Op welke leeftijd ben je bij een grotere club gaan voetballen? Waren de trainingen daar beter? "Op mijn vijftiende kwam ik hiernaast sjotten, bij Club Brugge. Plots trainde ik vier keer per week anderhalf tot twee uur, veel meer en ook op een hoger niveau dan bij mijn vorige club, Standaard Wetteren. Daarin zat het grote verschil: er was meer tijd om alles te oefenen. De ene dag kon je trainen op techniek, de andere dag op balbezit ... Als je maar twee of drie keer traint, is er te weinig ruimte voor zo'n afwisseling. De trainers bij een grotere club kennen er ook meer van."

Hoe ziet het leven van een profvoetballer er eigenlijk uit?
...

Hoe ziet het leven van een profvoetballer er eigenlijk uit? "Als je kijkt naar de mensen die van acht uur 's morgens tot vijf uur in de namiddag aan een bureautje moeten zitten, dan is het veel leuker om profvoetballer te zijn. We trainen bijna elke dag, in het begin van de week twee keer, op het einde één keer. Alleen twee dagen na de match komen we niet op het veld, omdat dat voor je spieren het moeilijkste moment is om de wedstrijd te verteren. Soms bespreken we ook dingen met de andere spelers, zoals de tactiek of de tegenstander. "Voor de rest blijft er een boel vrije tijd over. Je moet dan veel rusten. Vaak slaap ik 's middags een uurtje in de zetel." "Ik ga twee avonden per week nog naar school, dus zit ik dikwijls te studeren. Ik heb thuis ook een snookertafel, speel vaak met mijn papa en mijn vriendinnetje. "Er staat ook een koersfiets in onze garage. Na het seizoen rijd ik daar dikwijls mee. Dan maken we met een groep vrienden een toertje. Soms honderd kilometer in de heuvels. "Computerspelletjes speel ik niet zo vaak. Ik heb wel zo'n PSP, een beetje de gameboy van vroeger." "Nee, tennis, basketbal en golf, maar als ik daar een uurtje mee bezig ben, voel ik me wat raar. Van computerspelletjes krijg ik een dwaas hoofd. Ik loop liever buiten." "Dit wilde ik eigenlijk al van toen ik nog heel klein was, maar ik ben altijd mijn best blijven doen op school, zodat ik nog iets anders zou kunnen doen als het in het voetbal niet lukte. Je moet altijd zeker twee zaken in je achterhoofd houden, je mag je niet uitsluitend op één ding concentreren. "Als ik geen voetballer was geworden, dan had ik nu waarschijnlijk een job als vertegenwoordiger in de reclamewereld." "Ik heb nooit echt één speler gehad van wie ik fan was. Ik supporterde wel altijd voor Barcelona. "Nu is mijn ploegmaat Sergiy Serebrennikov iemand naar wie ik erg opkijk. Hij leert me veel, bijvoorbeeld over voeding. In een bepaalde match had ik krampen. Hij kwam achteraf bij mij en vroeg of ik die week wel genoeg vis gegeten had. Daar zitten bepaalde dingen in die je als voetballer nodig hebt. Ik had dat niet gedaan. Nu zorg ik ervoor dat er elke week wel eens vis op mijn bord ligt en heb ik nooit meer krampen." "Ik had daar niet zo veel last van, misschien per uitzondering eens als het heel slecht weer was. Nu is dat eigenlijk nog zo. Ik denk dat ik maar één of twee keer per jaar met tegenzin naar de training kom. Misschien moet je nog iets meer gaan tennissen. Dan wordt de honger naar voetbal waarschijnlijk weer groter." "Altijd je best blijven doen. Toen ik bij Club speelde, moest ik op een bepaald moment afzakken naar de derde klasse. Ook toen ben ik mij altijd goed blijven inzetten. En kijk waar ik nu sta." Sopgetekend door kristof de ryck