Wat verweesd voelt Frankrijk zich. Zinédine Zi- dane, de beste Franse voetballer van alle tijden, heeft een streep onder zijn loopbaan getrokken. Daarmee zijn de Fransen beroofd van een van hun helden, jarenlang hebben ze hem gekoesterd tot en met verafgood. Maar ontroostbaar wanen ze zich niet. Ze behouden het vertrouwen in de toekomst. En behalve een plaats in de finale bezorgde het WK Frankrijk een nieuwe publiekslieveling. Zijn naam : Franck Ribéry.
...

Wat verweesd voelt Frankrijk zich. Zinédine Zi- dane, de beste Franse voetballer van alle tijden, heeft een streep onder zijn loopbaan getrokken. Daarmee zijn de Fransen beroofd van een van hun helden, jarenlang hebben ze hem gekoesterd tot en met verafgood. Maar ontroostbaar wanen ze zich niet. Ze behouden het vertrouwen in de toekomst. En behalve een plaats in de finale bezorgde het WK Frankrijk een nieuwe publiekslieveling. Zijn naam : Franck Ribéry. Hij is een jongen van het volk. Zijn verhaal is zonderling. En zijn gezicht heeft hij eigenlijk niet mee. Ribéry beantwoordt langs geen kanten aan het prototype van de metroseksuele man, genre David Beckham of Fabio Cannavaro. Integendeel, iemand met zo'n smoelwerk loop je liever niet 's nachts tegen het lijf. Toch heeft heel Frankrijk hem in het hart gesloten. Heel het land, en dan vooral de regio waar hij vandaan komt : het in Frankrijk vaak zo verguisde en misprezen Nord-Pas de Calais. Franck Ribéry groeide op in Boulogne-sur-Mer. Aan de Opaalkust dus, waar Engeland zo dichtbij ligt (28 kilometer) dat het voor het grijpen lijkt. En waar de Noordzee zich versmalt tot het Kanaal. Ribéry stamt niet uit het centrum van de stad. Wel uit de rand ervan, die boven de stad uitklimt, als een bordes. De roots van Ribéry liggen op een plaats waar de ogen zich kunnen verliezen in het vergezicht van de zee. En waar de kranen zich als statige vogels tegen de lucht aftekenen. Boulogne is de vijfde havenstad van Frankrijk. Wie aan Boulogne-sur-Mer denkt als aan een prentbriefkaart, heeft een eenzijdige perceptie van de stad. Waar Franck Ribéry opgroeide, heeft geen toerist wat verloren. De gebouwen van deze buurt, de Chemin Vert, vormen de grauwe horizon van de wijk - " sur le plateau", zeggen ze in Boulogne als ze het over dit desolate kwartier hebben. Aan deze roestbruine cités is de schoonheid van de zee niet besteed. De straten zijn slecht onderhouden en soms amper geasfalteerd. Ze trekken sombere strepen tussen de bouwvallige huurflats, daartussen happen lappen braakliggend terrein naar adem. Jongetjes voetballen er, ze spelen de matchen van Les Bleus na. "Ik zal je eens tonen hoe Zidane die bal aan Thierry Henry gaf", schreeuwt een van de knapen. "Zidane kan me geen bal schelen", kaatst een andere jongen rauw terug. "Ribéry is de beste !" De nieuwe ster van het Franse voetbal, het is uit dit universum van puin en verval dat hij oprees. Hier kende Ribéry zijn eerste problemen, hij was toen 2 jaar. Een verkeersongeval of een misvorming bij zijn geboorte - de versies lopen uit elkaar. Feit is dat hij op die leeftijd aan zijn kaak werd geopereerd. De ingreep tekende levenslang zijn gezicht, levenslang veroordeeld tot een variant op Scarface. Maar hier was het ook dat hij zijn dribbels uitprobeerde. Transition heet de cité, dat betekent : overgang. Wat Franck Ribéry betreft, heeft deze stadswijk zijn naam niet gestolen. De kleine Franck Ribéry sloot zich aan bij FC Conti, het clubje uit deze stadswijk. Ze speelden hun wedstrijden in de