Ariël Jacobs (53) debuteerde als 16-jarige aanvaller in het eerste elftal van Diegem Sport, toen in eerste provinciale. Hij ging als UEFA-junior naar het grote Racing White, dat een paar jaar later fuseerde tot RWDM, maar door een gebrek aan startsnelheid brak hij niet door. Al snel keerde hij naar Diegem terug. Met die club, waarvan zijn ouders het supporterslokaal In de Sportvriend uitbaatten, beleefde hij promoties van derde provinciale tot de derde klasse. Tussendoor speelde hij telkens één seizoen voor FC Diest (tweede klasse) en SK Halle. In bijna elke ree...

Ariël Jacobs (53) debuteerde als 16-jarige aanvaller in het eerste elftal van Diegem Sport, toen in eerste provinciale. Hij ging als UEFA-junior naar het grote Racing White, dat een paar jaar later fuseerde tot RWDM, maar door een gebrek aan startsnelheid brak hij niet door. Al snel keerde hij naar Diegem terug. Met die club, waarvan zijn ouders het supporterslokaal In de Sportvriend uitbaatten, beleefde hij promoties van derde provinciale tot de derde klasse. Tussendoor speelde hij telkens één seizoen voor FC Diest (tweede klasse) en SK Halle. In bijna elke reeks werd hij topschutter. Jacobs was aanvoerder in Diegem en als prille twintiger tegelijk ook al jeugdcoördinator. Eindigen deed hij als speler-trainer. Jacobs, enig kind, sprak thuis Nederlands, maar liep school in een Franstalig atheneum in Brussel. Zijn idool was Paul Van Himst en met zijn vader trok hij elke veertien dagen naar het Josaphatpark, waar Crossing Schaarbeek tot begin de jaren zeventig gouden tijden beleefde en menige topclub het vuur aan de schenen legde. Na de Grieks-Latijnse humaniora ging hij naar de tolkenschool. Hij werkte voor de NAVO in Haren, toen hij als primus inter pares het trainersdiploma van de voetbalbond behaalde en er ook aan de slag ging. Als jeugdtrainer, als beloftecoach, als technisch directeur en ten slotte ook even als assistent-bondscoach van Wilfried Van Moer en Georges Leekens. December 1999 verliet Jacobs de KBVB en werd hij hoofdtrainer van tweedeklasser RWDM. April 2001 werd hij er ontslagen. Een halfjaar later, in oktober, haalde La Louvière hem in als opvolger van de ontslagen Daniel Leclercq, waarna hij de ploeg al gauw uit een uitzichtloze situatie naar de veilige middenmoot loodste. Hij turnde La Louvière om van een kerkhof voor hoogbejaarde dertigers tot een stabiele club en een vaak aantrekkelijk voetballende ploeg. In 2003 won hij de beker van België na 3-1-winst tegen Sint-Truiden in de finale. Een jaar later leek hij op weg naar AA Gent, maar dat draalde om maandenlange gesprekken in een contract te gieten, waarna Racing Genk zich meldde. Dat zag in hem aanvankelijk zijn nieuwe trainer, tot voorzitter Jos Vaessen hem de functie van technisch directeur aanbood. Jacobs aanvaardde, maar sloot een terugkeer naar het veld nooit uit, zij het niet bij Genk. In zijn eerste seizoen in het Fenixstadion was hij vaak de buffer tussen Vaessen en trainer René Vandereycken, tussen wie de verstandhouding van meet af aan verstoord was. Op het eind van het voorbije kampioenschap praatte hij zowel met Moeskroen als Lokeren, die hem polsten voor het trainerschap. De licentieperikelen van Moeskroen deden hem kiezen voor Lokeren, dat twee jaar geleden ook al aan hem dacht voor de opvolging van Franky Van der Elst. Jacobs trouwde de dochter van de penningmeester van Diegem Sport en woont er nog steeds. Hij heeft drie kinderen, twee (voetballende) zonen en een (volleyballende) dochter..