Met het afhaken van Marc Degryse en het verdwijnen van Alin Stoica is er in deze competitie nauwelijks nog een typische spelmaker overgebleven. Ik zie er eigenlijk maar één : de IJslander Runar Kristinsson van Lokeren. Een schitterende, heel intelligente voetballer, het verbaast me een beetje dat er voor hem zo weinig interesse bestond. Naast Kristinsson is er uiteraard nog Josip Skoko, al voetbalt die vaak naast Bernd Thijs, maar dan wel op een dusdanige manier dat Thijs bij momenten...

Met het afhaken van Marc Degryse en het verdwijnen van Alin Stoica is er in deze competitie nauwelijks nog een typische spelmaker overgebleven. Ik zie er eigenlijk maar één : de IJslander Runar Kristinsson van Lokeren. Een schitterende, heel intelligente voetballer, het verbaast me een beetje dat er voor hem zo weinig interesse bestond. Naast Kristinsson is er uiteraard nog Josip Skoko, al voetbalt die vaak naast Bernd Thijs, maar dan wel op een dusdanige manier dat Thijs bij momenten steeds dwingender kan gaan spelen. Skoko is iemand die ook nadrukkelijk aanwezig is als hij niet aan de bal is. Gewoon door de manier waarop hij zich opstelt. Thijs heeft het dan ook vooral aan de aanwezigheid van Skoko te danken dat hij zelf sterker werd. Andere architecten zijn er niet. Walter Baseggio niet, Johan Walem evenmin. Dat zijn meer controlerende voetballers die bepalend kunnen zijn. Maar daarom ben je nog geen spelbepaler, dat is iets heel anders. Ik vind het jammer dat het ras van de echte nummer tien is uitgestorven. De stelling dat er het huidige, moderne voetbal geen plaats meer is voor dat soort artiesten deel ik absoluut niet. Integendeel zelfs : er is meer dan ooit nood aan voetballers die het allemaal net iets vlugger zien dan anderen. Gewoon omdat er vrijwel geen ruimte meer is en je over iemand moet beschikken die kan inspelen op de schaarse momenten dat die ruimte ontstaat. Te gemakkelijk wordt er tegenwoordig van een spelmaker gezegd dat hij bij balverlies onvoldoende functioneert. Ik vind dat echt onzin. Natuurlijk moeten dat soort spelers bij balverlies op een bepaalde manier positioneel functioneren, maar je kan niet verwachten dat ze alle gaten dichtlopen. Het zal bijvoorbeeld wel zo zijn dat er in het Germinal Beerschot zonder Marc Degryse meer loopvermogen schuilt. Maar waar gaat het in het voetbal om ? Dat je loopt ? Of dat je doeltreffend loopt ? En hoeveel loopt men zich in al zijn ijver niet vast als er niemand is die de acties bindt en de openingen schept ?Natuurlijk kan je het gebrek aan een spelmaker ook op andere manieren opvangen. De wijze waarop Club Brugge dat bijvoorbeeld binnen zijn 4-3-3 doet, met twee lopende middenvelders voor Timmy Simons, is fraai. Andere ploegen verschuiven de positie en leggen die meer vooraan. Nieuw is dat niet. Vijfentwintig jaar geleden speelden wij bij Club Brugge met Ullrich Le Fèvre als spelmaker, terwijl dat eigenlijk een veredelde linksbuiten was. Paul Courant, die vroeger de lijnen uittekende, werd toen een werkende middenvelder. Het belangrijkste is dat je over zo'n type speler beschikt die het elftal een surplus geeft. Ook en vooral in moeilijke momenten. Want wat merk je dan ? Dat deze voetballers in alle omstandigheden voor rust zorgen, dat je ze altijd de bal mag geven. Ik denk dat iedere trainer graag werkt met spelers die zelden een bal verliezen. Ook dan als ze niet constant lopen.