Na de 4-0-nederlaag in Portugal moet er voor de nationale ploeg nog maar eens een mirakel gebeuren om niet voor de derde keer op rij een groot toernooi te missen. In iedere wedstrijd opnieuw krijgen de Rode Duivels een les in bescheidenheid en worden de pijnpunten op een schrijnende manier blootgelegd. Dat was in Portugal niet anders. Na een roerige week predikte René Vandereycken rust, vertelde alles onder controle te hebben en kondigde aan dat er voor de drie punten gegaan zou worden. Vervolgens stelde de bondscoach één spits op, de bij Anderlecht nauwelijks nog van de bank komende Mbo Mpenza. Vanuit een sterke organisatie moest die in stelling worden gebracht. Daar viel in Lissabon niets van te zien. Deze nationale ploeg is hooguit in staat zic...

Na de 4-0-nederlaag in Portugal moet er voor de nationale ploeg nog maar eens een mirakel gebeuren om niet voor de derde keer op rij een groot toernooi te missen. In iedere wedstrijd opnieuw krijgen de Rode Duivels een les in bescheidenheid en worden de pijnpunten op een schrijnende manier blootgelegd. Dat was in Portugal niet anders. Na een roerige week predikte René Vandereycken rust, vertelde alles onder controle te hebben en kondigde aan dat er voor de drie punten gegaan zou worden. Vervolgens stelde de bondscoach één spits op, de bij Anderlecht nauwelijks nog van de bank komende Mbo Mpenza. Vanuit een sterke organisatie moest die in stelling worden gebracht. Daar viel in Lissabon niets van te zien. Deze nationale ploeg is hooguit in staat zich een tijd goed georganiseerd en goed gegroepeerd te verdedigen. De wedstrijd wordt ondergaan en er wordt gespeculeerd op een counter. Maar vanaf het moment dat Portugal, met zijn cocktail van techniek en explosiviteit, scherp begon te voetballen, was de match in tien minuten gespeeld. Nog maar eens bleek dan dat er op het internationale niveau andere normen gelden dan inzet en mentaliteit. René Vandereycken zoekt zich te pletter om uit het aanwezige materiaal rendement te halen. Maar de Limburger beschikt over voldoende voetbalinzicht om te weten dat hij een hopeloze strijd voert. Voor zichzelf heeft hij het Belgische voetbal al lang geanalyseerd. Verbazend was het hooguit dat Vandereycken heel optimistische taal sprak toen hij het roer van Aimé Anthuenis overnam. Die had ook een lange maar vergeefse zoektocht ondernomen naar de juiste patronen. In de eindeloze reeks voorbeschouwingen op deze interland stelde Jan Boskamp dat het de schuld is van de trainers als de nationale ploeg basiskwaliteiten mist. Hij legde daarmee de vinger op de wond. Belgische voetballers worden in hun club niet beter. Daarvoor moeten ze naar het buitenland, waar ze, omringd door sterke persoonlijkheden, mee omhoog worden gezogen. Vanaf het moment dat ze weer naar hier komen, zakt het niveau. Daniel Van Buyten is daar een schoolvoorbeeld van. Aan de zijde van een leider als de Braziliaan Lucio blijft hij bij Bayern München probleemloos overeind, maar omringd door middelmaat devalueert hij bij de Rode Duivels tot een meeloper en grossiert, zoals ook in Lissabon, in individuele fouten. Het is en blijft het drama van het Belgische voetbal : er zijn veel voetballers die in een goed geoliede ketting kunnen meedraaien, maar geen spelers die bij machte zijn het niveau op te trekken. Op het hoogste niveau word je dan weggeblazen. Wie zich desondanks nog aan de mathematische kans om het EK te halen vastklampt, leeft in een wereld van valse illusies. Steeds heet het in crisismomenten dat het tijd is voor bezinning. Maar welke bezinning ? Al jaren weerklinkt dan dezelfde klaagzang en wordt dezelfde diagnose gesteld. Het is een eeuwig vervolgverhaal. Telkens opnieuw gaat het over een betere jeugdopleiding, over een beperking van het aantal buitenlanders, over de nood om het roer om te gooien. Maar vervolgens worden die woorden weggeblazen en gaat iedereen weer zijn gewone gang. Geen club die van de jeugd een hoofdzaak maakt. Laat staan dat ze de meest competente trainers daar onderbrengen. Het is te gemakkelijk om dat toe te schrijven aan een gebrek aan budget. Het is gewoon een kwestie van prioriteiten stellen. René Vandereycken kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor deze nieuwe treurmars. Het zou onzinnig zijn om hem daarop af te rekenen. Een nieuwe bondscoach zal het gegarandeerd niet beter doen. Natuurlijk irriteert Vandereycken wel eens door zijn houding en uitspraken en geeft hij in zijn ontleding van wedstrijden wel eens de indruk in een eigen, virtuele wereld te toeven. Maar dat viel vooraf in te calculeren en daar gaat het ook niet om. Veel alarmerender is de vaststelling dat de vrije val onverdroten verder gaat. En dat niemand daar ook maar iets aan doet. door Jacques Sys