'R eady to inspire the next generation', klinkt het in het promofilmpje voor Tokio 2020. Om die volgende generatie te inspireren wil het BOIC beter doen dan de zes olympische plakken en de negentien topachtplaatsen in Rio, zonder er een exact cijfer op te kleven. Wel wordt er verwezen naar de Virtual Medal Table van sportdatabureau Gracenote. Hun (laatste) voorspelling, van eind november: Team Belgium behaalt in Tokio liefst negen medailles - in augustus waren dat er zelfs nog tien.
...

'R eady to inspire the next generation', klinkt het in het promofilmpje voor Tokio 2020. Om die volgende generatie te inspireren wil het BOIC beter doen dan de zes olympische plakken en de negentien topachtplaatsen in Rio, zonder er een exact cijfer op te kleven. Wel wordt er verwezen naar de Virtual Medal Table van sportdatabureau Gracenote. Hun (laatste) voorspelling, van eind november: Team Belgium behaalt in Tokio liefst negen medailles - in augustus waren dat er zelfs nog tien. Toch moet je daar een korreltje zout over strooien. Op hun medailletabel voor Rio 2016 noteerde Gracenote zilver voor zeilster Evi Van Acker, brons voor discuswerper Philip Milanov en voor taekwondoka's Jaouad Achab en Si Mohamed Ketbi. Geen van die vier keerde met eremetaal naar huis. En toch veroverde Team Belgium in Rio zes medailles: goud voor Greg Van Avermaet en Nafi Thiam, zilver voor de Red Lions en Pieter Timmers en brons voor Dirk Van Tichelt en Jolien D'hoore. Weinig waarschijnlijk dat ons land in Tokio opnieuw beter zal scoren dan de negen medailles die Gracenote nu voorspelt. Anderzijds lijkt het aantal van Rio (zes) een realistische ondergrens. Meer dan in 2016 ogen veel indicatoren immers groener. Zo stond de teller met Belgische medailles in olympische competities/nummers/gewichtsklassen eind 2019 op negentien. Zeven meer dan in 2015 en evenveel als het recordaantal in het preolympische jaar 1995, in aanloop naar de Spelen van Atlanta (goed voor zes Belgische olympische plakken). In 2019 werden bovendien zes van de negentien medailles veroverd op WK's. Hoeveel daarvan zullen omgezet worden in een podiumplaats op de Spelen? Onze voorspelling, rekening houdend met pech en blessures, medaillekandidaten die teleurstellen en met verrassingen (wie had voor Rio 2016 Van Avermaet of Thiam voorspeld als olympisch kampioen?) luidt: Team Belgium zal in Tokio zeven medailles behalen, evenveel als in Londen 1948, het record sinds de Tweede Wereldoorlog. Zes ervan zijn niet eens moeilijk om te bepalen. Wat zijn hun kansen op goud/zilver/brons? En welke atleten komen nog in aanmerking voor een medaille? Een analyse. Als inspirerende, succesvolle ploeg zijn de Red Lions het uithangbord van het héle Team Belgium, zeker na de wereldtitel in 2018 en de Europese titel in 2019. Twee keer goud, waarmee ze de bittere zilveren smaak van Rio 2016 doorspoelden, toen ze in de finale áltijd hadden moeten winnen van Argentinië. Na winst tegen Nederland in de halve finale waren de Lions echter mentaal leeggelopen. Een val waarin ze op het WK en het EK niet meer trapten, super gefocust tot de finale. Met een nog niet gestilde honger jagen ze nu op hun volgende prooi: olympisch goud, om als enige land ooit de grandslam (goud op WK/EK/OS) te realiseren. Weliswaar niet meer als underdog, maar als topdog. Al bewezen de Lions op het EK in Wilrijk dat ze die druk aankunnen. Als een ploeg vol leeuwenharten waar het zelfvertrouwen en de killersmentaliteit vanaf druipt, zeker sinds Thomas Briels en co op het WK 2018 het juk van de 'net-niet-generatie' van