Het is donderdagmiddag en in Kortrijk is het weer tijd voor het wekelijkse persmoment. Het is 19 september 2019, vier dagen na de wedstrijd in Moeskroen en één dag voor de komst van KV Mechelen, en in de gammele containerkantoren langs het oefenveld van het Guldensporenstadion gaat Yves Vanderhaeghe veel feller te keer dan anders. Voor de competitie van start ging, werd zijn ploeg getipt als grootste kanshebber om de revelatie te worden, maar op het veld was dat nog maar zelden te zien. Na een wisselvallige seizoensaanvang, met als uitschieter de 4-2-thuiszege tegen Anderlecht, is op Le Canonnier het alarm afgegaan en de coach windt er dit keer dan ook geen doekjes om: het was een les in bescheidenheid waarbij zijn team in alle facetten van het voetbal tekortkwam.

Vanderhaeghe vraagt zich af of een coach tegenwoordig geen emotie meer mag tonen langs de lijn.

Toen hij vorig seizoen na de heenronde bij KV Kortrijk Glen De Boeck opvolgde, was onder zijn voorganger het voetbal wel goed maar niet efficiënt genoeg geweest, was de conclusie. Hij pleitte voor meer realisme, 'geen driehoekjes meer op de rand van het eigen strafschopgebied', directer voetbal en beter aansluitende linies. Onder zijn leiding won de ploeg snel aan standvastigheid: van de 12e plaats met 16 op 45 ging het in de reguliere competitie naar de 8e plaats met 43 op 90. In play-off 2 werd de finale bereikt (en nipt verloren van Charleroi). Dit seizoen is de uitdaging om met goed voetbal op dat elan verder te gaan. Maar de voortzetting hapert. Tegen Oostende en in Moeskroen zette Vanderhaeghe zelfs Christophe Lepoint op tien, een fysieke en kopbalsterke speler op de positie van offensieve middenvelder. Het doel daarvan was duidelijk: duels winnen. Onze opmerking daarover op het persmoment van 19 september 2019 ontlokte bij hem toen de cynische reactie dat Lepoint zich tegen Moeskroen blesseerde en dat er tegen Mechelen wel 'een voetballer' op tien zou staan. Maar na twee nieuwe nederlagen, tegen Mechelen (2-3) en in Gent (2-0), en 8 op 27 was het toch weer met Lepoint op tien dat KV Kortrijk net voor de interlandonderbreking tegen STVV de frustraties van zich afspeelde.

DRIVE

Het kenmerkt het strijdershart van Yves Vanderhaeghe. Hij is een voetbalbeest, hij houdt en geniet van goed voetbal, maar bovenal is hij iemand die het haat om te verliezen. Wanneer hij destijds als speler van Anderlecht en de Rode Duivels op technisch vlak werd ondergewaardeerd, kwam dat door zijn loopstijl en zijn winnaarsmentaliteit, door de wilskracht en de verbetenheid waarmee hij voetbalde. Dat kenmerkt tegenwoordig ook zijn discours als coach: altijd wel voldoende aandacht en zorg voor de constructie van het spel, maar minstens evenveel voor de energie die erin wordt gestoken.

In zijn periode bij KV Oostende ontstond zo de uitdrukking ' faire un Yveske', wat aanvoerder Sébastien Siani toen ooit met de glimlach omschreef als ' casser le pied avec le sourire'. Het is een boutade voor bereid zijn om alles te doen wat nodig is om te kunnen winnen. Om diep te gaan en niet altijd alles per se proper en op techniek te willen oplossen. Om je mentaal en fysiek te laten gelden in duels. Om je aan te passen aan de omstandigheden en doortastend te blijven handelen. Het gaat hem om de scherpte, de intensiteit en de grinta om de bal af te pakken en die in het doel van de tegenstander te krijgen. Alles staat of valt met de drive, de goesting, de gretigheid, de gezonde agressiviteit, de nijdigheid om het verschil te maken, luidt zijn credo met gebalde vuist. Het is die mentaliteit die hij elke dag van zijn spelers wil zien.

