Nog nooit in de geschiedenis van de Champions League kende een stad de eer drie deelnemende clubs te hebben. Meer zelfs: the fab three hebben allen de poulefase overleefd en spelen de achtste finales.
...

Nog nooit in de geschiedenis van de Champions League kende een stad de eer drie deelnemende clubs te hebben. Meer zelfs: the fab three hebben allen de poulefase overleefd en spelen de achtste finales. Sport/Voetbalmagazine trok naar de Engelse hoofdstad om er het oude Highbury te ontdekken, door de chique buurt van Chelsea te wandelen en op zoek te gaan naar de magie van Tottenham. Maar Londen is meer dan the fab three: we vinden er niet minder dan veertien grote clubs terug, waarvan er vijf in de Premier League uitkomen. En volgend jaar misschien zes, want Queen's Park Rangers voert de rangschikking in de tweede klasse aan. De weg naar Arsenal? "Volg de massa." Niet moeilijk: op wedstrijdavonden trekt een deel van Londen zijn rood-witte outfit aan en zet koers naar het noorden. Halte: Arsenal, het enige metrostation ter wereld dat de naam van een sportclub draagt. Dat gaat terug tot de jaren dertig: de club was toen zo populair dat de halte Gillespie Road omgedoopt werd tot Arsenal. Terwijl de grote depressie toesloeg in Europa ging het Arsenal voor de wind en bouwde het een stadion met Marble Halls in art-decostijl. Dit is de wijk Islington en hier ben je in het hart van het Arsenaluniversum, Highbury. Victoriaanse huisjes, ietwat getekend door de tand des tijds, waar de working class woont. Deze mensen doden de tijd veeleer op het werk dan in hun tuintjes die op wedstrijddagen het decor vormen voor snoep- of sjaaltjeskraampjes die allemaal uitgebaat worden door buurtbewoners. Uit gewoonte slaan de 'anciens' linksaf naar het Highburystadion. De jongeren en buitenlanders van hun kant weten dat je naar rechts moet voor het Emirates Stadium. En wie het niet weet, volgt gewoon de massa. Arsenal had het slechte idee Highbury te verlaten, maar wel het goede idee om in de buurt te blijven, namelijk in Ashburton Grove, op tien minuutjes stappen. In 1910 had projectontwikkelaar Henry Norris er niet zoveel tamtam van gemaakt: hij aarzelde niet om weg te trekken uit de wijken in het zuidwesten en Arsenal neer te poten op het terrein dat hij net had gekocht in het noorden van de stad. Jammer maar helaas voor de arbeiders van de wapenfabriek van Woolwich, de echte Arsenalfans van het eerste uur, die de 16 kilometer tussen Woolwich en Highbury niet konden overbruggen. Terwijl je vandaag maar vijf minuutjes langer moet stappen naar de nieuwe kathedraal van de Gunners, die er wat koud en streng uitziet. De wind jaagt over het open plein rondom het stadion. De glazen gevel is bedekt met een immens doek waarop de legendarische Arsenalspelers uit alle tijdperken afgebeeld staan, gezien vanop de rug en met de armen over elkaars schouder. Hier worden legendes levendig gehouden. "Wij moesten dit gebouw aankleden", legt trouwe fan Mike Simon uit. "Wij moesten onze weg vinden in dit reusachtige stadion. Ik denk dat iedereen een beetje de sfeer van Highbury mist. Daar voelden wij ons één grote familie. Dat is hier minder het geval. Toen de pers bekendmaakte dat wij Highbury gingen verlaten, dachten wij: what a shame! Maar wij moesten ons bij de feiten neerleggen: zonder een verhuis zouden we niet kunnen wedijveren met de beste teams. Dit stadion is onze gouden toekomst, onze zuurstoffles. En daarbij had de club het schitterende idee om in de buurt te blijven. Hier voelen wij ons thuis." Ze hebben dit stadion nochtans jarenlang vervloekt. Of eerder het geld dat nodig was