Het is heerlijk rustig in de tuin bij Mohamed Messoudi (36) in het landelijke en groene Zoersel. Wat een contrast voor de stadsmens (geboren op het Kiel, opgegroeid in Hoboken) die Messoudi altijd is geweest, tot zijn verhuis twee en een half jaar geleden. Het is zijn eerste zomer zonder voetbal, wegens net de voetbalschoenen aan de haak gehangen na nog een succesvol jaar bij Lyra-Lierse. Zestien jaar profvoetbal heeft hij erop zitten, plus één jaar in de derde amateurklasse. Een afscheidsfeestje zat er niet in, omdat het seizoen abrupt afgebroken werd door corona.
...

Het is heerlijk rustig in de tuin bij Mohamed Messoudi (36) in het landelijke en groene Zoersel. Wat een contrast voor de stadsmens (geboren op het Kiel, opgegroeid in Hoboken) die Messoudi altijd is geweest, tot zijn verhuis twee en een half jaar geleden. Het is zijn eerste zomer zonder voetbal, wegens net de voetbalschoenen aan de haak gehangen na nog een succesvol jaar bij Lyra-Lierse. Zestien jaar profvoetbal heeft hij erop zitten, plus één jaar in de derde amateurklasse. Een afscheidsfeestje zat er niet in, omdat het seizoen abrupt afgebroken werd door corona. Voor Nieuwjaar had hij al beslist dat hij zou stoppen, ook al voelde hij zich goed bij Lyra-Lierse. 'Fijne groep, toffe mensen. Het was wel een beetje aanpassen aan het trainingsuur, zeven uur 's avonds. Omdat ik ook nog vaak weg was voor mijn tv-werk, was ik weinig avonden thuis. Voetbaltechnisch kon ik nog mee, maar door minder te trainen ging de conditie achteruit en kreeg ik last van kleine spierblessures. Rust roest, hé. Ik ben altijd iemand geweest die veel en hard moest trainen om fit te zijn.' Nu werkt hij als analist, bij de tv en voortaan ook bij dit blad. Ondertussen volgt hij de trainersopleiding om zijn UEFA A-diploma te halen. THES Sport, de nummer twee van afgelopen seizoen in eerste nationale, benaderde hem een paar maanden geleden al om trainer te worden en een jaar geleden kon hij als hulptrainer naar KV Kortrijk, een club waar hij goeie herinneringen aan heeft. 'De bedoeling is om ooit trainer te worden, maar voorlopig houd ik dat nog even af en ben ik enkel analist.'Na al wat je de komende maanden gaat vertellen, mag je straks nergens meer binnen als trainer. Mo Messoudi: ( lacht) 'Oei. Maar ik ga toch zeggen wat ik denk.' Je bent als voetballer gestopt met een promotie met Lyra-Lierse. Ben je tevreden over je loopbaan de laatste jaren? Messoudi: 'Ja. Alleen jammer hoe het vorig jaar gelopen is bij Beerschot. Zoiets kan je als speler overkomen, maar je verwacht het niet bij de club waar je in de jeugd speelde en waarmee je de bekerfinale won, als enige jeugdspeler op het veld. Een seizoen eerder was ik er onder Marc Brys nog heel belangrijk op en naast het veld, maar onder Stijn Vreven kwam ik nog amper aan de bak. Het kan altijd dat het met iemand niet klikt, maar niet na een seizoen als het mijne daarvoor. Dat contrast was erg groot.' Heb je er als voetballer in die zeventien jaar uitgehaald wat erin zat? Messoudi: ( denkt na) 'Niet helemaal. Een jaar na de bekerfinale ben ik naar Willem II vertrokken. Ik was toen viceaanvoerder van de Belgische Beloften, in een ploeg met Jan Vertonghen, Thomas Vermaelen, Nicolas Lombaerts... Liefst wilde ik blijven. Ik vroeg Jos Verhaegen om een nieuw contractvoorstel, maar hij zei: het is beter voor je ontwikkeling dat je gaat. Toen snapte ik dat ze graag de transfersom ( 550.000 euro, nvdr) ontvingen.' Kon jij op dat moment niets beters krijgen