Yves Vanderhaeghe krijgt een gele kaart van scheidsrechter Christof Dierick., BELGAIMAGE - KURT DESPLENTER
Yves Vanderhaeghe krijgt een gele kaart van scheidsrechter Christof Dierick. © BELGAIMAGE - KURT DESPLENTER

Opvallend is dat wat hij nu soms zegt te missen in zijn team doet denken aan wat zijn voorganger een jaar geleden al aangaf: mentale sterkte, persoonlijkheid, zichzelf pijn durven doen. Een gebrek aan ervaring is het niet, want de gemiddelde leeftijd van het elftal dat hij in Moeskroen opstelde bedroeg meer dan 28 jaar. Toch moet hij vaststellen dat wanneer de tegenstander agressief druk zet, voor elke bal bikkelt en snel speelt er niet veel meer overschiet van het spel van zijn ploeg. Dat er geaarzeld wordt en er achteruitgelopen wordt en dat er geen initiatief meer genomen wordt. Dat de focus en het vertrouwen verminderen en het logische voetbal verdwijnt. Hij benadrukte het al vaak: schiet desnoods de bal gewoon vooruit en vecht voorin het fysieke duel uit. Dat hoort erbij, zeker in de Jupiler Pro League, betoogt hij dan. 'Want in de gemiddelde wedstrijd is er toch maar een fase of zes waarin je goed voetbal ziet.' Daarom kiest hij soms voor meer kracht, om meer onverzettelijkheid en stabiliteit in zijn team te krijgen.

WOEDE

Behalve 'het onnodige puntenverlies' van zijn ploeg irriteert het Vanderhaeghe ook dat hij door zijn temperament langs de lijn een reputatie krijgt die hij volgens hem als persoon niet verdient, 'omdat iedereen die mij kent weet dat ik een sociale kerel ben, iemand met wie je kunt praten en die beseft dat missen menselijk is'. Hij vraagt zich af of een coach tegenwoordig dan geen emotie meer mag tonen.

Het grootst was zijn woede vorig seizoen op het einde van de finale van play-off 2. Toen bij een 1-2-achterstand twee spelers van Charleroi tegen elkaar knalden en Kristof D'haene aan de linkerkant vrij was om voor te zetten met een 4-3-meerderheidssituatie voor doel, maar scheidsrechter Jonathan Lardot warempel fout tegen Kortrijk floot. Vanderhaeghe sprong zowat uit zijn vel en werd voor protest buiten zijn zone naar de tribune verwezen, waar hij van colère een hekje bijna uit de hengsels gooide. Dit seizoen kreeg hij tegen KV Oostende geel omdat hij uit frustratie een plastiekje wegschopte nadat Kristof D'haene in de slotfase bij een 2-1-voorsprong een onnodige strafschopfout beging (en daardoor weer twee punten te grabbel werden gegooid). Grote ogen trok hij toen een scheidsrechter hem zei dat hij hem al lang kent. Daarop vroeg hij hem of het dan om zijn persoon gaat en niet meer om het nemen van de juiste beslissing. Vanderhaeghe voelt zich geviseerd én, zegt hij: soms weet hij niet goed meer wat hij zijn spelers moet vertellen wanneer tijdens de wedstrijdanalyse blijkt dat er door de arbitrage weer onjuiste en inconsequente beslissingen in hun nadeel werden genomen.

