In alle referenda die in dit land bestaan, neemt de Gouden Schoen nog steeds de belangrijkste plaats in. Er is ook weinig aan de opzet van deze trofee veranderd. De organisatie is, onder de koepel van DPG Media, nog steeds in handen van Het Laatste Nieuws, de Gouden Schoen blijft voorbehouden voor voetballers die in de Belgische competitie aantreden en er wordt gestemd in juni en december, zodat twee voetbaljaargangen in elkaar overvloeien. Alleen nu werd er, door corona en de onderbreking van de competitie, slechts één keer gestemd. Dat maakt de uitslag onvoorspelbaarder dan ooit.
...

In alle referenda die in dit land bestaan, neemt de Gouden Schoen nog steeds de belangrijkste plaats in. Er is ook weinig aan de opzet van deze trofee veranderd. De organisatie is, onder de koepel van DPG Media, nog steeds in handen van Het Laatste Nieuws, de Gouden Schoen blijft voorbehouden voor voetballers die in de Belgische competitie aantreden en er wordt gestemd in juni en december, zodat twee voetbaljaargangen in elkaar overvloeien. Alleen nu werd er, door corona en de onderbreking van de competitie, slechts één keer gestemd. Dat maakt de uitslag onvoorspelbaarder dan ooit. De Gouden Schoen, die sinds 1954 bestaat, ging vroeger haast geruisloos voorbij. Zo is er uit de ontelbare anekdotes een verhaal uit februari 1965. Anderlecht bereidde zich voor op de competitiewedstrijd tegen Sint-Truiden en plots werd er op de deur van de kleedkamer geklopt. De toenmalige trainer Pierre Sinibali wist dat er bezoek op komst was, deed de deur open en zag Jan Pulinx staan, de toenmalige chef voetbal van Het Laatste Nieuws. 'Mogen we even storen, we hebben hier een Gouden Schoen', vroeg de altijd even beleefde Pulinx die er niet van hield in de picture te staan. Waarop hij de trofee mocht overhandigen aan Wilfried Puis die dat referendum had gewonnen. De linksbuiten nam de Gouden Schoen in ontvangst, borg die op in zijn kast, knoopte de veters van zijn schoenen vast en rende vervolgens het veld op. Na de match volgde er nog een receptie, in een achterzaaltje onder de tribune. In de loop van de jaren werd de uitstraling van de Gouden Schoen steeds groter. Eerst verplaatste de uitreiking zich naar een restaurant in Sint-Agatha-Berchem waar een select groepje journalisten samen met enkele scheidsrechters op een maandagmiddag rond de tafel zaten. Net voor de lunch werden de stemformulieren stuk voor stuk geopend en voorgelezen, onder het strenge toezicht van een deurwaarder. Vervolgens werd de winnaar opgebeld, met de vraag om zo snel mogelijk naar het restaurant te komen. Later veranderde de Gouden Schoen een paar keer van locatie, onder meer naar het Casino van Middelkerke. Van een intiem onderonsje en een ongedwongen ontmoeting tussen voetbaljournalisten en scheidsrechters was er vervolgens geen sprake meer. De Gouden Schoen werd steeds meer gemediatiseerd, zeker vanaf het moment dat het evenement in 1991 voor het eerst door de televisie werd uitgezonden. De glitter en glamour namen toe, de aanwezigheid van een oneindige reeks BV's drukte het sportieve steeds meer naar de achtergrond. En niet altijd waren het de voetballers die de show stalen. Toen Jan Koller in 2000 won, richtte de aandacht van iedereen zich op zijn ravissante vrouw Hedvika, die met een gewaagd decolleté op het gala verscheen en de show stal. Één zaak veranderde in de loop van de jaren nooit. Voetballers beschouwen deze trofee nog altijd als een bekroning van hun loopbaan. De Gouden Schoen dankt zijn succes, naast zijn traditie, ook aan zijn erelijst. Daar staan stuk voor stuk internationals op. Op één man na dan: Lucien Olieslagers, de middenvelder van Lierse die zelfs nooit werd opgeroepen voor de Belgische beloften en ook niet werd opgenomen in de nationale militaire ploeg. Terwijl Olieslagers een bijzonder vaardige voetballer was, met een scherp doorzicht en een splijtende voorzet in de voeten. Hij liep wekelijks met een grote autoriteit te voetballen, maar was niettemin heel verbaasd toen hij, in 1959, de Gouden Schoen kreeg. Nadat hij Lierse op weg zette naar de titel. Het was de tijd dat de Gouden Schoen baadde in een vreemde discretie, dat er nauwelijks over deze trofee werd gesproken. Spelers vierden het vaak onder elkaar. Zo liet de in 1963 bekroonde Standarddoelman Jean Nicolay op kosten van de club een paar flessen champagne aanrukken, waarmee hij zijn ploegmaats na de overwinning trakteerde. Toen hij op het einde van de maand een loonbriefje kreeg, was Nicolay verbijsterd: de prijs van de champagne was van zijn salaris afgetrokken.