Het was een opmerking van sir Alex Fergusonhimself in 2011: "Ik begrijp eerlijk gezegd niet goed waarom Hulk niet wordt opgeroepen voor de nationale ploeg van Brazilië. Hij is sterk, snel en heeft een ongelooflijk kanonschot in zijn linkerbeen!" Ongelooflijk, maar toch waar: Hulk zou die zomer niet aan de Copa América deelnemen. In zijn plaats koos de Braziliaanse bondscoach Mano Menezes voor Fred, de oudgediende van Lyon met het afrokapsel. Het leek wel een kwalijke grap, maar Mano, de eerste trainer van Hulk (dus niet te verwarren met de bondscoach) kon er helemaal niet om lachen: "Fred verkiezen boven Hulk? Allee serieus, dat is toch gewoon een kaakslag." Had Mano ongelijk? Niet echt. Tenslotte had Hulk een seizoen achter de rug waarin hij met FC Porto kampioen werd, de beker won, de supercup én de Europa League. Bovendien werd hij topschutter van de Superliga met 23 goals uit 26 wedstrijden. André Villas-Boas, zijn toenmalige trainer, deed daar nog een schepje bovenop: "Ik ga er geen commentaar op geven. Ik stel alleen de vraag: hoeveel spelers zijn er tegenwoordig in staat om topschutter te worden en tegelijkertijd oog te hebben voor het publiek, de inzet, het spektakel én de richtlijnen van de coach? Volgens mij: niet erg veel..."
...

Het was een opmerking van sir Alex Fergusonhimself in 2011: "Ik begrijp eerlijk gezegd niet goed waarom Hulk niet wordt opgeroepen voor de nationale ploeg van Brazilië. Hij is sterk, snel en heeft een ongelooflijk kanonschot in zijn linkerbeen!" Ongelooflijk, maar toch waar: Hulk zou die zomer niet aan de Copa América deelnemen. In zijn plaats koos de Braziliaanse bondscoach Mano Menezes voor Fred, de oudgediende van Lyon met het afrokapsel. Het leek wel een kwalijke grap, maar Mano, de eerste trainer van Hulk (dus niet te verwarren met de bondscoach) kon er helemaal niet om lachen: "Fred verkiezen boven Hulk? Allee serieus, dat is toch gewoon een kaakslag." Had Mano ongelijk? Niet echt. Tenslotte had Hulk een seizoen achter de rug waarin hij met FC Porto kampioen werd, de beker won, de supercup én de Europa League. Bovendien werd hij topschutter van de Superliga met 23 goals uit 26 wedstrijden. André Villas-Boas, zijn toenmalige trainer, deed daar nog een schepje bovenop: "Ik ga er geen commentaar op geven. Ik stel alleen de vraag: hoeveel spelers zijn er tegenwoordig in staat om topschutter te worden en tegelijkertijd oog te hebben voor het publiek, de inzet, het spektakel én de richtlijnen van de coach? Volgens mij: niet erg veel..." Wie is die Hulk nu eigenlijk? In de eerste plaats een jochie uit de favela José Pinheiro, in het oosten van Campina Grande. Dat is de plek waar de kleine Givanildo Vieira de Souza werd geboren, de enige jongen in een gezin met voorts nog zes meisjes. De plek ook waar hij zijn verbijsterende bijnaam kreeg. Als enige mannelijke telg behield hij zich namelijk het recht voor om baas te spelen over de afstandsbediening van het enige tv-toestel in huis. Uren sleet hij met het bekijken van filmpjes over de groene reus. "Als de aflevering gedaan was, kwam hij naar mij", herinnert mama Maria de Socorro zich. "Dan deed hij dat groene monster na en riep hij: 'Ik ben de Hulk!' Ik antwoordde hem dan: 'Ja, natuurlijk, jij bent de Hulk.'" Wanneer hij drie jaar is, staat zijn roeping dus al vast: hij wordt een superheld. "Ik wou als de Hulk worden, mensen redden en auto's met één arm optillen. Maar daar kon je nergens voor naar school gaan...", glimlacht de spits van Zenit zo vele jaren later. Uiteindelijk zou van die gemankeerde roeping alleen zijn bijnaam overblijven. Papa Seu Gilvan weet dat nog goed: "Op een bepaald moment zei mijn moeder me dat ik moest ophouden met dat kind Hulk te noemen, anders zou iedereen op straat hem nog zo gaan noemen! Wel, ze heeft gelijk gekregen..." Wanneer zijn zoon zeven jaar