De kleine Bernt is een hyperkinetisch jongetje. In de weiden van Overpelt voetbalt hij van 's morgens tot 's avonds de ziel uit zijn lijf. Na een prille carrière bij Lindelhoeven en Lommel SK trekt de twaalfjarige Bernt naar PSV. En daar barst het van de goeie voetballers. "Ik dacht dat ik kon voetballen, maar op dat moment besefte ik dat ik nog veel moest leren. Ik moest opnieuw van nul af aan beginnen. Dat was best hard. Als schuchtere Belg tussen al die Hollanders had ik ook wat aanpassingsmoeilijkheden, maar na een jaar waren die van de baan."
...

De kleine Bernt is een hyperkinetisch jongetje. In de weiden van Overpelt voetbalt hij van 's morgens tot 's avonds de ziel uit zijn lijf. Na een prille carrière bij Lindelhoeven en Lommel SK trekt de twaalfjarige Bernt naar PSV. En daar barst het van de goeie voetballers. "Ik dacht dat ik kon voetballen, maar op dat moment besefte ik dat ik nog veel moest leren. Ik moest opnieuw van nul af aan beginnen. Dat was best hard. Als schuchtere Belg tussen al die Hollanders had ik ook wat aanpassingsmoeilijkheden, maar na een jaar waren die van de baan." Vijf jaar lang voert vader Evens zijn zoon elke weekdag om zeven uur 's morgens naar Eindhoven en komt hij hem 's avonds halen. Moeder Evens steunt haar man, die het zelf als voetballer nooit ver geschopt heeft en leraar is geworden. "Het is pas sinds een jaar of twee dat ik ben gaan beseffen wat mijn ouders allemaal voor mij gedaan hebben. Ik bedank hen op mijn blote knieën voor de ongelooflijk warme jeugd die ze mij gegeven hebben." Trainers als Hans Kraay en Ernie Brandts smeden de tiener Evens tot centrale verdediger/ verdedigende middenvelder. Hij speelt dan in het tweede elftal van PSV. Op zijn zeventiende haalt Aimé Anthuenis hem naar Racing Genk. Hij traint mee in de A-kern met kleppers als Branco Strupar en Souleymane Oulare, maar komt nooit aan spelen toe in het eerste elftal. "Ook dat was een moeilijke periode. Ik zat daar als jongeling 'in de fleur van de fladder' tussen al die mannen die over hun kinderen aan het praten waren." Na een tussenstop bij Patro Maasmechelen, waar hij wordt omgeschoold tot linksback, komt hij als 21-jarige bij "de Hollanders van België" terecht : FC Antwerp. Daar speelt hij vijf jaar. Tot Westerlo hem vorig seizoen wegplukt uit 't stad. En met succes : Bernt Evens is niet meer weg te denken uit de eerste ploeg van Westerlo. Evens' voetbalcarrière oogt tot op heden zeker niet slecht. Toch heeft hij het zelf over een carrière van gemiste kansen. Racing Genk, FC Utrecht, Stoke City en een aantal andere clubs stonden aan zijn deur met beloftes, maar nooit werd er iets op papier gezet. "Ik ben geen broekventje meer. Ze maken mijn kop niet meer zot met loze beloftes. Zolang er niks op papier staat, geloof ik het niet."Bij Westerlo heeft Evens het trouwens enorm naar zijn zin. En dat uit zich ook op het veld. Al anderhalf seizoen haalt de 28-jarige Limburger samen met Jefke Delen een hoog niveau op de linkerflank. Tegen Bernt Evens spelen is geen cadeau. Hij mat zijn directe tegenstanders graag af op het veld. "Ik wil de rechtshalf het gevoel geven dat hij rechtsback is." Die goede prestaties blijven niet onopgemerkt. De interesse van andere clubs is er, alleen René Vandereycken schijnt te denken dat er in de Belgische competitie geen goeie linksbacks zijn : tegen Polen stelde hij centrale verdediger Thomas Vermaelen op als linksback. "Toen hij bondscoach is geworden, zagen veel Belgische voetballers dat als een nieuwe kans. Ik ook. Maar het is nu wel duidelijk dat hij altijd voor dezelfde namen kiest. En ja, hij is de baas, dus moet ik me daarbij neerleggen. Je moet daar realistisch in zijn : ik concentreer mij volledig op Westerlo." Zijn ploegmaat Patrick Ogunsoto schreef onlangs een brief naar de voetbalbond omdat Zulte Waregemverdediger Stefan Leleu hem tijdens de wedstrijd Zulte Waregem-Westerlo aap genoemd zou hebben. Op de vraag of hij zelf wel eens iets naar een tegenspeler roept, antwoordt Evens beslist : "Nooit ! Als het een speler is die ik goed ken, zal ik hem wel eens een duwtje geven of zo, maar ik ben zeker niet de verdediger die zijn tegenspeler de huid vol zal schelden. En het kan mij ook niks schelen wat er tegen mij gezegd wordt." Wat zijn tegenspelers zeggen, deert hem niet, maar als de supporters het op hem voorzien hebben, kan zijn potje wel eens overkoken. Als reactie op de kwetsende spreekkoren tijdens de wedstrijd Germinal Beerschot-Westerlo ging Evens zelf over de schreef door zijn middelvinger op te steken naar de GBA-fans. Het leverde hem bijna een boete van vijfduizend euro op, maar uiteindelijk ging hij vrijuit. "De supporters van Antwerp zijn een ras apart. Als we met Westerlo verliezen, zijn de fans natuurlijk teleurgesteld, maar ze drinken hun pintje en gaan dan naar huis. Als we destijds met Antwerp verloren, hoho, dan durfden sommige spelers niet meer naar buiten uit schrik voor de represailles van de supporters. Antwerpenaren zijn gewoon heel emotionele supporters. Dus ja, ik begrijp wel dat ze me negentig minuten hebben uitgemaakt voor het zwart van de straat, maar op dat moment was het voor mij gewoon te veel. Ik bedoel : niet alleen mijn moeder en mijn familie moesten eraan geloven, maar ook bepaalde mensenrassen, en dat vind ik erover." Evens heeft zijn lesje geleerd, maar de op emoties drijvende voetballer kan niet garanderen dat hij zijn middelvinger de volgende keer op zak laat. "Ik ga in ieder geval twee keer nadenken voor ik nog eens zoiets doe."De overheidscampagne 'Hang de aap niet uit', die kwetsende spreekkoren en racisme uit de voetbalstadions wil bannen, is niet bepaald een eclatant succes. Bernt Evens is voorstander van een andere aanpak. "Bij kwetsende spreekkoren moet er ingegrepen worden. Net zoals een speler een duidelijke straf krijgt als hij op het veld te ver gaat, moeten supporters gestraft worden als ze zich niet gedragen in het stadion." De beste manier om dat te doen is volgens Evens punten afpakken van de clubs. "Als de supporter beseft dat zijn club punten verliest door zijn gedrag, dan zal het rap gedaan zijn."Heeft, ten slotte, Bernt Evens idolen ? "Dan denk ik vooral aan The Prince van Newcastle. Als ik vroeger één voorbeeld had, dan was het wel Philippe Albert : één brok talent, kracht en uitstraling." STEVE VAN HERPE