Hij is veel gewoon sinds hij hoofdcoach is. Het begon met play-off 1 met KV Kortrijk en daarna twee keer play-off 1, de bekerfinale en het Europese debuut met KV Oostende. Het was de tijd dat hij veel lof oogstte, dat Franky Van der Elst hem in Sport/Voetbalmagazine een coach voor Club Brugge noemde en Marc Degryse in La Tribune verklaarde dat hij klaar was voor Anderlecht. Maar in zijn derde KVO-seizoen werd hij al in september ontslagen door Marc Coucke. Vervolgens volgde hij bij KAA Gent Hein Vanhaezebrouck op en leidde hij die ploeg na negen speeldagen van de veertiende naar de vierde plaats. Maar het seizoen erna werd hij in oktober alweer ontslagen, met 14 op 30 en een 7e plaats, nadat al langer duidelijk was geworden dat de clubleiding niet hoog met hem opliep. Anderhalve maand later keerde hij terug naar Kortrijk, waar hij vond wat hij in de Ghelamco Arena miste: het vertrouwen van de bazen, beslissingen die niet telkens door de bestuurstop in twijfel worden getrokken, 'wat ook belangrijk is om optimaal te kunnen presteren'. Weer zorgde hij voor een ommekeer. Maar terwijl zijn opvolger in Gent nu met een gevoelig versterkte kern kan werken, zit hij intussen verkrampt in de rechterkolom te spelen. Hij kan het relativeren, zegt hij, zij het doorgaans met een grijns, maar diep in hem brandt de ambitie nog altijd even hevig. Het is een vulkaan die af en toe tot uitbarsting komt.

Vanderhaeghe zette al een paar keer Christophe Lepoint, een fysieke speler, op de positie van offensieve middenvelder. Hier gaat Lepoint een duel aan met Jordan Botaka., BELGAIMAGE - KURT DESPLENTER
Vanderhaeghe zette al een paar keer Christophe Lepoint, een fysieke speler, op de positie van offensieve middenvelder. Hier gaat Lepoint een duel aan met Jordan Botaka. © BELGAIMAGE - KURT DESPLENTER

TEAMSPIRIT

Zijn keuze voor meer kracht werd niet elke keer een succes. Tegen KV Mechelen wisselde hij centraal achterin Brendan Hines-Ike voor Nihad Mujakic, die hij vooraf omschreef als niet de meest verfijnde voetballer maar wel een scherpe verdediger. De Bosnische belofte-international maakte bij zijn competitiedebuut evenwel niet zo'n beste beurt met medeplichtigheid aan twee van de drie tegendoelpunten die tot de eerste thuisnederlaag leidden: bij het eerste laat hij Dante Vanzeir een flankvoorzet binnentikken en bij het tweede wordt hij voor de eigen zestien meter door Rob Schoofs gepasseerd met een panna. In AA Gent stond Hines-Ike weer in de ploeg. Daar hield KV Kortrijk bijna een uur stand, meer niet, maar toen liet Fraser Hornby op een hoekschop Michael Ngadeu los en was voor de thuisploeg de ban gebroken. Ook de rechtsachter gaf nog niet altijd voldoening: omdat Lucas Rougeaux na zijn lange afwezigheid wegens een voorste kruisbandoperatie nog niet zijn beste niveau haalde, begon Vanderhaeghe daar met Petar Golubovic. Maar intussen staat daar nu toch weer Rougeaux, een ex-centrumverdediger, de grootste en verdedigend de sterkste van de twee.

Op het middenveld is het met goeie voetballers als Hannes Van Der Bruggen, Julien de Sart, Elohim Rolland en Abdul Ajagun (en zonder een echte defensieve middenvelder) waken over het evenwicht. Voorin is het na het vertrek van Teddy Chevalier, Felipe Avenatti en Idir Ouali zoeken naar een nieuwe combinatie. Hun vervangers zijn de snelle flankspelers Eric Ocansey, van wie zijn schuchterheid als een rem op zijn ontwikkeling wordt ervaren, Faïz Selemani, die nog niet speelgerechtigd is; en de pas twintig geworden, van Everton gehuurde targetspits Fraser Hornby van 1,95 meter en 85 kilogram. Met ook nog Imoh Ezekiel,Jovan Stojanovic en de terugkeer van Ilombe Mboyo en Hervé Kage is de keuze er ruim.