is, zet Gilvan hem met de voetjes op de grond. Hij doet hem meekomen naar de kraam van de familieslagerij op Feira Central, de grootste markt van de stad. De twee mannen des huizes hebben een eenvoudige deal: als Hulk wil voetballen, zal hij eerst moeten leren wat de uitdrukking 'werken in het zweet zijns aanschijns' betekent. Te weten: opstaan om drie uur 's ochtends om rundskarkassen te versnijden en te verwerken. Hard labeur. "Ik hakte de grote stukken vlees", vertelt Gilvan, "en hij moest daar kleine porties van maken door ze langs een soort van elektrische zaag te halen. Ik was wel wat bang dat hij zich zou verwonden, maar godzijdank is dat nooit gebeurd." Integendeel, de slagerszoon moet achteraf toegeven dat die slavenarbeid in de vleessector erg nuttig is geweest. Het bespaarde hem onder meer flink wat uren in de fitnesszaal, weet hij: "Zes jaar lang heb ik karkassen opgetild, verplaatst, neergelegd en in stukken gesneden. Soms had ik er zodanig mijn buik van vol dat ik jankte van ellende. Het was geen lolletje, maar uiteindelijk heb ik daar een fysieke basis gelegd zonder dat ik me ervan bewust was." In die mate zelfs dat zijn bodybuildersvoorkomen vandaag de dag het voorwerp is van wetenschappelijk onderzoek. In Porto, waar hij in 2008 aankwam, liet hij geregeld de meettoestellen ver uitslaan. Hij was in de Portugese competitie de snelste speler, degene met de meeste weerstand en ook degene die vanuit stand het hoogst kon springen (1,5 meter!). Specialisten in biomechanica en genetica van de universiteit van Porto namen hem grondig onder de loep. Hun conclusie is duidelijk: mocht men een fysiologisch perfecte mens willen creëren dan zou het lichaam van Givanildo Vieira de Souza zeker als model in aanmerking komen. "Hij bezit een explosieve kracht en een versnellingsvermogen die hem in een korte tijd als een speer kunnen lanceren. Als hij geen voetballer was geworden, had hij het ook kunnen maken als sprinter of in het American football. Nu ja, hij had eender welke sport op hoog niveau kunnen bedrijven", zegt specialist biomechanica José Augusto Santos niet zonder bewondering. Zijn collega Filipe Conceição vult aan: "Wat merkwaardig is in zijn geval, is dat hij lang met een bepaalde intensiteit kan lopen, waar niet alleen uithoudingsvermogen maar vooral ook veel weerstand voor nodig is. Hij is de perfecte atleet." Wanneer we mama Maria over die bevindingen vertellen, haalt ze de schouders op. Volgens haar is de verklaring waarom haar zoon zo sterk is veel eenvoudiger: "Hulk heeft de borst gekregen tot hij drie jaar en half was. De wetenschap mag zeggen wat ze wil, het geheim van de kracht van mijn zoon zit verborgen in mijn bh." Nochtans was er lange tijd weinig reden om in de heilzame werking van Maria's borsten te geloven. Tot de voorzienigheid ene José Antonio Costa - Mano voor de vrienden - Hulks pad liet kruisen. "Toen hij tien jaar was vroeg zijn vader, een vriend van mij, om hem mee te nemen naar de voetbalschool Futebol e companhia", herinnert Mano zich. "Het was een van de beste scholen uit de streek, maar ook behoorlijk duur: 150 real per maand ( ongeveer 65 euro, nvdr). Seu stelde me voor om in het begin de helft te betalen. Ik vond dat oké, maar uiteindelijk heeft hij maar één keer betaald, hij had er gewoon de middelen niet voor. Toen we zagen hoeveel potentieel die jongen had, was geld van geen belang meer, toen lieten de directeurs hem gratis trainen. Op 160 kinderen was hij de enige die niet hoefde te betalen." Maandenlang neemt Mano de jonge Hulk onder zijn vleugels, hij geeft hem zelfs individuele trainingen. De resultaten volgen al snel. "Ik liet de anderen in dienst van hem spelen. Ik organiseerde fysieke oefeningen waarmee we aanvallende patronen aanleerden. Ik koos een handige jongen uit die met hem een een-twee moest opzetten