Terwijl de wereld zich vergaapte aan de WK-stadions in Zuid-Afrika, gaf de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal zijn ogen de kost in Athene en zag er de ruïnes van het moderne Griekenland. Zes jaar na de Olympische Spelen staan de meeste van de ruim dertig sportaccommodaties ongebruikt te verkommeren in de Griekse hoofdstad. Athene 2004 kostte het land 8,95 miljard euro, het dubbele van wat ooit was begroot, en dompelde het mee onder in de grootste financiële crisis uit zijn geschiedenis. The Wall Street Journal bedacht het evenement met de gouden medaille voor geldverspilling.
...

Terwijl de wereld zich vergaapte aan de WK-stadions in Zuid-Afrika, gaf de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal zijn ogen de kost in Athene en zag er de ruïnes van het moderne Griekenland. Zes jaar na de Olympische Spelen staan de meeste van de ruim dertig sportaccommodaties ongebruikt te verkommeren in de Griekse hoofdstad. Athene 2004 kostte het land 8,95 miljard euro, het dubbele van wat ooit was begroot, en dompelde het mee onder in de grootste financiële crisis uit zijn geschiedenis. The Wall Street Journal bedacht het evenement met de gouden medaille voor geldverspilling. Minder dan een half jaar na de finale van het WK voetbal is ook Zuid-Afrika uit de droom ontwaakt. In de lokale media gaat het al lang niet meer over de euforie en het gevoel van samenhorigheid die het land een maand lang overspoelden, maar over hoe het nu verder moet. Om te beginnen met al die stadions. Bewierookt om hun gedurfde architectuur zijn ze goed op weg de witte olifanten te worden waarvoor lang vooraf was gewaarschuwd. Onderbenutting, leegstand of zelfs afbraak dreigt. Exemplarisch is het lot van het om zijn spectaculaire ligging veel besproken Cape Town Stadium. Gelegen in Green Point, de welvarende wijk van Kaapstad waarnaar het eerst was genoemd, biedt het stadion adembenemende uitzichten op de Tafelberg en Robbeneiland. Daar, ver weg van de voetbalgekke zwarte buurten, verrees deze mastodont met 68.000 zitplaatsen omdat de FIFA het zo wilde, in weerwil van alle negatieve rapporten waarin ook naar de belangen van de stad en zijn bevolking was gekeken. Het stadion in Green Point kostte uiteindelijk 480 miljoen euro, wat alleen al meer is dan de in het originele bidbook geraamde totaalkost van het toernooi. Toen de FIFA Zuid-Afrika het WK toewees, was berekend dat dit 320 miljoen euro zou kosten, een cijfer dat nadien opliep tot bijna 2 miljard euro. In augustus al, een maand na de door Spanje gewonnen finale, ontbood het Zuid-Afrikaanse parlement de cricket- en de rugbybond om een oplossing te vinden voor de verlieslatende WK-karkassen. Beide bonden lieten er geen misverstand over bestaan dat de voetbalstadions volstrekt onaangepast zijn voor hun sport en betreurden dat nooit overleg met hen was gepleegd. De eveneens ontboden voetbalbond klaagde over onbetaalbare huurprijzen. Dat laatste is ook de reden waarom Ajax Cape Town er niet meer speelt. Het huurde het Cape Town Stadium samen met Santos, nog een club uit Kaapstad, voor hun competitieopeners eind augustus. Twee wedstrijden voor de prijs van één. Een bewust laag gehouden prijs bovendien, want in tegenstelling tot cricket en rugby trekt voetbal geen kapitaalkrachtig publiek in Zuid-Afrika. Pas in februari 2011 staat er nog eens een mega-event gepland in Green Point, een concert van U2. Denver Hendricks, ten tijde van de bid directeur-generaal van het ministerie van Sport en Recreatie en vandaag hoogleraar aan de universiteit van Pretoria, mailt: "Er zijn gewoonweg onvoldoende grote evenementen om dit stadion structureel leefbaar te maken. Het resultaat zal zijn dat de belastingbetaler moet opdraaien voor de kosten." Het moet gezegd: het WK zelf was een succes. Het gaf een vrolijk Zuid-Afrika te zien en verliep zonder incidenten. Maar de rust bleek van korte duur. Vandaag overheerst het gevoel dat de Zuid-Afrikanen