21 juli 1976. Michel Van Maele, de sterke man van Club Brugge en burgemeester van de stad, moet aan het standbeeld van Koning Albert I bloemen neerleggen. De burgemeester heeft haast, want aan de ingang van hotel Sofitel op 't Zand wachten clubdokter Michel D'Hooghe, Roger Davies en diens vriendin Liz. Het gezelschap is verbijsterd: Michel Van Maele in staatsie- uniform! Davies lacht. "Is that the uniform of the club?"
...

21 juli 1976. Michel Van Maele, de sterke man van Club Brugge en burgemeester van de stad, moet aan het standbeeld van Koning Albert I bloemen neerleggen. De burgemeester heeft haast, want aan de ingang van hotel Sofitel op 't Zand wachten clubdokter Michel D'Hooghe, Roger Davies en diens vriendin Liz. Het gezelschap is verbijsterd: Michel Van Maele in staatsie- uniform! Davies lacht. "Is that the uniform of the club?" De tijd dringt. Club heeft nog een paar uur om de Engelse spits vast te leggen, maar de hoge vraagprijs van Derby County - 10,5 miljoen Belgische frank (262.500 euro) - doet Van Maele twijfelen. Hij kijkt vragend naar D'Hooghe. "Zie je zeker dat een goeien is?" De clubdokter knikt. Van Maele zet zijn handtekening onder het contract en wijst naar Davies' mooie vriendin. "En ost gin goeien is, kunne me van z'n vriendinne nog oltied een fielmsterre maken... " Davies staat er wat onwennig bij. "Ik moest tijdens de onderhandelingen voortdurend hoesten. Ik had slakken gegeten en er zat een stukje van de schaal in mijn keel. Heel vervelend. Ik ben zelfs nog naar een dokter geweest. Maar 's avonds keerde ik, met een getekend contract, terug naar Engeland", vertelde hij in 2010 aan Sport/Voetbalmagazine. Hij is blij. In België wil de 26-jarige spits het verleden achter zich laten. Hij is aan het scheiden van zijn echtgenote en bouwt met Liz aan een nieuwe toekomst, maar beseft niet dat Antoine Vanhove - de man achter de transfer - en trainer Ernst Happel achter de schermen een privéoorlogje uitvechten. Na het vertrek van Roger Van Gool naar FC Köln was der Weltmeister op zoek naar een kloon van de Kempenaar: een rechtsbuiten met diepgang en snelheid. Davies, in 1975 kampioen met Derby County, is een ouderwetse targetman, een controlerende spits die kaatst. In het trainerskabinet worden de messen geslepen. Op zijn eerste trainingsdag arriveert Davies aan de zijde van Liz, een vast gebruik in Engeland. Happel bromt. "Was ist hier passiert?Ist das eine Modeschau?" Liz wordt uit de kleedkamer verwijderd, de teneur is gezet. De boomlange spits, 1m91, moet bij materiaalman Marcel Van Vyve zijn schoenen uitkiezen: maat 48-49. Niet te vinden. Happel knort opnieuw. "Geef hem de schoendozen." De Oostenrijker is ziedend. "Was komt die lange loel hier machen?Was kan ich mit zo'n lang stuk ellende anfangen?Muss Basketball spielen." Davies weet dan al dat hij een moeilijk seizoen tegemoet gaat. "Happel moest me niet. Hij had een voorkeur voor snelle spitsen, zoals Raoul Lambert. En als Raoul geblesseerd was, koos hij geregeld voor Dirk Hinderyckx of Bernard Verheecke. Happel heeft nooit rechtstreeks met mij gesproken. Hij kende geen woord Engels en communiceerde met mij via zijn assistent, Mathieu Bollen, en Fons Bastijns, onze kapitein." Davies debuteert nochtans met twee goals tegen Stade Braine, de openingswedstrijd in de beker van België, maar Happel slaagt er op geen enkel moment in zijn minachting te verbergen. "Elke woensdag stond er een looptraining op het programma. Een Engelse training, noemde Happel dat neerbuigend. 