zich afwierpen. Door het rechtstreekse olympische ticket verbonden aan die Europese titel namen ze ook een voorsprong van ruim twee maanden op hun tegenstanders. Die moesten eind oktober immers nog olympische kwalificatieduels afwerken. Tijd die de Lions gebruikten om individuele fysieke minpunten bij te schaven en om hittetesten af te leggen. Cruciaal voor Tokio, waar ze in zeer zware klimatologische omstandigheden acht wedstrijden op dertien dagen zullen moeten spelen. Met bovendien twee man minder dan in de jongste EK-selectie (16 tegenover 18). Het zal de concurrentiestrijd voor de laatste plaatsjes nog aanwakkeren. En die was voor het EK al groot, met steeds meer jongeren die op de deur kloppen. Op het EK ontbolsterden zo al Victor Wegnez (speler van het toernooi) en Antoine Kina. Ook bondscoach Shane McLeod rust niet op zijn lauweren. Naast het individuele fysieke schaafwerk probeerde hij in oefenmatchen al nieuwe spelsystemen uit. Hij weet immers dat ook Nederland en Australië een extra stap zullen zetten. Zeker de fysiek zeer krachtige Kookaburras werpen zich op als de grootste tegenstanders. Niet toevallig bekleedden zij eind 2019 de eerste plaats op de World Ranking, nipt voor de Belgen, die ze eind juni in de Pro Leaguefinale verslagen hadden. Deze maand trekken de Red Lions weer richting Down Under, voor een nieuwe Pro Leaguecampagne. Een selectie van A-kernspelers aangevuld met een groep jongeren, om hen internationale ervaring te laten opdoen. De hockeybond denkt immers ook al aan Parijs 2024. Maar eerst dus Tokio, waar de Lions in hun poule achtereenvolgens Nederland (meteen een topaffiche dus), Duitsland, Zuid-Afrika, Canada en Groot-Brittannië zullen treffen. Belangrijkste opdracht: eerste eindigen om Australië (uit de andere poule) zolang mogelijk te ontlopen, het liefst tot de finale. Daar mogen en zúllen de Lions alleen met goud tevreden zijn. Als u uw vakantiedagen nog moet invullen: plan er een op donderdag 6 augustus. Die middag (in België) spelen de Red Lions immers mogelijk de hockeyfinale én werkt Nafi Thiam (25) het slotnummer van de zevenkamp af, de 800 meter. Binnen het uur twéé keer goud voor Team Belgium? Voor het jongste WK atletiek leek dat vanzelfsprekender dan erna, want voor het eerst sinds Rio 2016 werd Thiams 'onoverwinnelijke' status aan diggelen geslagen. Door Katarina Johnson-Thompson, de Britse die in Doha een dik persoonlijk record van 6981 punten neerzette. Niet onoverkomelijk voor Thiam, die in 2017 al 7234 punten haalde, maar op het WK op 6677 strandde, slechts haar op vier na hoogste score ooit. Deze keer kon de Luikse de achterstand die ze op Johnson-Thompson opliep in de loopnummers ook niet goedmaken in het kogelstoten en het speerwerpen. Gehinderd immers door een elleboogblessure die ze in mei opgelopen had en die haar in juni, in Talence, al van een Europees zevenkamprecord gehouden had. Daarenboven liep Thiam in het begin van het jaar een spierscheur in de kuit op en had ze maandenlang last van de rug en de hamstrings. Problemen die haar even het plezier in de sport deden verliezen. In aanloop naar Tokio wordt dat dé sleutel: kan Thiams elleboog, haar héle lichaam, de hogere trainingsbelasting van de komende maanden aan? In de wetenschap dat ze door haar afgeronde studie meer zal kunnen rusten. Is het antwoord ja, dan zal zelfs de opengebloeide Johnson-Thompson niet kunnen optornen tegen Thiam. Die deze keer ook niet alléén de druk als topfavoriete zal moeten torsen - wat ze zelf een groot voordeel noemt. En dan wordt 6 