Tom (37): "Als klein ventje voetbalde ik eerst bij een lokaal ploegje. Ik deed het er zo goed dat ik naar Lierse mocht. Ook daar kreeg ik veel complimentjes. Tot er op mijn vijftiende commentaar begon te komen op mijn spel; de trainer gaf opmerkingen, mijn vader had er zijn gedacht over. Presteren was het enige wat nog telde. En net in die periode bood iemand mij op een fuif xtc aan. Ik slikte dat pilletje en al het gezaag en geklaag was op slag weg.
...

Tom (37): "Als klein ventje voetbalde ik eerst bij een lokaal ploegje. Ik deed het er zo goed dat ik naar Lierse mocht. Ook daar kreeg ik veel complimentjes. Tot er op mijn vijftiende commentaar begon te komen op mijn spel; de trainer gaf opmerkingen, mijn vader had er zijn gedacht over. Presteren was het enige wat nog telde. En net in die periode bood iemand mij op een fuif xtc aan. Ik slikte dat pilletje en al het gezaag en geklaag was op slag weg. "Een halfjaar later gebruikte ik elke dag. Ik zag lijkwit, mijn kaken waren ingevallen, ik werd paranoïde. Zeven keer lieten mijn ouders me colloqueren. Maar als ik vanuit zo'n instelling dan eens even naar huis mocht, ging ik weer gebruiken. Op een keer bracht mijn moeder me terug naar de instelling en zag ik van alle kanten verplegers komen. Compleet over mijn toeren begon ik in het rond te slaan. Ik raakte een verpleger. Toen moest ik naar de gevangenis. Vanaf dat moment zou ik elke keer weer achter de tralies vliegen als ik nog eens betrapt werd onder invloed. Jarenlang ging het zo: gevangenis in, gevangenis uit, afkickcentrum in, afkickcentrum uit. In de afkickcentrums deed ik drie keer een heel programma uit, maar diep vanbinnen dacht ik altijd weer: als ik buiten kom, doe ik gewoon verder. In Genk was ik eens 24 maanden clean. Ik kwam buiten met alles wat ik nodig had: een appartement, werk, een auto, vrienden. Twee dagen later herviel ik. "In de gevangenis leerde ik heroïne en cocaïne kennen. Dat gebruikte ik van mijn 32e tot mijn 35e. Tot ik twee jaar geleden ineens dacht: zie me hier nu zitten, alleen op mijn kamertje, met mijn spuit, dit is wie ik ben. Ik kon niet meer met mezelf overweg. En ik was de neveneffecten kotsbeu: de psychoses, het isolement. Vroeger had ik een keer proberen te stoppen voor mijn moeder, eens voor mijn vader, eens voor mijn zus. Nu moet ik het voor mezelf doen, dacht ik. Ik begon met een methadonbehandeling. De dokter zag dat ik echt gemotiveerd was. Hij raadde me aan om een invulling te zoeken voor mijn dagen. Hij sprak over het Homeless Team van Antwerp FC. Eerst was ik op mijn hoede, omdat ik weer zou belanden tussen mensen met problemen, maar dat viel mee; een maat in de ploeg zei me voor wie ik moest opletten als ik niet wou hervallen. Die mannen dringen een paar keer aan, maar als je dan de boot afhoudt, weten die waar het op staat. "Intussen ben ik acht maanden clean. Het voetbal op zich is niet genoeg om clean te blijven, maar zonder het voetbal zou het me niet lukken. Het maakt mij gelukkig. Want hier telt niet het winnen, maar de samenhorigheid. Ik haal nu weer kracht, energie en plezier uit het spelletje. Na een training kom ik thuis met gezonde euforie en daar draait het om; als ik die niet heb, ga ik ze zoeken in drugs. Ik zeg niet dat er geen moeilijke momenten meer zijn. Maar dan bel ik de dokter. Of de psycholoog. Of de trainer. En dan babbelen we wat. Dat helpt. Want je moet het wel zelf doen, maar je kunt het niet alleen." DOOR KRISTOF DE RYCK"Zonder voetbal zou het niet lukken om clean te blijven."