'Want lopen kunnen de Engelse voetballers als de besten.' Nu, het stoorde me niet hoor. Brugge was good fun. We woonden er graag. Eerst in Torhout, in een huisje van een bestuurslid, maar dat was iets minder. Toen we op een avond thuiskwamen en er ratten in de keuken rondliepen, konden we naar een appartement in Sint-Andries verhuizen. Ideaal, zo kon ik de auto laten staan. Want rijden aan de rechterkant, wie heeft dat uitgevonden?" Brits flegma. Club Brugge, kampioen in 1976 en verliezend finalist van de UEFA Cup tegen Liverpool, gaat in de zomer op zoek naar de vierde landstitel in zijn geschiedenis. De Brusselaars, met zestien titels recordkampioen, azen op revanche. Nochtans heeft paars-wit een schitterende campagne achter de rug: Hans Croon heeft de club naar zijn eerste Europabeker voor bekerwinnaars tegen West Ham United (4-2) en een tweede opeenvolgende beker van België geleid, aan de vooravond van het nieuwe seizoen loodst Raymond Goethals de club naar winst in de Europese supercup tegen Bayern München (1-2, 4-1). Vanaf de eerste speeldag wordt het een nek-aan-nekrace tussen de twee beste ploegen van het land, die ook in Europa een hoofdrol opeisen. Anderlecht schakelt achtereenvolgens Roda, Galatasaray, Southampton en Napoli uit, in de finale van de Europabeker voor bekerwinnaars wacht de Hamburger SV. Voor blauw-zwart zit het Europese avontuur er dan al op: in de derde ronde van de Europabeker voor landskampioenen verrast het wel Real Madrid, dat na de 0-0 in de heenwedstrijd op Olympia met 2-0 van het veld wordt geveegd. Maar een misverstand tussen Birger Jensen en Georges Leekens leidt tegen Borussia Mönchengladbach naar een vervroegde exit. Op 16 april 1977 valt de competitie in een beslissende plooi, wanneer Paul Courant en Julien Cools voor de 2-0 tegen de paars-witte aartsrivaal tekenen. Drie weken erna vieren de Bruggelingen hun vierde titel. "Minder spectaculair dan vorige jaar, maar wel efficiënter", vertelt René Vandereycken aan Brugsch Handelsblad. "We durven er nu ook voetballend uit te komen. Misschien nog niet zoals Anderlecht, neen. Zij spelen met de ogen dicht op balbezit, maar wij zijn flitsender en sneller." Drie dagen later, in het Olympisch Stadion van Amsterdam, wil paars-wit de kater doorspoelen. De Brusselaars zijn favoriet, ook al omdat bij HSV al maanden een interne machtsstrijd tussen trainer Kuno Klötzer en manager Peter Krohn wordt uitgevochten. Maar wanneer Patrick Partridge in het slotkwartier de bal op de stip legt en Georg Volkert de 1-0 voorbij Jan Ruiter trapt, moet Goethals pokeren. Ronny Van Poucke krijgt nog een kans, op de counter tikt de 20-jarige Felix Magath de 2-0 binnen. Geen kampioenschap, geen Europees succes. Zuur. In de beker van België loopt het wel lekker voor paars-wit, dat zich in de halve finale voorbij Cercle Brugge knokt (3-2) en van een derde succes op rij droomt. Tegenstander wordt Club Brugge, dat al weken op een wolk leeft en in de halve finale SV Waregem van het veld borstelt (4-2). Zondag 12 juni 1977, een broeierige zomerdag. De treinen naar de Belgische (!) kust zitten overladen vol. Armand Pien, de iconische weerman van de BRT, heeft schitterend zomerweer en een temperatuur van net onder de dertig graden voorspeld, maar voetballiefhebbers kijken vooral uit naar de eerste confrontatie tussen Club Brugge en Anderlecht in het Heizelstadion. Rond de middag is de E5, de voorloper van de E40, rond Gent al dichtgeslibd. Duizenden Bruggelingen zitten in de file, de Koninklijke Belgische Voetbalbond overweegt om de aftrap - voorzien om 16 uur - uit te stellen. De Brugse spelers zitten dan al in een restaurant in Strombeek-Bever, een vast ritueel voor hun verplaatsingen. De stemming is bedrukt. "Eigenlijk hadden we geen goesting om die match te spelen. Om de een of andere reden stond de finale pas veertien dagen na de halve finale geprogrammeerd en vijf weken ervoor waren we al kampioen geworden", herinnert Birger Jensen zich in zijn biografie Mijn blauw-zwart hart. "Wij zaten, zoals gewoonlijk, op afzondering in Genval. Maar het vertrouwen was, zeker na de verloren Europese finale, niet al te groot. Club, twee seizoenen na elkaar kampioen, was favoriet. Dat merkte je aan de houding van onze spelers", zegt Gille Van Binst. 