Het zou een uitstekende quizvraag kunnen zijn: hoeveel ex-landskampioenen telt de huidige Engelse tweede klasse? Het antwoord is veertien. Samen goed voor 37 landstitels. Met Aston Villa (7), Newcastle (4) en Sheffield Wednesday (4) als succesvolste clubs, zij het dan in een ver verleden, toen de Premier League nog gewoon First Division heette. Dat de kloof tussen die tweede klasse en de Premier League echter kleiner wordt, bewees ook het succes van Leicester City vorig seizoen. Amper twee jaar na de promotie zette de liftploeg - op Barnsley na de club met de meeste jaren in tweede klasse op de teller - de rijke clubs uit Londen en Manchester een neus door onverwacht de landstitel te veroveren.
...

Het zou een uitstekende quizvraag kunnen zijn: hoeveel ex-landskampioenen telt de huidige Engelse tweede klasse? Het antwoord is veertien. Samen goed voor 37 landstitels. Met Aston Villa (7), Newcastle (4) en Sheffield Wednesday (4) als succesvolste clubs, zij het dan in een ver verleden, toen de Premier League nog gewoon First Division heette. Dat de kloof tussen die tweede klasse en de Premier League echter kleiner wordt, bewees ook het succes van Leicester City vorig seizoen. Amper twee jaar na de promotie zette de liftploeg - op Barnsley na de club met de meeste jaren in tweede klasse op de teller - de rijke clubs uit Londen en Manchester een neus door onverwacht de landstitel te veroveren. Het illustreert een tendens die ingezet is sinds 2004, toen de First Division, zoals de Engelse tweede klasse sinds de creatie van de Premier League door het leven ging, omgedoopt werd tot de Football League Championship. Een marathoncompetitie waar 24 ploegen aan deelnemen - liefst 46 speeldagen in het reguliere kampioenschap! - en die in het zog van de Premier League in groten getale toeschouwers lokt (vorig seizoen gemiddeld 17.583 per wedstrijd) en grote sommen tv-geld (vijf miljoen euro per club) binnenrijft. Bijna tien miljoen kijkers wereldwijd haalde de Championship vorig seizoen, meer dan bijvoorbeeld de Italiaanse Serie A en de Franse Ligue 1. Op basis van toeschouwers en kijkcijfers is de Championship uitgegroeid tot de vierde grootste competitie in Europa, met enkel de Premier League, de Bundesliga en de Primera División als voorgangers. Kan je dan nog spreken van een tweede klasse? Die tendens is ook zakenlui buiten het Britse eiland niet ontgaan. Investeerders uit Azië, het Midden-Oosten en de VS zien hun kans schoon om koopjes te doen: een club uit de Championship kost hen veel minder dan een Premier Leagueclub en mits wat geluk en kunde mag je binnen de kortste keren mee graaien uit de vetpotten van die Premier League. Elk jaar promoveren er immers drie clubs uit de Championship. Ter vergelijking: Liverpool staat te koop voor 1,6 miljard euro, terwijl Wolverhampton deze zomer voor 53 miljoen euro overgenomen werd door het Chinese investeringsfonds Fosun International. Risico lopen die buitenlandse investeerders amper: de Championship bestaat voor het merendeel uit traditieclubs met een brede achterban, een rijke historie en meer dan degelijke infrastructuren. Denk aan Newcastle dat zijn stadion geregeld ziet vollopen met bijna 50.000 toeschouwers. Denk ook aan Aston Villa, Fulham, Leeds United, Nottingham Forest, QPR, Blackburn Rovers, Sheffield Wednesday of Ipswich. Gerenommeerde namen uit de Engelse voetbalgeschiedenis. Leeds is samen met Nottingham, Ipswich en Aston Villa trouwens een van de vier huidige tweedeklassers die ooit een Europese beker won. Het lijstje buitenlandse clubeigenaars in de Engelse tweede klasse wordt dan ook elk jaar langer: Tony Xia bij Aston Villa, Grantop International Holding (uit Hong- kong) bij Birmingham, de familie Venkatshwara (India) bij Blackburn, de Maleisische Vincent Tan bij Cardiff, de Amerikaan Shahid Khan bij Fulham, de Italiaan Massimo Cellino bij Leeds, de familie Al-Hasawi bij Nottingham Forest, de tandem Laksim Mittal - Tony Fernandes bij QPR, een Thais