dan Willem II? Messoudi: 'Pas op: die hadden toen aansluiting bij de Nederlandse top en de Nederlandse competitie stond dan nog op een hoger niveau dan de Belgische. Ik kon ook naar Standard, maar dat bod was echt te laag. Willem II was heel concreet. Toen ik uit vakantie terugkeerde, rinkelde op de luchthaven mijn telefoon. Jos Vaessen vroeg of ik niet naar Genk wilde komen. Maar ik had mijn woord al aan Willem II gegeven.' Had je de verkeerde makelaar om bij een grote club te belanden? Messoudi: 'Neen. Ik ben Walter Mortelmans en René Vijt altijd trouw gebleven, tot ze uiteen zijn gegaan. Vanaf toen heb ik alles alleen gedaan, met advies van mijn vriend Matthias De Caluwe, die CEO is van Horeca Vlaanderen. De eerste overstap zonder hen was naar Raja Casablanca, waarvoor ik gecontacteerd werd via een buitenlandse makelaar. 'Dat was een fantastische ervaring, in het land gaan voetballen waar mijn ouders vandaan kwamen, in een team waar ik de enige Marokkaan van Europese afkomst was. Echt een belevenis, topwedstrijden voor meer dan 80.000 man en zelfs bij kleine matchen nog altijd 40.000 supporters in ons stadion. Maar ook spelers die, als de training om tien uur begon, om kwart voor tien arriveerden. Vaak vertrokken we drie dagen voor een match al op afzondering. Ruud Krol was trainer. Tot we de bekerfinale verloren en hij op staande voet ontslagen werd. Na de terugrit stonden de woedende supporters de bus op te wachten bij het binnenrijden van Casablanca, om met stenen te gooien. Dat was beangstigend, we doken weg onder de banken. Na het vertrek van Krol heb ik nog amper gespeeld. Misschien ook omdat ik een aangetekend schrijven naar de club gestuurd had waarin ik heel vriendelijk vroeg of ik alstublieft mijn achterstallig loon zou kunnen krijgen. Dat vonden ze niet zo fijn.' Wat blijft je mooiste herinnering? Messoudi: 'De bekerwinst met Germinal Beerschot tegen Club in 2005 en de fantastische resultaten met Kortrijk: een bekerfinale en twee keer play-off 1. ' Bij Beerschot speelde je nog met Mousa Dembélé, voor veel Rode Duivels de beste voetballer met wie ze ooit speelden. Messoudi: 'Mousa was amper zestien, maar maakte toen al indruk. Ik zie nog hoe Carl Hoefkens hem probeerde weg te zetten, maar daar niet in slaagde. Moussa was toen al zo sterk en zette goed zijn lichaam. Dat leidde bij veel verdedigers tot frustratie, dat ze de bal niet van een zestienjarige konden afnemen. Mousa had op dat moment maar één probleem: hij kon geen goal maken. Dus liet Beerschot hem na één seizoen voor 250.000 euro naar Willem II gaan. Die verkochten hem één jaar later voor vijf miljoen aan AZ. 'Maar de beste speler met wie ik ooit voetbalde, was Mounir El Hamdaoui bij Willem II, die later voor AZ, Ajax en Fiorentina voetbalde. Als spits kon die alles. Hij was tweevoetig, had een goeie uithouding, was enorm sterk, scoorde maar had ook de vista om iemand alleen voor doel te brengen. Toen ik met hem bij Willem II speelde, vond men hem in de Eredivisie beter dan Luis Suárez die dat seizoen net bij Groningen beland was.' De bekerzege met Germinal Beerschot tegen Club was een verrassing. Een paar weken voordien hadden jullie nog kansloos met 6-0 verloren in Brugge. Messoudi: 'Na die nederlaag heeft Marc Brys nederig ontleed waar we fout zaten en tactisch bijgestuurd. Zijn conclusie was: we moeten de backs van Club onder druk zetten, want als we inzakken krijgen die te veel ruimte. Die middag moest ik de hele wedstrijd achter Gaëtan Englebert aanlopen, Wim De Decker achter Nastja Ceh en Karel Snoeckx achter Timmy Simons. Pure mandekking op het middenveld was dat. 