in hun oude gewoonten zijn hervallen. In een poging de dynamiek van het momentum vast te houden werd onlangs een nationale mediacampagne gelanceerd onder de slogan Lead South Africa. Die is op gemengde gevoelens onthaald. Dat FIFA-voorzitter Sepp Blatter zich presenteerde als een vredesapostel voor het Afrikaanse volk, was brutaal. De door de gelegenheidsontwikkelingswerker gecreëerde verwachtingen hebben plaats gemaakt voor teleurstelling. De kloof tussen rijk en arm -zelfs die tussen rijke en arme zwarten - blijft groeien, de werkloosheid stijgt, stakingen voor betere lonen plagen het land en corruptie tiert welig. "Dat de sociale samenhang tussen de verschillende bevolkingsgroepen erop vooruit zou gaan, was een drogreden", laakt Hendricks de FIFA-retoriek. Infrastructureel ging Zuid-Afrika er wel op vooruit - althans: de grote steden. De luchthavens van Johannesburg, Kaapstad en Durban zijn pareltjes en hun snelwegen zijn comfortabel. De arme Zuid-Afrikanen zal het worst wezen, zoals omgekeerd de FIFA zich weinig van hen aantrok. Zonder mededogen legde ze de informele handel, een wezenlijk onderdeel van de Afrikaanse economie, aan banden en klaagde tientallen Zuid-Afrikaanse bedrijfjes aan wegens vermeende sluikmarketing. Niemand werd gespaard. Hendricks haalt het voorbeeld van zijn eigen universiteit aan, bij wie de wereldvoetbalbond 92.000 overnachtingen reserveerde voor WK-toeristen. Twee weken voor het toernooi annuleerde hij er zomaar 91.000 wegens een tegenvallende vraag, zonder enige vergoeding voor reeds gemaakte kosten. De universiteit probeert vandaag nog altijd van het overtollige bedlinnen af te ra-ken. De FIFA deed het zwarte continent nog meer beloftes. Het zegde de oprichting van twintig Football For Hope Centres toe, waarvan er inmiddels drie operationeel zijn (in Zuid-Afrika, Kenia en Namibië) en een vierde (in Mali) nog voor het einde van het jaar volgt. De FIFA laat weten dat zeven andere hun deuren openen in 2011. Van de rest moeten de locaties nog worden bepaald. In de centra wordt voetbal gebruikt als motor voor bewustmaking en ontwikkelingsprojecten in de lokale gemeenschap. De FIFA belooft financiële ondersteuning tot maximaal vijf jaar na de oprichting. "Aangezien de lokale overheidsstructuren in Zuid-Afrika in puin liggen, is er een reëel gevaar dat wanneer het geld van de FIFA opdroogt, deze centra zullen moeten vechten om te overleven en misschien zelfs instorten", laat de Zuid-Afrikaanse hoogleraar Peter Alegi weten. "Het is een prachtig idee op papier, maar veel moeilijker te realiseren in de praktijk. Ik geloof trouwens dat die centra vooral als windowdressing hebben gediend voor Blatter en zijn vrienden. Daarmee zeg ik niet dat ze zinloos zijn." Volgens de Belgische sporteconoom Trudo Dejonghe zijn dit soort van initiatieven vooral een manier van de FIFA om zich, "zoals alle andere neoliberale multinationals", een sociaal imago aan te meten. De achterliggende werkelijkheid is vaak minder fraai. Bekend is dat Blatter een WK op Afrikaanse bodem verbond aan zijn herverkiezing als FIFA-voorzitter. Door die belofte - en dankzij het twijfelachtige één land, één stemsysteem - bleef hij aan de macht. Zijn sociale bekommernis is het laagje vernis. Dat de FIFA graag haar rol als herverdeelmachine benadrukt, past in dat kader. Van haar inkomsten zou het grootste deel terugvloeien naar de 208 aangesloten nationale bonden. Met in het achterhoofd de Belgisch-Nederlandse kandidatuur plaatst sporteconoom Stefan Kesenne daar toch een kanttekening bij: "Zelfs al zou dit zo zijn, dan nog is het mijn inziens niet vanzelfsprekend dat de voetbalbonden rijk moeten worden op de kap van de belastingbetaler van het gastland." Kesenne was een van de specialisten die onlangs in Antwerpen reflecteerden over zin en onzin van een WK in België. De Duitse sporteconoom Wolfgang Maennig presenteerde er de eerste resultaten van zijn onderzoek naar het effect