om het te bouwen (390 miljoen pond of 475 miljoen euro), geld dat dus niet meer naar de eerste ploeg stroomde. "Arsenal heeft zijn kruis gedragen", vat Simon Johnson, journalist bij de London Evening Standard, samen. "De financiering van het stadion heeft alle sportieve ambities afgeremd. Jarenlang hebben supporters zich afgevraagd waarom het stadion werd gebouwd. Zij hadden liever gezien dat Arsenal de titels aan elkaar bleef rijgen. De tocht door de woestijn bleek evenwel minder zwaar dan voorzien. Arsenal heeft de voorbije zes jaar inderdaad geen trofee meer gewonnen, maar de club bleef wel meespelen voor de plaatsjes bovenaan en bereikte in 2006 zelfs de finale van de Champions League. Dat heeft het aan slechts één man te danken: Arsène Wenger." De naam is gevallen en zal in alle gesprekken weer opduiken. De naam van degene die de stijl en het imago van de club veranderde. Zoals het zo mooi beschreven staat in Fever Pitch, het boek van schrijver Nick Hornby, stond Arsenal in het begin van de jaren tachtig bekend om zijn bedroevende manier van spelen. Het was de gewoonte deze ploeg boring Arsenal (oersaai Arsenal) te noemen omdat ze hun matchen vaak met 1-0 wonnen. De komst van Wenger in 1996 zou de hele clubfilosofie overhoop gooien. "Wenger heeft het in het begin heel slim gespeeld", verduidelijkt Johnson. "Zijn revolutie verliep aanvankelijk heel onopvallend. Hij stelde een nieuw trainingscentrum voor, voerde de dieetleer in bij de club en realiseerde enkele slimme transfers zoals die van Patrick Vieira, Thierry Henry, Robert Pires en Dennis Bergkamp. Hij gooide de ploeg evenwel niet overhoop. Hij gaf eerst en vooral het vertrouwen aan de spelers die hij in handen had en hielp bepaalde spelers zoals Tony Adams en Paul Merson uit hun alcoholverslaving en depressie. Wat mij betreft is het Wenger gelukt twee krachttoeren te realiseren: hij heeft van dit aanmodderende team een vechtmachine gemaakt en heeft daarna een echt jeugdbeleid gevoerd door spelers te lanceren die hij had gevormd." De voorbije jaren kende de Wengercultus evenwel enkele dipjes. Velen vroegen zich af of zijn filosofie nog wel overeenstemde met de werkelijkheid van een moderne voetbalclub. Was de Elzasser niet al te romantisch door in alle uithoeken van de wereld jonge beloften te gaan zoeken en hen de Arsenalmethode in te prenten? "Ik denk het niet", analyseert Johnson. "Een scouting op wereldniveau oprichten en de beste jongeren ter wereld aantrekken zit volledig op één lijn met de realiteit en de mondialisering van het voetbal." Hoewel de supporters verstoken bleven van titels, hebben zij hun symbolische manager altijd gesteund. "Wenger had geen keuze en vandaag beseffen wij dat hij gelijk had", benadrukt Mike Simon. "Hij had het geld niet om de beste spelers te kopen. Dus besliste hij maar om ze zelf te vormen. Wij zien deze ploeg ieder jaar rijper worden en langzaam de kloof met de titel dichten." Als men het vandaag over Arsènal heeft, dan komt dat door het aanzien en de alomtegenwoordigheid van Wenger. "Als wij een van de aantrekkelijkste manieren van voetballen brengen, dan hebben wij dat aan Wenger te danken", stelt Mike Simon. "Als wij ons elk seizoen hebben geplaatst voor de Champions League in afwachting van de inkomsten uit het nieuwe stadion, dan hebben wij dat aan Wenger te danken. De architect van de Arsenalcultuur is Wenger!" Een tocht door Chelsea begint op Sloane Square, een mondain pleintje van waaruit de chique straat vertrekt die doorheen de hele wijk loopt: King's Road. De boetieks van Armani, Gucci en Prada volgen er op de kledingzaken van Vivienne