consortium bij Reading, Fonsun International bij Wolverhampton en de Thaise miljonair Dejphon Chansiri bij Sheffield Wednesday. De ambities zijn dikwijls nog groter dan het ego. Het budget van de gemiddelde Engelse tweedeklasser ligt op het niveau van dat van onze Belgische topclubs. De hoge tv-gelden zitten daar voor veel tussen, maar ook de aardige zakcent die degradanten uit de Premier League toegestopt krijgen als parachutegeld: 75 miljoen euro, weliswaar gespreid over drie jaar. Faris Haroun, tussen 2011 en 2014 actief bij Middlesbrough en nadien nog een jaar bij Blackpool, kan meespreken van die weelde: 'Hetgeen in de Championship aan lonen betaald wordt, kunnen in België enkel de topclubs aan. Maar inzake transferbedragen is er zelfs al een kloof: de Championshipclubs sluiten onderling soms deals van meer dan tien miljoen euro. Deze zomer verhuisde Ross McCormack bijvoorbeeld voor 15 miljoen euro van Fulham naar Aston Villa. Zie je dat al gebeuren tussen Standard en Anderlecht?' Hoeft het dan ook te verbazen dat Matz Sels voor zes miljoen euro naar Newcastle United verkaste? Dat Denis Odoi een avontuur bij Fulham verkoos boven AA Gent? Dat Frédéric Gounongbe, nochtans gegeerd na zijn dertien goals vorig seizoen, nu voetbalt bij Cardiff City in plaats van bij Standard? Haroun, sinds 2015 bij Cercle Brugge actief, nuanceert de plotse aandacht voor de Engelse tweede klasse wel: 'Ik denk niet dat de Championship plots veel groter of beter is geworden, eerder dat wij in België er nu meer aandacht aan besteden door de transfers die er de voorbije jaren gebeurden. Met Vadis Odjidja en Jelle Vossen zijn er spelers naar daar getrokken die toch iets betekenden in België. Daardoor zijn de Belgische fans gaan inzien dat dat eigenlijk geen tweede klasse is. 'Het is pas als je daar zelf eens geweest bent, dat je beseft welk niveau die competitie haalt. Zowel op als naast het veld. Enkel de topclubs in België kunnen concurreren met de Championship inzake infrastructuur en budget. Het niveau is er hoog en wat het vooral moeilijk maakt: iedereen kan van iedereen winnen. Nog meer dan in de Premier League kan je er de ene week winnen en de volgende met 3-1 verliezen van de laatste in de stand. Het is een ongelooflijk lang en slopend seizoen, met enorm veel wedstrijden. Soms tot 7 wedstrijden in 21 dagen, herinner ik me van bij Middlesbrough. Het is onmogelijk om alles mee te spelen, een brede kern en rotatie zijn cruciaal. Trainen doe je amper nog in zulke periodes. Frisheid bepaalt het succes in de eindfase. Vaak merk je dat ploegen een ferme inhaalbeweging maken na de winterstop, meestal zijn zij het die promoveren.' Dit seizoen zijn alle ogen gericht op Newcastle United. De enige club die er echt bovenuit steekt. Een stadion van 52.000 zitjes, een hevige en luidruchtige achterban, een trainer (Rafael Benítez) die zowel de Champions League als de Europa League won en veruit de duurste spelerskern. Met toppers als Dwight Gayle, Cheick Tioté, Jonjo Shelvey, Ayose Pérez, Aleksandar Mitrovic en Chancel Mbemba. Na een povere start - 0 op 6, met onder meer verlies op de eerste speeldag in en tegen het Fulham van Denis Odoi - heeft Newcastle de juiste cadans te pakken en zit het de verrassende leider Huddersfield Town op de hielen. Dat Huddersfield op die plek staat, is echter geen toeval. In de voorbereiding organiseerde de excentrieke coach David Wagner, de Amerikaanse versie van Jürgen Klopp, een heuse survivalweek in de Zweedse bossen. Spelers dienden er te jagen op loslopend wild om 's avonds iets te eten te hebben. Het idee erachter: enkel door in zulke omstandigheden een groep te vormen, gebeurt dat ook op een voetbalveld. Het overlevingsinstinct dat nodig is om niet kopje onder te gaan in de Championship. De resultaten geven Wagner voorlopig gelijk. 