van het recente WK op het internationale toerisme in Zuid-Afrika. Dat effect vormt steevast de basis voor alle andere economische effecten waarmee organisatoren graag schermen, zoals meer werkgelegenheid. Voor Zuid-Afrika gingen de gekste cijfers de wereld rond, van 230.000 extra toeristen (kort na de toewijzing) over 373.000 (vlak voor) tot een belachelijke 500.000 (tijdens het toernooi). Maennig achterhaalde dat in de vier weken van het toernooi per dag slechts zeven extra vluchten de internationale luchthavens van Kaapstad, Johannesburg en Durban aandeden. Met andere woorden: er landden tijdens het WK hooguit 90.000 extra buitenlanders in Zuid-Afrika. En zelfs dat is vermoedelijk een overschatting. Vergeleken met de maand voorafgaand aan het toernooi kregen de hotels en guest houses een toename van amper 40.000 toeristen te verwerken."De impact van het WK op het toerisme was bijzonder klein", besloot Maennig, daarmee alle voorspellingen naar de prullenmand verwijzend. Bovendien staat van deze kleine toename niet eens vast dat ze aan het WK is toe te schrijven. Tijdens Portugal 2004 (EK) en Duitsland 2006 (WK) was er telkens een toeristische stijging die werd tenietgedaan door een opvallende daling in de maanden ervoor en erna. Want wat blijkt? Mensen vervroegen of verlaten hun reeds geplande vakantie om ook iets van het WK mee te pikken. Even klassiek is het verschijnsel dat 'normale' toeristen wegblijven voor, tijdens en na het sportevenement. Ze vermijden de drukte, de bouwwerkzaamheden, de overvolle accommodaties en de te hoge prijzen. Maennig stelde vast dat vliegtuigmaatschappijen en hotels woekerprijzen hanteerden in de aanloop naar het WK in Zuid-Afrika, daartoe aangestoken door de "onrealistische, veel te optimistische voorspellingen". De Duitser omschrijft dit als self-defeating prophecies - voorspellingen die zichzelf tenietdoen en het omgekeerde bereiken van wat ze beogen, namelijk: ze houden de potentiële bezoeker weg. Athene 2004 en Zuid-Afrika 2010 zijn geen alleenstaande gevallen. Ook na het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea bleven futuristische voetbaltempels leeg achter en het Vogelnest in Peking heeft twee jaar na de Chinese Spelen nog altijd geen bestemming. Uit onderzoeken na een groot sportevenement blijkt keer op keer dat het effect op het toerisme ver onder de verwachtingen blijft, investeringen tegenvallen, geraamde kosten vaak vele malen worden overschreden en overheden na afloop blijven zitten met (deels) nutteloze stadions. Toch berekende het Federaal Planbureau in maart 2010 dat een WK in België ons land 1,15 miljard euro aan bijkomende bestedingen zou opleveren. Het is met zulke rapporten, in vele gevallen besteld door de organisatoren, dat sportbobo's en regeringen proberen hun plannen aan de bevolking te verkopen. Nederlands onderzoek - in opdracht van het ministerie van Economische Zaken - had een maand eerder geconcludeerd dat de financieel-economische baten van een WK voetbal in Nederland níét opwegen tegen de kosten. Volgens hun waarschijnlijke scenario verwachtten de onderzoekers een negatief saldo van 154,8 miljoen euro. In het ongunstige scenario, wanneer de kosten hoger uitvallen dan verwacht en de baten tegenvallen, loopt dit saldo zelfs 1,1 miljard euro in het rood. Het gunstige scenario - kosten die meevallen, baten die hoger uitkomen - geeft een positief saldo van 403,7 miljoen euro. Toen twee Belgische universiteiten op basis van deze cijfers ook kritische berekeningen maakten bij de Belgische kant van de kandidatuur, reageerde Raf Willems, social- projectscoördinator van de Belgium-Holland Bid, met een nijdig pamflet."Waarom", fulmineerde hij,"baseren ze zich enkel op het 'normale' Nederlandse en dus 'verlieslatende' scenario van zo'n 155 miljoen euro? Waarom zoeken ze geen middenweg met het 'optimistische' van 404 miljoen euro winst?" Het antwoord is simpel. Trudo Dejonghe:"Het doemscenario blijkt