Het verschil met vorig seizoen is dat gevestigde waarden vervangen werden door jonge spelers met groeipotentieel. Tot nu toe speelde KVK doorgaans met een ploeg waarin negen à tien spelers ook vorig seizoen al op de loonlijst stonden. Het is hoe het werkt: terwijl de top zes almaar meer miljoenen neertelt voor versterking, moet een club als KV Kortrijk op zoek gaan naar spelers die transfervrij of spotgoedkoop zijn of gehuurd kunnen worden. De kloof wordt groter, maar de ambitie blijft onveranderd: zolang mogelijk meedoen voor play-off 1. Het komt er voor Vanderhaeghe op aan in moeilijke momenten de rust en het geloof in elkaar te behouden. Dat is een kwaliteit die hem wordt toegedicht: een groep smeden waarin iedereen zich goed voelt en met inzet van al zijn mogelijkheden voor elkaar knokt. Het is een dagdagelijkse uitdaging, zeker wanneer er weinig punten worden gepakt.

PRESENCE

In de voorbereiding op de thuiswedstrijd tegen STVV, 'een wedstrijd die na 8 op 27 moet worden gewonnen', waren de werkpunten organisatie blijven bewaken, snel omschakelen en meer présence in de zestien meter tonen. Vanderhaeghe benadrukte vooral dat hij een over-mijn-lijkmentaliteit en meer smeerlapjes wou zien, 'want zo kan het niet verder'.

Dit keer kreeg hij wat hij vroeg: een ploeg die niet uiteengevallen is, die scherp is en goed kan voetballen, die de nul kan houden en die vlot kan scoren. Met veel voldoening zag hij hoe op speeldag 10 Mboyo bij de openingsgoal de bal recupereerde met een bodycheck. Hoe bij de derde en de vierde goal zijn spelers de strijd in het Truiense strafschopgebied wonnen. Hoe de jonge aanwinst Ocansey met een flits de derde goal voorbereidde en hoe met Hornby een andere jonge aanwinst twee keer scoorde. Al hield Vanderhaeghe er toch aan om achteraf op te merken dat de Schotse belofte-international 'soms nog te braaf is'.

In elk geval staat KV Kortrijk dankzij die zege nu weer dichter bij de top zes dan bij de degradatieplaats. De zesde in het klassement komt zaterdag trouwens op bezoek in het Guldensporenstadion. Dat is het naburige SV Zulte Waregem.

Tijd om nog eens een Yveske te doen.

