De verglijdende tijd leidt sommige mannen weer naar hun geboortegrond. En zo trok Christophe Grégoire (34, ex-speler van FC Seraing, FC Liégeois, Excelsior Mouscron, Anderlecht, AA Gent, Willem II en Charleroi) terug naar het mooie land van Tchantchès, de folkloristische figuur uit de Luikse wijk Outremeuse. Hij woont er met zijn vier schatten, vrouw Camille en de kinderen Loam, Yanis en Leni, in een huis op een helling die hoog uitkijkt op Seraing. Nadat hij in 2003 bij Charleroi de voetbalschoenen aan de haak hing, is hij niet in het spreekwoordelijke zwarte gat gevallen.
...

De verglijdende tijd leidt sommige mannen weer naar hun geboortegrond. En zo trok Christophe Grégoire (34, ex-speler van FC Seraing, FC Liégeois, Excelsior Mouscron, Anderlecht, AA Gent, Willem II en Charleroi) terug naar het mooie land van Tchantchès, de folkloristische figuur uit de Luikse wijk Outremeuse. Hij woont er met zijn vier schatten, vrouw Camille en de kinderen Loam, Yanis en Leni, in een huis op een helling die hoog uitkijkt op Seraing. Nadat hij in 2003 bij Charleroi de voetbalschoenen aan de haak hing, is hij niet in het spreekwoordelijke zwarte gat gevallen. "Bij Charleroi heb ik het een en het ander meegemaakt", steekt hij van wal. "Ik kwam van Willem II en ik had twee weken training nodig voor ik de competitie kon hervatten. Maar voorzitter Abbas Bayat verplichtte me al te debuteren voor de Carolo's... drie dagen nadat ik mijn contract had getekend. Bovendien gunde hij me geen tijd om een blessure te laten genezen en eiste hij dat ik zou spelen. Een catastrofe. Door Bayat heb ik nadien nooit meer aan honderd procent kunnen voetballen. Op het einde van dat seizoen degradeerden de Zebra's naar tweede klasse. De aanbiedingen die ik van Eupen en Visé kreeg, waren onvoldoende. Het wachten beu ben ik toen gestopt met profvoetbal." Na elf jaar die helemaal in het teken van de bal stonden, neemt Grégoire dan eindelijk wat tijd voor zijn familie. Hij geniet van de uren die hij met zijn kinderen doorbrengt. Zijn vrouw volgt cursussen tekenen en schilderen aan de Academie voor Schone Kunsten. Telkens als ze kunnen, trekken ze naar hun buitenverblijf in het Franse Valence, tussen Lyon en Avignon. "Mijn vrouw is Française en we hadden ooit plannen om in het zuiden te gaan wonen, maar door het voetbal zijn die uitgesteld moeten worden", legt hij uit. Hij voetbalde nog voor zijn plezier bij Royal Sprimont Comblain Sport in derde klasse B, tot voorzitter Vincent Prégardien hem vorig seizoen vroeg om Didier Ernst op te volgen als hoofdcoach. De club uit de groene regio ten zuiden van Luik is ambitieus, ze wordt gesteund door Sprimoglass, de ruitenfabriek van de voorzitter. "Het is de bedoeling om op een dag naar tweede klasse te gaan", legt Grégoire uit. "Ook al trainen we nu vier keer per week, er is toch nog een flinke kloof met die reeks. Eind vorig seizoen promoveerde Woluwe-Zaventem met de vingers in de neus en nu dragen ze in tweede de rode lantaarn, dat zegt genoeg." De spelers van Sprimont, dat meer en meer een slaapstad van Luik wordt, kennen zeker de hoogtepunten uit de loopbaan van coach Grégoire. Wanneer hij herinneringen ophaalt, blijven de namen van twee clubs hem op de lippen liggen: Excelsior en Gent. "L'Excel, dat was één grote familie", besluit hij. "Ik kon me geen betere club dromen om in eerste klasse te debuteren. In Gent nam ik een nieuwe start onder Georges Leekens en Trond Sollied. Dat had ik nodig na een moeilijke tijd bij Anderlecht. Ik werd aangetrokken door Hugo Broos, die al snel werd vervangen door Frank Vercauteren en die had alleen maar oog voor Bart Goor. In Gent kreeg ik een nieuwe kans, ik heb uitstekende herinneringen aan voorzitter Ivan DeWitte." De eindejaarsfeesten naderen met rasse schreden, op de boomtakken ligt rijp. Hier weet men beter dan waar ook dat het droge hout op tijd binnengehaald moet worden. Bij de Grégoires knetteren de houtblokken in de open haard en geurt de dampende koffie de bezoeker tegemoet. DOOR PIERRE BILIC