Westwood, die zich in de jaren zeventig samen met Malcolm McLaren opwierp als bezielster van de punkmode. Chelsea is een mengeling van chic en avant-gardekunstenaars. Als de prijzen maar hoog liggen ... Wij trekken verder. Fulham Road, West Brompton, halte Fulham Broadway op de district line van de Londense metro. Daar is Chelsea eigenlijk niet langer echt Chelsea. We zitten in een andere wijk en bevinden ons nu in ... Fulham, waar het team van Chelsea speelt. Begrijpe wie kan. Vooral ook omdat alles teruggaat tot een gemiste ruil, toen de broers Gus en Joseph Mears in 1905 beslisten hun atletiekstadion uit te breiden met een voetbalstadion. Ze zochten een club om hun gebouw te gebruiken en kwamen vanzelfsprekend terecht bij de dichtstbijzijnde ploeg, FC Fulham, die de uitnodiging evenwel beleefd afsloeg. Er restte hen nog slechts één oplossing: hun eigen team oprichten. Wat ze ook deden. De pasgeborene moest evenwel nog een naam krijgen. Men dacht aan FC London, maar dat leidde tot een storm van protest vanwege de andere teams uit de hoofdstad. Uiteindelijk werd gekozen voor de naam van de chique naburige wijk, Chelsea. Een wandeling rond het stadion, waar de indrukwekkende wagens van de bestuurders geparkeerd staan, bevestigt dat deze club werkelijk perfect aansluit bij zijn omgeving. Geen enkele club in Londen verwerpt zijn volkse karakter zozeer als Chelsea. Vijftig jaar lang stond Chelsea nochtans bekend als een verlepte club waar men zijn nostalgie naar het jaar 1955 uitschreeuwde, het jaar van de eerste en enige titel van de Blues. "Eind jaren tachtig en begin jaren negentig hield men een beetje van Chelsea om romantische redenen. Of uit verzet tegen wat Arsenal of Tottenham presteerden. Het was een beetje zoals men tegenwoordig Nottingham Forrest, Leeds of Ipswich Town graag heeft", vertelt Martin Lipton, journalist bij de Daily Mirror. Men hield ook van Chelsea om te vechten. De Chelsea Headhunters, aanhangers van de extreemrechtse partij en berucht voor hun knokpartijen tegen hun collega's van Millwall en West Ham, behoorden tot de meest gewelddadige Londense hooligangroepen. "Het klopt dat de Shed, de populairste tribune van Stamford Bridge, niet moest onderdoen voor de beroemdste tribunes van Engeland zoals de Kop op Anfield, Stetford End op Manchester United of de Shelf in Tottenham en dat sommigen tijdens de mindere periodes in gewelddaden vervielen," geeft Andy Peach toe, een van de vertegenwoordigers van de Chelseasupporters. "Na de degradatie van 1975 braken de eerste gewelduitbarstingen los. De skinheads waren eerder al opgedoken in de Shed, maar mengden zich gewoon onder het volk. In 1975 weerklonken ook de eerste abuse songs, liederen waarin de politie of de tegenstander worden beledigd. Die jaren staan tegelijk symbool voor het verval van de club maar ook voor alles wat de club gevormd heeft. Enerzijds had je het hooliganisme maar anderzijds heerste er, ondanks de slechte resultaten, een ongewone vurigheid en trouw. In 1983 zat de tribune afgeladen vol voor een erg belangrijke match om degradatie te vermijden. In die tijd waren de supporters vooral arbeiders uit de naburige fabrieken zoals de elektriciteitscentrale van Battersea." Een totaal ander beeld dus dan de loges van nu, die bevolkt worden door de zakenlui uit de wijk. Het verleden werd volkomen van de kaart geveegd door een Russische oligarch. Roman Abramovich nam in 2003 de club over dankzij een vage financiële constructie waarbij geld werd versast via de Cookeilanden en de Maagdeneilanden. Hij kocht de aandelen van Ken Bates over voor 42,5 miljoen euro en werkte de 110 miljoen