hen voldoende geloofwaardig te laten overkomen ? Daarom is de stap die Van Acker nu naar Bregenz zet belangrijk, ook al gaat het maar om de Oostenrijkse competitie. Als hij daar succesvol is, zal dat succes zonder twijfel ook afstralen op andere Belgische trainers. In zekere zin vertegenwoordigt Van Acker nu dus een hele groep.Eigenlijk draagt elke Belg in het buitenland een grote verantwoordelijkheid. Als Georges Leekens, om welke reden ook, niet bij Roda JC blijft, dan is dat niet goed, want die club zal in de toekomst zeker niet meer aan een Belgische trainer denken. Dat beide partijen in wederzijds akkoord uit elkaar zijn gegaan, verandert daar niks aan. Toen René Vandereycken in Mainz ontslagen werd, maakte ook hij daarmee geen reclame voor de Belgische trainer, zelfs al treft hij misschien geen schuld aan de dingen die daar gebeurd zijn. Het valt mij op dat de weinige Belgische trainers die kansen krijgen in het buitenland, zich daar maar moeilijk doorzetten. Dat komt, denk ik, doordat ze zich onvoldoende verplaatsen in de mentaliteit van het land waar ze werken. Terwijl dat toch de eerste voorwaarde is om te slagen. Het maakte bijvoorbeeld de intrede van Erik Gerets in Kaiserslautern zo indrukwekkend : vlot Duits spreken, je verdiepen in de cultuur van de club en vervolgens uitpakken met nieuwe oefenvormen. Zo krijg je natuurlijk een duidelijk profiel. En zo zorg je ervoor dat je altijd voldoende uitwijkmogelijkheden hebt.