Drie titels, twee Europese finales en twee bekers: de naam van Ernst Happel zal bij Club Brugge voor eeuwig een magische klank behouden. Frappant was de manier waarop de onvoorspelbare Oostenrijker bij blauw-zwart arriveerde, in januari 1974, en vertrok, in mei 1979. Voor zijn eerste vergadering met het bestuur stapte hij op toen iedereen te laat bleek te zijn en zei met gladgestreken tegen de verbouwereerde materiaalmeester: 'Zeg tegen de heren dat ik er geweest ben.' Bij zijn afscheid trok hij de deur van de kleedkamer open en verbaasde de spelers met de woorden: ' Meine Herren, Danke schön und auf Wiedersehen.' Het was Happel ten voeten uit.
...

Drie titels, twee Europese finales en twee bekers: de naam van Ernst Happel zal bij Club Brugge voor eeuwig een magische klank behouden. Frappant was de manier waarop de onvoorspelbare Oostenrijker bij blauw-zwart arriveerde, in januari 1974, en vertrok, in mei 1979. Voor zijn eerste vergadering met het bestuur stapte hij op toen iedereen te laat bleek te zijn en zei met gladgestreken tegen de verbouwereerde materiaalmeester: 'Zeg tegen de heren dat ik er geweest ben.' Bij zijn afscheid trok hij de deur van de kleedkamer open en verbaasde de spelers met de woorden: ' Meine Herren, Danke schön und auf Wiedersehen.' Het was Happel ten voeten uit. Alles stond bij hem in het teken van de discipline. Hij waakte erover dat individuele belangen ondergeschikt werden gemaakt aan collectieve waarden en dat er een mentaliteit werd geschapen van winnaars. In zijn ideaalbeeld over voetbal gaf fysiek de toon aan. En de wil om te gokken, zoals Happel dat ook vaak in casino's deed. De Wiener introduceerde bij Club Brugge de buitenspelval en gebruikte dat om de tegenstander zijn wil op te leggen. Hij was de eerste coach die begreep dat in het moderne voetbal het gevaar van achterin moest komen. Happel onderging alle successen onbewogen, al leverde de weggeslikte stress hem verschillende maagzweren op.Amper 36 jaar was Pierre Sinibaldi toen hij in 1960 bij Anderlecht arriveerde. Als aanhanger van het toen revolutionaire 4-2-4-systeem kneedde hij het grote paars-wit van de jaren 60. Met dit concept was Brazilië succesvol geweest op het WK van 1958. Pierre Sinibaldi werd met Anderlecht in zes seizoenen vier keer kampioen. Legendarische voetballers als Jef Jurion, Laurent Verbiest en Paul Van Himst vergemakkelijkten zijn opgave. Sinibaldi wilde dat zijn ploeg bij balbezit ver op de helft van de tegenstander acteerde, maar dat de spelers bij balverlies zo hoog mogelijk bleven voetballen om de tegenpartij ver van het eigen doel te houden. Daardoor liep die vaak buitenspel en kreeg de Fransman het verwijt dat hij met zijn systeem het ritme uit de wedstrijd haalde. Toch werkte zijn voorbeeld snel inspirerend. Hij zag andere trainers dezelfde tactiek toepassen. Pierre Sinibaldi, die als trainer nooit werd ontslagen, lag heel goed in de spelersgroep, ook al omdat hij alle oefeningen zelf meedeed. Ook als er in het bos werd gelopen. Bovendien pleegde hij zich nooit aan de tegenstander aan te passen. Internationaal telde Anderlecht tijdens de eerste ambtsperiode van de Corsicaan niet mee. Dat veranderde enigszins toen hij in 1970 weer in het Astridpark neerstreek en de finale van de Beker voor Jaarbeurssteden bereikte.Als Aad de Mos in zijn lange en turbulente trainerscarrière één bondgenoot koesterde, dan was dat een extreme vorm van bijgeloof. In zijn gouden periode bij KV Mechelen streek hij met de ploeg voor een trainingskamp op de Canarische Eilanden neer en liet de avond voor de terugkeer reserveren in een van de betere visrestaurants van het eiland. De chauffeur raakte de weg kwijt en stopte op twee kilometer