Het is donderdagmiddag en in Kortrijk is het weer tijd voor het wekelijkse persmoment. Het is 19 september 2019, vier dagen na de wedstrijd in Moeskroen en één dag voor de komst van KV Mechelen, en in de gammele containerkantoren langs het oefenveld van het Guldensporenstadion gaat Yves Vanderhaeghe veel feller te keer dan anders. Voor de competitie van start ging, werd zijn ploeg getipt als grootste kanshebber om de revelatie te worden, maar op het veld was dat nog maar zelden te zien. Na een wisselvallige seizoensaanvang, met als uitschieter de 4-2-thuiszege tegen Anderlecht, is op Le Canonnier het alarm afgegaan en de coach windt er dit keer dan ook geen doekjes om: het was een les in bescheidenheid waarbij zijn team in alle facetten van het voetbal tekortkwam. Toen hij vorig seizoen na de heenronde bij KV Kortrijk Glen De Boeck opvolgde, was onder zijn voorganger het voetbal wel goed maar niet efficiënt genoeg geweest, was de conclusie. Hij pleitte voor meer realisme, 'geen driehoekjes meer op de rand van het eigen strafschopgebied', directer voetbal en beter aansluitende linies. Onder zijn leiding won de ploeg snel aan standvastigheid: van de 12e plaats met 16 op 45 ging het in de reguliere competitie naar de 8e plaats met 43 op 90. In play-off 2 werd de finale bereikt (en nipt verloren van Charleroi). Dit seizoen is de uitdaging om met goed voetbal op dat elan verder te gaan. Maar de voortzetting hapert. Tegen Oostende en in Moeskroen zette Vanderhaeghe zelfs Christophe Lepoint op tien, een fysieke en kopbalsterke speler op de positie van offensieve middenvelder. Het doel daarvan was duidelijk: duels winnen. Onze opmerking daarover op het persmoment van 19 september 2019 ontlokte bij hem toen de cynische reactie dat Lepoint zich tegen Moeskroen blesseerde en dat er tegen Mechelen wel 'een voetballer' op tien zou staan. Maar na twee nieuwe nederlagen, tegen Mechelen (2-3) en in Gent (2-0), en 8 op 27 was het toch weer met Lepoint op tien dat KV Kortrijk net voor de interlandonderbreking tegen STVV de frustraties van zich afspeelde. Het kenmerkt het strijdershart van Yves Vanderhaeghe. Hij is een voetbalbeest, hij houdt en geniet van goed voetbal, maar bovenal is hij iemand die het haat om te verliezen. Wanneer hij destijds als speler van Anderlecht en de Rode Duivels op technisch vlak werd ondergewaardeerd, kwam dat door zijn loopstijl en zijn winnaarsmentaliteit, door de wilskracht en de verbetenheid waarmee hij voetbalde. Dat kenmerkt tegenwoordig ook zijn discours als coach: altijd wel voldoende aandacht en zorg voor de constructie van het spel, maar minstens evenveel voor de energie die erin wordt gestoken. In zijn periode bij KV Oostende ontstond zo de uitdrukking ' faire un Yveske', wat aanvoerder Sébastien Siani toen ooit met de glimlach omschreef als ' casser le pied avec le sourire'. Het is een boutade voor bereid zijn om alles te doen wat nodig is om te kunnen winnen. Om diep te gaan en niet altijd alles per se proper en op techniek te willen oplossen. Om je mentaal en fysiek te laten gelden in duels. Om je aan te passen aan de omstandigheden en doortastend te blijven handelen. Het gaat hem om de scherpte, de intensiteit en de grinta om de bal af te pakken en die in het doel van de tegenstander te krijgen. Alles staat of valt met de drive, de goesting, de gretigheid, de gezonde agressiviteit, de nijdigheid om het verschil te maken, luidt zijn credo met gebalde vuist. Het is die mentaliteit die hij elke dag van zijn spelers wil zien. Opvallend is dat wat hij nu soms zegt te missen in zijn team doet denken aan wat zijn voorganger een jaar geleden al aangaf: mentale sterkte, persoonlijkheid, zichzelf pijn durven doen. Een gebrek aan ervaring is het niet, want de gemiddelde leeftijd van het elftal dat hij in Moeskroen opstelde bedroeg meer dan 28 jaar. Toch moet hij vaststellen dat wanneer de tegenstander agressief druk zet, voor elke bal bikkelt en snel speelt er niet veel meer overschiet van het spel van zijn ploeg. Dat er geaarzeld wordt en er achteruitgelopen wordt en dat er geen initiatief meer genomen wordt. Dat de focus en het vertrouwen verminderen en het logische voetbal verdwijnt. Hij benadrukte het al vaak: schiet desnoods de bal gewoon vooruit en vecht voorin het fysieke duel uit. Dat hoort erbij, zeker in de Jupiler Pro League, betoogt hij dan. 