euro schulden weg. Sindsdien is Chelsea sterk de mondiale en de glamourtoer opgegaan. "Het nieuwe Stamford Bridge draagt evenwel niet de stempel van Abramovich, maar van Bates", weet Lipton. Dat stoort de nieuwe bestuurders mateloos, want zij vinden het project niet goed doordacht. Bovendien zit het stadion ook gekneld door twee spoorweglijnen aan de noordkant." En daarbovenop is er slechts één verkeersader die naar het stadion loopt, in het zuiden. Een uitbreiding van Stamford Bridge zou nooit de goedkeuring krijgen van de veiligheidsdiensten en de brandweer. Om iets te doen aan deze beperkingen hebben de bestuurders al aan een verhuis gedacht. Maar in de wijk zijn er weinig bouwgronden en de zeldzame stukken grond die nog beschikbaar zijn, zijn peperduur. Daarom dachten sommigen dat Chelsea de kans op het Olympisch Stadion of op Wembley met beide handen zou grijpen. "Dan ken je de Londense mentaliteit niet goed", zegt Peach. "Chelsea is een team uit het zuidwesten van Londen. Behalve de buitenlandse supporters zou niemand een verhuis naar het noorden of noordoosten begrijpen. Wimbledon heeft veel supporters verloren door naar Milton Keynes te verhuizen." "Abramovich heeft er misschien wel aan gedacht, maar zo ja, dan werd hem dat snel uit het hoofd gepraat", voegt Lipton hieraan toe. Bovendien wil Abramovich zich graag thuis voelen, als een king in his palace. Welnu, mocht de club verhuisd zijn naar een tempel die aan een ander evenement is gewijd, dan zou hem dat niet hebben aangestaan." En dus moet Chelsea wel selfsupporting zijn, zo in zichzelf opgesloten. Volgens een recente enquête maakt Chelski geen furore in Engeland. Men houdt er vooral van het te verafschuwen. Het is de op één na meeste gehate club van Engeland, na het Leeds van Don Revie dat in de jaren zeventig de mooiste bladzijden uit de geschiedenis van de club uit Yorkshire schreef met een weinig academische speelstijl en met een opeenstapeling van fouten en provocaties. "Die enquête is geen verrassing", nuanceert Lipton. "In Engeland heeft men nooit gehouden van clubs die domineren, misschien op Liverpool na. Manchester United staat op de derde plaats in dit klassement. Bovendien heeft Chelsea de financiële arrogantie van de nieuwe rijken toegevoegd aan de sportieve dominantie." Tottenham kan sinds de komst van Harry Redknapp het hoofd weer fier opheffen, de borst vooruit steken en ambities koesteren. Op White Hart Lane was men de mislukte seizoenen immers stilaan gewoon geworden. Net als de supporters van Schalke 04 stonden deze van Tottenham bekend als sympathiekelosers. Tottenham lijkt wat op het verhaal van de krekel in de fabel van Jean de la Fontaine. Champagne en glitter maar aan het einde van het verhaal altijd zonder beloning, dit wil zeggen wanneer de prijzen worden verdeeld. Zo verliepen de seizoenen, het geld stroomde overvloedig maar er volgden geen resultaten. "Geld is nooit een probleem geweest voor Tottenham, want het wordt sinds jaar en dag gesteund door de Joodse gemeenschap van Londen", verduidelijkt James Olley, journalist bij de London Evening Standard. Dit financiële vermogen werd vaak slecht gebruikt. Hoe dan ook, het maakt deel uit van de legende van Tottenham, dat beschouwd wordt als een non-conformistische rock-'n-rollclub. "Je kunt spreken van een zekere vorm van arrogantie", gaat Olley voort. "Tottenham heeft zich steeds boven de massa verheven gevoeld, op alle gebieden. Op sportief vlak oogt het palmares van de laatste jaren wat magertjes, maar de club beroemt er zich al jaren op het mooiste voetbal van Europa te brengen. Op financieel vlak is het een