van het restaurant. Het daaropvolgende jaar gingen de spelers weer in hetzelfde restaurant eten. De Mos liet de chauffeur, niet toevallig dezelfde als het jaar voordien, op dezelfde plaats halt houden. Bij zijn komst bij KV Mechelen, in 1986 introduceerde de Haagse onderwijzer een eigen stijl: hij was rechttoe rechtaan. Hij bemoeide zich met alle facetten van de organisatie en speelde graag in op de rancunegevoelens van de spelers. Met die botte aanpak zorgde hij voor een uniek voetbalsprookje: beker (1987), Europacup voor Bekerwinnaars (1988) en titel (1989). De Mos provoceerde en ging daarbij vaak over de grens. Een uitloper van zijn opleiding in het bikkelharde klimaat van Ajax waar de wet van de sterkste gold. Bij Anderlecht en zeker later bij Standard kon hij nooit zo zijn stempel drukken als in Mechelen. Daar is zijn geluk geweest dat ze hem lieten werken in een klimaat van rust. Met heel korte lijnen naar voorzitter John Cordier.Het gebeurde tijdens een competitiewedstrijd tussen Anderlecht en Beveren. Op een gegeven moment maakte Kenneth Brylle vanuit een moeilijke hoek met een technisch perfect uitgevoerd stiftballetje een schitterend doelpunt. Schuimbekkend van woede stormde Tomislav Ivic de dug-out uit. Hij veegde de Deense spits de mantel uit omdat hij in de bewuste fase op doel had geknald, terwijl er naast hem een ploegmaat vrijstond. Het is een anekdote die bij de Kroaat past: in het voetbal dat hij voorschreef was er geen plaats voor flexibiliteit. Geen trainer die zo'n tweeslachtige gevoelens losmaakte als Tomislav Ivic. Veel meer dan tijdens zijn twee passages bij Standard bleek dit in zijn periode bij Anderlecht (1980-september 1982) omdat Ivic het aandurfde om in de tempel van het academische voetbal met vijf verdedigers aan te treden. Hij vond dat de beste voetballers achteraan dienden te staan en voorspelde dat het spel zou geleid worden door de laatste lijn.Geen mens in dit land had al van Trond Sollied gehoord toen hij in december 1998 bij KAA Gent arriveerde. De Noor verblufte door een heel specifieke en voor dit land ongebruikelijke aanpak. Hij sprak over looplijnen en heette al gauw een vernieuwer te zijn. Maar bij Sollied ging het nooit om een systeem, maar wel om de manier waarop een systeem evolueert. In wezen was hij een meester van de eenvoud. Ook later, in zijn vijfjarige periode bij Club Brugge. Steeds weer verkondigde Sollied sereen en beheerst zijn voetbalevangelie. Zonder zijn stem te verheffen.Positivisme is het sleutelwoord van Sollied in zijn benadering naar de spelers. Hij wilde er vooral voor zorgen dat voetballers met de glimlach komen trainen. Ze moesten zich goed in hun vel voelen om te kunnen presteren. Het is daarom dat Sollied zich steeds keerde tegen de invoering van strakke regels. Zijn uitspraak dat de enige regel is dat er geen regels zijn, heeft hem heel zijn carrière begeleid.Eigenlijk is het als trainer heel simpel: je geeft de spelers een goed gevoel en je zet iedereen op zijn plaats neer. Je predikt duidelijkheid, maar je staat soms ook open voor dialoog. Dat vraagt psychologie, diplomatie en mensenkennis. Het zijn eigenschappen die Roberto Martínez bezit. En op een perfecte manier in de praktijk omzet. Een peoplemanager die ook tactisch kan verrassen. Zoals de Spanjaard tijdens het WK in de wedstrijd tegen Brazilië bewees. Toen Martínez in augustus 2016 bondscoach Marc Wilmots opvolgde, werd er vanuit Engeland een beledigende toon aangeslagen. Hij verloor er nooit zijn zelfbeheersing bij. Ook toen het erop leek dat er een onbenul was binnengehaald. Toen dezelfde Martínez voor het WK Radja Nainggolan uit de selectie hield, viel een deel van het land over hem heen. Maar