15.45 uur. Het nationaal stadion is voor de eerste keer uitverkocht voor een bekerfinale. Officieel zitten/staan er 55.000 toeschouwers in de tribunes, na de finale spreken de kranten van 60.000 toeschouwers. Club en Anderlecht tekenen voor nog een primeur: de bekerfinale wordt rechtstreeks op televisie uitgezonden. Onaangekondigd. Duizenden voetbalfans hangen aan de lippen van radiocoryfee Jan Wauters, die in alle talen over de rechtstreekse televisie-uitzending zwijgt. Televisiemannen, concurrenten onder hetzelfde dak aan de Reyerslaan... De rechtstreekse tv-uitzending zorgt voor nervositeit bij de KBVB-officials, die te pas en te onpas in de kleedkamers binnenstappen. De ploegen zullen afzonderlijk het veld betreden, scheidsrechter Francis Rion is een paar minuten onvindbaar, de wedstrijdbal is nog niet opgepompt. Amateurisme troef. Jensen gaat nog even naar het toilet. Sigaretje roken om tot rust te komen, een vast ritueel van de Clubdoelman. "Happel wist dat. Als ik in de kleedkamer terugkwam, dan zei hij: 'Jensen, du stinkt naar smoor.'" Er wordt een nieuwe bal gevonden. Wél opgepompt. De match kan dan toch nog op tijd beginnen. Ernst Happel gromt. "Spielen! Sie sind besser." Ulrik le Fevre kampt met gemengde gevoelens. In zijn geboortestad Vejle wordt na de zomer een nieuwe school geopend, waar hij als onderwijzer aan de slag kan. "De werkloosheid is hoog in mijn land. Zeker in het onderwijs. Daarom moest ik deze kans pakken." Na vijf seizoenen in Brugge zal de dertigjarige flankaanvaller afscheid van het profvoetbal nemen. Hij heeft een wens: "Ik heb nog nooit een beker gewonnen." 15.55 uur. "Voor de mensen die nu pas inschakelen, dit is de rechtstreekse uitzending van de finale van de beker van België tussen Club Brugge en Anderlecht." Rik De Saedeleer zal het nog een paar keer herhalen. Voetbalsupporters verwittigen de buren of telefoneren naar vrienden en familieleden. Rechtstreeks op televisie! De Saedeleers publiek zwelt met de minuut aan, maar Jan Wauters heeft het grootste forum. Daarom: de doelpunten uit Club Brugge-Anderlecht uit 1977, postuum becommentarieerd door de allergrootste. Minuut 4: 1-0. Een geweldige start van Anderlecht. Arie Haan, een afstandsschutter die je niet mag laten aanleggen.Minuut 14: 2-0. Prachtige actie van 'Swat' Van der Elst. Hij krijgt de bal, schijnbeweging naar buiten, goed gekruist. Jensen iets te ver uit zijn doel gekomen, maar in de uiterste hoek... Dit betekent dat het nu toch zwaar wordt voor Club. Een 2-0-achterstand na 14 minuten.Minuut 27: 2-1. Goede inswinger van Dirk Sanders, Lambert met het hoofd. Ruiter stond nochtans waar hij moest staan. Brugge zit opnieuw in de wedstrijd.Minuut 29: 3-1. Een bal van Ludo Coeck die afwijkt op de muur. Dat kan allemaal gebeuren. Vierde doelpunt en dat allemaal binnen de dertig minuten (...) Ik heb het vermoeden dat veel kijkers te laat inschakelen voor deze niet aangekondigde finale.Minuut 33: 3-2. Le Fevre dachten we. 'Ulli' le Fevre is het. Goed voor de wedstrijd.Minuut 62: 3-3. Wat een prachtige goal van Roger Davies. Dat is Brits flegma, Britse kalmte. Prachtig vrijgespeeld door Le Fevre. Hij draait naar buiten en dan met de linker over het hoofd van Jean Thissen. 3-3 na zeventien minuten in de tweede helft, een nieuwe start in deze finale. Minuut 83: 3-4. U ziet het, alles was mogelijk. Het is de dag van Roger Davies. Corner, via Julien Cools en het hoofd van Van Binst tot bij Davies, afgeweken bal op de dij van Van Binst, Ruiter verrast. Met nog zes minuten en twaalf seconden een 3-4-voorsprong voor Club Brugge. De sfeer op het veld wordt grimmiger, de hitte en de bitse duels eisen hun tol. Lambert is dan al vervangen door Dirk Hinderyckx, Club heeft, na de vroege vervanging van Edi Krieger door Gino Maes, zijn twee wissels opgebruikt. Le Fevre hinkt, na een aanslag van Haan, de negentig minuten vol langs de zijlijn. Van Binst: "In de slotfase maakte Ulrik le Fevre een kapitale fout. Hij zei tegen Arie Haan. 