'Er wordt nog iets Britser gespeeld dan in de Premier League,' zegt ervaringsdeskundige Faris Haroun, 'om de simpele reden dat er ook nog meer Britten meedoen. Al hangt het echt af van club tot club en van de filosofie van de manager. Brighton staat bijvoorbeeld bekend als een goed voetballende ploeg, terwijl Burnley - vorig seizoen kampioen - bekendstaat vanwege het ouderwetse kick-and-rush.' Flankvoorzetten en vrije trappen vermijden, zo wist ook Denis Odoi te vertellen, dát was het eerste devies van zijn coach Slavisa Jokanovic - de man die in 2015 Watford naar de Premier League leidde - toen hij bij Fulham zijn wittebroodsweken beleefde. Odoi: 'Als back moet je veel korter op de tegenstander spelen en de flank afdekken, om zo de voorzet eruit te halen. Want je weet: elke corner, elke center, elke vrije trap wordt richting een van die torens voorin getrapt. Bij Lokeren won ik ondanks mijn lengte vrij makkelijk luchtduels, maar hier word je simpelweg omver gebuffeld. Wij hebben ook zo een spits van twee meter: Matt Smith. Je wint geen enkel kopduel.' De intense, fysieke strijd in de Championship geeft de wedstrijden een bekerkarakter, elke week opnieuw, of gezien het helse ritme van de competitie, zelfs twee keer per week. Het maakt dat de Championship, met zijn wedstrijden doorgaans op zaterdagnamiddag, een volkser en authentieker karakter bewaarde dan de Premier League. Bij Arsenal of Chelsea geraak je amper nog aan kaartjes en wemelt het van de toeristen, zakenlui of vips. Naar wedstrijden van Huddersfield, Barnsley of Wigan komt de lokale bevolking kijken. De Premier League wordt gedomineerd door de grote steden: Liverpool, Londen en Manchester. De rest van Engeland en Wales vindt zijn afzetmarkt in de Championship. Neem het oude, aftandse Craven Cottage van Fulham: een icoon in het Engelse voetballandschap, gelegen aan de Thames en haast onopgemerkt geïntegreerd in een Londense gegoede buurt. De persbankjes zijn van hout, skyboxen of loges vallen amper te bespeuren. Het publiek ademt in de nek van de spelers, zo dicht staan de tribunes tegen het veld. Haroun: 'De matchen in de Championship hebben nog die authentieke feel. Al twee uur voor de wedstrijden verzamelen de supporters voor het stadion en tijdens de opwarming zit iedereen al binnen, dat zorgt voor een unieke ambiance. Ook het tijdstip doet daar veel aan, denk ik: op zaterdagnamiddag is voetbal veel meer een familiegebeuren dan 's avonds laat. Die cultuur zit er in Engeland ingebakken. Veel van die stadions hebben ook nog tribunes kort op het veld en liggen in het midden van een woonwijk. En tegelijkertijd merk je aan alles dat de Championship meer is dan zomaar tweede klasse. Toen ik bij Middlesbrough speelde werd ik op Twitter gevolgd door supporters uit China, dat toont de mondiale belangstelling voor die competitie. Die combinatie van authenticiteit en mondiale aandacht zorgt ervoor dat het een aantrekkelijke competitie is.' Eentje waarin de EFL (English Football League) de potentie ziet om meer te zijn dan louter een museum voor de traditieclubs. Zo werd een plan op tafel gelegd om ook Schotse ploegen toe te laten en B-ploegen van de grote Premier Leagueclubs. Het voorstel werd voorlopig geklasseerd. Het zou de greep van de rijke clubs uit Manchester en Londen op het Engelse voetbal alleen maar groter maken. Ook aan het speelschema wordt voorlopig niet geraakt om aan de noden van de nieuwe lucratieve Aziatische markt te voldoen. Zoals dat in de Premier League wel gebeurde. Daar werden bepaalde wedstrijduren veranderd zodat topwedstrijden op een beter uur vallen in China. Het staat echter in de sterren geschreven dat de Championship dezelfde weg opgaat als buitenlandse investeerders blijven toestromen. Zo is de Championship in een spagaat beland: meesurfen op het succes van de Premier League of bewaker van het Engelse voetbalpatrimonium blijven. DOOR MATTHIAS STOCKMANS - FOTO'S REUTERS'Enkel de topclubs in België kunnen concurreren met de Championship inzake infrastructuur en budget.' - FARIS HAROUN De spelers van Huddersfield Town moesten op loslopend wild jagen om 's avonds iets te eten te hebben.