niets in de voetballerij dat sneller wegwaait dan dat soort (voor)oordelen.Hans Croon was de eerste trainer die een Belgische club een Europacup bezorgde. Dat was in 1976 toen Anderlecht de Europabeker voor Bekerwinnaars won. De Nederlander had voordien bij Waregem indruk gemaakt. Hij liet daar de muren van de kleedkamer rood schilderen om de strijdlust aan te wakkeren en de spelers een gevoel van onoverwinnelijkheid te geven. Ergens was Hans Croon een filosoof. Als hij zijn theorieën verkondigde, had je de indruk dat je naar een predikant luisterde. Croon liet zich door niemand imponeren en koesterde de jongeren. Opvallend was hij al toen hij bij Anderlecht binnenstapte. Met een kameelkleurig jasje, lichte broek en dikke, gestreepte das. Toen Croon vier maanden bij Anderlecht aan de slag was, hoorde hij dat Raymond Goethals voor het daaropvolgende seizoen had getekend. Hij stortte later geestelijk in elkaar en vluchtte in een godsdienstige sekte.De bijna extreme zucht naar organisatie beheerste zo het leven van George Kessler dat het heette dat zelfs de vliegen in de keuken bij hem in dezelfde richting vlogen. Kessler vond dat soort opmerkingen een compliment. Discipline en punctualiteit waren zijn gevleugelde woorden. George Kessler werkte in België bij Anderlecht, Club Brugge, Standard en twee keer bij Antwerp. Overal presenteerde hij zich als een sterke persoonlijkheid. Kessler praatte niet, hij doceerde, hij stapte niet, hij schreed. Hij zette op zijn manier een club naar zijn hand. Soms botste het met bestuurders want Kessler liet zich niets voorschrijven. Naar de spelers toe week hij geen duimbreed af van de regels die hij zelf uitvaardigde. Naar namen keek hij niet. Dat hij tactisch niet erg sterk was, wees Kessler resoluut terug. Niet gehinderd door enige bescheidenheid zei hij dat hij op tactisch vlak zijn tijd twintig jaar vooruit was.Hard en rechtlijnig. De in het starre Oost-Europese regime opgegroeide László Bölöni laat op training de zweep knallen. Of het wetenschappelijk allemaal zo verantwoord is, daarover lopen de meningen uiteen. Maar successen levert het wel op. Bij Standard en nu ook bij Antwerp, ook al zakte de ploeg vorig seizoen in de tweede helft van de competitie terug. Bölöni maakt in 2009 bij Standard indruk toen hij, één jaar na Michel Preud'homme, kampioen werd. Hij overgoot het voetbal van de Rouches toen met verfijning. Geen lange ballen meer, maar fris combinatiespel. Ook bij Antwerp drukte hij zijn stempel. Stap voor stap. Vorig seizoen belette Antwerp anderen te voetballen, nu gaat het veel meer uit van de eigen kwaliteiten. Een gevolg ook van de gevoerde transferpolitiek. De manier waarop Bölöni de bij Club Brugge uitgerangeerde Lior Refaelov laat renderen, is zonder meer knap. Door hem belangrijk te maken en te omringen met werkers.Weinig trainers waren zo creatief in het bedenken van oefenvormen als Han Grijzenhout. Nogal wat voetballers, zoals bijvoorbeeld Jan Ceulemans, noemen de bij Ajax gevormde Amsterdammer de beste trainer onder wie ze ooit werkten. Toch veranderde Grijzenhout in een periode van 23 jaar twaalf keer van club. Han Grijzenhout was een meester van de improvisatie en de variatie. Hij bereidde zich heel goed op iedere training voor, maar probeerde toch telkens weer creatief te zijn en spelers te verrassen. Grijzenhout was erg rechtlijnig en vaak cru in de omgang. Hij was niet bang om spelers aan te pakken en met bestuurders in de clinch te gaan. Vaak werd hij ontslagen. Zoals bijvoorbeeld in 1980 toen hij met Club Brugge de titel pakte en het daaropvolgende seizoen na een slechte competitiestart de laan werd uitgestuurd. Maar telkens weer kreeg hij snel een nieuwe aanbieding.