augustus 2020 (misschien) een historische dag in de Belgische sportgeschiedenis.Nu u toch uw agenda bij zich heeft, houd dan ook zondagvoormiddag 2 augustus 2020 vrij. Want ook dan kan Team Belgium een gouden dubbelslag realiseren, met zeilster Emma Plasschaert (zie volgende punt) en Nina Derwael. De Sportvrouw van het Jaar werd in oktober voor de tweede keer wereldkampioene op de brug met ongelijke leggers, 'haar' toestel, waar ze tijdens de Europese Spelen in juni nog vanaf viel. Fysiek en mentaal vermoeid na een eindejaarsperiode met te veel huldigingen en een druk voorjaar, in combinatie met haar studie. Op het WK was Derwael na een zomer hard werken wél weer top, en bleek ook haar mentale pantser opnieuw van gewapend beton. Zij moest er immers het Belgische team richting olympisch ticket leiden. Een gigantische druk, die Derwael (en de hele ploeg) met succes weerstond, waarna ze ook in de finale op de brug haar sublieme, elegante zelf was. Met 15.233 zelfs nog beter scorend dan op het vorige WK (15.200). Met dat verschil dat de kloof met de rest kleiner was. Ook de Britse Rebacca Downie haalde immers 15 punten, met dezelfde moeilijkheidsgraad van haar oefening als die van Derwael (6.5). De Truiense voerde die vlekkelozer uit, maar ze besefte dan al dat ze in Tokio een moeilijkere oefening zal moeten turnen. Met een startwaarde van minstens 6.7 - wat moet resulteren in een totaalscore van 15.500 - om zo Downie of een plots opgedoken Russische of Chinese af te houden. Op die oefening heeft Derwael voor Nieuwjaar al getraind, de eerste testen in competitie volgen de komende maanden. Positief is alvast dat het gevaar op een mogelijke stressfractuur in haar voeten geweken lijkt. Zo kan Derwael ook de belasting op de andere toestellen (met name de sprong) opvoeren. Cruciaal als ze ook hoog wil mikken in de allroundfinale, waarin ze al vierde en vijfde werd op het WK. Al blijft hét hoofddoel in Tokio sowieso de brug. Zonder pech (allicht) een met gouden leggers.Enkele uren voor Derwael zeilt Emma Plasschaert (26) de medal race in de Laser Radialklasse. In de baai van Enoshima, waar de Oostendse in augustus het olympische test event won én een week later ook de World Cupmanche (weliswaar tweemaal na een afgelaste medaillerace, wegens te weinig wind). Niettemin twee opstekers voor Plasschaert, want meer dan naar het WK (waar ze in juli vierde werd), had ze daar naartoe gepiekt. Cruciale testen immers met oog op de wisselende en lastige omstandigheden in Enoshima - qua stromingen, windrichting/snelheid en klimaat. Daar ging de West-Vlaamse als beste mee om. Onder haar nieuwe coach Mark Littlejohn had ze immers fysiek, technisch, mentaal en tactisch weer een flinke stap vooruit gezet. Plasschaert werd in 2018 wel al wereldkampioene, maar mede dankzij voor haar gunstige, zware weersomstandigheden. En dus wil de Brit zijn poulain richting een master-status opkrikken, zodat ze bij álle windsnelheden en -richtingen kan excelleren, met name op de Spelen. Belangrijkste tussenstop: het WK eind februari in Melbourne. Maar zelfs als Plasschaert daar de concurrentie - met name de Nederlandse Marit Bouwmeester, de Finse Anne-Marie Rindom en de Britse Alison Young - opnieuw aftroeft, dan is dat in een niet altijd controleerbare sport als zeilen geen garantie op olympisch goud (of zelfs een medaille). Eén ding is wel zeker: ze zal er de wapens voor hebben, fysiek en mentaal begiftigd met de girlpower die ook Thiam en Derwael bezitten. In Rio 2016 was de toen negentienjarige Matthias Casse nog sparringpartner