beetje van hetzelfde. Bij bepaalde onderhandelingen kregen wij soms de indruk dat de club te veel uitgaf en het leuk vond met zijn geld te pronken. Tottenham mengde zich gewoon in sommige transacties omdat het nu eenmaal van goede manieren getuigde om interesse te tonen in een of andere speler, zonder er echt behoefte aan te hebben. Bij de recentste transferperiode verweerde manager Redknapp zich meteen voor het feit dat de Spurs niet veel hadden gekocht: hij wees erop dat de club zes keer een bod had gedaan, waaronder een van 45 miljoen euro, maar dat die telkens werden geweigerd." Die arrogantie is ook terug te vinden in de speelstijl. De supporters houden nog altijd vol dat Arthur Rowe, die in 1951 de club trainde toen die zijn eerste landstitel won, het voetbal radicaal veranderde door het push and run in te voeren, een spelsysteem dat gebaseerd is op balbezit, passes en ruimtegebruik. Een speelstijl die mijlenver afstond van het toen geldende kick and rush. Sommigen beweren zelfs dat Rinus Michels, uitvinder van het totaalvoetbal van het grote Ajax, zijn inspiratie bij Rowe haalde. "Sindsdien meent Tottenham dat het het moderne voetbal heeft uitgevonden en je zou haast geloven dat de club met een goddelijke taak werd belast: het mooie voetbal verspreiden. De supporters hebben lange tijd meer aandacht gehad voor de manier waarop dan voor de resultaten." Het legendarische Tottenham van Bill Nicholson, achtereenvolgens speler (1936-1954), assistent-trainer (1955-1958) en manager (1958 tot 1974) van de club, had onder invloed van Rowe een piekfijn afgewerkte speelstijl en een legendarische aanvoerder, met name Danny Blanchflower. Diens legendarische uitspraak vat de clubfilosofie samen: "Roem is wat telt in het voetbal. Je moet de zaken met elegantie en panache weten aan te pakken, in de aanval gaan, niet wachten tot de tegenstanders doodvallen van verveling." Resultaat: Nicholson pakte slechts één kampioenstitel (in 1961, wel meteen ook de eerste double voor een Engelse club in de 20e eeuw). "Onder Nicholson deden de Spurs iedereen genieten", vertelt Olley. "Zij waren in staat eender wie te verslaan. Maar deze ploeg was te speels en kwam altijd net dat ietsje te kort om het een volledig seizoen vol te houden." In de bekerwedstrijden daarentegen haalde het team van Nicholson vernietigend uit: drie FA Cups, twee League Cups, een beker voor bekerwinnaars en een UEFA Cup (de allereerste, in 1972). Als ze een goede dag hadden, konden de Spurs alles op hun weg omverblazen. Het Tottenham van destijds, dat was de elegantie van de dandy's, de klasse van de heren en een romantische kijk op het voetbal. Tot aan zijn vertrek straalde Nicholson een eerlijkheid uit die dicht aanleunde bij een zekere vorm van naïviteit. In 1974 was hij ronduit geschokt door de knokpartijen tussen zijn supporters en Feyenoordfans naar aanleiding van een Europacupmatch. Enkele maanden later stapte hij uit het voetbal, niet zonder de vechtersbazen nog het volgende voor de voeten te gooien: "Door jullie ben ik beschaamd dat ik Engelsman ben." "Het Engelse voetbal was een andere richting ingeslagen", vertelt Olley. "Qua tactiek stemde het spel niet meer overeen met de ideeën van Nicholson en door de opkomst van het hooliganisme raakte hij er nog meer van overtuigd dat hij niks meer te zoeken had in dat wereldje." DOOR STEPHANE VANDE VELDE"Vandaag beseffen wij dat Arsène Wenger gelijk had." Mike Simon "Stamford Bridge draagt niet de stempel van Abramovich en dat stoort hem mateloos." Martin Lipton "Tottenham heeft zich steeds boven de massa verheven gevoeld, op alle gebieden." James Olly