nadien in vele gevallen nog optimistisch." Als de economische return van een groot sportevenement onvindbaar blijft, is er nog de factor feelgood als laatste reddingsboei voor de optimisten. In recente impactstudies gaat steeds meer aandacht naar de immateriële effecten van een toernooi."Daar staat tegenover dat het organiseren van een WK leidt tot meer gevoelens van trots, geluk, saamhorigheid en nationale identiteit", probeerden ook de Nederlandse onderzoekers hun weinig hoopvolle berekeningen te verzachten. De moeilijkheid met deze effecten is dat ze lastig meetbaar zijn en nauwelijks uit te drukken in cijfers."Genoeg over geld, ga naar het geluk!", schreeuwde Willems in zijn pamflet en sleurde er toch het ronde getal van 20 miljard euro geluk bij dat dankzij een WK richting Lage Landen zou vloeien. Maar zoals Denver Hendricks betwijfelt of het WK de Zuid-Afrikanen werkelijk dichter bij elkaar heeft gebracht, geldt dat ook voor België. Nederland heeft zijn Oranjegekte, maar wij? "Bij ons is er door het ontbreken van een nationalistisch gevoel minder nood aan een nationale identiteit", meent Dejonghe. "Wij zijn rationeler. In het beste geval krijg je een korte opstoot die nadien weer verdwijnt omdat het geen deel uitmaakt van onze volksaard." Sommigen beschouwen een WK als een vier weken durende promotieclip, maar of een groot toernooi ook iets ten goede verandert aan de beeldvorming van een land buiten dat land, hangt van veel factoren af. Zoals: hoe was de perceptie voordien? Zuid-Afrika had door zijn apartheidverleden veel te winnen bij het WK. Ondanks de tegenvallende bezoekersaantallen tijdens het toernooi zelf is het niet uitgesloten dat meer mensen het land als vakantiebestemming zullen overwegen, maar zeker is dat niet. Wekenlange stakingen en een verstoord openbaar leven tastten het beeld van een bruisend land alweer flink aan. De kern van het hele verhaal is dat de FIFA een monopolist is die over een zeer schaars en gewild product beschikt: het WK voetbal. Veel landen staan te dringen om het te organiseren, maar de FIFA bepaalt de voorwaarden en de prijs. Zij verkoopt haar product aan de hoogste bieder en trekt de winsten van marketing- en uitzendrechten naar zich toe. Take it or leave it - het is de perfecte illustratie van de wet van vraag en aanbod. Het gemak waarmee overheden, vaak zonder sterk economisch verhaal, op de buik gaan voor de FIFA laat vermoeden dat de grootste winnaars - naast de wereldvoetbalbond zelf - misschien wel bij de politici en de sportbobo's te vinden zijn. Toen het geheim gehouden bidboek uitlekte, bleek dat de regeringen in België en Nederland de FIFA nogal wat privileges zullen toestaan tijdens een eventueel WK. Zonder veel debat had het parlement zich op 22 april 2010 achter de Belgisch-Nederlandse kandidatuur geschaard. Pas nadien weerklonk er kritiek, onder meer op de belastingvrijstelling die de FIFA afdwingt op haar miljardenwinsten tijdens het toernooi. Terecht, volgens sommigen, omdat de FIFA al wordt belast in Zwitserland, waar ze is gevestigd. Dat klopt niet: ook in het Alpenland betaalt de FIFA geen belastingen. Een recent voorstel van enkele Zwitserse politici om die fiscale vrijstelling af te schaffen, werd weggestemd. Tot slot nog dit cijfer van het Federaal Planbureau. Dat berekende dat België de komende jaren 22 miljard euro op zijn uitgaven moet besparen. In de wetenschap dat het leeuwendeel van de uitgaven voor een WK voetbal door de overheid - lees: de belastingbetaler - moet worden gedragen, lijkt het organiseren van een geldverslindend project als een WK voetbal geen prioriteit. Toch niet onder de condities van de FIFA. door jan hauspie"Dat de sociale samenhang erop vooruit zou gaan, was een drogreden." Denver Hendricks"Het doemscenario blijkt nadien in vele gevallen nog optimistisch." Trudo Dejonghe "Moeten voetbalbonden rijk worden op de kap van de belastingbetaler van het gastland?" Stefan Kesenne