van bronzenmedaillewinnaar Dirk Van Tichelt. In Tokio 2020 wordt hij dé medaillehoop van het Belgische judo. De Hemiksemnaar maakte dan ook een razendsnelle ontwikkeling door, met in 2019 een eerste Europese titel (op zijn 22e als jongste Belg ooit), zilver op het WK en goud op de Masters (als eerste Belg ooit). Met die nuance dat hij op de Masters geen finale moest vechten, door een ribblessure van 's werelds nummer één, Sagi Muki. Tegen hem had Casse zes van de vorige zeven kampen verloren, onder meer de finale van het WK in augustus. Daar had Casse ook het 'geluk' om in de halve finale uit te komen tegen de Iraniër Saeid Mollaei. Die mocht van zijn federatie niet voluit gaan omdat hij een finale tegen Muki (afkomstig van aartsvijand Israël) moest vermijden. Het doet weinig af van de verdienste van Casse, die op de Masters (in december) nog eens zijn enorme fysieke vermogen showde. Hoewel hij door blessures sinds het WK niet meer had gevochten en ritme miste, won hij drie keer met een golden score, diep in de verlengingen, tegen niet de minste tegenstanders. Als je dat koppelt aan nog zijn jeugdige branie, meer tactisch doorzicht, een wapen waarmee hij puur op techniek tegenstanders makkelijker kan vloeren - nog een werkpunt - en aan een granieten kop die niet rap zal barsten onder de druk van de Spelen, dan heb je een (grote) medaillekandidaat. Al is goud misschien nog vier jaar te vroeg. Dat Remco Evenepoel al in Tokio 2020 kans zou maken op een medaille? Niemand die dat begin 2019 had durven te vermoeden. Tot de Vlaams-Brabander én Europees tijdritkampioen werd én zilver behaalde op het WK. En dus, als twintigjarige, ook mag hopen op olympisch eremetaal. Evenepoel gaat zelfs resoluut voor goud. Al wordt dat niet vanzelfsprekend, gezien de grotere tegenstand in Tokio, met naast wereldkampioen Rohan Dennis allicht Tom Dumoulin, Primoz Roglic en Geraint Thomas... En met Victor Campenaerts, Wout van Aert en Thomas De Gendt, de drie Belgen die hopen op het tweede tijdritticket. Die keuze maakt bondscoach Rik Verbrugghe pas na de Giro, met de verplichte deelname van de tijdrijders aan de wegrit vier dagen eerder als mogelijk doorslaggevende factor. Toch geeft hij beter prioriteit aan de chronorace. Gereden op een parcours van 44 kilometer met 846 hoogtemeters, dat Campenaerts na zijn verkenning 'op maat van de Belgen' omschreef. Meer kans dus op een medaille dan in de wegwedstrijd, die zéér lastig en onvoorspelbaar wordt. De beste tijdrijder dus, naast Evenepoel. Maar wie? Wout van Aert bewees in de Dauphiné en op het BK dat hij dat kan zijn. Alleen is de vraag in hoeverre de Kempenaar dit jaar, na zijn val in de Tour, weer op topniveau raakt. En zal hij, gezien zijn nu al verzekerde Tourdeelname, zich zo minutieus kunnen voorbereiden zoals Evenepoel of Campenaerts? De werelduurrecordhouder wil (in geval van een selectie) immers net als Evenepoel na de Giro ruim op tijd afreizen om te wennen aan het tijdverschil en de hitte in Tokio. Een groot voordeel tegenover de klassementsrenners en tijdrijders die in de Tour tot het gaatje gaan en amper zes/tien dagen later al de olympische weg/tijdrit moeten afwerken. Wie het ook wordt, voor goud zullen ze allicht tekortschieten tegen wereldkampioen Rohan Dennis. De nieuwste aanwinst van Team INEOS focust, na de Giro, ook vol op Tokio. En hij was op het WK in Yorkshire al ruim een minuut sneller dan Evenepoel. Buiten categorie dus, al weet je met de jongeman uit Schepdaal nooit. En als Campenaerts en Van Aert ergens hun zinnen op zetten...