'Want in de gemiddelde wedstrijd is er toch maar een fase of zes waarin je goed voetbal ziet.' Daarom kiest hij soms voor meer kracht, om meer onverzettelijkheid en stabiliteit in zijn team te krijgen. Behalve 'het onnodige puntenverlies' van zijn ploeg irriteert het Vanderhaeghe ook dat hij door zijn temperament langs de lijn een reputatie krijgt die hij volgens hem als persoon niet verdient, 'omdat iedereen die mij kent weet dat ik een sociale kerel ben, iemand met wie je kunt praten en die beseft dat missen menselijk is'. Hij vraagt zich af of een coach tegenwoordig dan geen emotie meer mag tonen. Het grootst was zijn woede vorig seizoen op het einde van de finale van play-off 2. Toen bij een 1-2-achterstand twee spelers van Charleroi tegen elkaar knalden en Kristof D'haene aan de linkerkant vrij was om voor te zetten met een 4-3-meerderheidssituatie voor doel, maar scheidsrechter Jonathan Lardot warempel fout tegen Kortrijk floot. Vanderhaeghe sprong zowat uit zijn vel en werd voor protest buiten zijn zone naar de tribune verwezen, waar hij van colère een hekje bijna uit de hengsels gooide. Dit seizoen kreeg hij tegen KV Oostende geel omdat hij uit frustratie een plastiekje wegschopte nadat Kristof D'haene in de slotfase bij een 2-1-voorsprong een onnodige strafschopfout beging (en daardoor weer twee punten te grabbel werden gegooid). Grote ogen trok hij toen een scheidsrechter hem zei dat hij hem al lang kent. Daarop vroeg hij hem of het dan om zijn persoon gaat en niet meer om het nemen van de juiste beslissing. Vanderhaeghe voelt zich geviseerd én, zegt hij: soms weet hij niet goed meer wat hij zijn spelers moet vertellen wanneer tijdens de wedstrijdanalyse blijkt dat er door de arbitrage weer onjuiste en inconsequente beslissingen in hun nadeel werden genomen. Hij is veel gewoon sinds hij hoofdcoach is. Het begon met play-off 1 met KV Kortrijk en daarna twee keer play-off 1, de bekerfinale en het Europese debuut met KV Oostende. Het was de tijd dat hij veel lof oogstte, dat Franky Van der Elst hem in Sport/Voetbalmagazine een coach voor Club Brugge noemde en Marc Degryse in La Tribune verklaarde dat hij klaar was voor Anderlecht. Maar in zijn derde KVO-seizoen werd hij al in september ontslagen door Marc Coucke. Vervolgens volgde hij bij KAA Gent Hein Vanhaezebrouck op en leidde hij die ploeg na negen speeldagen van de veertiende naar de vierde plaats. Maar het seizoen erna werd hij in oktober alweer ontslagen, met 14 op 30 en een 7e plaats, nadat al langer duidelijk was geworden dat de clubleiding niet hoog met hem opliep. Anderhalve maand later keerde hij terug naar Kortrijk, waar hij vond wat hij in de Ghelamco Arena miste: het vertrouwen van de bazen, beslissingen die niet telkens door de bestuurstop in twijfel worden getrokken, 'wat ook belangrijk is om optimaal te kunnen presteren'. Weer zorgde hij voor een ommekeer. Maar terwijl zijn opvolger in Gent nu met een gevoelig versterkte kern kan werken, zit hij intussen verkrampt in de rechterkolom te spelen. Hij kan het relativeren, zegt hij, zij het doorgaans met een grijns, maar diep in hem brandt de ambitie nog altijd even hevig. Het is een vulkaan die af en toe tot uitbarsting komt. Zijn keuze voor meer kracht werd niet elke keer een succes. Tegen KV Mechelen wisselde hij centraal achterin Brendan Hines-Ike voor Nihad