schaduw van het flatgebouw waar hij woonde, logisch dus dat hij daar zijn eerste stappen zette. Ribéry liep er het voetbalvirus op, maar hij bleef er niet lang. Hij week uit naar een andere club, wat verder langs de Chemin Vert gelegen. Bij Aiglons zong hij het vijf jaar lang uit. "Dat speciale karakter had hij toen al", verzekert Pascal Bonvalet, zijn trainer van toen. "Niet dat we over hem te klagen hadden. Hij verscheen stipt op de trainingen en je kon zien dat hij zich amuseerde. Tot op zekere hoogte tenminste. Omdat hij zoveel talent uitstraalde, liet ik hem dikwijls wat langer blijven. Dat viel niet altijd in goede aarde. Hij begreep niet waarom zijn vrienden mochten vertrekken en hij diende te blijven. Op straat zag je hem omzeggens nooit zonder een bal aan de voet. Toen ze hem op school vroegen wat hij later wilde worden, antwoordde hij onveranderlijk : voetballer." Pascal Bonvalet steekt niet weg dat hij trots is op het succes van Ribéry. En hij voegt er graag aan toe dat nog twee andere spelers van Aiglons op een hoger niveau zijn doorgebroken. Eén bereikte met Calais de kwartfinale van de beker van Frankrijk, de andere schopte het tot in de nationale reeksen (de derde klasse, bij US Boulogne). "Dat Franck de nationale ploeg van Frankrijk zou halen, kon natuurlijk niemand voorspelen. Maar dat hij de mogelijkheden bezat om tot in de eerste klasse door te stoten, lag er wel vingerdik op. Al de kwaliteiten die hij nu toont, bezat hij al op jonge leeftijd. Nog vóór hij naar het opleidingscentrum van Lille vertrok. Bij de pupillen blonk hij uit door zijn snelheid, zijn techniek en zijn uithouding. Hij was altijd de beste van zijn ploeg. Als ik hem nu bezig zie, herken ik nog altijd de jonge Ribéry. Ook op jonge leeftijd kon hij alles al. Ik heb hem een half seizoen lang als libero uitgespeeld. Ik herinner me een match tegen Duinkerken. Hij had zijn positie verlaten, dribbelde zich voorbij zeven of acht spelers en scoorde. Ribéry was voor de top geboren. Daar te raken was een simpele kwestie van tijd en een beetje geluk."Toen Franck Ribéry 14 jaar was, werd hij opgemerkt door José Pereira, de trainer van het eerste elftal van Aiglons. Die nam hem mee naar het opleidingscentrum van Lille. "Mijn zoon speelde daar al", vertelt Pereira. "Ik stelde de directeur van het centrum voor om Franck eens te testen. Hij is daar een week gebleven en dat bleek ruimschoots voldoende om iedereen te overtuigen. Ik heb met zijn ouders gesproken, ze vonden het goed dat hij naar Rijsel vertrok. Ze zagen het als een buitenkansje." Na drie jaar werd het verblijf van Franck Ribéry bij Lille abrupt afgebroken. Pereira : "Wat wil je ? Toen hij nog maar veertien was, had Franck al van niets of niemand schrik. Hij kwam tegen alles en iedereen in opstand. Het ultralichtontvlambare type, quoi. Als voetballer stak hij ver boven de middelmaat uit. Maar hij bleef een jongen van de straat en hij kreeg de straat in zichzelf niet kwijt. Franck had alleen maar de rauwe kant van het leven gekend. Ineens moest hij regels accepteren, moest hij discipline opbrengen. Dat was geen gemakkelijke omschakeling. Zijn resultaten op school waren barslecht. Hij wou ook helemaal niet naar school gaan, hij zag daar het nut niet van in. Er interesseerde hem maar één zaak : voetballen. Jacques Santini was in die periode coach van het A-team van Rijsel. Hij kende Ribéry. Dat was de jongen die na zijn eigen trainingen naar de trainingen van de eerste ploeg afzakte om daar verloren