Veel meer dan aan een voetbalwedstrijd denk ik bij de Engelse bekerfinale altijd aan een verbroedering onder de supporters. Drie jaar geleden ging ik naar de eerste Cup Final kijken die in Cardiff werd gespeeld. Arsenal en Liverpool, toch twee rivaliserende topploegen met een uitgesproken aanhang, stonden toen tegenover elkaar. Zoals je de supporters van beide clubs naast elkaar op een terrasje zag zitten, lachend en dollend, dat is een verademing. Je ziet rond die wedstrijden ook geen combi's en geen waterkanonnen ; de politie is slechts discre...

Veel meer dan aan een voetbalwedstrijd denk ik bij de Engelse bekerfinale altijd aan een verbroedering onder de supporters. Drie jaar geleden ging ik naar de eerste Cup Final kijken die in Cardiff werd gespeeld. Arsenal en Liverpool, toch twee rivaliserende topploegen met een uitgesproken aanhang, stonden toen tegenover elkaar. Zoals je de supporters van beide clubs naast elkaar op een terrasje zag zitten, lachend en dollend, dat is een verademing. Je ziet rond die wedstrijden ook geen combi's en geen waterkanonnen ; de politie is slechts discreet aanwezig. Ik herinner me dat ik achteraf naar mijn hotel stapte : overal zag ik de supporters pret maken, er hing absoluut geen spanning in de lucht, ze klonken op de voorbije wedstrijd. Bij ons gooien ze bij wijze van spreken met het glas naar elkaars hoofd. Vrijdagavond was ik op Antwerp-KV Mechelen. Daar zaten hooguit vijfduizend mensen en de politie deed haar uiterste best om beide kampen uit elkaar te houden. In Cardiff waren er zaterdag weer 73.000 toeschouwers, en opnieuw zonder incidenten. Het duel tussen Arsenal en Southampton was kennelijk weer een groot verbroederingsfeest onder de supporters, hoewel de partij op zich weinig voorstelde. Southampton, een grijze muis in het Engelse voetbal, kon het Arsenal absoluut niet moeilijk maken omdat het op een typisch Britse manier speelt : met lange ballen en weinig verrassende combinaties over de grond. Vooraf zei trainer Gordon Strachan wel dat hij het recept had gevonden om Arsenal te verslaan, maar daar bleek weinig van. Omdat de zwakke plek van de ploeg, het centrale duo achterin, nooit in de problemen kwam. Simpelweg omdat het geen bal in de rug kreeg. Arsenal hoefde ook niet briljant te voetballen om te winnen. Nadat het op voorsprong kwam, hield de ploeg het bij controlerend spel. Maar het is wel opvallend hoe het constant op de snelheid van Thierry Henry teert, de Fransman is echt tot de bepalende man uitgegroeid. Ook nu weer was hij de enige die wat finesse in het spel bracht. Het is goed dat Arsenal nu toch een prijs pakt. In het begin van het seizoen had het immers laten weten dat het op drie fronten tot het einde wilde gaan. Dat kan pretentieus klinken, maar ik vind het mooi als een club zo haar nek uitsteekt. Ook prachtig aan die Engelse bekerfinale is de etiquette die elke keer weer aan het gebeuren hangt. Eerst de Hertogin van Kent die de beker overhandigt, nu Sir Bobby Robson. Frappant ook op de televisiebeelden hoe alle supporters in de manier waarop ze gekleed zijn, toch altijd weer iets van hun club dragen. Dat valt me telkens weer op als ik naar gelijk welke Engelse wedstrijd ga. De merchandising draait daar op volle toeren. Vreemd dat wij ook op dat vlak zo achterop blijven. door Geert Foutré