In het steeds groeiend leger van analisten hoort Marc Degryse bij de beteren. Al jaren legt hij de gebeurtenissen in de voetbalwereld onder het vergrootglas, soms scherp en stekelig, onversneden en onverbloemd, maar nooit brutaal met de voeten vooruit. Degryse formuleert goed en helder, hij nuanceert en relativeert als het moet en laat zich nooit meeslepen door de golven van de emotie.
...

In het steeds groeiend leger van analisten hoort Marc Degryse bij de beteren. Al jaren legt hij de gebeurtenissen in de voetbalwereld onder het vergrootglas, soms scherp en stekelig, onversneden en onverbloemd, maar nooit brutaal met de voeten vooruit. Degryse formuleert goed en helder, hij nuanceert en relativeert als het moet en laat zich nooit meeslepen door de golven van de emotie. Die mondigheid had Marc Degryse niet altijd. Toen hij aan dit blad zijn allereerste interview gaf, in de herfst van 1983, trokken we voor de fotosessie naar het Begijnhof in Brugge, een plaats van stilte en bezinning. Het leek te passen bij zijn karakter. Degryse lachte schuchter toen hij werd herkend door de supporters. Hij wist zich niet goed een houding aan te meten. Hij was in een heel nieuwe wereld terechtgekomen, dat was even wennen. Met veel adoratie had hij voordien verteld over de vedetten van Club Brugge met wie hij nu de kleedkamer deelde. Hij praatte over Jan Ceulemans die hij het jaar voordien in opdracht van de school nog was gaan interviewen. Hij speelde vooraan, aan de zijde van Willy Wellens, en droeg het nummer vijf. En, heel opvallend, hij speelde met de kousen naar beneden, beenbeschermers waren toen nog niet verplicht. Marc Degryse woog toen 59 kilo, één jaar later was daar tien kilo bijgekomen, door de harde trainingen onder George Kessler. Op een gegeven moment zat hij met een hartslag van boven de 200, terwijl de andere spelers rond de 170 zaten. Maar Marc Degryse durfde het niet te zeggen. Tot Gille Van Binst, toen hulptrainer van Kessler, dat in de gaten kreeg en hij al eens een training mocht overslaan. Zou Marc Degryse het zich nog herinneren, die bedeesdheid uit vroegere dagen? Hoe hij, opgegroeid in de landelijke anonimiteit van Ardooie, plots een sprookje beleefde en al een jaar later international werd? In alle rust werkte hij aan zijn persoonlijkheid. Hij werd een van de leiders van Club Brugge, zoals hij later ook spetterde bij onder meer Anderlecht en de nationale ploeg. En in ieder interview praatte Marc Degryse boeiend over het vak, telkens weer gedreven door een grote liefde voor het voetbal. Dat laatste doet hij nu nog altijd. Marc Degryse blijft een voetballiefhebber in de echte betekenis van het woord. JACQUES SYS