ballen op te halen." Er was echter geen houden aan. Zijn gebrek aan discipline op school liet maar één beslissing over : Franck Ribéry werd uitgesloten van het opleidingscentrum. Een episode vol twijfel en ellende brak aan. Op 17-jarige leeftijd keerde hij terug naar Boulogne. Daar vond Ribéry vlug zijn weg naar het eerste team van US Boulogne. "We zagen meteen dat hij veel techniek in huis had", herinnert Joël Duchêne, de toenmalige trainer, zich. "En het was ook een vechter. Een doorbijter." Een eerste profcontract werd hem voorgeschoteld bij Alès, maar enkele maanden later stond hij daar terug omdat hij niet betaald werd. "Hij heeft moeten leren aanklampen", getuigt Bonvalet. "Franck gaf er zich rekenschap van dat zijn kwaliteiten als voetballer niet volstonden. Toen hij met hangende pootjes terugkwam van Alès, dachten we dat hij nooit meer op het hoogste niveau zou voetballen. Hij begon zelfs te werken, samen met zijn vader, een arbeider. Drie maanden lag trokken ze samen op. Openbare werken, dat was hard labeur. Zo afgepeigerd kwam Franck van zijn werk thuis dat hij om zeven uur 's avonds ging slapen. Het is geen alledaags verhaal. Zoals de meeste topvoetballers is Franck Ribéry langs een opleidingscentrum gepasseerd, maar daar houdt dan ook alle gelijkenis op. Ribéry brak dus niet, zoals de meesten, door bij het A-team van de club van zijn opleidingscentrum. Geen nationale jeugdselecties voor hem. Hij lag in de goot, zo simpel is het."José Pereira laat zich in dezelfde zin uit. "Als je in een opleidingscentrum buiten wordt gegooid, gaan er veel deuren voor je dicht. Dan is het uiterst moeilijk om weer aan de oppervlakte te verschijnen. Ik ken niet veel voetballers die daarin geslaagd zijn."Franck Ribéry verliet Boulogne opnieuw en deze keer raakte hij echt gelanceerd. Eerst bij Brest, waar hij de titel van beste passeur binnenhaalde en indruk maakte op Jean Fernandez die hem binnenloodste bij Metz. Het sprookje was begonnen. In juli 2004 debuteerde Franck Ribéry in de Franse eerste klasse. En hij miste zijn debuut niet, werd verkozen tot de beste speler van de maand augustus. De hele heenronde lang speelde hij de pannen van het dak, de belangstelling voor Ribéry overschreed de grenzen van Frankrijk. Halfweg het kampioenschap, en alweer leider in het klassement van de assists, verhuisde hij naar Galatasaray. Intussen was hij getrouwd met een Algerijnse, een meisje uit een wijk naast La Transition, en ze had hem tot de islam bekeerd. Dat charmeerde de Turken uitermate. Toch bleef zijn eerste buitenlandse avontuur van korte duur. Hij vertrok uit Turkije, een gevolg van laattijdige uitbetalingen. Retour en France. In juli 2005 begint hij bij Olympique Marseille. Niks kan Ribéry dan nog tegenhouden in de verwezenlijking van zijn jongensdroom. In mei van dit jaar wordt hij voor het eerst geselecteerd voor de nationale ploeg van Frankrijk. Een paar maanden later neemt hij met Les Bleus deel aan het WK. Daar fungeert hij als de joker van het team. Ribéry belichaamt het nieuwe elan dat de Fransen moeten vinden om van hun WK een succes te maken. Zijn eerste wedstrijd als titularis, tegen Zwitserland, slaat Ribéry niet echt gensters. Maar in de cité waar hij opgroeide, slaan de vonken wel al over. De werkloosheidsgraad bedraagt er 60 procent. In al die ellende vertegenwoordigt het lot van Ribéry een schijnsel van hoop. La Transition, met zijn twaalf- à vijftienduizend inwoners, leeft er helemaal van op. Bij het begin van het WK worden