'Toen al was Brys tactisch sterk, maar vooral na zijn terugkeer uit Saoudi-Arabië werd hij flexibel. Hij kon alle systemen hanteren terwijl hij in zijn beginfase toch nog iets meer een afwachtend ingestelde trainer was. Maar zijn trainingen waren in die eerste jaren al erg zwaar. Een voetballer die met Brys werkt ziet af, maar is wel topfit. Als hij het overleeft tenminste... ( lacht) Zwaardere trainingen dan onder Brys maakte ik nooit mee. Maar zo legde ik wel de basis voor mijn carrière. Toen ik van GBA naar Willem II overstapte, vond ik de trainingen daar niet zwaar genoeg. Ik ben er extra gaan bijtrainen. Later maakte Brys me weer topfit na mijn terugkeer naar Beerschot. Wij trainden veel harder dan al die andere amateurploegen.' Maakt een trainer een speler? Het is een vraag waar Jan Mulder wel eens om gniffelt. Messoudi: 'Soms heeft een trainer het bij je aankomst niet voor jou. Dan moet je die relatie goed maken en vooral je moment pakken. Omgekeerd kan het dat een trainer een voorkeur voor je heeft van in het begin, maar ook dan moet je die momenten pakken, anders kan dat omslaan. Het kan ook dat een trainer niet op je zit te wachten, maar nadien bijdraait. Dat maakte ik mee bij Gent. Het bestuur wilde me, maar toen ik daar aankwam, merkte ik dat Trond Sollied niet wist dat ik zou komen. Waarschijnlijk was ik niet het type middenvelder dat hij zocht. Uiteindelijk heb ik dat met prestaties omgekeerd. 'Sollied had een eenvoudig tactisch concept: een aanvallende driehoek op het middenveld, twee spelers die op het juiste moment in de zestien moesten komen, plus twee anderen die vanuit het middenveld aan de rand van de zestien moesten opduiken. Het werkte meestal, maar wanneer het niet werkte, zat je vast. Er was geen ander concept.' Wie was tactisch de sterkste die je meegemaakt hebt? Messoudi: ' Hein Vanhaezebrouck. Een van de eersten die met een driemansverdediging durfde te spelen en daar resultaat mee behaalde. Hein was rotsvast overtuigd van zijn systeem, zoals hij van alles rotsvast overtuigd is ( glimlacht). Hij kon zijn mening staven met de juiste beelden en de gepaste oefenvormen. Hij kreeg spelers mee, maar je moest wel een volgzaam type zijn. Excentrieke spelers, daar had hij het moeilijker mee. Ik denk niet dat een andere trainer met het AA Gent van toen kampioen was geworden. De kleedkamer was bij zijn komst een probleem, hij heeft die opgekuist. Zou pakweg José Mourinho met die selectie de Belgische titel hebben behaald? Ik denk het niet.' Je voetbalde bij acht clubs. Welke blijven je bij? Messoudi: 'Kortrijk was een aangename verrassing. Eerst wilde ik daar niet naartoe, maar Willem II had echt last van de financiële crisis en ik moest veel, héél veel inleveren. Toen ben ik toch naar Kortrijk gegaan en ik heb er heel fijne jaren beleefd. Maar mijn club zal altijd Beerschot blijven. Weinigen kunnen zeggen dat ze gevoetbald hebben bij den ouden Beerschot, bij Germinal Beerschot en bij Beerschot-Wilrijk. 'Ook toen ik bij Kortrijk, Willem II of Gent speelde, ging ik met mijn vrienden gewoon op de tribune naar Beerschot kijken wanneer ik zelf niet moest spelen. Ik ben ooit nog ballenjongen geweest bij het oude Beerschot. Mijn idool was Didier Ekanza Simba, een aanvallende middenvelder in tweede klasse.' Droomde je op dat moment ook al van zo'n carrière? Messoudi: 'Helemaal niet. Het was nooit de bedoeling om prof te worden. Ik kom niet uit een voetbalfamilie, mijn zes zussen deden allemaal hogeschool of universiteit en ik schreef me ook in aan de universiteit. Ik heb één jaar Politieke en Sociale Wetenschappen gevolgd, maar de overstap van de jeugd naar de dagtrainingen van Marc Brys viel niet te combineren met studeren. Ik viel na twee trainingen in slaap op de banken van de aula. 