tegenover drie of zelfs vier verdedigers. Het is op die manier dat hij geleerd heeft om meerdere verdedigers af te schudden. Zo is hij ook sterker geworden in de duels", vertelt Mano, bijna met tranen in de ogen. Wanneer hij dertien is, verkast Hulk naar het opleidingscentrum van Corinthians Alagoano, een plek waar ook Deco en Pepe gepasseerd zijn. Zé Do Egito, de eerste makelaar van Hulk, heeft dan een gek idee: hij stuurt de jonge voetballer naar het Portugese Vilanovense. Opeens zit Hulk alleen in Europa, met niets dan zijn spieren, zijn toeristenvisum en een tandenborstel. Niet niks. "Mijn vriend die voorzitter was van de club wou hem wel houden, maar hij was minderjarig en beschikte niet over de nodige papieren", verdedigt De Egito zich. "Om hem te legaliseren had iemand van zijn familie hem moeten vergezellen in Portugal, maar zijn vader had geen geld en de club kon hem ook niet onder haar hoede nemen." Terug thuis wordt Hulk opgenomen in het opleidingscentrum van FC São Paulo. Hij wordt er topschutter bij de U17. Maar ook dat verhaal loopt slecht af, vanwege schimmige contractproblemen en commissies van makelaars. "Er rees een financieel geschil met de club", zegt Do Egito. "Het was voorzien dat São Paulo ons na een jaar 45.000 real (bijna 20.000 euro) zou betalen als de club hem wilde houden. Het weigerde dat, dus heb ik Hulk meegenomen naar Vitoria de Bahia, waar hij zijn eerste profcontract heeft getekend." Er rijst dan een ander probleem: de daaropvolgende twee jaar brengt Hulk meer tijd door op het strand dan op het voetbalveld. Hij blijft ter plaatse trappelen en tot overmaat van ramp wil zijn trainer hem ook nog eens omscholen tot centrale verdediger. Het enige wat de 'visionaire' coach daarmee bereikt, is de vuist van Hulk in zijn gezicht. De voetballer verlaat daarop zijn vaderland. Hij neemt de wijk naar Japan, naar Kawasaki Frontale. Het lijkt een afrit van de voetbalsnelweg, temeer daar het bestuur hem al vlug uitleent aan Consadole Sapporo, een obscure tweedeklasser. Maar tegen alle verwachtingen in eindigt Hulk als tweede in de topschuttersstand en helpt hij zijn club mee aan de promotie. Ondertussen heeft hij geleerd broodjes te bestellen (kwestie van niet te verhongeren) en zijn naam in het Japans te schrijven ("gewoon veel streepjes zetten"). En vooral: hij leert zijn toekomstige vrouw Iran kennen, een Braziliaanse ex-pat die als zijn tolk zal fungeren tot het einde van zijn Japans avontuur. In 2007 verhuist het koppel naar de hoofdstad, waar Hulk een contract tekent bij Tokyo Verdy. Daar wordt hij een échte ster. "De Japanners behandelden me als een koning", zegt hij. "Het is dankzij hen dat ik nu in Europa voetbal en het is dankzij hen dat ik een kledingsponsor heb ( Mizuno, nvdr). Ik kreeg er alleen maar dankbaarheid en respect. Het is een ervaring die me op menselijk vlak enorm geholpen heeft." En nu? Nu speelt Hulk in Rusland, bij Zenit Sint-Petersburg, en is hij goud waard. De Russen telden 40 miljoen euro voor hem neer. Pinto Da Costa, de flamboyante voorzitter van FC Porto, vond hem eigenlijk wel 100 miljoen waard en beschouwde hem als de missing link tussen Ronaldinho en Cristiano Ronaldo. Dat is de optimistische visie. Er zijn evenwel ook pessimisten die in hem een tweede Mario Jardel zien. Jardel, die andere illustere Braziliaan van Porto (in de periode 1996-2000), verbaasde heel Europa met zijn 154 goals in 167 wedstrijden in het blauw-witte shirt, maar zodra de hype was overgewaaid, sukkelde Jardel van de ene club naar de andere om uiteindelijk in 2010 te belanden bij het Bulgaarse PFK Tsjerno More Varna. Afwachten of Hulks recente verhuizing oostwaarts een slecht voorteken is of niet. DOOR JAVIER PRIETO SANTOS EN LOUIS GÉNOT IN RIO DE JANEIRO"Het geheim van de kracht van mijn zoon zit verborgen in mijn bh." Moeder Maria de Socorro