in de wijk twee reuzenschermen geïnstalleerd. Ineens staat de buurt in vuur en vlam. "Ribéry op het WK, dat heeft hier alles veranderd", grijnst Jean-Claude Vigreux, die in dit deel van Boulogne de bar-tabac Le Fontenoy uitbaat. "Zijn prestaties krikken de waarde van de hele wijk op. We trekken ons aan hem op, hij geeft ons iets wat we nooit kenden : zelfrespect. Want we worden hier meestal scheef bekeken. Ik wil deze buurt niet vergelijken met de banlieues van Parijs. Zo erg is het niet. Maar rooskleurig ziet het leven er hier doorgaans niet uit. De jongste weken heerst er hier echter een feeststemming. Er is meer ambiance dan in 1998 en toen waren we nochtans wereldkampioen. Dat heeft allemaal te maken met Franck. Met Ti Franck zoals we hem hier nog altijd noemen." La Transition is niet meer hetzelfde. "Niet te geloven hoeveel impact Franck Ribéry op de jongeren van hier heeft", zegt Duchêne. "We hebben nu onze eigen Zi- dane." "Heel Frankrijk dweept met Ribéry", voegt Bovalet eraan toe. "En hij heeft zijn afkomst nooit verloochend. In het centrum van Boulogne vonden ze de omgeving van de Chemin Vert een schande voor de stad. Maar nu investeren ze in onze buurt. De stad liet twee reuzenschermen plaatsen voor de eerste WK-wedstrijd van Frankrijk en ze organiseerden hier een barbecue, voorafgegaan door een voetbalmatch tussen de vips van de stad en de jongeren van onze cité. Dat had niemand zich voor een paar maanden durven in te beelden. Wat zo mooi is : je ziet dat zijn populariteit het karakter van Franck niet verandert. Hij blijft een gast van bij ons, een jongen van het gewone volk. Ik denk dat hij vooral daarom zo in de smaak van iedereen valt. Ik hoor de mensen van La Transition zeggen : het had mijn broer of mijn zoon kunnen overkomen. Het is bijna zoals winnen op de lotto. Het kan iedereen overkomen. Iedereen identificeert zich met het succes van Franck." Boulogne gaat helemaal op in de Ribérymania. De nieuwste mediahype begint sommigen op de heupen te werken. "Over Ribéry is nu wel stilaan alles gezegd. TF1, Libération, France 2, L'Equipe : ze zijn hier allemaal gepasseerd." De meerderheid van de bewoners van Boulogne geniet echter met volle teugen van de publiciteit die hun stad krijgt. De affiches, die aankondigden dat de wedstrijd tegen Portugal op een groot scherm in de stad zou worden uitgezonden, hangen nog aan alle bushokjes en in alle uitstalramen. Voor de wedstrijden tegen Portugal en Brazilië zakte de hele buurt van de Chemin Vert af naar het centrum van de stad. Daar stonden reuzenschermen opgesteld naast Nausicaa, het nautische park van de stad. Meer dan zevenduizend mensen kwamen op die plek het festival van Ribéry bijwonen. Velen gehuld in het shirt van Les Bleus, voorzien van rugnummer 22. Telkens als Ribéry in beeld verscheen, begon de menigte te tieren. Na de wedstrijden werd de stad verlicht door Bengaals vuur en vuurwerk. Dan keerde de massa terug naar La Transition en spoelde over de stoepen en straten, en claxons toeterden door de nacht van Boulogne. Zijn ouders, zuster en twee broers zijn verhuisd naar een andere wijk, maar dichtbij. Maar zijn neven en nichten wonen nog altijd in La Transition. "Met Kerstmis is Franck hier zijn familie komen groeten", vertelt Jean-Claude Vigreux. "En hier is hij in december getrouwd. Hij heeft toen een zaal in de cité afgehuurd. En hij nodigde tien jongeren uit de wijk uit op het WK. Alles op zijn kosten." Nee, Ribéry is Boulogne niet vergeten. STéPHANE VANDE VELDE