1. Hoe lang moest je nadenken over het aanbod van boezemvriend Yves Vanderhaeghe om zijn rechterhand te worden?
...

1. Hoe lang moest je nadenken over het aanbod van boezemvriend Yves Vanderhaeghe om zijn rechterhand te worden? 'Eigenlijk niet zo heel lang. Nadat Yves me vroeg of hij mij mocht betrekken bij zijn plan om voor te leggen aan het bestuur van Cercle Brugge, belde ik met Jacky Mathijssen en Roberto Martínez. Ze begrepen mijn vraag, maar wilden graag dat ik aan boord bleef bij hun project. Roberto vond het zelfs goed om beide jobs te combineren. Het leek hem een juiste stap om verder te evolueren, door dagelijks voor een spelersgroep te staan, trainingen voor te bereiden en uit te schrijven. Dat is veel intenser dan elke twee maanden een stage te hebben en tussendoor scoutingswerk uit te voeren. Die leerschool werd me dus gegund. Roberto vond dat ik daardoor later nog een betere coach kan worden.' 2. Jullie trokken de vereniging over de streep met 14 op 27 en realiseerden zo het behoud in 1A. Wat verbaasde je uiteindelijk het meest? 'Dat ik veel moest herhalen en oefeningen opnieuw moest uitleggen. Soms twee tot drie keer, omdat heel wat spelers moeite hadden met concentratie en wij als technische staf constant hamerden op zaken die we absoluut wilden terugzien. Zoals het benadrukken van positivisme, zelfs als er iemand een foutje maakte of een verkeerde actie deed. Die teleurstelling moest snel weg. Maar ook realisme tonen en er collectief blijven voor gaan, zelfs als het eens wat moeilijker ging. Alleen zo konden we resultaatgericht voetballen. Daar hebben we toch sterk op ingezet. Ze moesten leren meedenken met de coaches, maar we moesten die jonge groep eerst bij de hand nemen.' 3. Binnenkort trekken jullie met de technische staf naar AS Monaco om daar jonge beloften te observeren en trainingen te geven in functie van volgend seizoen. Zinvol? 'Absoluut. Het is altijd interessant om daar wat knowhow te gaan opsteken over hun professionele werkwijze. Ze hebben met Niko Kovac een coach die toch zelf op internationaal niveau speelde. Hun sportief directeur kent het reilen en zeilen van een organisatie en daarnaast hebben ze nog een hele batterij aan andere experten. Wat die talenten betreft: we hopen natuurlijk straks weer te kunnen beschikken over jonge profs zoals Pavlovic, Marcelin of Musaba, mannen met een directe meerwaarde. Maar we zullen ook kansen blijven geven aan talentvolle Belgen met potentie. Die zullen nog fouten maken, maar ze hebben daar recht op. Wij moeten het alleen trachten te beperken en hen verder goed opleiden.' 4. Je speelde zelf tot je 38e bij Zulte Waregem. Welke tip geef je Olivier Deschacht als 40-jarige: stoppen of toch nog een jaartje doorgaan? 'Goh, dat moet je heel individueel bekijken. Als Oli zich nog fit voelt, hij gemotiveerd is om verder te doen en geen last heeft van blessures of van de recuperatie na trainingen en wedstrijden, why not? Je moet daarvoor niet alles spelen. Ook vanaf de bank of als mentor voor de jongere elementen kan hij een bepaalde rol vervullen. Hij moet vooral plezier blijven vinden in het trainen en spelen. En daarvoor moet je fysiek op punt staan. Ik moest afhaken omdat ik tegen mezelf vocht en te veel pijn ondervond. Ik haal nu ook voldoening uit het coachen. Zeker als je doelstellingen kan inlossen. Dat geeft evenveel tevredenheid, hoor.' 5. Hoe stond je, gezien je verleden bij Feyenoord en Glasgow Rangers, tegenover de Super League en is voor Cercle Brugge toekomstgewijs een BeNeLeague interessant? 'Ik vond de quote van Kevin De Bruyne heel treffend. Hij benadrukte van een klein Belgisch dorpje te komen en dat hij als jonge gast droomde om te spelen over de hele wereld. Kevin realiseerde het, net als ik in de Champions League. Daarvoor wil je profvoetballer worden. Maar Club-Cercle, of STVV-Genk, dergelijke derby's kunnen nooit tippen aan bijvoorbeeld een duel tussen Heerenveen en Cercle. Misschien kan een BeNeLeaguebekervariant een goeie kwalitatieve test zijn?'