Mujakic, die hij vooraf omschreef als niet de meest verfijnde voetballer maar wel een scherpe verdediger. De Bosnische belofte-international maakte bij zijn competitiedebuut evenwel niet zo'n beste beurt met medeplichtigheid aan twee van de drie tegendoelpunten die tot de eerste thuisnederlaag leidden: bij het eerste laat hij Dante Vanzeir een flankvoorzet binnentikken en bij het tweede wordt hij voor de eigen zestien meter door Rob Schoofs gepasseerd met een panna. In AA Gent stond Hines-Ike weer in de ploeg. Daar hield KV Kortrijk bijna een uur stand, meer niet, maar toen liet Fraser Hornby op een hoekschop Michael Ngadeu los en was voor de thuisploeg de ban gebroken. Ook de rechtsachter gaf nog niet altijd voldoening: omdat Lucas Rougeaux na zijn lange afwezigheid wegens een voorste kruisbandoperatie nog niet zijn beste niveau haalde, begon Vanderhaeghe daar met Petar Golubovic. Maar intussen staat daar nu toch weer Rougeaux, een ex-centrumverdediger, de grootste en verdedigend de sterkste van de twee. Op het middenveld is het met goeie voetballers als Hannes Van Der Bruggen, Julien de Sart, Elohim Rolland en Abdul Ajagun (en zonder een echte defensieve middenvelder) waken over het evenwicht. Voorin is het na het vertrek van Teddy Chevalier, Felipe Avenatti en Idir Ouali zoeken naar een nieuwe combinatie. Hun vervangers zijn de snelle flankspelers Eric Ocansey, van wie zijn schuchterheid als een rem op zijn ontwikkeling wordt ervaren, Faïz Selemani, die nog niet speelgerechtigd is; en de pas twintig geworden, van Everton gehuurde targetspits Fraser Hornby van 1,95 meter en 85 kilogram. Met ook nog Imoh Ezekiel,Jovan Stojanovic en de terugkeer van Ilombe Mboyo en Hervé Kage is de keuze er ruim. Het verschil met vorig seizoen is dat gevestigde waarden vervangen werden door jonge spelers met groeipotentieel. Tot nu toe speelde KVK doorgaans met een ploeg waarin negen à tien spelers ook vorig seizoen al op de loonlijst stonden. Het is hoe het werkt: terwijl de top zes almaar meer miljoenen neertelt voor versterking, moet een club als KV Kortrijk op zoek gaan naar spelers die transfervrij of spotgoedkoop zijn of gehuurd kunnen worden. De kloof wordt groter, maar de ambitie blijft onveranderd: zolang mogelijk meedoen voor play-off 1. Het komt er voor Vanderhaeghe op aan in moeilijke momenten de rust en het geloof in elkaar te behouden. Dat is een kwaliteit die hem wordt toegedicht: een groep smeden waarin iedereen zich goed voelt en met inzet van al zijn mogelijkheden voor elkaar knokt. Het is een dagdagelijkse uitdaging, zeker wanneer er weinig punten worden gepakt. In de voorbereiding op de thuiswedstrijd tegen STVV, 'een wedstrijd die na 8 op 27 moet worden gewonnen', waren de werkpunten organisatie blijven bewaken, snel omschakelen en meer présence in de zestien meter tonen. Vanderhaeghe benadrukte vooral dat hij een over-mijn-lijkmentaliteit en meer smeerlapjes wou zien, 'want zo kan het niet verder'. Dit keer kreeg hij wat hij vroeg: een ploeg die niet uiteengevallen is, die scherp is en goed kan voetballen, die de nul kan houden en die vlot kan scoren. Met veel voldoening zag hij hoe op speeldag 10 Mboyo bij de openingsgoal de bal recupereerde met een bodycheck. Hoe bij de derde en de vierde goal zijn spelers de strijd in het Truiense strafschopgebied wonnen. Hoe de jonge aanwinst Ocansey met een flits de derde goal voorbereidde en hoe met Hornby een andere jonge aanwinst twee keer scoorde. Al hield Vanderhaeghe er toch aan om achteraf op te merken dat de Schotse belofte-international 'soms nog te braaf is'. In elk geval staat KV Kortrijk dankzij die zege nu weer dichter bij de top zes dan bij de degradatieplaats. De zesde in het klassement komt zaterdag trouwens op bezoek in het Guldensporenstadion. Dat is het naburige SV Zulte Waregem. Tijd om nog eens een Yveske te doen.