'Mijn levensplan veranderde door een toernooi in Oostduinkerke, waar we de finale van een prestigieus juniorentoernooi speelden met Real, Tottenham, Barcelona, Ajax en andere topploegen. Wij verloren die finale van Club Brugge na penalty's, maar ik werd uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Ik kon op dat moment naar binnen- en buitenlandse clubs. Celtic nodigde mijn moeder uit om even naar Glasgow te komen, maar Germinal Beerschot heeft toen kort op de bal gespeeld, dankzij Franky Van der Elst en Simon Tahamata, die aandrongen om me een contractje te geven. 'Ik weet nog dat Simon me na mijn allereerste wedstrijd in 2002/03 uitkafferde. Dat was nog onder Franky Van der Elst. Ik mocht invallen toen we met 1-7 voor stonden in Charleroi, maar ik controleerde een bal verkeerd en hij was achteraf razend. Ik was als jonge voetballer iemand die altijd goed luisterde naar mijn trainers. Met geld was ik op dat moment nog niet bezig. Weet je dat ik als bekerwinnaar in 2005 nog een contractje had als semiprof? Ik verdiende toen 500 euro per maand, premies niet inbegrepen. Na drie jaar in de kern! Na die bekerfinale hebben ze dat wel aangepast en kreeg ik op mijn 21e eindelijk een echt profcontract. En weet je waarom?' Omdat je de beker gewonnen had? Messoudi: 'Omdat het Italiaanse Pescara, dat in tweede klasse speelde, me wilde. Die zaten in de tribune bij de halve finales. Toen kreeg ik opslag en een echt profcontract in plaats van mijn stagiairscontract.' Waarom blijft Beerschot zo aan je plakken? Alleen omdat je er in de jeugd gespeeld hebt, of is er zoiets als een Beerschotgevoel? Omschrijf dat dan eens. Messoudi: 'Misschien alleen al het paars, er zijn weinig ploegen die in het paars spelen. Ik was ook fier op het logo. De Antwerpse ploegen hadden altijd al een andere voetbalstijl. Antwerp had een iets grotere aanhang, maar Beerschot was frivoler, zuiders. Beerschot had Juan Lozano en Antwerp had Hans-Peter Lehnhoff. Het is zoals de trainer van Lyon, Rudi Garcia, na hun match tegen Antwerp opmerkte: Antwerp is kracht en fysiek. De fans staan de hele tijd achter hun ploeg. Bij Beerschot staan ze snel in vuur en vlam als ze mooi voetbal zien, maar als het vijf minuten later op niets trekt, reageren ze ook snel negatief. Dat zul je op de Bosuil nooit horen.' Het is wel een speciaal publiek, ook voor mensen met een voornaam als de jouwe. Heb je het daar nooit moeilijk mee gehad? Messoudi: 'Toch wel. Vrienden en mensen uit mijn omgeving uit mijn jeugd hebben wel eens gevraagd: hoe kun jij voor Beerschot spelen, met zulke racistische supporters en gezangen? Ik kon dat niet ontkennen, vaak is het op het randje, maar soms ook ver erover. Zelf heb ik altijd respect gevoeld van de aanhang, maar ik hoorde toen ik meeging op verplaatsing ook wel eens dingen die me pakten en die ik liever niet had willen horen. Dat doet pijn, ik heb het daar moeilijk mee. Ik stel vast dat het toch wel een rechtse club is, maar het blijft ondanks alles toch mijn club. Dat gevoel gaat nooit over. Ooit kom ik er nog eens terug, hoop ik, maar dan moet alles wat mee zitten.'