'Ik dansen vanavond, gij niet.' Maar na een late tackle van Arie heeft Ulrik die avond niet gedanst." Laatste fluitsignaal. De spelers zakken uitgeteld op de grond. Club pakt na zijn vierde titel nu ook zijn derde beker van België, de eerste dubbel in de clubgeschiedenis. In de dug-out van Anderlecht is Raymond Goethals de wanhoop nabij. Onafscheidelijke sigaret in de mond, het hoofd naar de grond gericht. Merde, merde, merde! "Onvergefelijk. De veldbezetting van mijn kadés was nooit eerder zo slecht. Velen onder hen dachten dat de buit na de ruime voorsprong binnen was. Er liepen weer enkele dikke nekken bij." Rik De Saedeleer neemt afscheid van zijn kijkers. "Dit was de mooiste finale van de beker van België die ik ooit gezien heb. We hebben niet alleen zeven doelpunten gekregen, maar ook propagandavoetbal." Fons Bastijns krijgt de beker uit handen van bondsvoorzitter Louis Wouters, de oude (Michel Van Maele) en nieuwe Brugse burgemeester (Frank Van Acker) glimmen van trots. Roger Davies, de held van de dag, stapt naar de eretribune met zijn schoenen onder de arm en steekt zijn trofee lachend in de lucht. De Anderlechtspelers duiken de kleedkamer in, waar Goethals zijn medaille woedend tegen het plafond gooit. Begrafenisstemming. "We zijn dit jaar echt de Poulidor van het Belgische voetbal", monkelt Swat Van der Elst. Erwin Vandendaele is eerlijk: "Met Club weet je nooit. Ze hebben vandaag opnieuw vriend en vijand verbaasd. Hun sterkte is dat ze ook na de achterstand in blok bleven voetballen en altijd in de zege geloofd hebben." Anderlechtverdediger Hugo Broos is onder de indruk van Davies. "Bij hoge voorzetten amper van de bal af te houden. Door zijn gestalte heeft hij een voordeel, maar zijn veerkracht en timing zijn ook goed. Ook bij ballen over de grond is hij moeilijk te bespelen. Ik begrijp echt niet waarom de Engelsman door zijn aanhang soms zo miskend wordt. Speelde hij maar bij ons." De blauw-zwarte bekerhelden beginnen aan hun ereronde, Jensen en Lambert tillen Happel op hun schouders. Nooit eerder gebeurd bij Club. Hij bromt. "Lass mich, lass mich. Weg, weg, weg! Scheisse!" Een uniek beeld voor de fotografen. Happel: monkellachje, sigaretje achteloos tussen de lippen, de beker in de handen. Maar het gezicht van de sfinx valt al snel weer in de plooi. "Ik ben niet voor al dit officiële gedoe. De spelers hebben het gedaan." Hij verrast de journalisten. "Laten we vooral de voortreffelijke prestatie van Roger Davies niet vergeten. Hij heeft zich vandaag van zijn beste zijde laten zien." Zeldzame woorden van lof aan het adres van de lange loel... De Bruggelingen zijn door het dolle heen. "Aan de rust wisten we het al: de spelers van Anderlecht zouden onder het door ons opgelegde tempo doodvallen." (Birger Jensen) "Conditioneel waren we veel sterker, ook al speelden we door de blessure van Ulli met tien man." (Georges Leekens) "Oververdiend, Anderlecht heeft op geen enkel moment geprobeerd het spel te maken." (René Vandereycken) "Anderlecht speelde in onze kaart door na de rust massaal terug te trekken." (Fons Bastijns) Het seizoen zit erop. "Na de match gingen we nog naar Mieltje, die in de buurt van de Heizel een restaurant uitbaatte. Ons fin de saison", zucht Van Binst. "Maar veel sfeer was er niet. Integendeel. Goethals was nog altijd razend en bleef maar foeteren. Dat doelpunt kort voor de rust, zo zei hij, had ons de das om gedaan." In het restaurant in Lissewege, waar de blauw-zwarte spelers en bestuursleden de dubbel vieren, is de stemming uitbundig. Na de maaltijd trekken ze met z'n allen naar Knokke om Ulrik le Fevre uit te zwaaien. De overlevers belanden diep in de nacht in het supporterscafé van Nicole Lambert, de zus van de Clubspits, op de Torhoutse Steenweg. Davies: "Een vaste gewoonte. Ik lustte geen bier toen ik in Brugge arriveerde. In het begin dronk ik een klein beetje bier met veel Sprite. Naarmate het seizoen vorderde, werd de hoeveelheid Sprite steeds kleiner. Ik had natuurlijk enkele goede leermeesters. Krieger, Jensen, Gino Maes... Die avond van de bekerfinale zat het café helemaal vol. Supporters tot op de stoep, knotsgekke toestanden. Ik denk niet dat we die avond één drankje zelf betaald hebben." DOOR CHRIS TETAERT"Ik denk niet dat we die avond één drankje zelf betaald hebben." Roger Davies "Aan de rust wisten we het al: de spelers van Anderlecht zouden onder het door ons opgelegde tempo doodvallen." Birger Jensen"Ik begrijp echt niet waarom Davies door zijn aanhang soms zo miskend wordt. Speelde hij maar bij ons." Hugo Broos